Home

Algemene wet bestuursrecht

Geldig van 1 januari 1997 tot 14 maart 1997
Geldig van 1 januari 1997 tot 14 maart 1997

Algemene wet bestuursrecht

Opschrift

[Tekst geldig vanaf 01-01-1997 tot 14-03-1997]

Aanhef

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat ingevolge artikel 107, tweede lid, van de Grondwet de wet algemene regels van bestuursrecht dient vast te stellen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen

Titel 1.1. Definities en reikwijdte

Artikel 1:1

1.

Onder bestuursorgaan wordt verstaan:

  1. een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, of

  2. een ander persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed.

2.

De volgende organen, personen en colleges worden niet als bestuursorgaan aangemerkt:

  1. de wetgevende macht;

  2. de kamers en de verenigde vergadering der Staten-Generaal;

  3. onafhankelijke, bij de wet ingestelde organen die met rechtspraak zijn belast;

  4. de Raad van State en zijn afdelingen;

  5. de Algemene Rekenkamer;

  6. de Nationale ombudsman en de substituut-ombudsmannen;

  7. de voorzitters, leden, griffiers en secretarissen van de in de onderdelen b tot en met f bedoelde organen, de procureur-generaal, de plaatsvervangend procureur-generaal en de advocaten-generaal bij de Hoge Raad, alsmede de commissies uit het midden van de in de onderdelen b tot en met f bedoelde organen.

3.

Een ingevolge het tweede lid uitgezonderd orgaan, persoon of college wordt wel als bestuursorgaan aangemerkt voor zover het orgaan, de persoon of het college besluiten neemt of handelingen verricht ten aanzien van een niet voor het leven benoemde ambtenaar als bedoeld in artikel 1 van de Ambtenarenwet als zodanig, zijn nagelaten betrekkingen of zijn rechtverkrijgenden.

Artikel 1:2

Artikel 1:3

Artikel 1:4

Artikel 1:5

Artikel 1:6

Titel 1.2. Uitvoering van bindende besluiten van organen van de Europese Gemeenschappen

Artikel 1:7

Artikel 1:8

Artikel 1:9

Hoofdstuk 2. Verkeer tussen burgers en bestuursorganen

Afdeling 2.1. Algemene bepalingen

Artikel 2:1

Artikel 2:2

Artikel 2:3

Artikel 2:4

Artikel 2:5

Afdeling 2.2. Gebruik van de taal in het bestuurlijk verkeer

Artikel 2:6

Artikel 2:7

Artikel 2:8

Artikel 2:9

Artikel 2:10

Artikel 2:11

Artikel 2:12

Hoofdstuk 3. Algemene bepalingen over besluiten

Afdeling 3.1. Inleidende bepalingen

Artikel 3:1

Afdeling 3.2. Zorgvuldigheid en belangenafweging

Artikel 3:2

Artikel 3:3

Artikel 3:4

Afdeling 3.3. Advisering

Artikel 3:5

Artikel 3:6

Artikel 3:7

Artikel 3:8

Artikel 3:9

Artikel 3:9a

Afdeling 3.4. Openbare voorbereidingsprocedure

Artikel 3:10

Artikel 3:11

Artikel 3:12

Artikel 3:13

Afdeling 3.5. Uitgebreide openbare voorbereidingsprocedures

§ 3.5.1. Algemeen

Artikel 3:14
Artikel 3:15

§ 3.5.2. Indiening van de aanvraag; ontvankelijkheid

Artikel 3:16
Artikel 3:17
Artikel 3:18

§ 3.5.3. Het ontwerp van het besluit

Artikel 3:19
Artikel 3:20
Artikel 3:21
Artikel 3:22

§ 3.5.4. Adviezen en bedenkingen

Artikel 3:23
Artikel 3:24
Artikel 3:25
Artikel 3:26
Artikel 3:27

§ 3.5.5. Beslissing op de aanvraag

Artikel 3:28
Artikel 3:29

§ 3.5.6. Besluiten tot wijziging of intrekking en ambtshalve andere te nemen besluiten

