Home

Verordening (EG) n r. 1346/2000 van de Raad van 29 mei 2000 betreffende insolventieprocedures

Verordening (EG) n r. 1346/2000 van de Raad van 29 mei 2000 betreffende insolventieprocedures

2000R1346 — NL — 12.10.2016 — 011.001


Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document

►B

VERORDENING (EG) Nr. 1346/2000 VAN DE RAAD

van 29 mei 2000

betreffende insolventieprocedures

(PB L 160 van 30.6.2000, blz. 1)

Gewijzigd bij:


Gewijzigd bij:


Gerectificeerd bij:




▼B

VERORDENING (EG) Nr. 1346/2000 VAN DE RAAD

van 29 mei 2000

betreffende insolventieprocedures



HOOFDSTUK I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Toepassingsgebied

1. Deze verordening is van toepassing op collectieve procedures die, op de insolventie van de schuldenaar berustend, ertoe leiden dat deze schuldenaar het beheer en de beschikking over zijn vermogen geheel of ten dele verliest en dat een curator wordt aangewezen.

2. Deze verordening is niet van toepassing op insolventieprocedures betreffende verzekeringsondernemingen en kredietinstellingen, beleggingsondernemingen die diensten verrichten welke het houden van geld of effecten van derden behelzen, en instellingen voor collectieve belegging.

Artikel 2

Definities

Voor het doel van deze verordening wordt verstaan onder:

a)„insolventieprocedure”: de collectieve procedures bedoeld in artikel 1, lid 1. Deze procedures worden opgesomd in bijlage A;

b)„curator”: elke persoon of elk orgaan, belast met het beheer of de liquidatie van de goederen waarover de schuldenaar het beheer en de beschikking is verloren of met het toezicht op het beheer van diens zaken. Deze personen en organen worden opgesomd in bijlage C;

c)„liquidatieprocedure”: een insolventieprocedure als bedoeld onder a), die leidt tot liquidatie van de goederen van de schuldenaar, ook wanneer de procedure wordt beëindigd met een akkoord of een andere maatregel die de insolventie beëindigt, dan wel wordt beëindigd wegens ontoereikendheid van het vermogen. Deze procedures worden opgesomd in bijlage B;

d)„rechter”: de rechterlijke of elke andere bevoegde instantie van een lidstaat die bevoegd is om een insolventieprocedure te openen of tijdens die procedure beslissingen te geven;

e)„beslissing”: met betrekking tot de opening van een insolventieprocedure of het aanwijzen van een curator: de beslissing van elke rechter die bevoegd is om een dergelijke procedure te openen of een curator aan te wijzen;

f)„tijdstip waarop de procedure is geopend”: het tijdstip waarop de beslissing tot opening van een procedure rechtsgevolgen heeft, onafhankelijk van de vraag of de beslissing definitief is;

g)„lidstaat waar zich een goed bevindt”:

—met betrekking tot lichamelijke zaken: de lidstaat op het grondgebied waarvan de zaak zich bevindt;

—met betrekking tot zaken of rechten die de eigenaar of de rechthebbende in een openbaar register moet laten inschrijven: de lidstaat onder de autoriteit waarvan dat register wordt gehouden;

—met betrekking tot schuldvorderingen: de lidstaat op het grondgebied waarvan het centrum van de voornaamste belangen van de derde-schuldenaar is gelegen, als bepaald in artikel 3, lid 1;

h)„vestiging”: elke plaats van handeling waar de schuldenaar met behulp van mensen en goederen een economische activiteit uitoefent die niet van tijdelijke aard is.

Artikel 3

Internationale bevoegdheid

1. De rechters van de lidstaat waar het centrum van de voornaamste belangen van de schuldenaar gelegen is, zijn bevoegd de insolventieprocedure te openen. Bij vennootschappen en rechtspersonen wordt, zolang het tegendeel niet is bewezen, het centrum van de voornaamste belangen vermoed de plaats van de statutaire zetel te zijn.

2. Wanneer het centrum van de voornaamste belangen van de schuldenaar op het grondgebied van een lidstaat gelegen is, zijn de rechters van een andere lidstaat slechts tot opening van een insolventieprocedure ten aanzien van deze schuldenaar bevoegd indien hij op het grondgebied van laatstgenoemde lidstaat een vestiging bezit. De gevolgen van deze procedure gelden alleen ten aanzien van de goederen van de schuldenaar die zich op het grondgebied van die lidstaat bevinden.

3. Wanneer krachtens lid 1 een insolventieprocedure wordt geopend, is iedere insolventieprocedure die vervolgens krachtens lid 2 wordt geopend een secundaire procedure. Deze procedure moet een liquidatieprocedure zijn.

4. De opening van een territoriale insolventieprocedure krachtens lid 2 kan slechts in de volgende gevallen aan de opening van een insolventieprocedure krachtens lid 1 voorafgaan:

a)wanneer de opening van een insolventieprocedure krachtens lid 1 niet kan worden verkregen in verband met de voorwaarden die gesteld worden in de wetgeving van de lidstaat waar het centrum van de voornaamste belangen van de schuldenaar zich bevindt;

b)wanneer de opening van de territoriale insolventieprocedure is aangevraagd door een schuldeiser die zijn woonplaats, zetel of gebruikelijke verblijfplaats heeft in de lidstaat op het grondgebied waarvan de betrokken vestiging is gelegen of wiens vordering het resultaat is van een uit de exploitatie van de vestiging voortvloeiende verplichting.

Artikel 4

Toepasselijk recht

1. Tenzij deze verordening iets anders bepaalt, worden de insolventieprocedure en de gevolgen daarvan beheerst door het recht van de lidstaat op het grondgebied waarvan de insolventieprocedure wordt geopend, hierna te noemen „lidstaat waar de procedure wordt geopend”.

2. Het recht van de lidstaat waar de procedure wordt geopend, bepaalt onder welke voorwaarden deze procedure wordt geopend, verloopt en wordt beëindigd. Het bepaalt met name:

a)welke schuldenaars op grond van hun hoedanigheid aan een insolventieprocedure kunnen worden onderworpen;

b)welk deel van het vermogen van de schuldenaar tot de boedel behoort en of de na de opening van de insolventieprocedure verkregen goederen tot deze boedel behoren;

c)welke de respectieve bevoegdheden van de schuldenaar en de curator zijn;

d)onder welke voorwaarden een verrekening kan worden tegengeworpen;

e)de gevolgen van de insolventieprocedure voor lopende overeenkomsten waarbij de schuldenaar partij is;

f)de gevolgen van de insolventieprocedure voor individuele vervolgingen met uitzondering van lopende rechtsvorderingen;

g)welke vorderingen te verhalen zijn op het vermogen van de schuldenaar en wat de gevolgen zijn ten aanzien van vorderingen die zijn ontstaan na de opening van de insolventieprocedure;

h)de regels betreffende indiening, verificatie en toelating van de vorderingen;

i)de regels betreffende de verdeling van de opbrengst van de te gelde gemaakte goederen, de rangindeling van de vorderingen, en de rechten van schuldeisers die krachtens een zakelijk recht of ingevolge verrekening gedeeltelijk zijn voldaan;

j)de voorwaarden voor en de gevolgen van de beëindiging van de insolventieprocedure, met name door een akkoord;

k)de rechten van de schuldeisers nadat de insolventieprocedure beëindigd is;

l)voor wiens rekening de kosten en uitgaven in het kader van de insolventieprocedure zijn;

m)de regels betreffende nietigheid, vernietigbaarheid of niet-tegenwerpbaarheid van de voor het geheel van schuldeisers nadelige rechtshandelingen.

