In de onderhavige verordening worden de uitvoeringsbepalingen vastgesteld van de bij Verordening (EG) nr. 2286/2002 geopende invoertariefcontingenten voor de producten van de in bijlage I vermelde GN-codes.
Verordening (EG) n r. 701/2003 van de Commissie van 16 april 2003 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 2286/2002 van de Raad ten aanzien van de regeling die geldt bij invoer van bepaalde producten van de sectoren slachtpluimvee en eieren, van oorsprong uit de ACS-staten
Verordening (EG) n r. 701/2003 van de Commissie van 16 april 2003 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 2286/2002 van de Raad ten aanzien van de regeling die geldt bij invoer van bepaalde producten van de sectoren slachtpluimvee en eieren, van oorsprong uit de ACS-staten
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 2771/75 van de Raad van 29 oktober 1975 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector eieren(1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 493/2002 van de Commissie(2), en met name op artikel 3,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 2777/75 van de Raad van 29 oktober 1975 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector slachtpluimvee(3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 493/2002, en met name op artikel 3,
Gelet op Verordening (EG) nr. 2286/2002 van de Raad van 10 december 2002 tot vaststelling van de regeling voor landbouwproducten en door verwerking daarvan verkregen goederen, van oorsprong uit de staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan (de ACS-staten), en houdende intrekking van Verordening (EG) nr. 1706/98(4), en met name op artikel 5,
Overwegende hetgeen volgt:
Verordening (EG) nr. 2286/2002 geeft uitvoering aan de wijzigingen die in de regelingen voor de invoer uit de ACS-staten zijn aangebracht naar aanleiding van de op 23 juni 2000 in Cotonou ondertekende ACS-EG-partnerschapsovereenkomst(5). Op grond van artikel 1, lid 3, van die verordening geldt voor de in bijlage I ervan opgenomen producten een algemene verlaging van de douanerechten en geldt, in het kader van tariefcontingenten, voor bepaalde in bijlage II ervan vermelde producten een specifieke verlaging van de douanerechten.
Ingevolge deze nieuwe invoerregelingen moeten uitvoeringsbepalingen worden vastgesteld voor de afgifte van invoercertificaten voor producten waarvoor een verlaagd douanerecht geldt. Derhalve moet Verordening (EG) nr. 704/1999 van de Commissie van 31 maart 1999 houdende vaststelling van bepalingen ter uitvoering van de regeling voor de producten van de sectoren eieren en slachtpluimvee van oorsprong uit de staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan (ACS-staten), en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 903/90(6), gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1043/2001(7), worden ingetrokken.
Voor het beheer van de tariefcontingenten moeten, behoudens andersluidende bepalingen in deze verordening, de algemene voorschriften worden toegepast die zijn vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1291/2000 van de Commissie van 9 juni 2000 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer-, uitvoer- en voorfixatiecertificaten voor landbouwproducten(8), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 325/2003(9).
Met het oog op een correct beheer van de contingenten dient te worden bepaald dat enerzijds bij het aanvragen van een invoercertificaat een zekerheid wordt gesteld, en anderzijds de aanvragers aan bepaalde voorwaarden moeten voldoen. Daarnaast moeten bepalingen worden vastgesteld met betrekking tot de spreiding van de contingenten over het jaar en de geldigheidsduur van de certificaten.
Om het tariefcontingent zo goed mogelijk te kunnen beheren, moet deze verordening ingaan op 1 januari 2003.
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor slachtpluimvee en eieren,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De hoeveelheid producten waarvoor de in lid 1 bedoelde regeling geldt, en het percentage waarmee het douanerecht wordt verlaagd, worden vastgesteld in bijlage I.
Artikel 2
De voor ieder contingent vastgestelde hoeveelheid wordt als volgt in twee deelperiodes verdeeld:
-
50 % van 1 januari tot en met 30 juni,
-
50 % van 1 juli tot en met 31 december.
Artikel 3
Voor de toepassing van artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1301/2006 moet een aanvrager van een invoercertificaat bij de indiening van zijn eerste aanvraag voor een bepaalde tariefcontingentperiode bewijzen dat hij ten minste 50 t producten van Verordening (EG) nr. 2777/75 heeft in- of uitgevoerd gedurende elk van beide in genoemd artikel 5 bedoelde periodes.
De certificaataanvraag mag betrekking hebben op verscheidene producten die onder verschillende GN-codes vallen. In dat geval moeten in vak 16 van de certificaataanvraag en het certificaat alle GN-codes en in vak 15 ervan de desbetreffende omschrijvingen worden vermeld.
De certificaataanvraag moet betrekking hebben op ten minste 10 t en ten hoogste 10 % van de hoeveelheid die beschikbaar is in de betrokken deelperiode.
Artikel 4
In vak 8 van de certificaataanvraag en het certificaat wordt het land van oorsprong ingevuld en wordt het woord „ja” aangekruist.
Vak 20 van de certificaataanvraag en van het certificaat bevat één van de in bijlage II, deel A, opgenomen vermeldingen.
Vak 24 van het certificaat bevat één van de in bijlage II, deel B, opgenomen vermeldingen.