Home

Verordening (EG) nr. 2505/96 van de Raad van 20 december 1996 betreffende de opening en de wijze van beheer van autonome communautaire tariefcontingenten voor bepaalde landbouw- en industrieproducten

Verordening (EG) nr. 2505/96 van de Raad van 20 december 1996 betreffende de opening en de wijze van beheer van autonome communautaire tariefcontingenten voor bepaalde landbouw- en industrieproducten

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 28,

Gezien het voorstel van de Commissie,

  1. Overwegende dat de produktie in de Gemeenschap van bepaalde landbouw- en industrieprodukten ontoereikend is om in de behoeften van de verwerkende industrie van de Gemeenschap te voorzien; dat de Gemeenschap, voor de levering van deze produkten, voor een niet te verwaarlozen deel van de invoer uit derde landen afhankelijk is; dat in de levering van deze produkten aan de Gemeenschap moet worden voorzien en dat deze levering op de meest gunstige voorwaarden dient plaats te vinden; dat daarom tariefcontingenten dienen te worden geopend op grond waarvan voldoende hoeveelheden van deze produkten tegen lagere rechten of met vrijstelling van rechten kunnen worden ingevoerd; dat bij de vaststelling van deze contingenten rekening dient te worden gehouden met het feit dat het evenwicht van de markten voor deze produkten niet verstoord mag worden en dat ze het opstarten en de ontwikkeling van deze produkten in de Gemeenschap niet in de weg mogen staan;

  2. Overwegende dat het dienstig is ervoor te zorgen dat alle importeurs in de Gemeenschap te allen tijde en in gelijke mate toegang hebben tot de genoemde contingenten en dat de voor deze contingenten vastgestelde rechten zonder onderbreking worden toegepast op alle invoer van de betrokken produkten in alle Lid-Staten tot de contingenten geheel zijn uitgeput;

  3. Overwegende dat de Gemeenschap autonoom over de opening van tariefcontingenten dient te beslissen; dat er evenwel geen beletsel is, teneinde een doeltreffend gemeenschappelijk beheer van deze contingenten te waarborgen, de Lid-Staten toe te staan uit deze contingenten de met hun werkelijke invoer overeenstemmende hoeveelheden op te nemen; dat deze wijze van beheer een nauwe samenwerking vereist tussen de Lid-Staten en de Commissie die te allen tijde het saldo van de contingenten dient te kennen en de Lid-Staten daarvan in kennis moet kunnen stellen;

  4. Overwegende dat de produktie in de Gemeenschap van bepaalde industrieprodukten in 1996 onvoldoende zal blijven om in de behoeften van de verwerkende industrieën van de Gemeenschap te kunnen voorzien; dat daaruit volgt dat de voorziening van de Gemeenschap van de betrokken produkten voor een niet gering gedeelte afhankelijk zal zijn van de invoer uit derde landen; dat onverwijld dient te worden voorzien in de meest dringende behoeften van de Gemeenschap aan de betrokken produkten en dit tegen de meest gunstige voorwaarden;

  5. Overwegende dat de Raad bij Verordening (EG) nr. 3059/95(1) voor het jaar 1996 communautaire tariefcontingenten heeft geopend voor bepaalde landbouw- en industrieprodukten; dat het dienstig is de volumes van de contingenten voor ferrochroom (volgnummer 09.2711), voor isopropylideenbis (volgnummer 09.2859) en voor oscillators (volgnummer 09.2939) te verhogen;

  6. Overwegende dat de bestaande verordeningen waarbij autonome communautaire contingenten voor bepaalde landbouw- en industrieprodukten worden geopend voor een groot deel een voortzetting zijn van voorgaande maatregelen; dat het daarom, om de tenuitvoerlegging van de betrokken maatregelen te rationaliseren, wenselijk is de geldigheidsduur van bedoelde verordeningen niet te beperken; dat het toepassingsgebied van deze verordeningen, en met name de toevoeging of schrapping van bepaalde produkten, zo nodig, bij een verordening van de Raad kan worden gewijzigd, terwijl onbenutte hoeveelheden niet naar een volgende contingentperiode mogen worden overgedragen;

  7. Overwegende dat wijzigingen in de gecombineerde nomenclatuur en de Taric-codes geen inhoudelijke wijzigingen met zich brengen; dat daarom, eenvoudigheidshalve, bepaald dient te worden dat de Commissie, na raadpleging van het comité douanewetboek, in de bijlage wijzigingen en technische aanpassingen kan aanbrengen, en dat zij eventueel een geconsolideerde versie kan publiceren;

  8. Overwegende dat deze procedure eveneens toegepast dient te worden indien tijdens het lopende kalenderjaar blijkt dat een contingent verhoogd dient te worden of dat de contingentperiode dient te worden verlengd en dat dergelijke tijdelijke maatregelen geldig dienen te blijven tot het einde van het betrokken kalenderjaar,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.

De invoerrechten op de goederen van bijlagen I en III worden geschorst op het niveau van het aangegeven recht voor de perioden en de hoeveelheden die daarin zijn vastgesteld.

2.

In de bijlage bij Verordening (EG) nr. 3059/95 wordt de tabel met volgnummer 09.2711, volgnummer 09.2859 en volgnummer 09.2939 vervangen door de tabel in bijlage II bij deze verordening.

Artikel 2

De in artikel 1 bedoelde tariefcontingenten worden beheerd door de Commissie die alle voor een doeltreffend beheer ervan noodzakelijke administratieve maatregelen kan nemen.

Artikel 3

Indien een importeur in een Lid-Staat een aangifte voor het vrije verkeer indient die een verzoek om preferentiële behandeling bevat voor een produkt waarop deze verordening van toepassing is en deze aangifte door de douaneautoriteiten wordt aanvaard, dan neemt de betrokken Lid-Staat, door middel van een kennisgeving aan de Commissie, uit het desbetreffende contingent een met zijn behoeften overeenstemmende hoeveelheid op.

De verzoeken om opneming uit het contingent, waarin de datum van aanvaarding van de betrokken aangiften is vermeld, worden onverwijld aan de Commissie toegezonden.

De opnemingen worden door de Commissie toegestaan in chronologische volgorde van de data waarop de aangiften voor het vrije verkeer door de douaneautoriteiten van de betrokken Lid-Staten werden aanvaard, voor zover het beschikbare saldo dit toelaat.

Indien een Lid-Staat een opgenomen hoeveelheid niet gebruikt, stort hij deze ten spoedigste in het betrokken contingent terug.

Indien de gevraagde hoeveelheden groter zijn dan het beschikbare saldo van het contingent, geschiedt de toedeling naar rata van de verzoeken. De Lid-Staten worden door de Commissie in kennis gesteld van de verrichte opnemingen.

Artikel 4

Elke Lid-Staat waarborgt de importeurs van de betrokken produkten gelijke en ononderbroken toegang tot de contingenten zolang het saldo van de contingenten zulks toelaat.

Artikel 5

Artikel 6

Artikel 7

Artikel 8

BIJLAGE I

BIJLAGE II

BIJLAGE III