Home

Richtlijn van de Raad van 14 juni 1988 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften van toepassing op het intracommunautaire handelsverkeer in diepgevroren sperma van runderen en de invoer daarvan (88/407/EEG)

Richtlijn van de Raad van 14 juni 1988 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften van toepassing op het intracommunautaire handelsverkeer in diepgevroren sperma van runderen en de invoer daarvan (88/407/EEG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 43,

Gezien het voorstel van de Commissie(1),

Gezien het advies van het Europese Parlement(2),

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité(3),

  1. Overwegende dat de bepalingen inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in runderen en varkens zijn opgenomen in Richtlijn 64/432/EEG(4), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3768/85(5); dat Richtlijn 72/462/EEG(6), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3768/85, voorts bepalingen bevat inzake veterinairrechtelijke vraagstukken bij de invoer van runderen en varkens uit derde landen;

  2. Overwegende dat deze bepalingen het, voor wat het intracommunautaire handelsverkeer en de invoer in de Gemeenschap van runderen en varkens uit derde landen betreft, mogelijk hebben gemaakt te verzekeren dat het land van herkomst het in acht nemen van veterinairrechtelijke criteria waarborgt, waardoor het risico van verspreiding van dierziekten bijna volledig kan worden uitgeschakeld; dat er echter een bepaald risico voor verspreiding van deze ziekten bestaat in het geval van het handelsverkeer in sperma;

  3. Overwegende dat het in het kader van het beleid van de Gemeenschap tot harmonisatie van de nationale veterinairrechtelijke bepalingen inzake het intracommunautaire handelsverkeer in dieren en de produkten daarvan van nu af aan noodzakelijk is een geharmoniseerde regeling in het leven te roepen voor het intracommunautaire handelsverkeer en de invoer in de Gemeenschap van sperma van runderen;

  4. Overwegende dat voor het intracommunautaire handelsverkeer in sperma de Lid-Staat waar het sperma wordt gewonnen, gehouden moet zijn te waarborgen dat het sperma wordt gewonnen en behandeld in erkende en onder toezicht staande centra, dat het afkomstig is van dieren met een gezondheidsstatus die risico's van verspreiding van dierziekten vermijdt, dat het sperma is gewonnen, behandeld, opgeslagen en vervoerd overeenkomstig normen die het mogelijk maken de gezondheidsstatus te behouden en dat het vergezeld gaat van een gezondheidscertificaat tijdens het vervoer naar het land van bestemming om de eerbiediging van deze waarborgen te verzekeren;

  5. Overwegende dat het uiteenlopende beleid dat in de Gemeenschap wordt gevoerd op het gebied van de vaccinatie tegen bepaalde ziekten het handhaven rechtvaardigt van in de tijd beperkte afwijkingen die de Lid-Staten toestaan ten aanzien van bepaalde ziekten een extra bescherming tegen deze ziekten te verlangen;

  6. Overwegende dat met het oog op de invoer in de Gemeenschap van sperma uit derde landen een lijst van derde landen op de grondslag van gezondheidsnormen dient te worden opgesteld; dat onverminderd het bestaan van deze lijst de Lid-Staten de invoer van sperma slechts zouden dienen toe te staan indien het sperma afkomstig is van spermacentra die aan bepaalde normen voldoen en die onder officieel toezicht staan; dat bovendien, al naar gelang van de omstandigheden, specifieke veterinairrechtelijke normen voor landen die op de lijst voorkomen dienen te worden vastgesteld; dat voorts om het in acht nemen van die normen na te gaan controles ter plaatse kunnen worden gehouden;

  7. Overwegende dat in een procedure dient te worden voorzien om de geschillen te regelen die tussen Lid-Staten kunnen ontstaan over de gegrondheid van de erkenning van een spermacentrum;

  8. Overwegende dat de Lid-Staten een partij sperma kunnen weigeren wanneer is vastgesteld dat die niet voldoet aan het bepaalde in deze richtlijn; dat dit sperma, indien veterinairrechtelijke redenen zich daartegen niet verzetten en indien de afzender of zijn lasthebber daarom verzoekt, moet kunnen worden teruggezonden; dat deze laatsten voorts de gelegenheid dient te worden geboden kennis te nemen van de redenen die ten grondslag liggen aan een verbod of een beperking en het advies van een deskundige in te winnen;

  9. Overwegende dat om het overbrengen van bepaalde besmettelijke ziekten te voorkomen een invoercontrole dient plaats te vinden zodra een partij sperma het grondgebied van de Gemeenschap binnenkomt, behalve indien het gaat om extern douanevervoer;

