Home

Verordening (EG) nr. 1342/2003 van de Commissie van 28 juli 2003 houdende bijzondere uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer- en uitvoercertificaten in de sector granen en rijst

Verordening (EG) nr. 1342/2003 van de Commissie van 28 juli 2003 houdende bijzondere uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer- en uitvoercertificaten in de sector granen en rijst

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad van 30 juni 1992 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen(1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1104/2003(2), en met name op artikel 9, lid 2, en artikel 13, lid 11,

Gelet op Verordening (EG) nr. 3072/95 van de Raad van 22 december 1995 houdende een gemeenschappelijke ordening van de rijstmarkt(3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 411/2002 van de Commissie(4), en met name op artikel 9, lid 2, en artikel 13, lid 15,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. Verordening (EG) nr. 1162/95 van de Commissie van 23 mei 1995 houdende bijzondere uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer- en uitvoercertificaten in de sector granen en rijst(5) is herhaaldelijk en ingrijpend gewijzigd(6). Ter wille van de duidelijkheid en een rationele ordening van de tekst dient tot codificatie van deze verordening te worden overgegaan.

  2. Met het oog op de handelspraktijken die eigen zijn aan de sector granen en rijst moeten bepalingen worden vastgesteld die een aanvulling vormen op of een afwijking vormen van de bepalingen van Verordening (EG) nr. 1291/2000 van de Commissie van 9 juni 2000 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer-, uitvoer- en voorfixatiecertificaten voor landbouwproducten(7), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 325/2003(8).

  3. Bij een inschrijving voor de uitvoer van interventievoorraden moeten de hoeveelheid en de bestemming waarvoor het certificaat wordt afgegeven, worden meegedeeld en voorts moet worden bepaald welke bijzondere vermeldingen op het uitvoercertificaat moeten worden aangebracht, met name wanneer de restitutie bij inschrijving wordt vastgesteld, bij uitvoer van mengvoeder op basis van granen en wanneer de belasting bij uitvoer vooraf wordt vastgesteld.

  4. Bij de vaststelling van de geldigheidsduur van de invoer- en uitvoercertificaten voor de onderscheiden producten moet rekening worden gehouden met de marktbehoeften en de noodzaak van een goed beheer, waarbij, gezien de concurrentiesituatie op de wereldmarkt, voor uitvoercertificaten van mout een bijzonder lange geldigheidsduur moet worden vastgesteld, met dien verstande evenwel dat vóór 1 juli afgegeven certificaten met een lange geldigheidsduur op 30 september moeten aflopen, zodat wordt voorkomen dat vóór de gerstoogst uitvoeringsverbintenissen voor het nieuwe verkoopseizoen worden aangegaan.

  5. Met het oog op het risico dat voor alle granen en voor de meeste verwerkte producten op basis van granen voor te grote hoeveelheden certificaten worden afgegeven, moet een bedenktijd van drie dagen vóór de daadwerkelijke afgifte van de betrokken uitvoercertificaten worden voorzien, met uitzondering van uitvoertransacties van niet-commerciële aard in het kader van voedselhulpleveranties door de Gemeenschap of door de lidstaten en sommige leveranties van humanitaire organisaties.

  6. Daar het besluit van de Commissie om geen gevolg te geven aan een aanvraag om een uitvoercertificaat na afloop van de bedenktijd van drie dagen, in bepaalde gevallen evenwel de continuïteit kan verstoren in de levering van producten waarvan een regelmatige aanvoer nodig is, moet de marktdeelnemers die daartoe een aanvraag indienen, de mogelijkheid worden geboden een uitvoercertificaat zonder restitutie te verkrijgen, mits daarbij specifieke gebruiksvoorwaarden worden opgelegd.

  7. Verscheidene bepalingen van artikel 49 van Verordening (EG) nr. 1291/2000 inzake de aanvragen voor uitvoercertificaten voor bepaalde producten met het oog op een inschrijving in een invoerend derde land moeten restrictiever worden gemaakt en daardoor meer met de gebruiken in de graanhandel in overeenstemming worden gebracht.