Artikel 5

Zakelijke rechten van derden

1. De opening van de insolventieprocedure laat onverlet het zakelijk recht van een schuldeiser of van een derde op lichamelijke of onlichamelijke roerende of onroerende goederen — zowel bepaalde goederen als gehelen, met een wisselende samenstelling, van onbepaalde goederen —, die toebehoren aan de schuldenaar en die zich op het tijdstip waarop de procedure wordt geopend op het grondgebied van een andere lidstaat bevinden.

2. Onder rechten in de zin van lid 1 worden met name verstaan:

a)het recht een goed te gelde te maken of te laten maken en te worden voldaan uit de opbrengst van of de inkomsten uit dat goed, in het bijzonder op grond van pand of hypotheek;

b)het exclusieve recht een vordering te innen, in het bijzonder door middel van een pandrecht op de vordering of door de cessie van die vordering tot zekerheid;

c)het recht om het goed op te eisen en/of de vergoeding ervan te verlangen van eenieder die het tegen de wil van de rechthebbende in bezit of in gebruik heeft;

d)het zakelijke recht om van een goed de vruchten te trekken.

3. Een zakelijk recht wordt gelijkgesteld met het in een openbaar register ingeschreven recht tot verkrijging van een zakelijk recht in de zin van lid 1, dat aan derden kan worden tegengeworpen.

4. Lid 1 vormt geen beletsel voor het instellen van vorderingen tot nietigheid, vernietiging of niet-tegenwerpbaarheid als bedoeld in artikel 4, lid 2, onder m).

Artikel 6

Verrekening

1. De opening van de insolventieprocedure laat het recht van een schuldeiser op verrekening van zijn vordering met de vordering van de schuldenaar onverlet wanneer die verrekening is toegestaan bij het recht dat op de vordering van de insolvente schuldenaar van toepassing is.

2. De in lid 1 uiteengezette regel vormt geen beletsel voor het instellen van vorderingen tot nietigheid, vernietiging of niet-tegenwerpbaarheid als bedoeld in artikel 4, lid 2, onder m).

Artikel 7

Eigendomsvoorbehoud

1. De opening van een insolventieprocedure tegen de koper van een goed laat de op een eigendomsvoorbehoud berustende rechten van de verkoper onverlet wanneer dat goed zich op het tijdstip waarop de procedure wordt geopend, bevindt op het grondgebied van een andere lidstaat dan de lidstaat waar de procedure is geopend.

2. De opening van een insolventieprocedure tegen de verkoper van een goed nadat de levering van dat goed heeft plaatsgevonden, is geen grond voor ontbinding of opzegging van de verkoop en belet de koper niet de eigendom van het gekochte goed te verkrijgen wanneer dit goed zich op het tijdstip waarop de insolventieprocedure is geopend, bevindt op het grondgebied van een andere lidstaat dan de lidstaat waar de procedure is geopend.

3. De leden 1 en 2 vormen geen beletsel voor het instellen van vorderingen tot nietigheid, vernietiging of niet-tegenwerpbaarheid als bedoeld in artikel 4, lid 2, onder m).

Artikel 8

Overeenkomsten betreffende een onroerend goed

De gevolgen van de insolventieprocedure voor een overeenkomst die recht geeft op de verkrijging of het gebruik van een onroerend goed, worden uitsluitend beheerst door het recht van de lidstaat op het grondgebied waarvan dit onroerend goed gelegen is.

Artikel 9

Betalingssystemen en financiële markten

1. Onverminderd artikel 5 worden de gevolgen van de insolventieprocedure voor de rechten en verplichtingen van deelnemers aan een betalings- of afwikkelingssysteem of aan een financiële markt uitsluitend beheerst door het recht van de lidstaat dat op dat systeem of die markt van toepassing is.

2. Lid 1 vormt geen beletsel voor het instellen van een vordering tot nietigheid, vernietiging of niet-tegenwerpbaarheid van betalingen of verrichtingen krachtens het recht dat op het desbetreffende betalingssysteem of de desbetreffende financiële markt van toepassing is.

Artikel 10

Arbeidsovereenkomsten

De gevolgen van de insolventieprocedure voor arbeidsovereenkomsten en arbeidsbetrekkingen worden uitsluitend beheerst door het recht van de lidstaat dat op de arbeidsovereenkomst van toepassing is.

Artikel 11

Gevolgen voor aan registratie onderworpen rechten

De gevolgen van de insolventieprocedure voor de rechten van de schuldenaar op onroerend goed, een schip of een luchtvaartuig dat aan inschrijving in een openbaar register onderworpen is, worden beheerst door het recht van de lidstaat onder het gezag waarvan het register wordt gehouden.

Artikel 12

Gemeenschapsoctrooien en -merken

Gemeenschapsoctrooien, Gemeenschapsmerken of soortgelijke bij communautaire bepalingen vastgelegde rechten kunnen uit hoofde van deze verordening slechts in de procedure bedoeld in artikel 3, lid 1, worden ingebracht.

Artikel 13

Nadelige handeling

Artikel 4, lid 2, onder m), is niet van toepassing indien degene die voordeel heeft gehad bij een voor het geheel van schuldeisers nadelige handeling bewijst:

—dat deze handeling onderworpen is aan het recht van een andere lidstaat dan de lidstaat waar de procedure is geopend, en

—dat dat recht in het gegeven geval niet voorziet in de mogelijkheid om die handeling te bestrijden.

Artikel 14

Bescherming van de derde-verkrijger

Indien de schuldenaar door een na de opening van de insolventieprocedure verrichte handeling onder bezwarende titel beschikt over:

—een onroerend goed,

—een schip of een luchtvaartuig dat aan inschrijving in een openbaar register onderworpen is, of

—effecten waarvan het bestaan inschrijving in een wettelijk voorgeschreven register veronderstelt,

wordt de rechtsgeldigheid van die handeling beheerst door het recht van de lidstaat op het grondgebied waarvan dit onroerend goed zich bevindt of onder het gezag waarvan dit register wordt gehouden.

Artikel 15

Gevolgen van de insolventieprocedure voor lopende rechtsvorderingen

De gevolgen van de insolventieprocedure voor een lopende rechtsvordering betreffende een goed of recht waarover de schuldenaar het beheer en de beschikking heeft verloren, worden uitsluitend beheerst door het recht van de lidstaat waar deze rechtsvordering aanhangig is.



