Home

Richtlijn 95/64/EG van de Raad van 8 december 1995 betreffende de statistiek van het zeevervoer van goederen en personen

Richtlijn 95/64/EG van de Raad van 8 december 1995 betreffende de statistiek van het zeevervoer van goederen en personen

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 213,

Gezien het voorstel van de Commissie(1),

Gezien het advies van het Europees Parlement(2),

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité(3),

  1. Overwegende dat de Commissie voor de tenuitvoerlegging van de taken die haar in het kader van het communautair zeevervoerbeleid zijn toevertrouwd, moet beschikken over vergelijkbare, betrouwbare, synchrone en periodieke statistieken over de omvang en de ontwikkeling van het zeevervoer van goederen en personen naar en uit de Gemeenschap, tussen Lid-Staten en binnen de Lid-Staten;

  2. Overwegende tevens het belang van een goede kennis van de zeevervoermarkt voor de Lid-Staten en de economische subjecten;

  3. Overwegende dat er tot dusver geen enkele statistiek bestaat die het zeevervoer van goederen en personen op communautair niveau volledig dekt;

  4. Overwegende dat in Beschikking 93/464/EEG van de Raad van 22 juli 1993 betreffende het kaderprogramma van prioritaire maatregelen op het gebied van de statistische informatie 1993-1997(4) op het opstellen van een dergelijke volledige statistiek wordt aangedrongen;

  5. Overwegende dat door het verzamelen van communautaire statistische gegevens op een vergelijkbare of geharmoniseerde basis een geïntegreerd stelsel kan worden opgezet aan de hand waarvan betrouwbare, verenigbare en bijgewerkte gegevens kunnen worden verkregen;

  6. Overwegende dat de gegevens over het zeevervoer van goederen en personen tussen de Lid-Staten onderling, en na een overgangsperiode ook tussen de verschillende wijzen van vervoer, vergelijkbaar moeten worden gemaakt;

  7. Overwegende dat de Commissie te gelegener tijd een verslag moet indienen waarin over de werking van deze richtlijn rekenschap wordt afgelegd;

  8. Overwegende dat in een overgangsperiode moet worden voorzien om de Lid-Staten in staat te stellen hun statistiek aan te passen aan de voorschriften van deze richtlijn en een programma op te zetten van proefonderzoekingen betreffende specifieke problemen bij het inzamelen van bepaalde gegevens;

  9. Overwegende dat de Gemeenschap tijdens de aanvangsperiode aan de Lid-Staten een financiële bijdrage voor de uitvoering van de vereiste werkzaamheden moet leveren;

  10. Overwegende dat voor de tenuitvoerlegging van deze richtlijn, waaronder de maatregelen voor de aanpassing van deze richtlijn aan de economische en technische ontwikkelingen, een beroep dient te worden gedaan op het Comité statistisch programma dat is opgericht bij Besluit 89/382/EEG, Euratom(5);

  11. Overwegende dat, overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel, de totstandbrenging van gezamenlijke statistische normen aan de hand waarvan geharmoniseerde gegevens kunnen worden opgesteld, een maatregel is die alleen op communautair niveau doeltreffend kan worden uitgevoerd, en dat de verzameling van statistische gegevens in elke Lid-Staat zal gebeuren onder toezicht van de organisaties en instellingen die voor het opstellen van de officiële statistieken bevoegd zijn,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

De Lid-Staten stellen een communautaire statistiek op van het vervoer van goederen en personen door schepen die havens aandoen welke zich op hun grondgebied bevinden.

Artikel 2 Definities

In deze richtlijn worden de onderstaande termen als volgt gedefinieerd:

  1. „zeevervoer van goederen en personen”: het transport van goederen en personen met schepen op trajecten die geheel of gedeeltelijk op zee plaatsvinden.

    Het toepassingsgebied van deze richtlijn omvat eveneens goederen die:

    1. naar offshore-installaties worden vervoerd;

    2. uit de zeebodem worden gewonnen en in havens worden gelost.

    De ter beschikking van schepen gestelde ruimten en bevoorradingsmagazijnen zijn uitgesloten van het toepassingsgebied;

  2. „zeeschepen”: andere schepen dan die welke uitsluitend varen op de binnenwateren of op wateren binnen of nauw grenzend aan beschutte wateren of zones waar de havenvoorschriften van toepassing zijn.