  8. Rekening houdend met de concurrentie op de wereldmarkt voor granen en rijst, moet worden voorzien in de afgifte van uitvoercertificaten met een speciale geldigheidsduur voor de belangrijkste producten, met inbegrip van durumtarwe, en voor betrekkelijk grote minimumhoeveelheden, met dien verstande dat wat die minimumhoeveelheid betreft, deze in het voordeel van de ACS-staten evenwel kleiner mag zijn. De afgifte van het certificaat moet afhankelijk worden gemaakt van de vervulling van bepaalde aanvullende voorwaarden inzake, met name, de overlegging van het leveringscontract bij de bevoegde instantie binnen een bepaalde termijn.

  9. Bij de vaststelling van de bedragen van de zekerheid voor de invoer- en uitvoercertificaten moet een onderscheid worden gemaakt tussen verschillende groepen producten naar gelang van de mogelijke schommelingen van de restitutie of de belasting bij uitvoer tijdens de geldigheidsduur van het certificaat, met dien verstande dat voor leveranties aan de ACS-staten een voorkeursbehandeling moet gelden.

  10. De bedragen van de belasting bij invoer en de restitutie bij uitvoer die van toepassing zijn wanneer als gevolg van overmacht de geldigheidsduur van het certificaat overeenkomstig artikel 41 van Verordening (EG) nr. 1291/2000 wordt verlengd, moeten worden bepaald.

  11. De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor granen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bij deze verordening worden de bijzondere uitvoeringsbepalingen van het ingevoerde stelsel van invoer- en uitvoercertificaten vastgesteld bij:

  1. artikel 9 van Verordening (EEG) nr. 1766/92,

  2. artikel 9 van Verordening (EG) nr. 3072/95.

Artikel 2

1.

Wanneer het uitvoercertificaat wordt aangevraagd met het oog op een overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EEG) nr. 2131/93 van de Commissie(9) te houden openbare inschrijving, wordt het certificaat slechts afgegeven voor de hoeveelheden die aan de aanvrager zijn gegund.

Het uitvoercertificaat is slechts geldig voor ten hoogste de in vak 17 aangegeven hoeveelheid. Het certificaat bevat in vak 19 het cijfer „0”.

2.

In vak 7 van de in artikel 8, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2131/93 bedoelde aanvragen voor een uitvoercertificaat wordt de vastgestelde bestemming vermeld. Het certificaat brengt de verplichting mee naar deze bestemming uit te voeren.

Onder „bestemming” wordt verstaan de groep van landen waarvoor dezelfde restitutie of belasting bij uitvoer wordt vastgesteld.

Artikel 3

1.

Bij een openbare inschrijving tot vaststelling van de restitutie bij uitvoer wordt in vak 22 in letters en cijfers de uitvoerrestitutie vermeld die in het bericht van toewijzing voorkomt. Het bedrag van deze restitutie wordt uitgedrukt in euro en wordt voorafgegaan door een van de hiernavolgende vermeldingen:

  • Tipo de la restitución de base a la exportación adjudicado

  • Nabídková výše pro základní vývozní náhradu

  • Tilslagssats for basiseksportrestitutionen

  • Zugeschlagener Satz der Grundausfuhrerstattung

  • Pakkumiskutsega kinnitatud eksporditoetus

  • Ποσοστό της κατακυρωθείσας επιστροφής βάσεως κατά την εξαγωγή

  • Tendered rate of basic export refund

  • Taux de la restitution de base à l'exportation adjugé

  • Az alap export-visszatérítés megítélt hányada

  • Tasso della restituzione di base all'esportazione aggiudicato

  • Pagrindinės eksporto grąžinamosios išmokos dydis

  • Pamata izvešanas kompensācijas likme

  • Rata aġġudikata ta' rifużjoni bażika fuq l-esportazzjoni

  • Gegunde basisrestitutie bij uitvoer

  • Przyznana stawka podstawowej refundacji wywozowej

  • Taxa de restituição de base à exportação adjudicada

  • Základná sadzba vývoznej náhrady ustanovená v rámci výberového konania

  • Dodatna stopnja dajatve na osnovi izvoznih nadomestil

  • Tarjouskilpailutetun perusvientituen määrä

  • Anbudssats för exportbidrag

    .

2.

