In deze beschikking worden de algemene geografische gebieden aangegeven waarin de lidstaten overeenkomstig artikel 8, lid 1, van Richtlijn 2000/75/EG beschermings- en toezichtsgebieden („beperkingsgebieden”) moeten instellen.
Beschikking van de Commissie van 25 november 2003 inzake beschermings- en toezichtsgebieden in verband met bluetongue (kennisgeving geschied onder nummer C(2003) 4335) (Voor de EER relevante tekst) (2003/828/EG)
Beschikking van de Commissie van 25 november 2003 inzake beschermings- en toezichtsgebieden in verband met bluetongue (kennisgeving geschied onder nummer C(2003) 4335) (Voor de EER relevante tekst) (2003/828/EG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Richtlijn 2000/75/EG van de Raad van 20 november 2000 tot vaststelling van specifieke bepalingen inzake de bestrijding en uitroeiing van bluetongue(1), en met name op artikel 8, lid 2, onder d), en lid 3, artikel 9, lid 1, onder c), en artikel 19, derde alinea,
Overwegende hetgeen volgt:
Beschikking 2003/218/EG van de Commissie van 27 maart 2003 inzake de instelling van beschermings- en toezichtsgebieden in verband met bluetongue en houdende vaststelling van regels voor verplaatsingen van dieren van en naar deze gebieden en tot intrekking van Beschikking 2001/783/EG(2), gewijzigd bij Beschikking 2003/535/EG(3), is vastgesteld in het licht van de situatie met betrekking tot bluetongue in de eerste maanden van 2003. Bij eerstgenoemde beschikking zijn beschermings- en toezichtsgebieden afgebakend op grond van de specifieke epizoötiologische situatie en zijn de voorwaarden vastgelegd voor de toepassing van uitzonderingen op het verbod op verplaatsingen van dieren in en uit die gebieden.
Gezien de ontwikkeling van die situatie, en met name de isolatie van een nieuw serotype in Sardinië en Corsica (serotype 4) en een nieuwe uitbraak van serotype 2 op de Balearen, moeten de algemene geografische gebieden waarin beschermings- en toezichtsgebieden moeten worden ingesteld, opnieuw worden bekeken.
Op grond van de geïsoleerde serotypen moeten vijf algemene „beperkingsgebieden” worden onderscheiden: de Balearen en het continentale deel van Noord-Italië (serotype 2), Sardinië en Corsica (serotypen 2 en 4), het continentale deel van Zuid-Italië (serotypen 2 en 9 en in mindere mate 4 en 16) en twee gebieden in Griekenland waar de afgelopen jaren op verschillende plaatsen verschillende serotypen geïsoleerd zijn.
Naar aanleiding van een verzoek van Griekenland moet een onderscheid gemaakt worden tussen het continentale deel van het grondgebied van die lidstaat, waarvoor uitzonderingen op het verbod om dieren uit dat gebied te verzenden, ten behoeve van het intracommunautaire handelsverkeer kunnen worden toegestaan, en de rest van het grondgebied, waarvoor dergelijke uitzonderingen beperkt dienen te blijven tot verplaatsingen binnen de lidstaat.
Gezien het verbod op vaccinatie in beschermingsgebieden krachtens Richtlijn 2000/75/EG en de ontwikkeling van de epizoötiologische situatie ter plaatse dient de afbakening tussen beschermings- en toezichtsgebieden aan de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaten te worden overgelaten.
Uitzonderingen op het verbod om dieren uit beschermings- en toezichtsgebieden te verplaatsen moeten worden toegestaan op grond van een risicoanalyse met inachtneming van de gegevens die zijn verzameld in het toezichtsprogramma voor de virusactiviteit op de plaats van oorsprong, de bestemming van de dieren en hun vaccinatiestatus.
Er moeten voorwaarden worden vastgelegd voor de doorvoer van dieren door de beschermings- en toezichtsgebieden.
Voor de duidelijkheid moet Beschikking 2003/218/EG worden ingetrokken en door deze beschikking worden vervangen.
De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Artikel 1 Onderwerp
Ook worden voorwaarden vastgesteld voor uitzonderingen op het verplaatsingsverbod als bedoeld in artikel 9, lid 1, onder c), en artikel 10, punt 1, van Richtlijn 2000/75/EG voor bepaalde verplaatsingen van dieren en van sperma, eicellen en embryo's daarvan, uit en door de beperkingsgebieden.
Deze beschikking heeft geen gevolgen voor verplaatsingen binnen de in artikel 2, lid 1, eerste alinea, bedoelde beperkingsgebieden, tenzij anders bepaald.
