Besluit van de Raad van 29 maart 1977 houdende toepassing van Besluit 77/270/Euratom waarbij de Commissie wordt gemachtigd tot het aangaan van Euratom-leningen ten einde een bijdrage te leveren tot de financiering van kerncentrales (77/271/Euratom)
Besluit van de Raad van 29 maart 1977 houdende toepassing van Besluit 77/270/Euratom waarbij de Commissie wordt gemachtigd tot het aangaan van Euratom-leningen ten einde een bijdrage te leveren tot de financiering van kerncentrales (77/271/Euratom)
[Tekst geldig vanaf 23-04-1990]
BESLUIT VAN DE RAAD
van 29 maart 1977
houdende toepassing van Besluit 77/270/Euratom waarbij de Commissie wordt gemachtigd tot het aangaan van Euratom-leningen ten einde een bijdrage te leveren tot de financiering van kerncentrales
(77/271/Euratom)
DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,
Gelet op Besluit 77/270/Euratom van de Raad van 29 maart 1977 waarbij de Commissie wordt gemachtigd tot het aangaan van Euratom-leningen ten einde een bijdrage te leveren tot de financiering van kerncentrales ( 1 ), inzonderheid op artikel 1,
Overwegende dat het maximumbedrag van de leningen die de Commissie namens de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie mag aangaan op 500 miljoen Europese rekeneenheden dient te worden gesteld;
Overwegende dat de Commissie te zijner tijd de Raad dient mede te delen dat het bedrag van de verrichte transacties 300 miljoen Europese rekeneenheden heeft bereikt, ten einde het de Raad mogelijk te maken zich, in het licht van de opgedane ervaring, uit te spreken omtrent de vaststelling van een nieuw bedrag,
BESLUIT:
Enig artikel
De in artikel 1 van Besluit 77/270/Euratom bedoelde leningen kunnen worden aangegaan tot een bedrag waarvan de hoofdsom 4 000 miljoen ecu of de tegenwaarde daarvan niet te boven mag gaan.
Wanneer het bedrag der verrichte transacties 3 800 miljoen ecu bereikt, doet de Commissie hiervan mededeling aan de Raad, die zich, op voorstel van de Commissie, zo spoedig mogelijk met eenparigheid van stemmen uitspreekt over de vaststelling van een nieuw bedrag.
( 1 ) PB nr. L 88 van 6. 4. 1977, blz. 9.