Bij een openbare inschrijving tot vaststelling van de belasting bij uitvoer wordt in vak 22 in letters en cijfers de uitvoerbelasting vermeld die in het bericht van toewijzing voorkomt. Het bedrag van deze belasting wordt uitgedrukt in euro en wordt voorafgegaan door een van de hiernavolgende vermeldingen:

  • Tipo del gravamen a la exportación adjudicado

  • Nabídková výše vývozního cla

  • Tilslagssats for eksportafgiften

  • Zugeschlagener Satz der Ausfuhrabgabe

  • Pakkumiskutsega kinnitatud ekspordimaks

  • Ύψος φόρου κατά την εξαγωγή

  • Tendered rate of export tax

  • Taux de la taxe à l'exportation adjugé

  • Az exportadó megítélt mértéke

  • Aliquota della tassa all'esportazione aggiudicata

  • Eksporto muito mokesčio dydis

  • Izvešanas muitas nodevas likme

  • Rata aġġudikata ta' taxxa fuq l-esportazzjoni

  • Gegunde belasting bij uitvoer

  • Przyznana stawka podatku eksportowego

  • Taxa de exportação adjudicada

  • Vývozný poplatok ustanovený v rámci výberového konania

  • Dodatna stopnja dajatve za izvozno pristojbino

  • Tarjouskilpailutetusta viennistä kannettavan maksun määrä

  • Anbudssats för exportavgift

    .

Artikel 4

1.

In afwijking van artikel 14 van Verordening (EG) nr. 1291/2000 mag de belanghebbende voor de producten van de GN-codes 1101 00 15, 1102 20, 1103 11 10 en 1103 13 in zijn aanvraag om een uitvoercertificaat producten aangeven van twee aan elkaar grenzende productcodes van twaalf cijfers van de voornoemde onderverdelingen.

Bovendien worden de volgende productcategorieën bepaald in de zin van artikel 14 van Verordening (EG) nr. 1291/2000:

categorie 1:

110811009200, 110811009300;

categorie 2:

110812009200, 110812009300;

categorie 3:

110813009200, 110813009300;

categorie 4:

110819109200, 110819109300;

categorie 5:

170230519000, 170230919000, 170290509100;

categorie 6:

170230599000, 170230999000, 170240909000, 170290509900, 210690559000.

De in de aanvraag aangegeven productcodes van twaalf cijfers worden in het uitvoercertificaat vermeld.

2.

In afwijking van artikel 14 van Verordening (EG) nr. 1291/2000 moeten voor de producten van de GN-codes 2309 10 11, 2309 10 13, 2309 10 31, 2309 10 33, 2309 10 51, 2309 10 53, 2309 90 31, 2309 90 33, 2309 90 41, 2309 90 43, 2309 90 51 en 2309 90 53, die minder dan 50 gewichtspercenten zuivelproducten bevatten, in de aanvraag om een uitvoercertificaat voorkomen:

  1. in vak 15, de omschrijving van het product en de code met twaalf cijfers; de belanghebbende mag producten aangeven van twee of meer aan elkaar grenzende productcodes van twaalf cijfers van de restitutienomenclatuur, in welk geval in vak 15 de vermelding „voor het voederen van dieren gebruikte bereidingen die onder Verordening (EG) nr. 1517/95 vallen” moet worden aangebracht;

  2. in vak 16, de vermelding „2309”;

  3. in de vakken 17 en 18, de uit te voeren hoeveelheden mengvoeder;

  4. in vak 20, voorzover bekend, het in het mengvoeder te verwerken gehalte aan graanproducten, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen maïs en andere granen; anders, wanneer de tweede onder a) bedoelde mogelijkheid om in vak 15 twee of meer productcodes in te vullen wordt benut, de marge voor de verwerking van maïs en andere graansoorten.

De in de aanvraag vermelde gegevens moeten ook in het uitvoercertificaat voorkomen.

Artikel 5

Artikel 6

Artikel 7

Artikel 8

Artikel 9

Artikel 10

Artikel 11

Artikel 12

Artikel 13

Artikel 14

Artikel 15

Artikel 16

Artikel 17

Artikel 18

BIJLAGE IGELDIGHEIDSDUUR VAN DE INVOERCERTIFICATEN

BIJLAGE IIGELDIGHEIDSDUUR VAN DE UITVOERCERTIFICATEN

BIJLAGE III

BIJLAGE IV

BIJLAGE VIngetrokken verordening met de achtereenvolgende wijzigingen daarvan

BIJLAGE VI