HOOFDSTUK II

ERKENNING VAN DE INSOLVENTIEPROCEDURE

Artikel 16

Beginsel

1. Elke beslissing tot opening van een insolventieprocedure, genomen door een krachtens artikel 3 bevoegde rechter van een lidstaat, wordt erkend in alle andere lidstaten zodra de beslissing rechtsgevolgen heeft in de lidstaat waar de procedure is geopend.

Deze regel geldt ook wanneer de schuldenaar op grond van zijn hoedanigheid in de andere lidstaten niet aan een insolventieprocedure onderworpen kan worden.

2. De erkenning van een procedure als bedoeld in artikel 3, lid 1, belet niet dat door een rechter van een andere lidstaat een procedure als bedoeld in artikel 3, lid 2, wordt geopend. Deze andere procedure is een secundaire insolventieprocedure in de zin van hoofdstuk III.

Artikel 17

Gevolgen van de erkenning

1. De opening van een procedure als bedoeld in artikel 3, lid 1, heeft, zonder enkele verdere formaliteit, in de andere lidstaten de gevolgen die daaraan worden verbonden bij het recht van de lidstaat waar de procedure is geopend, tenzij deze verordening anders bepaalt, en zolang in die andere lidstaten geen procedure als bedoeld in artikel 3, lid 2, is geopend.

2. De gevolgen van een procedure als bedoeld in artikel 3, lid 2, kunnen niet in de andere lidstaten worden betwist. Beperkingen van de rechten van de schuldeisers, in het bijzonder een uitstel van de betalingen of een uit die procedure voortvloeiende schuldkwijtschelding, kunnen met betrekking tot zich op het grondgebied van een andere lidstaat bevindende goederen alleen worden tegengeworpen aan schuldeisers die hun instemming hebben betuigd.

Artikel 18

Bevoegdheden van de curator

1. De curator die is aangewezen door een krachtens artikel 3, lid 1, bevoegde rechter kan in een andere lidstaat alle bevoegdheden uitoefenen die hem zijn verleend door het recht van de lidstaat waar de procedure is geopend, zolang in die andere lidstaat geen andere insolventieprocedure is geopend, of geen tegenstrijdige conservatoire maatregel na een verzoek tot opening van een insolventieprocedure in die lidstaat is getroffen. Hij mag met name de goederen van de schuldenaar verwijderen uit het grondgebied van de lidstaat waar zij zich bevinden, met inachtneming van de artikelen 5 en 7.

2. De curator die is aangewezen door een krachtens artikel 3, lid 2, bevoegde rechter kan in een andere lidstaat in en buiten rechte aanvoeren dat een roerend goed na de opening van de insolventieprocedure van het grondgebied van de lidstaat waar de procedure is geopend, is overgebracht naar het grondgebied van die andere lidstaat. Hij kan ook elk rechtsmiddel aanwenden dat de belangen van de schuldeisers dient.

3. Bij de uitoefening van zijn bevoegdheden moet de curator het recht van de lidstaat op het grondgebied waarvan hij wil optreden, eerbiedigen, in het bijzonder de voorschriften inzake het te gelde maken van de goederen. Deze bevoegdheden mogen niet de aanwending van dwangmiddelen, noch het recht om uitspraak te doen in gedingen of geschillen behelzen.

Artikel 19

Bewijs van de aanwijzing van de curator

De aanwijzing van de curator wordt vastgesteld door overlegging van een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van het aanwijzingsbesluit of van ieder ander door de bevoegde rechter opgesteld attest.

Er kan een vertaling worden verlangd in de officiële taal of een van de officiële talen van de lidstaat op het grondgebied waarvan de curator wil optreden. Een legalisatie of andere soortgelijke formaliteit kan niet worden verlangd.

Artikel 20

Teruggave en aanrekening

1. De schuldeiser die, nadat een procedure als bedoeld in artikel 3, lid 1, is geopend, door ongeacht welk middel, met name door executiemaatregelen, geheel of gedeeltelijk wordt voldaan uit goederen van de schuldenaar die zich op het grondgebied van een andere lidstaat bevinden, moet hetgeen hij heeft verkregen aan de curator restitueren, onder voorbehoud van het bepaalde in de artikelen 5 en 7.

2. Ter verzekering van een gelijke behandeling van de schuldeisers neemt de schuldeiser die in een insolventieprocedure een uitkering op zijn vordering heeft ontvangen, pas aan uitdelingen in een andere procedure deel wanneer de schuldeisers van dezelfde rang of dezelfde categorie in die andere procedure een gelijkwaardige uitkering hebben ontvangen.

Artikel 21

Openbaarmaking

1. De curator kan verzoeken dat de hoofdzaken van de beslissing tot opening van de insolventieprocedure en, in voorkomend geval, van de beslissing inzake de aanwijzing van de curator in elke andere lidstaat openbaar worden gemaakt volgens de in die lidstaat geldende openbaarmakingsregels; in de openbaarmakingsmaatregelen wordt tevens de aangewezen curator vermeld alsmede de bevoegdheidsregel die van toepassing is krachtens artikel 3, lid 1, dan wel artikel 3, lid 2.

2. Iedere lidstaat op het grondgebied waarvan de schuldenaar een vestiging heeft, kan evenwel openbaarmaking verplicht stellen. In voorkomend geval neemt de curator of de daartoe in de lidstaat waar de procedure als bedoeld in artikel 3, lid 1, is geopend bevoegde autoriteit de nodige maatregelen om openbaarmaking te verzekeren.

Artikel 22

Inschrijving in een openbaar register

1. De curator kan verzoeken dat de beslissing tot opening van een procedure als bedoeld in artikel 3, lid 1, wordt ingeschreven in het kadaster, het handelsregister en enig ander openbaar register dat in de andere lidstaten wordt gehouden.

2. Iedere lidstaat kan evenwel de inschrijving verplicht stellen. In voorkomend geval neemt de curator of de daartoe in de lidstaat waar de procedure als bedoeld in artikel 3, lid 1, is geopend, bevoegde autoriteit de nodige maatregelen om inschrijving te verzekeren.

Artikel 23

Kosten

De kosten voor de in de artikelen 21 en 22 bedoelde maatregelen inzake openbaarmaking en inschrijving worden als kosten en uitgaven van de procedure beschouwd.

Artikel 24

Uitvoering ten voordele van de schuldenaar

1. Degene die in een lidstaat een verbintenis uitvoert ten voordelen van de schuldenaar die is onderworpen aan een in een andere lidstaat geopende insolventieprocedure terwijl hij die verbintenis had moeten uitvoeren voor de curator van die procedure, wordt bevrijd indien hij niet van de opening van de procedure op de hoogte was

2. Degene die deze verbintenis heeft uitgevoerd vóór de in artikel 21 bedoelde openbaarmakingsmaatregelen wordt, totdat het tegendeel is bewezen, vermoed niet van de opening van de insolventieprocedure op de hoogte te zijn geweest; degene die deze verbintenis heeft uitgevoerd na de in artikel 21 bedoelde openbaarmakingsmaatregelen wordt, totdat het tegendeel is bewezen, geacht van de opening van de procedure op de hoogte te zijn geweest.

