De nationale autoriteiten en Eurostat produceren communautaire statistieken over het peil en de samenstelling van de loonkosten en over de structuur en de spreiding van de lonen van de werknemers in de in artikel 3 genoemde economische activiteiten.
Verordening (EG) nr. 530/1999 van de Raad van 9 maart 1999 betreffende structuurstatistieken van lonen en loonkosten
Verordening (EG) nr. 530/1999 van de Raad van 9 maart 1999 betreffende structuurstatistieken van lonen en loonkosten
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap inzonderheid op artikel 213,
Gezien het ontwerp van de Commissie,
Overwegende dat de Commissie voor het vervullen van de haar opgedragen taken op de hoogte dient te zijn van het peil en de samenstelling van de loonkosten en van de structuur en de spreiding van de lonen in de lidstaten;
Overwegende dat er door de ontwikkeling van de Gemeenschap en de werking van de interne markt steeds meer behoefte bestaat aan vergelijkbare gegevens over het peil en de samenstelling van de loonkosten en over de structuur en de spreiding van de lonen, vooral om aldus de vorderingen op het gebied van de economische en sociale samenhang te kunnen analyseren en om betrouwbare en relevante vergelijkingen tussen de lidstaten en de regio's van de Gemeenschap te kunnen maken;
Overwegende dat de opstelling van communautaire statistieken met behulp van geharmoniseerde methoden en definities de meest geschikte methode is om de situatie op het gebied van de loonkosten en lonen te beoordelen; dat dit bij eerdere gelegenheden al is gebeurd, het laatst voor 1996 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 23/97(1) over het peil en de samenstelling van de loonkosten en voor 1995 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2744/95(2) over de structuur en de spreiding van de verdiende lonen;
Overwegende dat de statistieken regelmatig moeten worden bijgewerkt om rekening te houden met veranderingen in de structuur van de arbeidskrachten, in de spreiding van de lonen en in de samenstelling van de door ondernemingen betaalde loonkosten en daarmee verband houdende sociale lasten;
Overwegende dat het Europese systeem van nationale en regionale rekeningen van de Europese Gemeenschap (ESR-95) ingevolge Verordening (EG) nr. 2223/96(3) het referentiekader vormt voor normen, definities en boekhoudkundige praktijken in de lidstaten ten behoeve van de Gemeenschap; dat hiervoor volledige, betrouwbare en vergelijkbare statistische bronnen op nationaal en regionaal niveau vereist zijn; dat de wijze van indeling van de variabelen niet verder behoeft te gaan dan nodig is voor de vergelijkbaarheid met vroegere statistieken en om in overeenstemming te zijn met de vereisten van de nationale rekeningen;
Overwegende dat de Europese Centrale Bank (ECB) informatie over het peil en de samenstelling van de loonkosten en over de structuur en de spreiding van de lonen nodig heeft om de economische ontwikkeling in de lidstaten in het kader van een enkel Europees monetair beleid te beoordelen;
Overwegende dat op dit gebied slechts in enkele lidstaten statistische gegevens beschikbaar zijn en dat dus geen bruikbare vergelijkingen kunnen worden gemaakt; dat derhalve bij de opstelling van de communautaire statistieken en de verwerking van de resultaten gemeenschappelijke definities en geharmoniseerde methoden moeten worden aangewend, waarbij rekening wordt gehouden met de door de betreffende internationale organisaties goedgekeurde normen;
Overwegende dat momenteel niet alle lidstaten volledige gegevens verzamelen in de secties M (Onderwijs), N (Gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening) en O (Overige Gemeenschapsvoorzieningen en sociaal-culturele en persoonlijke diensten); dat derhalve op basis van een door de Commissie in te dienen verslag over modelstudies naar de haalbaarheid van het verzamelen van volledige gegevens in deze sectoren moet worden besloten deze secties al dan niet op te nemen in het waarnemingsgebied van onderhavige verordening;
