Home

Beschikking n r. 1336/97/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 1997 betreffende een geheel van richtsnoeren voor trans-Europese telecommunicatienetwerken

Beschikking n r. 1336/97/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 1997 betreffende een geheel van richtsnoeren voor trans-Europese telecommunicatienetwerken

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 129 D, eerste alinea,

gezien het voorstel van de Commissie(1),

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité(2),

Gezien het advies van het Comité van de Regio's(3),

Volgens de procedure van artikel 189 B van het Verdrag(4), en gezien de op 16 april 1997 door het Bemiddelingscomité goedgekeurde gemeenschappelijke ontwerp-tekst,

  1. Overwegende dat de totstandbrenging en ontwikkeling van trans-Europese telecommunicatienetwerken beoogt het verkeer en de uitwisseling van informatie in heel de Gemeenschap mogelijk te maken; dat dit een noodzakelijke voorwaarde is om de burgers en de industrie — met name het MKB — in de Gemeenschap volledig te laten profiteren van de mogelijkheden van telecommunicatie in het vooruitzicht van de totstandkoming van de informatiemaatschappij, waar de ontwikkeling van toepassingen, diensten en telecommunicatienetwerken van fundamenteel belang is om te garanderen dat elke burger, elk bedrijf of elke overheid, ook in de minst ontwikkelde en verafgelegen gebieden, naar behoefte kan beschikken over elke soort en elke hoeveelheid informatie;

  2. Overwegende dat de Commissie in haar Witboek „Groei, concurrentievermogen en werkgelegenheid” met nadruk heeft gewezen op het belang van de totstandbrenging van de informatiemaatschappij, die, door de invoering van nieuwe vormen van economische, politieke en sociale verhoudingen, de Gemeenschap zal helpen de uitdagingen van de komende eeuw aan te gaan, de schepping van werkgelegenheid daarbij inbegrepen; dat dit door de Europese Raad van Brussel in december 1993 is erkend;

  3. Overwegende dat de interne markt een gebied zonder grenzen vormt, waarbinnen het vrije verkeer van goederen, personen, kapitaal en diensten moet worden gewaarborgd, en waar als gevolg van reeds goedgekeurde en nog goed te keuren maatregelen van de Gemeenschap een significante uitwisseling van informatie tussen burgers, economische actoren en overheden noodzakelijk is; dat efficiënte middelen voor het uitwisselen van informatie van levensbelang zijn voor de verbetering van het concurrentievermogen van het bedrijfsleven; dat deze uitwisseling van informatie kan worden verzorgd door trans-Europese telecommunicatienetwerken; dat de beschikbaarheid van trans-Europese netwerken de sociale en economische samenhang in heel de Gemeenschap zal versterken;

  4. Overwegende dat dankzij de totstandbrenging en ontwikkeling van trans-Europese telecommunicatienetwerken de vrije uitwisseling van informatie tussen burgers, economische actoren en overheden kan worden gewaarborgd terwijl het recht op privacy van natuurlijke personen en de intellectuele en industriële eigendomsrechten worden geëerbiedigd;

  5. Overwegende dat in het verslag „Europa en de wereldwijde informatiemaatschappij” aan de Europese Raad van Korfoe van 24 en 25 juni 1994 door de leden van een groep vooraanstaande vertegenwoordigers van de industrie is aanbevolen om trans-Europese telecommunicatienetwerken in te voeren en hun interconnectiviteit met alle andere Europese netwerken te garanderen; dat in het verslag mobiele communicatie wordt aangemerkt als een pijler van de informatiemaatschappij waarvan het potentieel moet worden versterkt; dat de Europese Raad van Korfoe zijn algemene goedkeuring aan deze aanbeveling heeft gehecht;

  6. Overwegende dat aan deze aanbevelingen gevolg is gegeven in de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad, getiteld „Europa op weg naar de informatiemaatschappij: een actieplan”; dat de Raad van 28 september 1994 in zijn conclusies betreffende dit actieplan de nadruk heeft gelegd op het wezenlijk belang voor de Gemeenschap van de snelle ontwikkeling van krachtige informatie-infrastructuren op basis van een samenhangende en evenwichtige totaalaanpak;

  7. Overwegende dat in artikel 129 C van het Verdrag wordt bepaald dat de Gemeenschap een geheel van richtsnoeren opstelt betreffende de doelstellingen, de prioriteiten en de grote lijnen van de op het gebied van trans-Europese netwerken overwogen maatregelen; dat in deze richtsnoeren projecten van gemeenschappelijk belang moeten worden aangegeven; dat de trans-Europese netwerken op het gebied van de telecommunicatie-infrastructuur de drie lagen bestrijken die deze netwerken vormen: toepassingen, algemene diensten en basisnetwerken;