Artikel 25

Erkenning en executoir karakter van andere beslissingen

1. De inzake het verloop en de beëindiging van een insolventieprocedure gegeven beslissingen van een rechter wiens beslissing tot opening van de procedure krachtens artikel 16 is erkend, alsmede een door die rechter bevestigd akkoord, worden eveneens zonder verdere formaliteiten erkend. Die beslissingen worden ten uitvoer gelegd overeenkomstig de artikelen 31 tot en met 51 (met uitzondering van artikel 34, lid 2), van het Verdrag van Brussel betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, als gewijzigd bij de Verdragen inzake de toetreding tot dat Verdrag.

De eerste alinea geldt eveneens voor beslissingen die rechtstreeks voortvloeien uit de insolventieprocedure en daar nauw op aansluiten, zelfs indien die beslissingen door een andere rechter worden gegeven.

De eerste alinea geldt eveneens voor beslissingen betreffende na het verzoek tot opening van een insolventieprocedure genomen conservatoire maatregelen.

2. De erkenning en de tenuitvoerlegging van andere beslissingen dan die bedoeld in lid 1 worden beheerst door het in lid 1 bedoelde Verdrag voorzover dat Verdrag van toepassing is.

3. De lidstaten zijn niet gehouden een in lid 1 bedoelde beslissing te erkennen of ten uitvoer te leggen als die tot een beperking van de persoonlijke vrijheid of van het postgeheim leidt.

Artikel 26 (1)

Openbare orde

Iedere lidstaat kan weigeren een in een andere lidstaat geopende insolventieprocedure te erkennen of een in het kader van een dergelijke procedure gegeven beslissing ten uitvoer te leggen indien uit die erkenning of tenuitvoerlegging gevolgen zouden voortvloeien die kennelijk in strijd zijn met de openbare orde van die lidstaat, in het bijzonder met de grondbeginselen daarvan of met de grondwettelijk beschermde rechten en individuele vrijheden.



HOOFDSTUK III

SECUNDAIRE INSOLVENTIEPROCEDURES

Artikel 27

Opening

Indien een procedure als bedoeld in artikel 3, lid 1, wordt geopend door een rechter van een lidstaat en in een andere lidstaat wordt erkend (hoofdprocedure) kan in die andere lidstaat, indien een rechter van die lidstaat krachtens artikel 3, lid 2, bevoegd zou zijn, een secundaire insolventieprocedure worden geopend, zonder dat de insolventie van de schuldenaar in die andere lidstaat behandeld hoeft te worden. Deze procedure moet een van de in bijlage B genoemde procedures zijn. De gevolgen van die procedure gelden alleen ten aanzien van de goederen van de schuldenaar die zich op het grondgebied van die andere lidstaat bevinden.

Artikel 28

Toepasselijk recht

Tenzij deze verordening iets anders bepaalt, wordt de secundaire procedure beheerst door het recht van de lidstaat op het grondgebied waarvan de secundaire procedure is geopend.

Artikel 29

Recht om de procedure aan te vragen

Een secundaire procedure kan worden aangevraagd door:

a)de curator van de hoofdprocedure;

b)elke andere persoon of autoriteit die krachtens het recht van de lidstaat op het grondgebied waarvan de secundaire procedure wordt aangevraagd, bevoegd is om een insolventieprocedure aan te vragen.

Artikel 30

Voorschot op de kosten en uitgaven

Wanneer het recht van de lidstaat waar een secundaire procedure aangevraagd is, voorschrijft dat de boedel van de schuldenaar toereikend moet zijn om de kosten en uitgaven van de procedure geheel of gedeeltelijk te dekken, kan de aangezochte rechter van de aanvrager een voorschot op de kosten of een passende zekerheidstelling verlangen.

Artikel 31

Samenwerkings- en kennisgevingsplicht

1. Onverminderd de regels die de mededeling van inlichtingen beperken, geldt voor de curator van de hoofdprocedure en de curatoren van de secundaire procedures een wederzijdse kennisgevingsplicht. Zij moeten onverwijld kennis geven van al hetgeen voor de andere procedure van nut kan zijn, met name de stand van de indiening en de verificatie van de vorderingen en de maatregelen tot beëindiging van de procedure.

2. Onverminderd de regels die op elk van deze procedures van toepassing zijn, geldt voor de curator van de hoofdprocedure en de curatoren van de secundaire procedures een wederzijdse samenwerkingsplicht.

3. De curator van een secundaire procedure moet de curator van de hoofdprocedure tijdig de gelegenheid bieden voorstellen in te dienen om de boedel van de secundaire procedure te liquideren of op enigerlei wijze te gebruiken.

Artikel 32

Uitoefening van de rechten van de schuldeisers

1. Iedere schuldeiser kan zijn vordering indienen in de hoofdprocedure en in elke secundaire procedure.

2. De curatoren van de hoofdprocedure en van een secundaire procedure dienen in een andere procedure de vorderingen in die reeds zijn ingediend in de procedure waarvoor zij aangewezen zijn, voorzover zulks dienstig is voor de schuldeisers wier belangen zij behartigen en onverminderd het recht van laatstgenoemden om zich daartegen te verzetten of hun ingediende vorderingen in te trekken, wanneer het van toepassing zijnde recht in die mogelijkheid voorziet.

3. De curator van een hoofdprocedure of een secundaire procedure kan met dezelfde rechten als alle andere schuldeisers aan een andere procedure deelnemen, met name door deel te nemen aan een vergadering van schuldeisers.

Artikel 33

Schorsing van de liquidatie

1. De rechter die de secundaire procedure heeft geopend, schorst de liquidatieverrichtingen geheel of ten dele op verzoek van de curator van de hoofdprocedure, onverminderd de mogelijkheid om in dat geval van de curator van de hoofdprocedure alle passende maatregelen te verlangen ter waarborging van de belangen van de schuldeisers van de secundaire procedure en van bepaalde groepen schuldeisers. Het verzoek van de curator van de hoofdprocedure kan alleen worden afgewezen indien het kennelijk niet in het belang is van de schuldeisers van de hoofdprocedure. De schorsing van de liquidatie kan worden bevolen voor een periode van ten hoogste drie maanden; zij kan worden verlengd of vernieuwd voor perioden van dezelfde duur.

2. De in lid 1 bedoelde rechter heft de schorsing van de liquidatieverrichtingen op:

—wanneer de curator van de hoofdprocedure daarom verzoekt;

—ambtshalve, op verzoek van een schuldeiser of op verzoek van de curator van de secundaire procedure, indien de schorsing niet meer gerechtvaardigd lijkt, met name door het belang van de schuldeisers van de hoofdprocedure of van de secundaire procedure.

