Home

Sanctieregeling Belarus 2006

Geldig vanaf 24 augustus 2023
Geldig vanaf 24 augustus 2023

Sanctieregeling Belarus 2006

Opschrift

[Tekst geldig vanaf 24-08-2023]

Aanhef

De Minister van Buitenlandse Zaken,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Financiën;

Gelet op Verordening (EG) nr. 765/2006 van de Raad van de Europese Unie van 18 mei 2006 betreffende beperkende maatregelen tegen president Loekasjenko en bepaalde functionarissen van Belarus (Pb EG L 134);

Gelet op de artikelen 2, tweede lid, en 3 van de Sanctiewet 1977;

Besluit:

Artikel 1

1.

Het is verboden te handelen in strijd met artikel 1 bis, eerste lid, artikel 1 ter, eerste lid, artikel 1 ter bis, artikel 1 quater, eerste lid, artikel 1 quinquies, eerste lid, artikel 1 sexies, eerste lid en tweede lid, artikel 1 septies, eerste en tweede lid, artikel 1 octies, eerste lid, en lid 1 bis, artikel 1 nonies, eerste lid, artikel 1 decies, eerste lid, en lid 1 bis, artikel 1 undecies, artikel 1 undecies bis, eerste lid, artikel 1 undecies ter, artikel 1 duodecies, eerste lid, artikel 1 terdecies, eerste lid, artikel 1 quaterdecies, artikel 1 sedecies, eerste lid, artikel 1 septiesdecies, eerste lid, artikel 1 octiesdecies, eerste lid, artikel 1 noviesdecies, eerste lid, artikel 1 vicies, eerste lid, artikel 1 vicies bis, eerste tot en met vierde lid, artikel 1 unvicies, eerste lid, artikel 1 duovicies, eerste lid, artikel 1 quinvicies, eerste lid, artikel 1 sexvicies, eerste lid, artikel 1 septvicies, artikel 1 septvicies bis, eerste lid, artikel 1 septvicies ter, artikel 1 septvicies quater, eerste lid, artikel 2, eerste, tweede en derde lid, artikel 5, artikel 8 ter, eerste lid, en artikel 8 quinquies, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 765/2006 van de Raad van de Europese Unie van 18 mei 2006 betreffende beperkende maatregelen met het oog op de situatie in Belarus en de betrokkenheid van Belarus bij de Russische agressie tegen Oekraïne (PbEU, L 134).

2.

Een verbod als bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing in gevallen waarin artikel 1 bis, tweede of derde lid, artikel 1 ter, tweede of derde lid, artikel 1 sexies, derde, vierde, of vijfde lid, artikel 1 septies, derde lid, vierde lid, lid 4 bis, vijfde lid, of lid 5 bis, artikel 1 septies bis, eerste lid, artikel 1 nonies, tweede of vierde lid, artikel 1 undecies bis, tweede lid, artikel 1 duodecies, tweede of derde lid, artikel 1 terdecies, tweede lid, artikel 1 sedecies, tweede lid, artikel 1 septiesdecies, tweede lid, artikel 1 octiesdecies, tweede lid, artikel 1 noviesdecies, tweede lid, artikel 1 vicies, tweede of derde lid, artikel 1 vicies bis, vijfde, zesde, zevende of tiende lid, artikel 1 unvicies, tweede lid, artikel 1 duovicies, tweede of derde lid, artikel 1 tervicies, eerste lid, artikel 1 quatervicies, eerste lid, artikel 1 quinvicies, tweede lid, artikel 1 sexvicies, tweede lid, artikel 1 septvicies bis, tweede lid, artikel 1 septvicies quater, tweede lid, derde of vierde lid, artikel 3, eerste of tweede lid, artikel 3 bis, eerste lid, artikel 4, artikel 4 bis, artikel 4 ter, artikel 8 ter, tweede lid, of artikel 8 quater, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 765/2006 van toepassing is.

Artikel 1a

1.

