Home

Beschikking van de Raad van 20 december 2000 betreffende een meerjarenprogramma voor ondernemingen en ondernemerschap, met name voor het midden- en kleinbedrijf (MKB) (2001-2005) (2000/819/EG)

Beschikking van de Raad van 20 december 2000 betreffende een meerjarenprogramma voor ondernemingen en ondernemerschap, met name voor het midden- en kleinbedrijf (MKB) (2001-2005) (2000/819/EG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, met name artikel 157, lid 3,

Gezien het voorstel van de Commissie(1),

Gezien het advies van het Europees Parlement(2),

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité(3),

Gezien het advies van het Comité van de Regio's(4),

Overwegende hetgeen volgt:

  1. Het belang van de ondernemingen en het ondernemerschap voor de verwezenlijking van de doelen van de Gemeenschap en de moeilijkheden waarmee ondernemingen en ondernemers worden geconfronteerd, werden reeds behandeld in een aantal mededelingen, besluiten en verslagen, voor het laatst in de mededeling „Uitdagingen voor het ondernemingenbeleid in de kenniseconomie” van de Commissie van 26 april 2000. Daarin werden de belangrijkste gebieden voor communautaire actie geïdentificeerd.

  2. Het midden- en kleinbedrijf (MKB) levert een significante bijdrage op het gebied van concurrentievermogen, onderzoek, innovatie, kwalificatie en werkgelegenheid en heeft met specifieke problemen te kampen.

  3. Er moet actie worden ondernomen om deze moeilijkheden te helpen overwinnen. Een aantal programma's, waaronder met name het 3e meerjarenprogramma voor het midden- en kleinbedrijf (MKB) in de Europese Unie (1997-2000), vastgesteld bij Besluit 97/15/EG van de Raad(5), dat op 31 december 2000 afloopt, heeft een kader voor een dergelijke actie gecreëerd.

  4. Op 29 juni 1999 heeft de Commissie in haar mededeling aan het Europees Parlement, de Raad, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's verslag uitgebracht over de externe evaluatie van het genoemde meerjarenprogramma.

  5. Het is noodzakelijk een nieuw programma voor de periode vanaf 1 januari 2001 vast te stellen en ervoor te zorgen dat het ondernemingenbeleid voldoende middelen heeft om zijn doelen te kunnen bereiken.

  6. Op 9 november 1999 heeft de Raad een verslag goedgekeurd over de integratie van duurzame ontwikkeling in het ondernemingenbeleid van de Europese Unie. Het is noodzakelijk dat rekening wordt gehouden met duurzame ontwikkeling bij de vaststelling en uitvoering van de in het kader van dit programma te treffen maatregelen.

  7. Op 20 juni 2000 heeft de Europese Raad zijn goedkeuring gehecht aan het Europees Handvest voor kleine ondernemingen en verzocht dat het volledig wordt uitgevoerd, met name als onderdeel van de voorstellen over het meerjarenprogramma voor ondernemingen en ondernemerschap. Bij de activiteiten die de Unie ten behoeve van het MKB ontplooit, moet rekening worden gehouden met de doelstellingen van het Handvest.

  8. Soortgelijke acties zijn ingeleid in het kader van de OESO, met name met het Handvest betreffende het beleid inzake het MKB, dat de ministers van Industrie van de OESO op 15 juni 2000 in Bologna hebben aangenomen.

  9. De Raad heeft op 7 november 2000 de nadruk gelegd op het belang van een betere financiering van innovatieve bedrijven en om de financiële instrumenten te richten op startende ondernemingen, hoogtechnologische bedrijven en microbedrijven.

  10. De voor de uitvoering van deze beschikking vereiste maatregelen worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden(6).

  11. Deze beschikking is de rechtsgrondslag voor specifieke aanvullende maatregelen die geen deel uitmaken van andere communautaire beleidsterreinen en die niet beter kunnen worden uitgevoerd op het niveau van de lidstaten.

  12. De met de EVA/EER-landen gesloten EER-Overeenkomst en de aanvullende protocollen bij de met de landen van Midden- en Oost-Europa gesloten associatieovereenkomsten voorzien in de deelname van deze landen aan communautaire programma's. Ook moet worden voorzien in de deelname van Cyprus, Malta en Turkije in het kader van de met deze landen gesloten associatieovereenkomsten. Deelneming van andere landen kan worden overwogen indien de overeenkomsten en procedures daartoe de mogelijkheid bieden.

  13. In deze beschikking wordt voor de gehele looptijd van het programma een financieel referentiebedrag in de zin van punt 34 van het Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie van 6 mei 1999 over de begrotingsdiscipline en de verbetering van de begrotingsprocedure(7) opgenomen, zulks zonder afbreuk te doen aan de in het Verdrag vastgelegde bevoegdheden van de begrotingsautoriteit,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING VASTGESTELD:

Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2001 wordt een communautair vijfjarenprogramma voor ondernemingen en ondernemerschap vastgesteld, dat voornamelijk gericht is op het midden- en kleinbedrijf (MKB).

Artikel 2

1.

Het in artikel 1 beoogde programma heeft de volgende doelstellingen:

  1. de groei en het concurrentievermogen van ondernemingen versterken in een internationaal geworden, op kennis gebaseerde economie;

  2. het ondernemerschap bevorderen;

  3. het bestuursrechtelijke klimaat voor ondernemingen vereenvoudigen en verbeteren, met name om onderzoek, innovatie en ondernemerschap te bevorderen;

  4. het financiële klimaat voor ondernemingen, en met name voor het MKB, verbeteren;

  5. de toegang van ondernemingen tot bedrijfsondersteunende diensten en communautaire programma's en netwerken vergemakkelijken en de coördinatie daartussen verbeteren.

2.

Deze doelstellingen worden hoofdzakelijk verwezenlijkt door middel van de in bijlage I omschreven actiegebieden.

3.

Het programma zal eveneens worden gebruikt om vorderingen te maken met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van het Europees Handvest voor kleine ondernemingen.

Artikel 3

1.

De Commissie wordt bijgestaan door het Comité van beheer van het ondernemingenprogramma, hierna „comité”.

2.

Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 4 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing.

De in artikel 4, lid 3, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt gesteld op drie maanden.

3.

Het comité stelt zijn reglement van orde vast.

Artikel 4

1.

De voor de uitvoering van dit programma benodigde maatregelen en acties op de hierna genoemde gebieden worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 3, lid 2, bedoelde beheersprocedure:

  • het jaarlijkse werkprogramma en de overeenkomstige begrotingsmiddelen;

  • de criteria en de inhoud van aanbestedingen voor een bedrag van méér dan EUR 100 000;

  • de prestatie-indicatoren ter evaluatie van de activiteiten die nodig zijn voor de verwezenlijking van de in artikel 2 genoemde doelstellingen.

2.

Voorts wordt het comité regelmatig geïnformeerd over elk ander vraagstuk in verband met het programma, met name over het jaarlijkse uitvoeringsverslag en de in artikel 5 bedoelde evaluatieverslagen.

Artikel 5

Artikel 6

Artikel 7

Artikel 8

Artikel 9

BIJLAGE IBESCHRIJVING VAN DE ACTIEGEBIEDEN

BIJLAGE IIFINANCIËLE INSTRUMENTEN VAN DE GEMEENSCHAP