Beschikking van de Commissie van 2 mei 1974 houdende machtiging voor bepaalde Lid-Staten om strengere maatregelen te nemen met betrekking tot de aanwezigheid van Avena fatua in zaaizaad van groenvoedergewassen en in zaaigranen (Slechts de teksten in de Deense en de Engelse taal zijn authentiek) (74/269/EEG)
Beschikking van de Commissie van 2 mei 1974 houdende machtiging voor bepaalde Lid-Staten om strengere maatregelen te nemen met betrekking tot de aanwezigheid van Avena fatua in zaaizaad van groenvoedergewassen en in zaaigranen (Slechts de teksten in de Deense en de Engelse taal zijn authentiek) (74/269/EEG)
BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE
van 2 mei 1974
houdende machtiging voor bepaalde Lid-Staten om strengere maatregelen te nemen met betrekking tot de aanwezigheid van Avena fatua in zaaizaad van groenvoedergewassen en in zaaigranen
(Slechts de teksten in de Deense en de Engelse taal zijn authentiek)
(74/269/EEG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,
Gelet op de richtlijnen van de Raad van 14 juni 1966 betreffende het in de handel brengen van zaaizaad van groenvoedergewassen ( 1 ) en het in de handel brengen van zaaigranen ( 2 ), laatstelijk gewijzigd bij de richtlijn van de Raad van 11 december 1973 ( 3 ), inzonderheid op artikel 14, lid 1, sub a),
Gezien de door het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk ingediende verzoeken,
Overwegende dat in de genoemde richtlijnen de toleranties zijn vastgesteld met betrekking tot de aanwezigheid van Avena fatua in zaaizaad van groenvoedergewassen en in zaaigranen;
Overwegende dat hierin evenwel is bepaald dat de Lid-Staten strengere eisen kunnen stellen voor het in hun land geproduceerde zaaizaad;
Overwegende dat Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk — dit laatste land ten aanzien van Noord-Ierland, van deze mogelijkheid gebruik maken voor zaaigranen, en Ierland ook voor zaaizaad van groenvoedergewassen;
Overwegende dat bovendien in de desbetreffende teelten van de betrokken gebieden een campagne voor de uitroeiing van Avena fatua wordt gevoerd;
Overwegende dat de aanvragende Lid-Staten bijgevolg moeten worden gemachtigd om ook voor het in de handel brengen van zaaizaad uit andere Lid-Staten strengere eisen te stellen;
Overwegende dat de in deze beschikking bedoelde maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Permanent Comité voor teeltmateriaal voor land-, tuin- en bosbouw,
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Artikel 2
1. Het Koninkrijk Denemarken en Ierland worden gemachtigd voor te schrijven dat op hun grondgebied zaaigranen alleen in de handel mogen worden gebracht wanneer er een officieel certificaat is bijgevoegd dat overeenkomstig artikel 11 van de richtlijn betreffende het in de handel brengen van zaaigranen is afgegeven.
2. Het Verenigd Koninkrijk wordt gemachtigd voor te schrijven dat in Noord-Ierland zaaigranen alleen in de handel mogen worden gebracht wanneer er een officieel certificaat is bijgevoegd dat overeenkomstig artikel 11 van de richtlijn betreffende het in de handel brengen van zaaigranen is afgegeven.
Artikel 3
Het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk delen aan de Commissie mede vanaf welke datum en op welke wijze zij gebruik zullen maken van de in de artikelen 1 en 2 verleende machtigingen. De Commissie stelt de andere Lid-Staten daarvan in kennis.
Artikel 4
Deze beschikking is gericht tot het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk.
( 1 ) PB nr. 125 van 11. 7. 1966, blz. 2298/66.
( 2 ) PB nr. 125 van 11. 7. 1966, blz. 2309/66.
( 3 ) PB nr. L 356 van 27. 12. 1973, blz. 79.