  8. Overwegende dat de informatiemaatschappij niet tot ontwikkeling kan komen wanneer er geen toepassingen, en met name toepassingen van algemeen belang, beschikbaar zijn die optimaal beantwoorden aan de behoeften van de gebruikers, waar nodig rekening houdend met de behoeften van ouderen en gehandicapten; dat toepassingen dus een belangrijk deel van de projecten van gemeenschappelijk belang zullen uitmaken; dat bij toepassingen op het gebied van telewerken in het bijzonder rekening moet worden gehouden met de wetgeving inzake de rechten van werknemers die in de betrokken lidstaten van toepassing is;

  9. Overwegende dat projecten van gemeenschappelijk belang in veel gevallen reeds via de bestaande telecommunicatienetwerken, met name het Euro-ISDN, kunnen worden uitgevoerd en dat er zo reeds trans-Europese toepassingen kunnen worden aangeboden; dat richtsnoeren moeten worden opgesteld om deze projecten van gemeenschappelijk belang te kunnen aangeven;

  10. Overwegende dat coördinatie noodzakelijk is tussen de uitvoering van de geselecteerde voorstellen en soortgelijke initiatieven die op nationaal of regionaal niveau op het grondgebied van de Gemeenschap worden ontplooid;

  11. Overwegende dat bij de selectie en uitvoering van dergelijke projecten rekening moet worden gehouden met alle door de bestaande leveranciers en door nieuwkomers aangeboden infrastructuren;

  12. Overwegende dat het Europees Parlement en de Raad op 9 november 1995 Beschikking nr. 2717/95/EG hebben vastgesteld betreffende een reeks richtsnoeren voor de ontwikkeling van Euro-ISDN (Digitaal netwerk voor geïntegreerde diensten) als trans-Europees netwerk(5);

  13. Overwegende dat de bestaande netwerken, waaronder het ISDN, zich aan het ontwikkelen zijn tot geavanceerde netwerken die een variabele capaciteit mogelijk maken tot aan breedband toe, en die aanpasbaar zijn aan verschillende behoeften, in het bijzonder voor het aanbieden van multimediadiensten en -toepassingen; dat de aanleg van geïntegreerde breedbandcommunicatienetwerken (IBC-netwerken) het resultaat van deze ontwikkeling zal zijn; dat IBC-netwerken het optimale platform zullen zijn voor de toepassingen van de informatiemaatschappij;

  14. Overwegende dat de resultaten van het RACE-programma (specifiek programma voor onderzoek en technologische ontwikkeling op het gebied van communicatie-technologieën (1990-1994)), aangenomen bij Beschikking 91/352/EEG(6) de weg hebben bereid en de technische grondslag hebben gelegd voor de invoering van IBC-netwerken in Europa;

  15. Overwegende dat de resultaten van het Espritprogramma (specifiek programma voor onderzoek en technologische ontwikkeling, inclusief demonstratie, op het gebied van de informatietechnologie (1994-1998)), aangenomen bij Beschikking 94/802/EG(7) de weg hebben bereid en de technische grondslag hebben gelegd voor de invoering van toepassingen van de informatietechnologie;

  16. Overwegende dat de resultaten van het specifiek programma voor onderzoek en technologische ontwikkeling op het gebied van telematicasystemen van algemeen belang (1990-1994), aangenomen bij Beschikking 91/353/EEG(8), en van het specifiek programma voor onderzoek en technologische ontwikkeling, inclusief demonstratie, op het gebied van telematicatoepassingen van algemeen belang (1994-1998), aangenomen bij Beschikking 94/801/EG(9), de grondslag hebben gelegd voor de invoering van interoperabele toepassingen van gemeenschappelijk belang in heel Europa;

  17. Overwegende dat moet worden gezorgd voor een effectieve coördinatie tussen de uitvoering van de trans-Europese telecommunicatienetwerken, die moeten beantwoorden aan reële behoeften, met uitzondering van louter experimentele projecten, en de verschillende communautaire programma's, in het bijzonder de specifieke programma's van het vierde kaderprogramma inzake onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie, de programma's ten behoeve van het midden- en kleinbedrijf, waaronder programma's waarin de informatie centraal staat (zoals INFO 2000 en MEDIA II), en andere activiteiten voor de informatiemaatschappij; dat ook voor een dergelijke coördinatie moet worden gezorgd tussen de projecten waarin wordt voorzien bij de besluiten van het Europees Parlement en de Raad betreffende de trans-Europese netwerken;

