Verordening (EEG) nr. 1513/76 van de Raad van 24 juni 1976 betreffende de invoer van zemelen, slijpsel en andere resten van het zeven, van het malen of van andere bewerkingen van bepaalde granen, van oorsprong uit Tunesië
Verordening (EEG) nr. 1513/76 van de Raad van 24 juni 1976 betreffende de invoer van zemelen, slijpsel en andere resten van het zeven, van het malen of van andere bewerkingen van bepaalde granen, van oorsprong uit Tunesië
VERORDENING (EEG) Nr. 1513/76 VAN DE RAAD
van 24 juni 1976
betreffende de invoer van zemelen, slijpsel en andere resten van het zeven, van het malen of van andere bewerkingen van bepaalde granen, van oorsprong uit Tunesië
DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op de artikelen 43 en 113,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Gezien het advies van het Europese Parlement ( 1 ),
Overwegende dat de Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek Tunesië, alsmede de Interimovereenkomst ( 2 ) die ten doel heeft sommige bepalingen van de Samenwerkingsovereenkomst vervroegd in werking te stellen, op 25 april 1976 zijn ondertekend;
Overwegende dat in artikel 22 van de Samenwerkingsovereenkomst en in artikel 15 van de Interimovereenkomst is bepaald dat, mits Tunesië een bijzondere heffing toepast bij de uitvoer van zemelen, slijpsel en andere resten van het zeven, van het malen of van andere bewerkingen van andere granen dan van maïs of van rijst, van onderverdeling 23.02 A II van het gemeenschappelijk douanetarief, het variabele element van de invoerheffing wordt verlaagd met een bedrag gelijk aan 60 % van het gemiddelde van de variabele elementen van de heffingen die op het betrokken produkt van toepassing waren gedurende de drie maanden voorafgaande aan de maand waarin dit bedrag wordt vastgesteld, en dat het vaste element niet wordt geïnd;
Overwegende dat die bijzondere uitvoerheffing moet worden doorberekend in de prijs van deze produkten bij invoer in de Gemeenschap;
Overwegende dat, ten einde te waarborgen dat deze Overeenkomsten correct worden toegepast, voorschriften moeten worden vastgesteld krachtens welke de importeur gehouden is om bij de invoer van zemelen, slijpsel en andere resten het bewijs te leveren dat de bijzondere uitvoerheffing door Tunesië is toegepast;
Overwegende dat, met name overeenkomstig de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling inzake artikel 22 van de Samenwerkingsovereenkomst en artikel 15 van de Interimovereenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek Tunesië, betreffende de invoer in de Gemeenschap van zemelen en slijpsel van oorsprong uit Tunesië ( 3 ), uitvoeringsbepalingen betreffende deze Overeenkomsten moeten worden vastgesteld,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Het variabele element van de heffing die van toepassing is bij invoer in de Gemeenschap van zemelen, slijpsel en andere resten van het zeven, van het malen of van andere bewerkingen van andere granen dan van maïs of van rijst, van onderverdeling 23.02 A II van het gemeenschappelijk douanetarief, van oorsprong uit Tunesië, is gelijk aan de heffing berekend overeenkomstig artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 2744/75 van de Raad van 29 oktober 1975 betreffende de regeling voor de invoer en de uitvoer van op basis van granen en rijst verwerkte produkten ( 4 ), verminderd met een bedrag gelijk aan 60 % van het gemiddelde van de variabele elementen van de heffingen die op het betrokken produkt van toepassing waren gedurende de drie maanden voorafgaande aan de maand waarin dit bedrag wordt vastgesteld.
Artikel 2
Artikel 1 is van toepassing op alle invoer waarvoor de importeur het bewijs kan leveren dat de bijzondere uitvoerheffing door Tunesië is toegepast overeenkomstig artikel 22 van de Samenwerkingsovereenkomst of artikel 15 van de Interimovereenkomst.
Artikel 3
De uitvoeringsbepalingen betreffende deze verordening, met name inzake de vaststelling van het bedrag waarmee de heffing moet worden verminderd, worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 26 van Verordening (EEG) nr. 2727/75. ◄
Artikel 4
Het vaste element van de heffing die van toepassing is bij invoer in de Gemeenschap van zemelen, slijpsel en andere resten van het zeven, van het malen of van andere bewerkingen van andere granen dan van maïs of van rijst, van onderverdeling 23.02 A II van het gemeenschappelijk douanetarief, van oorsprong uit Tunesië, wordt niet geïnd.
Artikel 5
Deze verordening treedt in werking op de dag van inwerkingtreding van de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling inzake artikel 22 van de Samenwerkingsovereenkomst en artikel 15 van de Interimovereenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek Tunesië, betreffende de invoer in de Gemeenschap van zemelen en slijpsel van oorsprong uit Tunesië.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.
( 1 ) Advies uitgebracht op 18 juni 1976 (nog niet verschenen in het Publikatieblad).
( 2 ) PB nr. L 141 van 20. 5. 1976, blz. 195.
( 3 ) Zie blz. 20 van dit Publikatieblad.
( 4 ) PB nr. L 281 van 1. 11. 1975, blz. 65.