    Vissersvaartuigen en fabrieksschepen voor visverwerking, schepen voor boring en winning, sleepboten, duwboten, baggermolens, schepen voor onderzoek en opsporing, oorlogsschepen en vaartuigen die uitsluitend voor niet-commerciële doeleinden worden gebruikt, vallen niet onder het toepassingsgebied van deze richtlijn;

  3. „haven”: plaats waar zich installaties bevinden waardoor koopvaardijschepen kunnen aanmeren, goederen kunnen lossen of laden, passagiers aan boord kunnen nemen of aan land brengen;

  4. „nationaliteit van de zeevervoerondernemer”: de nationaliteit van het land waar het reële centrum van de handelsactiviteit van de vervoerondernemer is gevestigd;

  5. „zeevervoerondernemer”: elke persoon door wie of namens wie een overeenkomst voor het vervoer van goederen of personen over zee met een verlader of een passagier wordt gesloten.

Artikel 3 Kenmerken van de te verzamelen gegevens

1.

De Lid-Staten verzamelen de gegevens die betrekking hebben op de volgende gebieden:

  1. informatie over goederen en personen;

  2. informatie over het schip.

Schepen met een brutotonnage van minder dan 100 kunnen worden uitgezonderd van het verzamelen van gegevens.

2.

De kenmerken van de te verzamelen gegevens, dat wil zeggen de statistische variabelen van elk gebied, de nomenclaturen voor de classificatie ervan, alsmede de waarnemingsfrequentie, staan in de bijlagen bij deze richtlijn vermeld.

3.

Bij het verzamelen van de gegevens wordt zoveel mogelijk uitgegaan van beschikbare bronnen, zodat het werk voor de respondenten wordt beperkt.

Artikel 4 Havens

1.

Voor de toepassing van deze richtlijn wordt volgens de procedure van artikel 13 een lijst van havens opgesteld die per land en per kustgebied zijn gecodeerd en geregistreerd.

2.

Elke Lid-Staat kiest op deze lijst de havens die jaarlijks meer dan één miljoen ton goederen verwerken of meer dan 200 000 passagiers registreren.

Gedurende ten hoogste drie jaar vanaf de inwerkingtreding van deze richtlijn mag elke Lid-Staat de keuze beperken tot havens die jaarlijks meer dan twee miljoen ton goederen verwerken of meer dan 400 000 passagiers registreren.

Voor elke gekozen haven worden gedetailleerde gegevens verstrekt overeenkomstig bijlage VIII voor de categorieën (goederen, passagiers) waarvoor aan het selectiecriterium wordt voldaan en, in voorkomend geval, beknopte gegevens voor de andere categorie.

3.

Voor de havens die op de lijst staan en die niet zijn gekozen, worden beknopte gegevens verstrekt overeenkomstig bijlage VIII, „Gegevensverzameling A3”.

Artikel 5 Nauwkeurigheid van de statistiek

Artikel 6 Verwerking van de resultaten van het verzamelen van de gegevens

Artikel 7 Verstrekking van de resultaten van het verzamelen van de gegevens

Artikel 8 Verslagen

Artikel 9 Verspreiding van de statistische gegevens

Artikel 10 Overgangsperiode

Artikel 11 Financiële bijdrage

Artikel 12 Bepalingen voor de tenuitvoerlegging

Artikel 13

Artikel 14 Tenuitvoerlegging

Artikel 15

Artikel 16

BIJLAGE IVARIABELEN EN DEFINITIES

BIJLAGE IICLASSIFICATIE VAN HET VRACHTTYPE

BIJLAGE III

BIJLAGE IVKUSTGEBIEDEN

BIJLAGE VNATIONALITEIT VAN DE SCHEEPSREGISTRATIE

BIJLAGE VINOMENCLATUUR VAN SCHEEPSTYPES (ICST-COM)

BIJLAGE VIISCHEEPSGROOTTEKLASSENin ton draagvermogen (deadweight) (in DWT) of in het brutotonnage (BT)

BIJLAGE VIIISTRUCTUUR VAN DE STATISTISCHE GEGEVENSVERZAMELINGEN