Artikel 3:30
Artikel 3:31
Artikel 3:32
Artikel 3:33

Afdeling 3.6. Bekendmaking en mededeling

Artikel 3:40

Artikel 3:41

Artikel 3:42

Artikel 3:43

Artikel 3:44

Artikel 3:45

Hoofdstuk 4. Bijzondere bepalingen over besluiten

Titel 4.1. Beschikkingen

Afdeling 4.1.1. De aanvraag

Artikel 4:1
Artikel 4:2
Artikel 4:3
Artikel 4:4
Artikel 4:5
Artikel 4:6

Afdeling 4.1.2. De voorbereiding

Artikel 4:7
Artikel 4:8
Artikel 4:9
Artikel 4:10
Artikel 4:11
Artikel 4:12

Afdeling 4.1.3. Beslistermijn

Artikel 4:13
Artikel 4:14
Artikel 4:15

Afdeling 4.1.4. Motivering

Artikel 4:16
Artikel 4:17
Artikel 4:18
Artikel 4:19
Artikel 4:20

Hoofdstuk 6. Algemene bepalingen over bezwaar en beroep

Afdeling 6.1. Inleidende bepalingen

Artikel 6:1

Artikel 6:2

Artikel 6:3

Afdeling 6.2. Overige algemene bepalingen

Artikel 6:4

Artikel 6:5

Artikel 6:6

Artikel 6:7

Artikel 6:8

Artikel 6:9

Artikel 6:10

Artikel 6:11

Artikel 6:12

Artikel 6:13

Artikel 6:14

Artikel 6:15

Artikel 6:16

Artikel 6:17

Artikel 6:18

Artikel 6:19

Artikel 6:20

Artikel 6:21

Artikel 6:22

Artikel 6:23

Artikel 6:24

Hoofdstuk 7. Bijzondere bepalingen over bezwaar en administratief beroep

Afdeling 7.1. Bezwaarschrift voorafgaand aan beroep bij de administratieve rechter

Artikel 7:1

Afdeling 7.2. Bijzondere bepalingen over bezwaar

Artikel 7:2

Artikel 7:3

Artikel 7:4

Artikel 7:5

Artikel 7:6

Artikel 7:7

Artikel 7:8

Artikel 7:9

Artikel 7:10

Artikel 7:11

Artikel 7:12

Artikel 7:13

Artikel 7:14

Artikel 7:15

Afdeling 7.3. Bijzondere bepalingen over administratief beroep

Artikel 7:16

Artikel 7:17

Artikel 7:18

Artikel 7:19

Artikel 7:20

Artikel 7:21

Artikel 7:22

Artikel 7:23

Artikel 7:24

Artikel 7:25

Artikel 7:26

Artikel 7:27

Artikel 7:28

Artikel 7:29 [Vervallen per 01-01-1994]

Hoofdstuk 8. Bijzondere bepalingen over beroep bij de rechtbank

Titel 8.1. Algemene bepalingen

Afdeling 8.1.1. Bevoegdheid

Artikel 8:1
Artikel 8:2
Artikel 8:3
Artikel 8:4
Artikel 8:5
Artikel 8:6
Artikel 8:7
Artikel 8:8
Artikel 8:9

Afdeling 8.1.2. Behandeling door een enkelvoudige en een meervoudige kamer

Artikel 8:10
Artikel 8:11
Artikel 8:12

Afdeling 8.1.3. Verwijzing, voeging en splitsing

Artikel 8:13
Artikel 8:14

Afdeling 8.1.4. Wraking en verschoning van rechters

Artikel 8:15
Artikel 8:16
Artikel 8:17
Artikel 8:18
Artikel 8:19
Artikel 8:20

Afdeling 8.1.5. Partijen

Artikel 8:21
Artikel 8:22
Artikel 8:23
Artikel 8:24
Artikel 8:25
Artikel 8:26
Artikel 8:27
Artikel 8:28
Artikel 8:29
Artikel 8:30
Artikel 8:31
Artikel 8:32

Afdeling 8.1.6. Getuigen, deskundigen en tolken

Artikel 8:33
Artikel 8:34
Artikel 8:35
Artikel 8:36

Afdeling 8.1.7. Verzending van stukken

Artikel 8:37
Artikel 8:38
Artikel 8:39
Artikel 8:40

Titel 8.2. Behandeling van het beroep

Afdeling 8.2.1. Griffierecht

Artikel 8:41

Afdeling 8.2.2. Vooronderzoek

Artikel 8:42
Artikel 8:43
Artikel 8:44
Artikel 8:45
Artikel 8:46
Artikel 8:47
Artikel 8:48
Artikel 8:49
Artikel 8:50
Artikel 8:51

Afdeling 8.2.3. Versnelde behandeling

Artikel 8:52
Artikel 8:53

Afdeling 8.2.4. Vereenvoudigde behandeling

Artikel 8:54
Artikel 8:55

Afdeling 8.2.5. Onderzoek ter zitting

Artikel 8:56
Artikel 8:57
Artikel 8:58
Artikel 8:59
Artikel 8:60
Artikel 8:61
Artikel 8:62
Artikel 8:63
Artikel 8:64
Artikel 8:65

Afdeling 8.2.6. Uitspraak

Artikel 8:66
Artikel 8:67
Artikel 8:68
Artikel 8:69
Artikel 8:70
Artikel 8:71
Artikel 8:72
Artikel 8:73
Artikel 8:74
Artikel 8:75
Artikel 8:75a
Artikel 8:76
Artikel 8:77
Artikel 8:78
Artikel 8:79
Artikel 8:80

Titel 8.3. Voorlopige voorziening en onmiddellijke uitspraak in de hoofdzaak

Artikel 8:81

Artikel 8:82

Artikel 8:83

Artikel 8:84

Artikel 8:85

Artikel 8:86

Artikel 8:87

Titel 8.4. Herziening

Artikel 8:88

Hoofdstuk 9. Slotbepalingen

Artikel 9:1

Artikel 9:2

Artikel 9:3

Artikel 9:4

Artikel 9:5 [Vervallen per 01-01-1994]

Artikel 9:6 [Vervallen per 01-01-1994]

Bijlage bij de Algemene wet bestuursrecht