Artikel 34

Maatregelen waarmee de insolventieprocedure wordt beëindigd

1. Wanneer het recht dat van toepassing is op de secundaire procedure voorziet in de mogelijkheid deze procedure zonder liquidatie te beëindigen door middel van een herstelplan, een akkoord of een vergelijkbare maatregel, kan een dergelijke maatregel door de curator van de hoofdprocedure zelf worden voorgesteld.

De beëindiging van de secundaire procedure door middel van een maatregel als bedoeld in de eerste alinea, wordt pas definitief met de instemming van de curator van de hoofdprocedure of, bij ontstentenis van diens instemming, wanneer de voorgestelde maatregel de financiële belangen van de schuldeisers van de hoofdprocedure niet aantast.

2. Iedere beperking van de rechten van de schuldeisers, zoals uitstel van betaling of schuldkwijtschelding, die voortvloeit uit een in een secundaire procedure voorgestelde maatregel als bedoeld in lid 1, kan voor goederen van de schuldenaar waarop deze procedure geen betrekking heeft slechts gevolgen hebben wanneer alle belanghebbende schuldeisers daarmee instemmen.

3. Tijdens de krachtens artikel 33 bevolen schorsing van de liquidatieverrichtingen kan slechts de curator van de hoofdprocedure, of de schuldenaar, met diens instemming, in de secundaire procedure maatregelen als bedoeld in lid 1 voorstellen; geen enkel ander voorstel voor een dergelijke maatregel wordt in stemming gebracht of goedgekeurd.

Artikel 35

Saldo van de secundaire procedure

Indien de liquidatie van de boedel van de secundaire procedure de mogelijkheid biedt alle in die procedure toegelaten vorderingen uit te keren, draagt de in die procedure aangewezen curator het saldo onverwijld over aan de curator van de hoofdprocedure.

Artikel 36

Later geopende hoofdprocedure

Indien een procedure als bedoeld in artikel 3, lid 1, wordt geopend nadat in een andere lidstaat een procedure als bedoeld in artikel 3, lid 2, is geopend, zijn de artikelen 31 tot en met 35 van toepassing op de eerst geopende insolventieprocedure, voorzover de stand van die procedure zulks mogelijk maakt.

Artikel 37 (2)

Omzetting van de eerder geopende procedure

De curator van de hoofdprocedure kan verzoeken een in bijlage A vermelde procedure die reeds eerder in een andere lidstaat is geopend, in een liquidatieprocedure om te zetten, indien deze omzetting nuttig blijkt voor de belangen van de schuldeisers van de hoofdprocedure.

De krachtens artikel 3, lid 2, bevoegde rechter geeft het bevel tot de omzetting in een van de in bijlage B vermelde procedures.

Artikel 38

Conservatoire maatregelen

Wanneer door de krachtens artikel 3, lid 1, bevoegde rechter van een lidstaat een voorlopige curator is aangewezen ter verzekering van de bewaring van de goederen van de schuldenaar, is die voorlopige curator gerechtigd om ten aanzien van de goederen van de schuldenaar die zich in een andere lidstaat bevinden om elke in het recht van laatstgenoemde lidstaat opgenomen conservatoire en beschermende maatregel te verzoeken voor de periode tussen de aanvraag van een insolventieprocedure en de beslissing tot opening van die procedure.



HOOFDSTUK IV

KENNISGEVING AAN DE SCHULDEISERS EN INDIENING VAN HUN VORDERINGEN

Artikel 39

Recht om vorderingen in te dienen

Elke schuldeiser die zijn gewone verblijfplaats, woonplaats of zetel heeft in een andere lidstaat dan de lidstaat waar de procedure is geopend, met inbegrip van de belastingautoriteiten en de sociale/zekerheidsinstellingen van de lidstaten, heeft het recht zijn vorderingen in de insolventieprocedure schriftelijk in te dienen.

Artikel 40

Verplichte kennisgeving aan de schuldeisers

1. Zodra in een lidstaat een insolventieprocedure wordt geopend, stelt de in deze lidstaat bevoegde rechter of de door die rechter aangewezen curator de bekende schuldeisers die hun gewone verblijfplaats, woonplaats of zetel in een andere lidstaat hebben, daarvan onverwijld in kennis.

2. Deze kennisgeving, die geschiedt door individuele toezending van een bericht, betreft met name de in acht te nemen termijnen, de sancties ten aanzien van die termijnen, het orgaan of de instantie waarbij de vorderingen moeten worden ingediend en de andere voorgeschreven maatregelen. Het bericht vermeldt ook of schuldeisers met een bevoorrechte vordering of een zakelijk zekerheidsrecht hun vorderingen moeten indienen.

Artikel 41

Inhoud van de indiening van een vordering

De schuldeiser zendt een afschrift van bewijsstukken, indien die bestaan, en doet opgave van aard, datum van ontstaan en bedrag van de vordering; hij geeft tevens aan of hij voor de vordering aanspraak maakt op een voorrecht, een zakelijk zekerheidsrecht of een eigendomsvoorbehoud, en op welke goederen zijn zekerheid betrekking heeft.

Artikel 42

Talen

1. De in artikel 40 bedoelde kennisgeving geschiedt in de officiële taal of een van de officiële talen van de lidstaat waar de procedure is geopend. Hiertoe wordt gebruikgemaakt van een formulier dat in alle officiële talen van de instellingen van de Europese Unie het opschrift draagt: „Oproep tot indiening van schuldvorderingen. In acht te nemen termijnen”.

2. Elke schuldeiser die zijn gewone verblijfplaats, woonplaats of zetel heeft in een andere lidstaat dan de lidstaat waar de procedure is geopend, kan zijn vordering indienen in de officiële taal of een van de officiële talen van die andere lidstaat. In dat geval moet de verklaring van indiening van een vordering echter in de officiële taal of een van de officiële talen van de lidstaat waar de procedure is geopend het opschrift dragen: „Indiening van een schuldvordering”. Van hem kan bovendien een vertaling in de officiële taal of een van de officiële talen van de lidstaat waar de procedure is geopend, worden verlangd.



HOOFDSTUK V

OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 43

Toepassing in de tijd

Deze verordening is slechts van toepassing op insolventieprocedures die na de inwerkingtreding ervan zijn geopend. Op de rechtshandelingen die de schuldenaar vóór de inwerkingtreding ervan heeft verricht, blijft het recht van toepassing dat gold op het tijdstip dat zij werden verricht.

