Home

Richtlijn van de Raad van 4 maart 1974 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten betreffende bepaalde onderdelen en eigenschappen van landbouw- of bosbouwtrekkers op wielen (74/151/EEG)

Richtlijn van de Raad van 4 maart 1974 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten betreffende bepaalde onderdelen en eigenschappen van landbouw- of bosbouwtrekkers op wielen (74/151/EEG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 100,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europese Parlement(1),

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité(2),

  1. Overwegende dat de technische voorschriften waaraan trekkers krachtens de nationale wetgevingen moeten voldoen, onder andere betrekking hebben op het toegestane totaalgewicht in volbelaste toestand, de plaats en het aanbrengen van de achterste kentekenplaten, de reservoirs voor vloeibare brandstof, de extra gewichten, de geluidssignaalinrichting, het toegestane geluidsniveau en de uitlaatinrichting (geluiddemper);

  2. Overwegende dat deze voorschriften van Lid-Staat tot Lid-Staat verschillen; dat het derhalve noodzakelijk is dat alle Lid-Staten dezelfde voorschriften aannemen, hetzij ter aanvulling, hetzij in plaats van hun huidige regeling, met name ten einde voor ieder type trekker de E.E.G.-goedkeuringsprocedure van de richtlijn van de Raad van 4 maart 1974 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten betreffende goedkeuring van landbouw- en bosbouwtrekkers op wielen, te kunnen invoeren(3),

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

1.

Onder trekker (landbouw- of bosbouwtrekker) wordt verstaan ieder motorvoertuig op wielen of rupsbanden met ten minste twee assen, voornamelijk bestemd voor tractiedoeleinden en in het bijzonder ontworpen voor het trekken, duwen, dragen of in beweging brengen van bepaalde werktuigen, machines of aanhangwagens die voor gebruik in de land- of bosbouw zijn bestemd. De trekker kan zijn ingericht voor het vervoer van een lading en van meerijders.

2.

Deze richtlijn geldt slechts voor de in lid 1 omschreven trekkers, gemonteerd op luchtbanden, met ten minste twee assen en met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid die ligt tussen 6 en 40 km/h.

Artikel 2

De Lid-Staten mogen de E.E.G.-goedkeuring of de nationale goedkeuring van een trekker niet weigeren om redenen die verband houden met:

  • het toegestane totaalgewicht in volbelaste toestand,

  • de plaats en het aanbrengen van de achterste kentekenplaten,

  • de reservoirs voor vloeibare brandstof,

  • de extra gewichten,

  • de geluidssignaalinrichting,

  • het toegestane geluidsniveau en de uitlaatinrichting (geluiddemper),

indien deze beantwoorden aan de in de desbetreffende bijlagen opgenomen voorschriften.

Artikel 3

De Lid-Staten mogen de verkoop, de inschrijving, het in het verkeer brengen of het gebruik van trekkers niet weigeren of verbieden om redenen die verband houden met de in artikel 2 genoemde onderdelen en kenmerken, indien deze beantwoorden aan de in de bijlagen vermelde voorschriften.

Artikel 4

De wijzigingen die noodzakelijk zijn om de voorschriften van de bijlagen, met uitzondering van die der punten I.1 en I.4.1.2. van bijlage VI, aan te passen aan de technische vooruitgang, worden vastgesteld overeenkomstig de procedure van artikel 13 van de richtlijn van de Raad betreffende de goedkeuring van landbouw- of bosbouwtrekkers op wielen.

Artikel 5

Artikel 6

BIJLAGE ITOEGESTANEMASSA IN VOLBELASTE TOESTAND

BIJLAGE II

BIJLAGE IIIRESERVOIRS VOOR VLOEIBARE BRANDSTOF

BIJLAGE IVEXTRA GEWICHTEN

BIJLAGE VGELUIDSSIGNAALINRICHTING

BIJLAGE VI