De rekeningstelsels van de spoorwegondernemingen worden genormaliseerd volgens de in deze verordening vastgelegde gemeenschappelijke regels.
Verordening (EEG) n r. 1192/69 van de Raad van 26 juni 1969 betreffende de gemeenschappelijke regels voor de normalisatie van de rekeningstelsels van de spoorwegondernemingen
Verordening (EEG) n r. 1192/69 van de Raad van 26 juni 1969 betreffende de gemeenschappelijke regels voor de normalisatie van de rekeningstelsels van de spoorwegondernemingen
AFDELING I Definities en toepassingsgebied
Artikel 1
De compensatiebetalingen waartoe de in lid 1 genoemde normalisatie van de rekeningstelsels aanleiding kan geven, worden met ingang van 1 januari 1971 verricht volgens de in deze verordening vastgelegde gemeenschappelijke methoden.
Artikel 2
De normalisatie van de rekeningstelsels der spoorwegondernemingen in de zin van deze verordening omvat:
-
de vaststelling zowel van de lasten die op de spoorwegondernemingen drukken, als van de voordelen die zij genieten en die het gevolg zijn van wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen, ten opzichte van de toestand waarin zij zich zouden bevinden indien zij onder dezelfde voorwaarden zouden werken als de ondernemingen van de overige takken van vervoer, en
-
een financiële compensatie van de lasten en voordelen die bij de sub a) genoemde vaststelling aan het licht treden.
Als lasten in de zin van deze verordening worden niet beschouwd de lasten die voortvloeien uit wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen waarin de resultaten van onderhandelingen tussen de sociale partners zijn vervat.
De normalisatie van de rekeningstelsels in de zin van deze verordening heeft geen betrekking op de door de Lid-Staten opgelegde openbare dienstverplichtingen welke zijn bedoeld in Verordening (EEG) nr. 1191/69.
Artikel 3
Deze verordening is op de volgende spoorwegondernemingen van toepassing:
-
Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen (NMBS)/Société Nationale des Chemins de Fer Belges (SNCB),
-
Danske Statsbaner (DSB),
-
Deutsche Bundesbahn (DB),
-
Deutsche Reichsbahn (DR),
-
Οργανισμός Σιδηροδρόμων Ελλάδος (ΟΣΕ),
-
Red Nacional de los Ferrocarriles Españoles (RENFE),
-
Société Nationale des Chemins de Fer Français (SNCF),
-
Córas Iompair Éireann (CIE),
-
Ente Ferrovie dello Stato (FS),
-
Société Nationale des Chemins de Fer Luxembourgeois (CFL),
-
Naamloze Vennootschap Nederlandse Spoorwegen (NS),
-
Österreichische Bundesbahnen (ÖBB),
-
Caminhos de Ferro Portugueses EP (CP),
-
Valtionrautatiet/Statsjärnvägarna (VR),
-
Statens järnvägar (SJ),
-
British Rail (BR),
-
Northern Ireland Railways (NIR),
-
České dráhy (ČD) a.s.; Správa železniční dopravní cesty s.o.,
-
AS Eesti Raudtee,
Edelaraudtee AS; [EE],
-
Valsts akciju sabiedrība „Latvijas Dzelzceļš” (LDZ); [LV],
-
Lietuvos geležinkeliai (LG); [LT],
-
Magyar Államvasutak Rt. (MÁV),
-
Győr-Sopron-Ebenfurti Vasút Rt. (GySEV); [HU],
-
PKP Polskie Linie Kolejowe S.A.;
PKP Cargo S.A.;
PKP InterCity sp. z o.o.;
PKP Przewozy Regionalne sp. z o.o.; [PL],
-
Slovenske železnice (SŽ); [SI],
-
Železnice Slovenskej republiky (ŽSR),
-
Национална компания Железопътна инфраструктура (НК ЖИ),
Български държавни железници ЕАД (БДЖ ЕАД),
-
Compania Națională de Căi Ferate C.F.R. — S.A. (CFR),
Societatea Națională de Transport Feroviar de Marfă C.F.R. Marfă — S.A. (CFR Marfa),
Societatea Națională de Transport Feroviar de Călători C.F.R. Călători — S.A. (CFR Călători),
Societatea de Administrare Active Feroviare S.A.A.F. — S.A. (SAAF),
-
HŽ Infrastruktura d.o.o.,
HŽ Putnički prijevoz d.o.o.,
HŽ Cargo d.o.o.
De Commissie zal uiterlijk op 1 januari 1973 bij de Raad de bepalingen indienen welke zij nodig acht, ten einde de toepassing van deze verordening uit te breiden tot andere ondernemingen die vervoer per spoor verrichten.