Artikel 44

Verhouding tot verdragen

1. Na haar inwerkingtreding treedt deze verordening, wat haar toepassingsgebied betreft, in de betrekkingen tussen de lidstaten in de plaats van de tussen twee of meer lidstaten gesloten verdragen, met name van:

a)de Overeenkomst tussen België en Frankrijk betreffende de rechterlijke bevoegdheid, het gezag en de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen, van scheidsrechterlijke uitspraken en van authentieke akten, gesloten te Parijs op 8 juli 1899;

b)het Verdrag inzake faillissement, akkoord en uitstel van betaling tussen België en Oostenrijk, getekend te Brussel op 16 juli 1969 (met aanvullend protocol van 13 juni 1973);

c)het Verdrag tussen Nederland en België betreffende de territoriale rechterlijke bevoegdheid, betreffende het faillissement en betreffende het gezag en de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen, van scheidsrechterlijke uitspraken en van authentieke akten, gesloten te Brussel op 28 maart 1925;

d)het Verdrag tussen Duitsland en Oostenrijk inzake faillissement en akkoord, gesloten te Wenen op 25 mei 1979;

e)het Frans-Oostenrijkse Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen op het gebied van het faillissement, gesloten te Wenen op 27 februari 1979;

f)het Verdrag tussen Frankrijk en Italië betreffende de tenuitvoerlegging van vonnissen in burgerlijke en handelszaken, gesloten te Rome op 3 juni 1930;

g)het Verdrag tussen Italië en Oostenrijk inzake faillissement en akkoord, gesloten te Rome op 12 juli 1977;

h)het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland betreffende de wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen en andere executoriale titels in burgerlijke zaken, gesloten te 's-Gravenhage op 30 augustus 1962;

i)de Overeenkomst tussen het Verenigd Koninkrijk en België betreffende de wederzijdse tenuitvoerlegging van vonnissen in burgerlijke en handelszaken, met protocol, ondertekend te Brussel op 2 mei 1934;

j)de Overeenkomst tussen Denemarken, Finland, Noorwegen, Zweden en IJsland, betreffende het faillissement, gesloten te Kopenhagen op 7 november 1933;

k)het Europees Verdrag betreffende bepaalde internationale aspecten van het faillissement, ondertekend te Istanboel op 5 juni 1990;

▼A1

l)de Overeenkomst tussen de Federatieve Volksrepubliek Joegoslavië en het Koninkrijk Griekenland inzake de wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen, ondertekend te Athene op 18 juni 1959;

m)de Overeenkomst tussen de Federatieve Volksrepubliek Joegoslavië en de Republiek Oostenrijk inzake de wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van scheidsrechterlijke uitspraken en regelingen in het kader van arbitrage in handelszaken, ondertekend te Belgrado op 18 maart 1960;

n)de Overeenkomst tussen de Federatieve Volksrepubliek Joegoslavië en de Republiek Italië inzake wederzijdse rechtshulp in burgerlijke en bestuurlijke zaken, ondertekend te Rome op 3 december 1960;

o)de Overeenkomst tussen de Federatieve Volksrepubliek Joegoslavië en het Koninkrijk België inzake wederzijdse rechtshulp in burgerlijke en handelszaken, ondertekend te Belgrado op 24 september 1971;

p)de Overeenkomst tussen de Regeringen van Joegoslavië en Frankrijk inzake de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, ondertekend te Parijs op 18 mei 1971;

q)het Verdrag tussen de Tsjechoslowaakse Socialistische Republiek en de Helleense Republiek inzake rechtshulp in burgerlijke en strafzaken, ondertekend te Athene op 22 oktober 1980, dat nog van kracht is tussen Tsjechië en Griekenland;

r)het Verdrag tussen de Tsjechoslowaakse Socialistische Republiek en de Republiek Cyprus inzake rechtshulp in burgerlijke en strafzaken, ondertekend te Nicosia op 23 april 1982, dat nog van kracht is tussen Tsjechië en Cyprus;

s)het Verdrag tussen de Regering van de Tsjechoslowaakse Socialistische Republiek en de Regering van de Franse Republiek inzake rechtshulp en de erkenning en tenuitvoerlegging van vonnissen in burgerlijke, gezins- en handelszaken, ondertekend te Parijs op 10 mei 1984, dat nog van kracht is tussen Tsjechië en Frankrijk;

t)het Verdrag tussen de Tsjechoslowaakse Socialistische Republiek en de Italiaanse Republiek inzake rechtshulp in burgerlijke en strafzaken, ondertekend te Praag op 6 december 1985, dat nog van kracht is tussen Tsjechië en Italië;

u)de Overeenkomst tussen de Republiek Letland, de Republiek Estland en de Republiek Litouwen inzake rechtshulp en rechtsbetrekkingen, ondertekend te Tallinn op 11 november 1992;

v)de Overeenkomst tussen Estland en Polen inzake rechtshulp en rechtsbetrekkingen in burgerlijke, arbeids- en strafrechtzaken, ondertekend te Tallinn op 27 november 1998;

w)de Overeenkomst tussen de Republiek Litouwen en de Republiek Polen inzake rechtshulp en rechtsbetrekkingen in burgerlijke, arbeids- en strafrechtzaken, ondertekend te Warschau op 26 januari 1993;

▼M3

x)de Overeenkomst tussen de Socialistische Republiek Roemenië en de Helleense Republiek inzake rechtshulp in burgerlijke en strafzaken en bijbehorend protocol, ondertekend te Boekarest op 19 oktober 1972;

y)de Overeenkomst tussen de Socialistische Republiek Roemenië en de Franse Republiek inzake rechtshulp in burgerlijke en handelszaken, ondertekend te Parijs op 5 november 1974;

z)de Overeenkomst tussen de Volksrepubliek Bulgarije en de Helleense Republiek inzake rechtshulp in burgerlijke en strafzaken, ondertekend te Athene op 10 april 1976;

aa)de Overeenkomst tussen de Volksrepubliek Bulgarije en de Republiek Cyprus inzake rechtshulp in burgerlijke en strafzaken, ondertekend te Nicosia op 29 april 1983;

ab)de Overeenkomst tussen de Regering van de Volksrepubliek Bulgarije en de Regering van de Franse Republiek inzake wederzijdse rechtshulp in burgerlijke zaken, ondertekend te Sofia op 18 januari 1989;

ac)het Verdrag tussen Roemenië en de Tsjechische Republiek inzake rechtshulp in burgerlijke zaken, ondertekend te Boekarest op 11 juli 1994;

ad)het Verdrag tussen Roemenië en Polen inzake rechtshulp en rechtsbetrekkingen in burgerlijke zaken, ondertekend te Boekarest op 15 mei 1999.

▼B

2. De in lid 1 genoemde verdragen blijven rechtsgeldig voorzover zij betrekking hebben op procedures die vóór de inwerkingtreding van deze verordening zijn geopend.

3. Deze verordening is niet van toepassing:

a)in de lidstaten, voorzover zij in strijd is met verplichtingen die met betrekking tot een faillissement ontstaan uit een verdrag dat de betrokken lidstaat vóór de inwerkingtreding van deze verordening met een of meer derde staten heeft gesloten;

b)in het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, voorzover zij in strijd is met verplichtingen die in verband met faillissement ontstaan uit enigerlei regelingen met het Gemenebest die bij de inwerkingtreding van deze verordening bestaan.