Artikel 2 Afbakening van beperkingsgebieden
De beperkingsgebieden A, B, C, D, E en F worden afgebakend zoals aangegeven in bijlage I.
Uitzonderingen op het verbod op verplaatsingen uit die gebieden mogen alleen overeenkomstig de in deze beschikking vastgestelde voorwaarden worden toegestaan.
Voor het in bijlage I aangegeven beperkingsgebied F zijn verplaatsingen van levende dieren van voor bluetongue vatbare soorten van het Spaanse grondgebied naar Portugal verboden, tenzij daar door de bevoegde autoriteiten toestemming voor is gegeven.
Voor Griekenland geldt het verplaatsingsverbod alleen voor verplaatsingen binnen die lidstaat van gebied E naar gebied D zoals aangegeven in bijlage I.
Artikel 3 Uitzonderingen op het verbod van verplaatsingen binnen de lidstaat
Het verplaatsingsverbod geldt niet voor verzendingen binnen de lidstaat van dieren en van sperma, eicellen en embryo's daarvan, uit een in bijlage I vermeld beperkingsgebied, mits de dieren, het sperma, de eicellen en de embryo's voldoen aan de in bijlage II vermelde voorwaarden, dan wel, voor Spanje, Frankrijk en Italië, aan het bepaalde in lid 2, of voor Griekenland aan het bepaalde in lid 3.
In Spanje, Frankrijk en Italië staat de bevoegde autoriteit ook een uitzondering op het verplaatsingsverbod toe ten behoeve van verzendingen binnen de lidstaat zoals bedoeld in lid 1, wanneer:
-
de dieren afkomstig zijn van een beslag dat is gevaccineerd overeenkomstig het door de bevoegde autoriteit vastgestelde programma;
-
de dieren meer dan 30 dagen en minder dan een jaar vóór de datum van verzending zijn gevaccineerd tegen het serotype of de serotypen die in een uit epizoötiologisch oogpunt relevant gebied van herkomst aanwezig zijn of kunnen zijn;
-
uit het toezichtsprogramma voor vectoren in een uit epizoötiologisch oogpunt relevant gebied van bestemming is gebleken dat volwassen culicoïdes imicola niet langer actief zijn.
In Griekenland staat de bevoegde autoriteit ook een uitzondering op het verplaatsingsverbod toe ten behoeve van verzendingen binnen die lidstaat als bedoeld in lid 1, indien:
-
de dieren negatief hebben gereageerd op een serologische test (ELISA of AGID) die op zijn vroegst 72 uur vóór de verzending is uitgevoerd, en
-
de dieren op het tijdstip van bemonstering voor de test zijn besproeid met een insectenwerend middel dat meer dan vier dagen werkzaam blijft.
Er wordt een kanalisatieprocedure opgezet, die onder controle staat van de bevoegde autoriteit, om te voorkomen dat dieren die overeenkomstig dit artikel zijn verplaatst, verder worden verplaatst naar een andere lidstaat.
Artikel 4 Uitzonderingen op het verbod van verplaatsingen van slachtdieren binnen de lidstaat
De bevoegde autoriteit kan een uitzondering op het verplaatsingsverbod toestaan ten behoeve van verzendingen uit een beperkingsgebied van dieren die bestemd zijn om in dezelfde lidstaat onmiddellijk te worden geslacht, indien:
-
in elk geval afzonderlijk een risico-evaluatie wordt gemaakt van het mogelijke contact tussen de dieren en vectoren tijdens het vervoer naar het slachthuis, met inachtneming van:
-
de aan de hand van het toezichtsprogramma inzake de vectoractiviteit verkregen gegevens;
-
de afstand tussen de plaats van binnenkomst in het gebied waarvoor geen beperkingen gelden, en het slachthuis;
-
de entomologische gegevens met betrekking tot de onder ii) bedoelde route;
-
de periode van de dag waarin het transport plaatsvindt, gerelateerd aan de uren waarop de vectoren actief zijn;
-
het mogelijke gebruik van insecticiden overeenkomstig Richtlijn 96/23/EG van de Raad(4);
-
-
de te verplaatsen dieren op de dag van vervoer geen enkel teken van bluetongue vertonen;
-
de dieren in door de bevoegde autoriteit verzegelde voertuigen rechtstreeks naar het slachthuis worden vervoerd en onmiddellijk onder officieel toezicht worden geslacht;
-
de bevoegde autoriteit die verantwoordelijk is voor het slachthuis, van de geplande verzending op de hoogte wordt gebracht en aan de bevoegde autoriteit van de plaats van verzending meldt dat de dieren zijn aangekomen.