Home

Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (Voor de EER relevante tekst)

Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (Voor de EER relevante tekst)

HOOFDSTUK I DE BEGINSELEN

Artikel 1 Toepassing van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag

1.

Overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen als bedoeld in artikel 81, lid 1, van het Verdrag die niet aan de voorwaarden van artikel 81, lid 3, van het Verdrag voldoen, zijn verboden, zonder dat hiertoe een voorafgaande beslissing vereist is.

2.

Overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen als bedoeld in artikel 81, lid 1, van het Verdrag die aan de voorwaarden van artikel 81, lid 3, van het Verdrag voldoen, zijn niet verboden, zonder dat hiertoe een voorafgaande beslissing vereist is.

3.

Het misbruik maken van een machtspositie als bedoeld in artikel 82 van het Verdrag is verboden, zonder dat hiertoe een voorafgaande beslissing vereist is.

Artikel 2 Bewijslast

In alle nationale of communautaire procedures tot toepassing van artikel 81 of artikel 82 van het Verdrag dient de partij of autoriteit die beweert dat een inbreuk op artikel 81, lid 1, of artikel 82 van het Verdrag is gepleegd, de bewijslast van die inbreuk te dragen. De onderneming of ondernemersvereniging die zich op artikel 81, lid 3, van het Verdrag beroept, dient daarentegen de bewijslast te dragen dat aan de voorwaarden van deze bepaling is voldaan.

Artikel 3 Verhouding tussen de artikelen 81 en 82 van het Verdrag en het nationale mededingingsrecht

1.

Wanneer de mededingingsautoriteiten van de lidstaten of de nationale rechterlijke instanties nationaal mededingingsrecht toepassen op overeenkomsten, besluiten van ondernemersverenigingen of onderling afgestemde feitelijke gedragingen in de zin van artikel 81, lid 1, van het Verdrag welke de handel tussen de lidstaten in de zin van die bepaling kunnen beïnvloeden, passen zij tevens artikel 81 van het Verdrag toe op deze overeenkomsten, besluiten of onderling afgestemde feitelijke gedragingen. Wanneer de mededingingsautoriteiten van de lidstaten of de nationale rechterlijke instanties het nationale mededingingsrecht toepassen op door artikel 82 van het Verdrag verboden misbruiken, passen zij ook artikel 82 van het Verdrag toe.

2.

De toepassing van nationaal mededingingsrecht mag niet leiden tot het verbieden van overeenkomsten, besluiten van ondernemersverenigingen of onderling afgestemde feitelijke gedragingen welke de handel tussen lidstaten kunnen beïnvloeden maar de mededinging in de zin van artikel 81, lid 1, van het Verdrag niet beperken, of aan de voorwaarden van artikel 81, lid 3, van het Verdrag voldoen of onder een verordening ter uitvoering van artikel 81, lid 3, van het Verdrag vallen. Lidstaten mag uit hoofde van de onderhavige verordening niet worden belet om op hun grondgebied strengere nationale wetten aan te nemen en toe te passen die eenzijdige gedragingen van ondernemingen verbieden of bestraffen.

3.

Onverminderd algemene beginselen en andere bepalingen van het Gemeenschapsrecht, zijn de leden 1 en 2 niet van toepassing wanneer de mededingingsautoriteiten en de rechterlijke instanties van de lidstaten nationale wetten inzake de controle op fusies toepassen; zij beletten evenmin de toepassing van bepalingen van het nationale recht die overwegend een doelstelling nastreven die verschilt van de in de artikelen 81 en 82 van het Verdrag nagestreefde doelstellingen.

HOOFDSTUK II BEVOEGDHEDEN

Artikel 4 Bevoegdheid van de Commissie

Artikel 5 Bevoegdheid van de mededingingsautoriteiten van de lidstaten

Artikel 6 Bevoegdheid van de nationale rechterlijke instanties

HOOFDSTUK III BESCHIKKINGEN VAN DE COMMISSIE

Artikel 7 Vaststelling en beëindiging van inbreuken

Artikel 8 Voorlopige maatregelen

Artikel 9 Toezeggingen

Artikel 10 Vaststelling van niet-toepasselijkheid

HOOFDSTUK IV SAMENWERKING

Artikel 11 Samenwerking tussen de Commissie en de mededingingsautoriteiten van de lidstaten

Artikel 12 Uitwisseling van informatie

Artikel 13 Schorsing of afsluiting van de procedure

Artikel 14 Adviescomité

Artikel 15 Samenwerking met de nationale rechterlijke instanties

Artikel 16 Uniforme toepassing van het communautaire mededingingsrecht

HOOFDSTUK V ONDERZOEKSBEVOEGDHEDEN

Artikel 17 Onderzoek naar bepaalde sectoren van de economie en van soorten overeenkomsten

Artikel 18 Verzoeken om inlichtingen

Artikel 19 Bevoegdheid tot het opnemen van verklaringen

Artikel 20 Bevoegdheid van de Commissie tot inspectie

Artikel 21 Inspectie van andere lokalen

Artikel 22 Onderzoeken door de mededingingsautoriteiten van de lidstaten

HOOFDSTUK VI SANCTIES

Artikel 23 Geldboeten

Artikel 24 Dwangsommen

HOOFDSTUK VII VERJARING

Artikel 25 Verjaring terzake van de oplegging van sancties

Artikel 26 Verjaring terzake van de tenuitvoerlegging van sancties

HOOFDSTUK VIII HOORZITTINGEN EN GEHEIMHOUDINGSPLICHT

Artikel 27 Het horen van partijen, klagers en derden

Artikel 28 Geheimhoudingsplicht

HOOFDSTUK IX VRIJSTELLINGSVERORDENINGEN

Artikel 29 Individuele intrekking

HOOFDSTUK X ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 30 Bekendmaking van beschikkingen

Artikel 31 Rechtsmacht van het Hof van Justitie

Artikel 33 Uitvoeringsbepalingen

HOOFDSTUK XI OVERGANGS-, WIJZIGINGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 34 Overgangsbepalingen

Artikel 35 Aanwijzing van de mededingingsautoriteiten van de lidstaten

Artikel 37 Wijziging van Verordening (EEG) nr. 2988/74

Artikel 38 Wijziging van Verordening (EEG) nr. 4056/86

Artikel 39 Wijziging van Verordening (EEG) nr. 3975/87

Artikel 40 Wijziging van de Verordeningen nr. 19/65/EEG, (EEG) nr. 2821/71 en (EEG) nr. 1534/91

Artikel 43 Intrekking van Verordeningen nr. 17 en nr. 141

Artikel 44 Verslag over de toepassing van de verordening

Artikel 45 Inwerkingtreding