Artikel 45

Wijziging van de bijlagen

De Raad kan, met gekwalificeerde meerderheid, op initiatief van een van zijn leden of op voorstel van de Commissie, de bijlagen wijzigen.

Artikel 46

Verslaggeving

Uiterlijk op 1 juni 2012 en daarna om de vijf jaar dient de Commissie bij het Europees Parlement, de Raad en het Economisch en Sociaal Comité een verslag in over de toepassing van deze verordening. Het verslag gaat zo nodig vergezeld van voorstellen tot wijziging van deze verordening.

Artikel 47

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op 31 mei 2002.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten, overeenkomstig het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap.

▼M10




BIJLAGE A

Insolventieprocedures als bedoeld in artikel 2, onder a)

BELGIQUE/BELGIË

—Het faillissement/La faillite

—De gerechtelijke reorganisatie door een collectief akkoord/La réorganisation judiciaire par accord collectif

—De gerechtelijke reorganisatie door overdracht onder gerechtelijk gezag/La réorganisation judiciaire par transfert sous autorité de justice

—De collectieve schuldenregeling/Le règlement collectif de dettes

—De vrijwillige vereffening/La liquidation volontaire

—De gerechtelijke vereffening/La liquidation judiciaire

—De voorlopige ontneming van beheer, bepaald in artikel 8 van de faillissementswet/Le dessaisissement provisoire, visé à l'article 8 de la loi sur les faillites

БЪЛГАРИЯ

—Производство по несъстоятелност

ČESKÁ REPUBLIKA

—Konkurs

—Reorganizace

—Oddlužení

DEUTSCHLAND

—Das Konkursverfahren

—Das gerichtliche Vergleichsverfahren

—Das Gesamtvollstreckungsverfahren

—Das Insolvenzverfahren

EESTI

—Pankrotimenetlus

ÉIRE/IRELAND

—Compulsory winding-up by the court

—Bankruptcy

—The administration in bankruptcy of the estate of persons dying insolvent

—Winding-up in bankruptcy of partnerships

—Creditors' voluntary winding-up (with confirmation of a court)

—Arrangements under the control of the court which involve the vesting of all or part of the property of the debtor in the Official Assignee for realisation and distribution

—Company examinership

—Debt Relief Notice

—Debt Settlement Arrangement

—Personal Insolvency Arrangement

ΕΛΛΑΔΑ

—Η πτώχευση

—Η ειδική εκκαθάριση εν λειτουργία

—Σχέδιο αναδιοργάνωσης

—Απλοποιημένη διαδικασία επί πτωχεύσεων μικρού αντικειμένου

ESPAÑA

—Concurso

FRANCE

—Sauvegarde

—Redressement judiciaire

—Liquidation judiciaire

HRVATSKA

—Stečajni postupak

ITALIA

—Fallimento

—Concordato preventivo

—Liquidazione coatta amministrativa

—Amministrazione straordinaria

ΚΥΠΡΟΣ

—Υποχρεωτική εκκαθάριση από το Δικαστήριο

—Εκούσια εκκαθάριση από μέλη

—Εκούσια εκκαθάριση από πιστωτές

—Εκκαθάριση με την εποπτεία του Δικαστηρίου

—Διάταγμα Παραλαβής και πτώχευσης κατόπιν Δικαστικού Διατάγματος

—Διαχείριση της περιουσίας προσώπων που απεβίωσαν αφερέγγυα

LATVIJA

—Tiesiskās aizsardzības process

—Juridiskās personas maksātnespējas process

—Fiziskās personas maksātnespējas process

LIETUVA

—Įmonės restruktūrizavimo byla

—Įmonės bankroto byla

—Įmonės bankroto procesas ne teismo tvarka

—Fizinio asmens bankroto byla

LUXEMBOURG

—Faillite

—Gestion contrôlée

—Concordat préventif de faillite (par abandon d'actif)

—Régime spécial de liquidation du notariat

—Procédure de règlement collectif des dettes dans le cadre du surendettement

MAGYARORSZÁG

—Csődeljárás

—Felszámolási eljárás

MALTA

—Xoljiment

—Amministrazzjoni

—Stralċ volontarju mill-membri jew mill-kredituri

—Stralċ mill-Qorti

—Falliment f'każ ta' negozjant

NEDERLAND

—Het faillissement

—De surséance van betaling

—De schuldsaneringsregeling natuurlijke personen

ÖSTERREICH

—Das Konkursverfahren (Insolvenzverfahren)

—Das Sanierungsverfahren ohne Eigenverwaltung (Insolvenzverfahren)

—Das Sanierungsverfahren mit Eigenverwaltung (Insolvenzverfahren),

—Das Schuldenregulierungsverfahren

—Das Abschöpfungsverfahren

—Das Ausgleichsverfahren

POLSKA

—Postępowanie naprawcze

—Upadłość obejmująca likwidację

—Upadłość z możliwością zawarcia układu

—Upadłość

—Przyspieszone postępowanie układowe

—Postępowanie układowe

—Postępowanie sanacyjne

PORTUGAL

—Processo de insolvência

—Processo especial de revitalização

ROMÂNIA

—Procedura insolvenței

—Reorganizarea judiciară

—Procedura falimentului

SLOVENIJA

—Stečajni postopek

—Skrajšani stečajni postopek

—Postopek prisilne poravnave

—Prisilna poravnava v stečaju

SLOVENSKO

—Konkurzné konanie

—Reštrukturalizačné konanie

—Oddlženie

SUOMI/FINLAND

—Konkurssi/konkurs

—Yrityssaneeraus/företagssanering

SVERIGE

—Konkurs

—Företagsrekonstruktion

UNITED KINGDOM

—Winding-up by or subject to the supervision of the court

—Creditors' voluntary winding-up (with confirmation by the court)

—Administration, including appointments made by filing prescribed documents with the court

—Voluntary arrangements under insolvency legislation

—Bankruptcy or sequestration




BIJLAGE B

Liquidatieprocedures als bedoeld in artikel 2, onder c)

BELGIQUE/BELGIË

—Het faillissement/La faillite

—De vrijwillige vereffening/La liquidation volontaire

—De gerechtelijke vereffening/La liquidation judiciaire

—De gerechtelijke reorganisatie door overdracht onder gerechtelijk gezag/La réorganisation judiciaire par transfert sous autorité de justice

БЪЛГАРИЯ

—Производство по несъстоятелност

ČESKÁ REPUBLIKA

—Konkurs

DEUTSCHLAND

—Das Konkursverfahren

—Das Gesamtvollstreckungsverfahren

—Das Insolvenzverfahren

EESTI

—Pankrotimenetlus

ÉIRE/IRELAND

—Compulsory winding-up

—Bankruptcy

—The administration in bankruptcy of the estate of persons dying insolvent

—Winding-up in bankruptcy of partnerships

—Creditors' voluntary winding-up (with confirmation of a court)