  18. Overwegende dat de maatregelen ter waarborging van de interoperabiliteit van telematicanetwerken tussen overheden binnen het kader vallen van de prioriteiten die zijn vastgesteld in samenhang met de huidige richtsnoeren voor trans-Europese telecommunicatienetwerken;

  19. Overwegende dat de Commissie in haar mededeling van 24 juli 1993 betreffende voorbereidende werkzaamheden op het gebied van trans-Europese netwerken — geïntegreerde breedbandcommunicatie (TEN-IBC) heeft gewezen op de noodzaak voorbereidende acties met de actoren uit de sector uit te voeren om passende richtsnoeren op te stellen; dat het resultaat van deze acties de basis vormt voor de richtsnoeren met betrekking tot IBC-netwerken in deze beschikking;

  20. Overwegende dat de telecommunicatiesector geleidelijk wordt geliberaliseerd; dat de ontwikkeling van trans-Europese toepassingen, algemene diensten en basisnetwerken steeds meer zal afhangen van het particuliere initiatief; dat deze trans-Europese ontwikkelingen op Europese schaal moeten beantwoorden aan de marktbehoeften of aan de feitelijke, omvangrijke behoeften van de maatschappij waar de marktkrachten alleen niet aan kunnen voldoen; dat, hiermee rekening houdende, aan de betrokken actoren uit de sector zal worden gevraagd, via geëigende procedures die aan allen gelijke kansen zullen bieden, specifieke voorstellen in te dienen; dat deze procedures moeten worden vastgesteld; dat een comité de Commissie zal bijstaan bij de specificering van de projecten van gemeenschappelijk belang;

  21. Overwegende dat op 20 december 1994 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie een „modus vivendi” is overeengekomen betreffende de maatregelen ter uitvoering van de besluiten die zijn vastgesteld volgens de procedure van artikel 189 B van het Verdrag(10);

  22. Overwegende dat projecten van gemeenschappelijk belang die betrekking hebben op het grondgebied van een lidstaat, de goedkeuring van de betrokken lidstaat behoeven;

  23. Overwegende dat de Commissie en de lidstaten actie dienen te ondernemen om de interoperabiliteit van de netwerken te garanderen en om enerzijds de activiteiten van de lidstaten gericht op de invoering van trans-Europese telecommunicatienetwerken en anderzijds vergelijkbare nationale projecten, voorzover noodzakelijk met het oog op de algehele samenhang, te coördineren;

  24. Overwegende dat het voor een optimale ontwikkeling van de informatiemaatschappij van belang is te zorgen voor een efficiënte uitwisseling van informatie tussen de Gemeenschap en derde landen, in het bijzonder de leden van de Europese Economische Ruimte of landen die een associatieovereenkomst hebben gesloten met de Gemeenschap;

  25. Overwegende dat in de context van deze richtsnoeren ondernomen activiteiten echter volledig onderworpen zijn aan de mededingingsregels van het Verdrag en de uitvoeringswetgeving,

BESLUIT:

Artikel 1

In deze beschikking worden richtsnoeren vastgesteld betreffende de doelstellingen, de prioriteiten en de grote lijnen van de op het gebied van trans-Europese netwerken overwogen maatregelen in de sector telecommunicatie-infrastructuur. In deze richtsnoeren worden projecten van gemeenschappelijk belang aangegeven door opsomming van deze projecten in bijlage I en door vaststelling van de procedure en de criteria voor de specificering daarvan.

In deze beschikking wordt onder „telecommunicatie-infrastructuur” verstaan de netwerken voor elektronische datatransmissie en de diensten die daar gebruik van maken.

Artikel 2

De Gemeenschap verleent steun aan de interconnectie van netwerken op het gebied van de telecommunicatie-infrastructuur, het instellen en ontwikkelen van interoperabele diensten en toepassingen en de toegang daartoe, met de volgende doelstellingen:

  • bevorderen van de overgang naar de informatiemaatschappij, alsmede het verschaffen van ervaring met de gevolgen van de ontwikkeling van nieuwe netwerken en toepassingen voor sociale activiteiten en om te helpen voorzien in maatschappelijke en culturele behoeften en bij te dragen tot een verbetering van de kwaliteit van het leven;

  • verbeteren van het concurrentievermogen van het bedrijfsleven van de Gemeenschap, met name het midden- en kleinbedrijf, en versterken van de interne markt;

  • versterken van de economische en sociale samenhang, daarbij met name rekening houdend met de noodzaak om de insulaire, niet aan zee grenzende en perifere regio's met de centrale regio's van de Gemeenschap te verbinden;

  • versnellen van de ontwikkeling van werkgelegenheid scheppende activiteiten in de nieuwe groeisectoren.

