In deze verordening worden de uitvoeringsbepalingen vastgesteld van het stelsel van invoer- en uitvoercertificaten in de sector rundvlees.
Verordening (EG) nr. 1445/95 van de Commissie van 26 juni 1995 houdende uitvoeringsbepalingen voor de invoer- en uitvoercertificatenregeling in de sector rundvlees en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2377/80
Verordening (EG) nr. 1445/95 van de Commissie van 26 juni 1995 houdende uitvoeringsbepalingen voor de invoer- en uitvoercertificatenregeling in de sector rundvlees en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2377/80
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 805/68 van de Raad van 27 juni 1968 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector rundvlees(1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 424/95(2), en met name op de artikelen 9, 13 en 25,
Overwegende dat krachtens artikel 4, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EEG) nr. 805/68 een invoercertificaat moet worden overgelegd voor alle invoer in de Gemeenschap van de in artikel 1, lid 1, onder a), van de genoemde verordening bedoelde produkten; dat de ervaring leert dat nauwlettend toezicht moet worden gehouden op de te verwachten ontwikkeling van het handelsverkeer van alle produkten van de sector rundvlees die van bijzondere betekenis zijn voor het evenwicht op deze uitermate gevoelige markt; dat bijgevolg ook voor produkten van de GN-codes 1602 50 31 tot 1602 50 80 en 1602 90 69 invoercertificaten moeten worden ingesteld, met het oog op een beter marktbeheer;
Overwegende dat de invoer in de Gemeenschap van jonge runderen, en vooral van kalveren, moet worden gecontroleerd en dat moet worden bepaald dat invoercertificaten alleen worden afgegeven wanneer het land van herkomst van de betrokken dieren is vermeld;
Overwegende dat op grond van artikel 13 van Verordening (EEG) nr. 805/68, met ingang van 1 juli 1995 voor alle uitvoer van produkten waarvoor een uitvoerrestitutie wordt gevraagd, een uitvoercertificaat met vaststelling vooraf van de restitutie moet worden overgelegd; dat derhalve de specifieke uitvoeringsbepalingen van die regeling voor de sector rundvlees moeten worden vastgesteld en met name de voorschriften inzake de indiening van de aanvragen en de in de aanvragen en certificaten te vermelden gegevens, waarbij voorts Verordening (EEG) nr. 3719/88 van de Commissie van 16 november 1988 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer-, uitvoer- en voorfixatiecertificaten voor landbouwsprodukten (SIC! landbouwprodukten)(3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1199/95(4), moet worden aangevuld;
Overwegende dat in artikel 13, lid 11, van Verordening (EEG) nr. 805/68 is bepaald dat het nakomen van de verplichtingen die ten aanzien van het uitvoervolume voortvloeien uit de in het kader van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguay-Ronde gesloten overeenkomsten, wordt gewaarborgd door middel van de uitvoercertificaten; dat derhalve een nauwkeurig schema voor de indiening van de certificaataanvragen en de afgifte van de certificaten moet worden vastgesteld;
Overwegende dat het bovendien dienstig is te bepalen dat de beslissingen over de certificaataanvragen pas na een bepaalde bedenktijd worden meegedeeld; dat de Commissie daardoor de gelegenheid moet krijgen om de aangevraagde hoeveelheden en de betrokken uitgaven te evalueren en, in het voorkomend geval, bijzondere maatregelen te nemen ten aanzien van aanvragen die in behandeling zijn; dat in het belang van de marktdeelnemers moet worden bepaald dat de certificaataanvraag kan worden ingetrokken nadat het aanvaardingspercentage is vastgesteld;
Overwegende dat het opportuun is toe te staan dat de uitvoercertificaten voor aanvragen voor niet meer dan 22 ton op verzoek van de marktdeelnemer onmiddellijk worden afgegeven; dat de geldigheidsduur van deze certificaten moet worden beperkt om te voorkomen dat door deze mogelijkheid de hierboven bedoelde regeling wordt omzeild;
Overwegende dat, met het oog op een zeer precies beheer van de uit te voeren hoeveelheden, moet worden afgeweken van de in Verordening (EEG) nr. 3719/88 vastgestelde tolerantie;
Overwegende dat het noodzakelijk is in deze verordening de bepalingen inzake de in Verordening (EEG) nr. 2973/79 van de Commissie(5), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3434/87(6), bedoelde speciale uitvoerregeling op te nemen;
Overwegende dat de Commissie voor het beheer van deze regeling moet beschikken over nauwkeurige gegevens inzake de ingediende certificaataanvragen en het gebruik van de afgegeven certificaten; dat, met het oog op een doeltreffende administratie, voor de mededeling van gegevens door de Lid-Staten en de Commissie een uniform model moet worden gebruikt;
Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor rundvlees,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
TITEL I Portee van de verordening
Artikel 1
TITEL II Invoercertificaten
Artikel 2
Voor alle invoer in de Gemeenschap van de in artikel 1, lid 1, onder a), van Verordening (EEG) nr. 805/68 bedoelde produkten en van produkten die onder de GN-codes 1602 50 31 tot 1602 50 80 en 1602 90 69 vallen, moet een invoercertificaat worden overgelegd.
Voor invoer van producten van de GN-codes 0102 90 05 tot 0102 90 49, met uitzondering van de invoercontingenten voor levende runderen waarvoor de respectieve verordeningen tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen gelden, moet in de invoercertificaataanvraag en het certificaat zelf
-
in vak 7 het land van herkomst worden vermeld,
-
in vak 8 het land van oorsprong worden vermeld, dat hetzelfde moet zijn als het land van uitvoer in de zin van bijlage III (gezondheidscertificaat) bij Beschikking 98/372/EG en in de zin van de bijlage (gezondheidscertificaat) bij analoge beschikkingen voor levende runderen uit bepaalde derde landen die gebaseerd zijn op Richtlijn 72/462/EEG. Het certificaat brengt de verplichting mee uit het opgegeven land in te voeren.
-
in vak 20 het volgende worden vermeld: „Het in vak 8 vermelde land van oorsprong is hetzelfde als het land van uitvoer dat vermeld is in het originele exemplaar of het afschrift van het gezondheidscertificaat.”.
De bovenbedoelde dieren mogen slechts in het vrije verkeer worden gebracht op voorwaarde dat het originele exemplaar of een afschrift van het door de communautaire inspectiepost aan de grens conform verklaarde gezondheidscertificaat wordt overgelegd en dat het land van afgifte hetzelfde is als het in vak 8 van het invoercertificaat vermelde land.