Home

Verordening (EG) n r. 2580/2001 van de Raad van 27 december 2001 inzake specifieke beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten met het oog op de strijd tegen het terrorisme

Verordening (EG) n r. 2580/2001 van de Raad van 27 december 2001 inzake specifieke beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten met het oog op de strijd tegen het terrorisme

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, met name de artikelen 60, 301 en 308,

Gelet op Gemeenschappelijk Standpunt 2001/931/GBVB van de Raad van 27 december 2001 betreffende de toepassing van specifieke maatregelen ter bestrijding van het terrorisme(1),

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement(2),

Overwegende hetgeen volgt:

  1. De Europese Raad heeft op een buitengewone bijeenkomst op 21 september 2001 verklaard dat het terrorisme een waarlijke uitdaging voor de wereld en voor Europa is en dat de strijd tegen het terrorisme een prioritaire doelstelling van de Europese Unie zal zijn.

  2. De Europese Raad heeft verklaard dat de strijd tegen de financiering van terrorisme van doorslaggevend belang is in de strijd tegen het terrorisme en heeft de Raad verzocht de nodige maatregelen ter bestrijding van iedere vorm van financiering van terroristische activiteiten te treffen.

  3. In Resolutie 1373 (2001) van 28 september 2001 heeft de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties besloten dat alle staten moeten overgaan tot het bevriezen tegoeden en andere financiële of economische middelen van personen die terroristische daden plegen of pogen te plegen, of aan het plegen van dergelijke daden deelnemen of de uitvoering ervan vergemakkelijken.

  4. Voorts heeft de Veiligheidsraad besloten dat maatregelen moeten worden genomen om te verbieden dat tegoeden en andere financiële of economische middelen aan deze personen ter beschikking worden gesteld en om te verbieden dat financiële of andere verwante diensten worden verleend aan deze personen.

  5. Een optreden van de Gemeenschap is nodig om de GBVB-aspecten van Gemeenschappelijk Standpunt 2001/931/GBVB te implementeren.

  6. Deze verordening is een maatregel die op communautair niveau genomen moet worden en een aanvulling vormt op administratieve en gerechtelijke procedures met betrekking tot terroristische organisaties in de Europese Unie en derde landen.

  7. Voor de toepassing van deze verordening wordt het grondgebied van de Gemeenschap geacht, overeenkomstig de in het Verdrag vastgestelde voorwaarden, de gebieden van de lidstaten waarop het Verdrag van toepassing is, te omvatten.

  8. Met het oog op de bescherming van de belangen van de Gemeenschap kunnen bepaalde uitzonderingen worden toegestaan.

  9. Wat de procedure voor vaststelling en wijziging van de lijst in artikel 2, lid 3, betreft, moet de Raad zelf de overeenkomstige uitvoeringsbevoegdheden uitoefenen, rekening houdend met de specifieke middelen die de lidstaten daartoe ter beschikking staan.

  10. Ontduiking van deze verordening moet worden voorkomen door een adequaat informatiesysteem en zo nodig rechtsmiddelen, met inbegrip van aanvullende communautaire wetgeving.

  11. De bevoegde instanties van de lidstaten moeten, waar nodig, de bevoegdheid krijgen om toe te zien op de naleving van de bepalingen van deze verordening.

  12. De lidstaten moeten regels vastleggen voor de sancties die van toepassing zijn op overtredingen van de bepalingen van deze verordening en ervoor zorgen dat deze worden uitgevoerd. Deze sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.

  13. De Commissie en de lidstaten dienen elkaar op de hoogte te stellen van de krachtens deze verordening getroffen maatregelen en andere in verband met deze verordening tot hun beschikking staande relevante informatie.

  14. De in artikel 2, lid 3, vervatte lijst kan zowel personen en entiteiten omvatten die enigerlei banden hebben met derde landen, als personen en entiteiten die anderszins vallen onder de GBVB-aspecten van Gemeenschappelijk Standpunt 2001/931/GBVB. Het verdrag voorziet voor de goedkeuring van bepalingen ten aanzien van die laatste groep in het kader van deze verordening niet in andere bevoegdheden dan die krachtens artikel 308.

  15. De Europese Gemeenschap heeft de Resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties nr. 1267(1999) en nr. 1333(2000) reeds uitgevoerd bij Verordening (EG) nr. 476/2001(3) tot bevriezing van de tegoeden van bepaalde personen en groepen, en daarom vallen die personen en groepen niet onder deze verordening,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor de toepassing van deze verordening gelden de volgende definities:

  1. „Tegoeden, andere financiële activa en economische middelen”: activa van enigerlei aard, materieel of immaterieel, roerend of onroerend, ongeacht de wijze waarop zij verkregen zijn, en juridische documenten of instrumenten in welke vorm ook, ook elektronisch of digitaal, waaruit eigendom van of een belang in dergelijke activa blijkt, met inbegrip van, doch niet beperkt tot, bankkredieten, reischeques, bankcheques, postwissels, aandelen, effecten, obligaties, wissels, kredietbrieven.