Artikel 3

De prioriteiten voor de verwezenlijking van de in artikel 2 genoemde doelstellingen zijn:

  • de bestudering en validering van de technische en commerciële haalbaarheid, gevolgd door de invoering van toepassingen die de ontwikkeling van een Europese informatiemaatschappij bevorderen, in het bijzonder toepassingen van gemeenschappelijk belang;

  • de bestudering en validering van de haalbaarheid, gevolgd door de invoering van toepassingen die bijdragen tot de economische en sociale samenhang, door de toegang tot informatie in heel de Gemeenschap te verbeteren en door voort te bouwen op de Europese culturele diversiteit;

  • de stimulering van grensoverschrijdende interregionale initiatieven en van initiatieven waardoor met name minder ontwikkelde regio's bij de lancering van trans-Europese telecommunicatiediensten en toepassingen kunnen worden betrokken;

  • de bestudering en validering van de haalbaarheid, gevolgd door de invoering van toepassingen en diensten die bijdragen tot de versterking van de interne markt en het scheppen van werkgelegenheid, in het bijzonder wanneer zij het midden- en kleinbedrijf in staat stellen hun concurrentievermogen binnen de Gemeenschap en op wereldschaal te verbeteren;

  • de inventarisatie, de bestudering en validering van de technische en commerciële haalbaarheid, gevolgd door de invoering van trans-Europese algemene diensten die zorgen voor een naadloze toegang tot allerlei soorten informatie, ook in plattelands- en perifere gebieden, en die interoperabel zijn met equivalente diensten op wereldniveau;

  • de bestudering en validering van de haalbaarheid van nieuwe geïntegreerde breedbandnetwerken (IBC-netwerken) wanneer die voor dergelijke toepassingen en diensten vereist zijn, en de bevordering van de interconnectiviteit van die netwerken;

  • de inventarisatie en opvulling van leemten en ontbrekende schakels voor een effectieve interconnectie en interoperabiliteit van alle componenten van telecommunicatienetwerken in de Gemeenschap en op wereldschaal, met bijzondere nadruk op basistelecommunicatienetwerken zoals omschreven in bijlage I.

Artikel 4

De maatregelen die ten uitvoer moeten worden gelegd om te voldoen aan de in artikel 2 genoemde doelstellingen, komen in grote lijnen neer op:

  • specificering van projecten van gemeenschappelijk belang door de opstelling van een werkprogramma;

  • acties om burgers, economische actoren en overheden meer bewust te maken van de voordelen die de nieuwe geavanceerde trans-Europese telecommunicatiediensten en -toepassingen hun kunnen bieden;

  • acties ter stimulering van gecombineerde initiatieven van gebruikers en leveranciers voor het lanceren van projecten op het gebied van trans-Europese telecommunicatienetwerken, in het bijzonder IBC-netwerken;

  • ondersteuning, in het kader van de middelen die daarvoor in het Verdrag zijn voorzien, van acties voor het bestuderen en valideren van de haalbaarheid en de daarop aansluitende invoering van toepassingen, in het bijzonder toepassingen van gemeenschappelijk belang, en aanmoediging van samenwerking tussen de particuliere en de openbare sector, met name via partnerschappen;

  • stimulering van het aanbod en het gebruik van diensten en toepassingen voor het midden- en kleinbedrijf en professionele gebruikers, die een bron van werkgelegenheid en groei zijn;

  • bevordering van de interconnectiviteit van netwerken, van de interoperabiliteit van breedbanddiensten en -toepassingen en de daarvoor vereiste infrastructuur, in het bijzonder voor multimediatoepassingen, en van de interoperabiliteit tussen bestaande diensten en toepassingen en breedbanddiensten en -toepassingen.

Artikel 5

Artikel 6

Artikel 7

Artikel 8

Artikel 9

Artikel 10

Artikel 11

Artikel 12

Artikel 13

Artikel 14

Artikel 15

BIJLAGE IAANWIJZING VAN DE PROJECTEN VAN GEMEENSCHAPPELIJK BELANG

BIJLAGE IICRITERIA VOOR HET SPECIFICEREN VAN PROJECTEN VAN GEMEENSCHAPPELIJK BELANG