—Arrangements under the control of the court which involve the vesting of all or part of the property of the debtor in the Official Assignee for realisation and distribution

ΕΛΛΑΔΑ

—Η πτώχευση

—Η ειδική εκκαθάριση

—Απλοποιημένη διαδικασία επί πτωχεύσεων μικρού αντικειμένου

ESPAÑA

—Concurso

FRANCE

—Liquidation judiciaire

HRVATSKA

—Stečajni postupak

ITALIA

—Fallimento

—Concordato preventivo

—Liquidazione coatta amministrativa

—Amministrazione straordinaria

ΚΥΠΡΟΣ

—Υποχρεωτική εκκαθάριση από το Δικαστήριο

—Εκκαθάριση με την εποπτεία του Δικαστηρίου

—Εκούσια εκκαθάριση από πιστωτές, με επιβεβαίωση του Δικαστηρίου

—Πτώχευση

—Διαχείριση της περιουσίας προσώπων που απεβίωσαν αφερέγγυα

LATVIJA

—Juridiskās personas maksātnespējas process

—Fiziskās personas maksātnespējas process

LIETUVA

—Įmonės bankroto byla

—Įmonės bankroto procesas ne teismo tvarka

LUXEMBOURG

—Faillite

—Régime spécial de liquidation du notariat

—Liquidation judiciaire dans le cadre du surendettement

MAGYARORSZÁG

—Felszámolási eljárás

MALTA

—Stralċ volontarju

—Stralċ mill-Qorti

—Falliment inkluż il-ħruġ ta' mandat ta' qbid mill-Kuratur f'każ ta' negozjant fallut

NEDERLAND

—Het faillissement

—De schuldsaneringsregeling natuurlijke personen

ÖSTERREICH

—Das Konkursverfahren (Insolvenzverfahren)

POLSKA

—Upadłość obejmująca likwidację

—Upadłość

PORTUGAL

—Processo de insolvência

ROMÂNIA

—Procedura falimentului

SLOVENIJA

—Stečajni postopek

—Skrajšani stečajni postopek

SLOVENSKO

—Konkurzné konanie

SUOMI/FINLAND

—Konkurssi/konkurs

SVERIGE

—Konkurs

UNITED KINGDOM

—Winding-up by or subject to the supervision of the court

—Winding-up through administration, including appointments made by filing prescribed documents with the court

—Creditors' voluntary winding-up (with confirmation by the court)

—Bankruptcy or sequestration




BIJLAGE C

Curatoren als bedoeld in artikel 2, onder b)

BELGIQUE/BELGIË

—De curator/Le curateur

—De gedelegeerd rechter/Le juge-délégué

—De gerechtsmandataris/Le mandataire de justice

—De schuldbemiddelaar/Le médiateur de dettes

—De vereffenaar/Le liquidateur

—De voorlopige bewindvoerder/L'administrateur provisoire

БЪЛГАРИЯ

—Назначен предварително временен синдик

—Временен синдик

—(Постоянен) синдик

—Служебен синдик

ČESKÁ REPUBLIKA

—Insolvenční správce

—Předběžný insolvenční správce

—Oddělený insolvenční správce

—Zvláštní insolvenční správce

—Zástupce insolvenčního správce

DEUTSCHLAND

—Konkursverwalter

—Vergleichsverwalter

—Sachwalter (nach der Vergleichsordnung)

—Verwalter

—Insolvenzverwalter

—Sachwalter (nach der Insolvenzordnung)

—Treuhänder

—Vorläufiger Insolvenzverwalter

EESTI

—Pankrotihaldur

—Ajutine pankrotihaldur

—Usaldusisik

ÉIRE/IRELAND

—Liquidator

—Official Assignee

—Trustee in bankruptcy

—Provisional Liquidator

—Examiner

—Personal Insolvency Practitioner

—Insolvency Service

ΕΛΛΑΔΑ

—Ο σύνδικος

—Ο εισηγητής

—Η επιτροπή των πιστωτών

—Ο ειδικός εκκαθαριστής

ESPAÑA

—Administradores concursales

FRANCE

—Mandataire judiciaire

—Liquidateur

—Administrateur judiciaire

—Commissaire à l'exécution du plan

HRVATSKA

—Stečajni upravitelj

—Privremeni stečajni upravitelj

—Stečajni povjerenik

—Povjerenik

ITALIA

—Curatore

—Commissario giudiziale

—Commissario straordinario

—Commissario liquidatore

—Liquidatore giudiziale

ΚΥΠΡΟΣ

—Εκκαθαριστής και Προσωρινός Εκκαθαριστής

—Επίσημος Παραλήπτης

—Διαχειριστής της Πτώχευσης

LATVIJA

—Maksātnespējas procesa administrators

LIETUVA

—Bankroto administratorius

—Restruktūrizavimo administratorius

LUXEMBOURG

—Le curateur

—Le commissaire

—Le liquidateur

—Le conseil de gérance de la section d'assainissement du notariat

—Le liquidateur dans le cadre du surendettement

MAGYARORSZÁG

—Vagyonfelügyelő

—Felszámoló

MALTA

—Amministratur Proviżorju

—Riċevitur Uffiċjali

—Stralċjarju

—Manager Speċjali

—Kuraturi f'każ ta' proċeduri ta' falliment

NEDERLAND

—De curator in het faillissement

—De bewindvoerder in de surséance van betaling

—De bewindvoerder in de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen

ÖSTERREICH

—Masseverwalter

—Sanierungsverwalter

—Ausgleichsverwalter

—Besonderer Verwalter

—Einstweiliger Verwalter

—Sachwalter

—Treuhänder

—Insolvenzgericht

—Konkursgericht

POLSKA

—Syndyk

—Nadzorca sądowy

—Zarządca

—Nadzorca układu

—Tymczasowy nadzorca sądowy

—Tymczasowy zarządca

—Zarządca przymusowy

PORTUGAL

—Administrador de insolvência

—Administrador judicial provisório

ROMÂNIA

—Practician în insolvență

—Administrator judiciar

—Lichidator

SLOVENIJA

—Upravitelj prisilne poravnave

—Stečajni upravitelj

—Sodišče, pristojno za postopek prisilne poravnave

—Sodišče, pristojno za stečajni postopek

SLOVENSKO

—Predbežný správca

—Správca

SUOMI/FINLAND

—Pesänhoitaja/boförvaltare

—Selvittäjä/utredare

SVERIGE

—Förvaltare

—Rekonstruktör

UNITED KINGDOM

—Liquidator

—Supervisor of a voluntary arrangement

—Administrator

—Official Receiver

—Trustee

—Provisional Liquidator

—Judicial factor



(1) Zie de verklaring van Portugal betreffende de toepassing van artikel 26 en artikel 37 (PB C 183 van 30.6.2000, blz. 1).

(2) Zie de verklaring van Portugal betreffende de toepassing van artikel 26 en artikel 37 (PB C 183 van 30.6.2000, blz. 1).