Overwegende dat ofschoon het belang van volledige gegevens over alle economische sectoren volledig moet worden erkend, dit belang zorgvuldig moet worden afgewogen tegen de rapportagemogelijkheden en de responslast in bepaalde sectoren, met name voor het midden- en kleinbedrijf (MKB); dat de Commissie derhalve modelstudies moet verrichten naar de haalbaarheid van het verzamelen van volledige gegevens van statistische eenheden met minder dan tien werknemers en dat de Raad hierover een besluit neemt op basis van een binnen vier jaar na de inwerkingtreding van onderhavige verordening door de Commissie in te dienen verslag; dat in afwachting daarvan het gebruik van administratieve bestanden nuttig kan zijn en gestimuleerd moet worden;
Overwegende dat overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel de invoering van gemeenschappelijke statistische normen voor de opstelling van geharmoniseerde gegevens, vanwege de omvang of de gevolgen van de maatregel, beter door de Gemeenschap kan worden verwezenlijkt; dat de toepassing van deze normen in elke lidstaat onder de bevoegdheid van de voor de opstelling van communautaire statistieken verantwoordelijke organisaties en instellingen dient te geschieden;
Overwegende dat het passend lijkt om voor sommige lidstaten in een uitzonderingsregeling te voorzien, teneinde rekening te houden met de specifieke technische moeilijkheden die deze landen bij de verzameling van bepaalde typen informatie ondervinden, op voorwaarde dat hierdoor geen ernstige afbreuk wordt gedaan aan de kwaliteit van de statistische gegevens;
Overwegende dat op de productie van specifieke communautaire statistieken de regels van Verordening (EG) nr. 322/97 van de Raad van 17 februari 1997 betreffende de communautaire statistiek(4) van toepassing zijn;
Overwegende dat het bij Besluit 89/382/EEG, Euratom(5) opgerichte Comité statistisch programma overeenkomstig artikel 3 van dat besluit is geraadpleegd,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1 Algemeen
Artikel 2 Referentieperiode
De statistiek van het peil en de samenstelling van de loonkosten wordt geproduceerd voor het kalenderjaar 2000 en daarna om de vier jaar.
De statistiek van de structuur en de spreiding van de lonen wordt geproduceerd voor het kalenderjaar 2002 en voor een representatieve maand in dat jaar, en daarna om de vier jaar.
Artikel 3 Waarnemingsgebied
De statistieken omvatten alle economische activiteiten die vallen onder de secties B (Winning van delfstoffen), C (Industrie), D (Productie en distributie van elektriciteit, gas, stoom en gekoelde lucht), E (Distributie van water; afval- en afvalwaterbeheer en sanering), F (Bouwnijverheid), G (Groot- en detailhandel; reparatie van auto's en motorfietsen), H (Vervoer en opslag), I (Verschaffen van accommodatie en maaltijden), J (Informatie en communicatie), K (Financiële activiteiten en verzekeringen), L (Exploitatie van en handel in onroerend goed), M (Vrije beroepen en wetenschappelijke en technische activiteiten), N (Administratieve en ondersteunende diensten), P (Onderwijs), Q (Menselijke gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening), R (Kunst, amusement en recreatie) en S (Overige diensten) van de statistische classificatie van economische activiteiten in de Europese Gemeenschap (NACE Rev. 2).
Artikel 4
Met inachtneming van het advies van het Comité statistisch programma stelt de Commissie binnen vier jaar na de inwerkingtreding van deze verordening een verslag op waarin de resultaten van de modelstudies verwerkt zijn en met name wordt uitgegaan van de bestaande bronnen op het gebied van statistische eenheden met minder dan tien werknemers. Zij dient dat verslag in bij de Raad. In het verslag wordt de toepassing van de bepalingen van deze verordening met betrekking tot eenheden met minder dan tien werknemers geëvalueerd, en wordt het belang van volledige gegevens afgewogen tegen de rapportagemogelijkheden en de responslast. Naar aanleiding van het verslag kan de Commissie zo nodig passende voorstellen tot wijziging van deze verordening bij de Raad indienen.