  2. „Bevriezing van tegoeden, andere financiële of economische middelen”: het voorkomen van het op enigerlei wijze muteren, overmaken, corrigeren, gebruiken of omgaan met tegoeden met als gevolg wijzigingen van hun omvang, bedrag, locatie, eigenaar, bezit, onderscheidende kenmerken, bestemming, of verdere wijzigingen waardoor het gebruik van bedoelde middelen, inclusief het beheer van een beleggingsportefeuille, mogelijk zou worden gemaakt.

  3. „Financiële diensten”: alle diensten van financiële aard, waaronder alle verzekeringsdiensten en met verzekeringen verband houdende diensten, en alle bankdiensten en andere financiële diensten (met uitzondering van verzekeringen) als volgt:

      1. Directe verzekeringen (waaronder medeverzekering)

        1. levensverzekering

        2. schadeverzekering;

      2. herverzekering en retrocessie;

      3. verzekeringsbemiddeling, zoals diensten van makelaars en agenten;

      4. nevendiensten van het verzekeringsbedrijf, zoals adviesverstrekking, actuariaat, risicobeoordeling en regeling van schadevorderingen.

      1. acceptatie van deposito's en andere terugbetaalbare tegoeden;

      2. alle soorten leningen, waaronder consumentenkrediet en hypotheken, factoring en financiering van commerciële transacties;

      3. financiële leasing;

      4. alle betalings- en geldovermakingsdiensten, met inbegrip van krediet- en betaalkaarten, reischeques en bankwissels;

      5. garanties en betalingsverplichtingen;

      6. transacties voor eigen rekening of voor rekening van klanten, op de beurs of op de markt van niet-genoteerde fondsen of anderszins ten aanzien van:

        1. geldmarktinstrumenten (met inbegrip van cheques, effecten, depositocertificaten);

        2. valuta's;

        3. derivaten, met inbegrip van termijninstrumenten en opties;

        4. valuta- en rente-instrumenten, waaronder producten als swaps, forward rate agreements;

        5. verhandelbare effecten;

        6. andere verhandelbare instrumenten en financiële activa, edelmetaal inbegrepen;

      7. deelneming in emissies van diverse soorten effecten, met inbegrip van het garanderen en plaatsen van effecten als agent (openbaar of particulier) en het verlenen van daarmede verband houdende diensten;

      8. financiële bemiddeling;

      9. beheer van activa, bijvoorbeeld kasmiddelen of beleggingsportefeuilles, alle vormen van beheer van collectieve beleggingen, beheer van pensioenfondsen alsmede bewaargevings-, deposito- en trustdiensten;

      10. verrekening- en clearingdiensten voor financiële activa, met inbegrip van effecten, afgeleide producten en andere verhandelbare instrumenten;

      11. verstrekking en doorgifte van financiële informatie en bewerking van financiële gegevens en daarop betrekking hebbende software door aanbieders van andere financiële diensten;

      12. advies-, bemiddelings- en andere financiële nevendiensten, behorende bij alle onder v) tot en met xv) vermelde activiteiten, daarbij inbegrepen kredietonderzoek en -analyse, onderzoek en advies aangaande investeringen en beleggingen, advies over overnames, bedrijfsreorganisatie en strategie.

  4. Voor de toepassing van deze verordening wordt uitgegaan van de definitie van „terroristische daad” in artikel 1, lid 3, van Gemeenschappelijk Standpunt 2001/931/GBVB.

  5. „Eigenaar zijn van een rechtspersoon, groep of entiteit”: in het bezit zijn van 50 % of meer van de eigendomsrechten van een rechtspersoon, groep of entiteit, of daarin een meerderheidsbelang hebben.

  6. Zeggenschap uitoefenen over een rechtspersoon, groep of entiteit:

    1. het recht hebben om de meerderheid van de leden van het toezichthoudend, leidinggevend of bestuursorgaan van een dergelijke rechtspersoon, groep of entiteit aan te stellen of te ontslaan; of

    2. het aangesteld hebben, enkel als gevolg van de uitoefening van zijn stemrechten, van de meerderheid van de leden van het toezichthoudend, leidinggevend of bestuursorgaan van een rechtspersoon, groep of entiteit die gedurende het lopende en voorgaande begrotingsjaar in functie waren; of

    3. het, ingevolge een overeenkomst met andere aandeelhouders in of leden van een rechtspersoon, groep of entiteit alléén zeggenschap hebben over de meerderheid van de aandeelhouders- of ledenstemrechten in die rechtspersoon, groep of entiteit; of