Artikel 4
Voor de in deze verordening bedoelde normalisatie van de rekeningstelsels komen de volgende categorieën lasten of voordelen in aanmerking:
-
toelagen waarvan de uitkering voor de spoorwegondernemingen verplicht is gesteld en welke voor het bedrijfsleven in het algemeen, hierbij inbegrepen de overige takken van vervoer, door de Staat worden bekostigd (categorie I);
-
door de spoorwegondernemingen gedragen uitgaven van sociale aard, op het gebied van de gezinstoeslagen, afwijkend van de lasten welke zij voor hun rekening zouden moeten nemen indien zij onder dezelfde voorwaarden zouden bijdragen als de ondernemingen van de overige takken van vervoer (categorie II);
-
pensioenlasten welke door de spoorwegondernemingen worden gedragen onder andere voorwaarden dan die welke voor de ondernemingen van de overige takken van vervoer gelden (categorie III);
-
door de spoorwegondernemingen bekostigde uitgaven voor kruisingsinstallaties (categorie IV).
De volgende categorieën lasten of voordelen welke bij de inwerkingtreding van deze verordening nog bestaan, moeten uiterlijk op 1 januari 1971 zijn afgeschaft:
-
verplichting meer personeel aan te werven dan voor het bedrijf noodzakelijk is (categorie V);
-
door de regering van een Lid-Staat opgelegde verhoging van lonen met terugwerkende kracht, behalve indien de loonsverhoging slechts een aanpassing betekent van de door de spoorwegondernemingen betaalde lonen aan die welke door de overige takken van vervoer betaald worden (categorie VI);
-
door de bevoegde instanties opgelegd uitstel van vernieuwing en onderhoud (categorie VII).
De volgende categorie lasten of voordelen welke bij de inwerkingtreding van deze verordening nog bestaan, moet uiterlijk op 1 januari 1973 zijn afgeschaft:
-
lasten in verband met wederopbouw of vervanging wegens oorlogsschade, welke door de spoorwegonderneming worden gedragen en voor rekening van de Staat hadden moeten komen (categorie VIII).
De financiële lasten welke voortvloeien uit voor deze categorie toegekende leningen, komen in aanmerking voor de normalisatie van de rekeningstelsels in de zin van deze verordening, totdat zij ophouden te bestaan.
De volgende categorieën lasten of voordelen welke bij de inwerkingtreding van deze verordening nog bestaan, kunnen in aanmerking komen voor de normalisatie van de rekeningstelsels in de zin van deze verordening:
-
verplichting om meer personeel in dienst te houden dan voor het bedrijf noodzakelijk is (categorie IX);
-
door de Staat voorgeschreven voorzieningen ten behoeve van het personeel uit hoofde van nationale erkentelijkheid, onder andere voorwaarden dan die welke voor de ondernemingen van de overige takken van vervoer gelden (categorie X);
-
toelagen ten behoeve van het personeel, waarvan de uitkering is opgelegd aan de spoorwegondernemingen en niet aan de ondernemingen van de overige takken van vervoer (categorie XI);
-
door de spoorwegondernemingen gedragen lasten van sociale aard, met name op het gebied van de gezondheidszorg, afwijkend van die welke zij voor hun rekening zouden moeten nemen, indien zij onder dezelfde voorwaarden zouden bijdragen als de ondernemingen van de overige takken van vervoer (categorie XII);
-
lasten voortvloeiende uit de door de Staat opgelegde instandhouding van werkplaatsen of andere inrichtingen, onder voorwaarden welke niet in overeenstemming zijn met een commercieel beheer van de spoorwegonderneming (categorie XIII);
-
voorwaarden die zijn opgelegd voor de openbare aanbesteding van werken en leveranties (categorie XIV).
De volgende categorie lasten of voordelen kan eveneens in aanmerking komen voor de normalisatie van de rekeningstelsels in de zin van deze verordening:
-
financiële lasten welke het gevolg zijn van het ontbreken van normalisatie in het verleden (categorie XV).
Ten aanzien van de categorieën IX tot en met XV zal de Raad uiterlijk bij de aanneming van de maatregelen ter uitvoering van artikel 8 van de beschikking van de Raad van 13 mei 1965 met betrekking tot de harmonisatie van bepaalde voorschriften die van invloed zijn op de mededinging in het vervoer per spoor, over de weg en over de binnenwateren een definitieve oplossing vaststellen. Intussen dienen de Lid-Staten ernaar te streven, de oorzaken van deze lasten of voordelen te doen verdwijnen.