De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 1 bis, derde lid, en artikel 1 quater, eerste en tweede lid, van Verordening (EG) nr. 765/2006 is de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.

2.

De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 1 ter, tweede lid, artikel 1 quinquies, eerste lid, artikel 1 sexies, derde tot en met achtste lid, artikel 1 septies, derde tot en met achtste lid, artikel 1 septies bis, artikel 1 septies quater, eerste lid, artikel 1 vicies, tweede lid, en artikel 1 vicies bis, zesde en zevende lid, van Verordening (EG) nr. 765/2006 is, voor zover het betreft de verlening van de bedoelde diensten of transacties met betrekking tot technische bijstand of tussenhandeldiensten en informatie of kennisgevingen over deze onderwerpen, de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en, voor zover het betreft de financiering of financiële bijstand, financiële diensten en informatie of kennisgevingen over deze onderwerpen, de Minister van Financiën.

3.

De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 3, eerste en tweede lid, artikel 3 bis, eerste lid, artikel 4 bis, artikel 4ter en artikel 5, van Verordening (EG) nr. 765/2006 is, voor zover het betreft de vrijgave en de beschikbaarstelling van economische middelen, de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister van Economische Zaken en Klimaat voor zover het betreft de vrijgave of beschikbaarstelling van economische middelen of informatie anders dan van financiële aard en elk voor het gebied waartoe hun competenties zich uitstrekken.

4.

De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 1 undecies bis, tweede lid, artikel 1 duodecies, derde lid, artikel 1 tervicies, eerste lid, artikel 1 quatervicies, eerste lid, artikel 3, eerste en tweede lid, artikel 3 bis, eerste lid, artikel 4 bis, en artikel 4 ter, van Verordening (EG) nr. 765/2006, is de Minister van Financiën voor zover het betreft financieringen, financiële bijstand, financiële diensten of transacties en informatie of kennisgevingen over deze onderwerpen. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 1 septvicies van Verordening (EG) nr. 765/2006, is de Minister van Financiën, met dien verstande dat kredietinstellingen de informatie, bedoeld in artikel 1 septvicies, onder a en b, van Verordening (EG) nr. 765/2006, verstrekken aan De Nederlandsche Bank. De Nederlandsche Bank is ten behoeve van de uitvoering van voornoemd artikel 1 septvicies bevoegd de ontvangen informatie aan de Minister van Financiën te verstrekken.

5.

De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 765/2006 is de Minister van Financiën.

6.

De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 8 quater, eerste lid, en artikel 1 septvicies quarter, vierde lid, van Verordening (EG) nr. 765/2006 is de Minister van Infrastructuur en Waterstaat.

Artikel 1aa

1.

De bewaarder van het Kadaster en de openbare registers is bevoegd om in de basisregistratie kadaster, de registratie voor schepen en de registratie voor luchtvaartuigen een aantekening te stellen als het een registergoed betreft dat bevroren dient te worden op grond van artikel 2, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 765/2006.

2.

De Kamer van Koophandel verstrekt aan de bewaarder van het Kadaster en de openbare registers uit het handelsregister de gegevens, genoemd in artikel 9, onderdelen a, b en d, van de Handelsregisterwet 2007, van de rechtspersonen waarvan de personen, genoemd in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 765/2006, de uiteindelijk belanghebbenden als bedoeld in artikel 15a van de Handelsregisterwet 2007 zijn. De bewaarder verwerkt de gegevens uitsluitend voor het stellen van de aantekening, bedoeld in het eerste lid.

3.

De inspecteur en de ontvanger, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990 verstrekken desgevraagd alle informatie aan de bewaarder van het Kadaster en de openbare registers die noodzakelijk is voor de uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid, om zo de verbondenheid van personen op de sanctielijst met registergoederen vast te kunnen stellen. De bewaarder verwerkt de gegevens uitsluitend voor het stellen van de aantekening, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 1ab

Artikel 1ac

Artikel 1ad

Artikel 1ae

Artikel 1b

Artikel 2

Artikel 3