    4. het bezit van het recht tot het uitoefenen van een overheersende invloed op een rechtspersoon, groep of entiteit ingevolge een met die rechtspersoon, groep of entiteit aangegane overeenkomst of een bepaling in het memorandum of de akte van oprichting, wanneer het recht dat die rechtspersoon, groep of entiteit beheerst een dergelijke overeenkomst of bepaling toestaat; of

    5. het hebben van de bevoegdheid tot het uitoefenen van het recht om de overheersende invloed als bedoeld in punt d) uit te oefenen zonder de houder van dat recht te zijn; of

    6. het hebben van het recht om alle of een deel van de activa van een rechtspersoon, groep of entiteit te gebruiken; of

    7. het op geconsolideerde basis beheren van een rechtspersoon, groep of entiteit gepaard gaande met het publiceren van geconsolideerde jaarrekeningen; of

    8. het gezamenlijk en hoofdelijk delen van de financiële verplichtingen van een rechtspersoon, groep of entiteit of het garanderen van deze verplichtingen.

Artikel 2

1.

Tenzij toegestaan uit hoofde van de artikelen 5 en 6:

  1. worden alle tegoeden, andere financiële activa en economische middelen die in het bezit zijn van, eigendom zijn van of gehouden worden door een in de lijst in artikel 2, lid 3, bedoelde natuurlijk persoon of rechtspersoon, groep of entiteit, bevroren;

  2. worden aan of ten behoeve van een in de lijst in artikel 2, lid 3, bedoelde natuurlijke of rechtspersoon, groep of entiteit noch direct noch indirect tegoeden, andere financiële activa en economische middelen ter beschikking gesteld.

2.

Tenzij toegestaan uit hoofde van de artikelen 5 en 6, is het verboden financiële diensten te verrichten voor of ten behoeve van een natuurlijke of rechtspersoon, groep of entiteit als vermeld in de lijst als bedoeld in artikel 2, lid 3.

3.

De Raad stelt de lijst vast van personen, groepen en entiteiten waarop deze verordening van toepassing is, en evalueert en wijzigt deze met eenparigheid van stemmen, overeenkomstig de bepalingen van artikel 1, leden 4, 5 en 6, van Gemeenschappelijk Standpunt 2001/931/GBVB. Deze lijst behelst:

  1. natuurlijke personen die een terroristische daad plegen, pogen te plegen, daaraan deelnemen of het plegen van deze daden vergemakkelijken;

  2. rechtspersonen, groepen of entiteiten die een terroristische daad plegen, pogen te plegen, daaraan deelnemen of het plegen van deze daden vergemakkelijken;

  3. rechtspersonen, groepen of entiteiten die eigendom zijn van of gecontroleerd worden door een of meer natuurlijke of rechtspersonen, groepen of entiteiten als bedoeld in de punten i) en ii);

  4. natuurlijke of rechtspersonen, groepen of entiteiten die optreden namens of in opdracht van een of meer natuurlijke of rechtspersonen, groepen of entiteiten als bedoeld in de punten i) en ii).

Artikel 3

1.

Het is verboden om willens en wetens deel te nemen aan activiteiten die ertoe strekken of tot gevolg hebben dat, direct of indirect, artikel 2 wordt ontdoken.

2.

Alle informatie dat de bepalingen van deze verordening worden of zijn ontdoken, wordt ter kennis gebracht van de in de bijlage genoemde bevoegde autoriteiten van de lidstaten en aan de Commissie.

Artikel 4

1.

Onverminderd de toepasselijke voorschriften inzake rapportage, vertrouwelijkheid en beroepsgeheim en onverminderd het bepaalde in artikel 284 van het Verdrag wordt door banken, andere financiële instellingen, verzekeringsondernemingen en andere organisaties en personen:

  • onverwijld alle informatie verstrekt die de naleving van deze verordening kan vergemakkelijken, zoals rekeningen en bedragen die overeenkomstig artikel 2 zijn bevroren en transacties die overeenkomstig de artikelen 5 en 6 zijn verricht:

    • aan de in de bijlage vermelde bevoegde autoriteiten van de lidstaten waar zij hun woonplaats hebben of gevestigd zijn,

    • via die bevoegde autoriteiten aan de Commissie;

  • samengewerkt met de in de bijlage genoemde bevoegde autoriteiten wanneer deze de verstrekte informatie willen verifiëren.

2.

Alle overeenkomstig dit artikel verstrekte of ontvangen informatie wordt uitsluitend gebruikt voor de doeleinden waarvoor zij is verstrekt respectievelijk ontvangen.

3.

Alle direct door de Commissie ontvangen informatie wordt ter beschikking gesteld van de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten, alsmede van de Raad.

Artikel 5

Artikel 6

Artikel 7

Artikel 8

Artikel 9

Artikel 10

Artikel 11

BIJLAGELIJST VAN BEVOEGDE INSTANTIES BEDOELD IN DE ARTIKELEN 3, 4 EN 5