  10. Overwegende dat na deze controle, in het geval van intern douanevervoer, de door de Lid-Staten te nemen maatregelen moeten worden omschreven;

  11. Overwegende dat een Lid-Staat dient te worden toegestaan spoedmaatregelen te treffen indien zich in een andere Lid-Staat of een derde land besmettelijke ziekten voordoen; dat de gevaren van dergelijke ziekten en de beschermende maatregelen waartoe deze ziekten nopen in de gehele Gemeenschap op dezelfde wijze dienen te worden beoordeeld; dat er te dien einde een communautaire spoedprocedure in het leven dient te worden geroepen, in het kader van het Permanent Veterinair Comité, volgens welke de nodige maatregelen moeten worden getroffen;

  12. Overwegende dat het treffen van bepaalde maatregelen ter uitvoering van deze richtlijn aan de Commissie dient te worden overgelaten; dat daartoe dient te worden voorzien in een procedure waarbij een nauwe en doeltreffende samenwerking tussen de Commissie en de Lid-Staten tot stand wordt gebracht in het kader van het Permanent Veterinair Comité;

  13. Overwegende dat deze richtlijn niet van invloed is op het handelsverkeer in sperma dat is geproduceerd vóór de datum waarop de Lid-Staten aan de richtlijn moeten voldoen,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze richtlijn worden de veterinairrechtelijke voorwaarden vastgesteld waaraan bij het intracommunautaire handelsverkeer in diepgevroren sperma van runderen en de invoer daarvan uit derde landen, moet worden voldaan.

Deze richtlijn heeft geen gevolgen voor de communautaire en/of nationale bepalingen op het gebied van de veehouderij waarin de organisatie van de kunstmatige inseminatie in het algemeen en de distributie van sperma in het bijzonder worden geregeld.

Artikel 2

Voor de toepassing van deze richtlijn zijn, zo nodig, de definities van toepassing die voorkomen in de artikelen 2 van de Richtlijnen 64/432/EEG en 72/462/EEG.

Voorts wordt verstaan onder:

  1. „sperma”: het bewerkte of verdunde ejaculaat van een als landbouwhuisdier gehouden rund;

    • „spermacentrum”: een officieel erkende en officieel gecontroleerde inrichting op het grondgebied van een lidstaat of een derde land, waar sperma wordt gewonnen dat bestemd is voor kunstmatige inseminatie;

    • „spermaopslagcentrum”: een officieel erkende en officieel gecontroleerde inrichting op het grondgebied van een lidstaat of een derde land, waar sperma wordt opgeslagen dat bestemd is voor kunstmatige inseminatie;

  2. „officiële dierenarts”: de door de bevoegde centrale instantie van een Lid-Staat of van een derde land aangewezen dierenarts;

  3. „dierenarts van het centrum”: de dierenarts verantwoordelijk voor het dagelijks in acht nemen in het centrum van de voorschriften die deze richtlijn behelst;

  4. „partij”: een hoeveelheid sperma waarvoor één enkel certificaat is afgegeven;

  5. „land van herkomst”: de Lid-Staat of het derde land waar het sperma is verkregen en van waaruit het naar een Lid-Staat wordt verzonden;

  6. „erkend laboratorium”: een op het grondgebied van een Lid-Staat of van een derde land gelegen laboratorium dat door de bevoegde veterinaire instantie is aangewezen om de bij deze richtlijn vereiste tests uit te voeren;

  7. „winning”: een hoeveelheid sperma die op een bepaald moment van een donor is verkregen.

HOOFDSTUK II Intracommunautair handelsverkeer

Artikel 3

Artikel 4

Artikel 5

Artikel 6

HOOFDSTUK III Invoer uit derde landen

Artikel 8

Artikel 9

Artikel 10

Artikel 11

Artikel 12

HOOFDSTUK IV Maatregelen inzake bescherming en controle

Artikel 15

Artikel 16

HOOFDSTUK V Slotbepalingen

Artikel 17

Artikel 18

Artikel 20

Artikel 21

Artikel 22

BIJLAGE A

BIJLAGE B

BIJLAGE CEISEN WAARAAN SPERMA MOET VOLDOEN DAT BESTEMD IS OM IN HET INTRACOMMUNAUTAIRE HANDELSVERKEER TE WORDEN GEBRACHT OF IN DE GEMEENSCHAP TE WORDEN INGEVOERD

BIJLAGE D

BIJLAGE D1

BIJLAGE D2

BIJLAGE D3