Deze verordening is van toepassing op producten die als meststoffen met de aanduiding „EG-meststof” in de handel worden gebracht.
Verordening (EG) n r. 2003/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 inzake meststoffen (Voor de EER relevante tekst)
Verordening (EG) n r. 2003/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 inzake meststoffen (Voor de EER relevante tekst)
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 95,
Gezien het voorstel van de Commissie(1),
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(2),
Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag(3),
Overwegende hetgeen volgt:
Richtlijn 76/116/EEG van de Raad van 18 december 1975 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake meststoffen(4), Richtlijn 80/876/EEG van de Raad van 15 juli 1980 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake enkelvoudige meststoffen op basis van ammoniumnitraat en met een hoog stikstofgehalte(5), Richtlijn 87/94/EEG van de Commissie van 8 december 1986 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake methoden ter controle van de kenmerken, de grenswaarden en de detonatiegevoeligheid van enkelvoudige meststoffen op basis van ammoniumnitraat en met een hoog stikstofgehalte(6) en Richtlijn 77/535/EEG van de Commissie van 22 juni 1977 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake de bemonsterings- en analysemethoden voor meststoffen(7), zijn herhaaldelijk en ingrijpend gewijzigd. Overeenkomstig de mededeling „Eenvoudiger regelgeving voor de interne markt” (SLIM) van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement en het actieplan voor de interne markt dienen deze richtlijnen duidelijkheidshalve te worden ingetrokken en door een enkel rechtsinstrument te worden vervangen.
De communautaire wetgeving inzake meststoffen is inhoudelijk zeer technisch. Een verordening is derhalve het meest geschikte rechtsinstrument, aangezien deze de fabrikanten rechtstreeks gedetailleerde voorschriften oplegt die tegelijkertijd en op dezelfde wijze in de gehele Gemeenschap moeten worden nageleefd.
Meststoffen moeten in elke lidstaat bepaalde technische kenmerken bezitten die in dwingende voorschriften zijn vastgelegd. Deze voorschriften, die met name betrekking hebben op de samenstelling en omschrijving van de typen meststoffen, de typeaanduiding en de identificatie en verpakking ervan, verschillen van lidstaat tot lidstaat. Door hun uiteenlopende karakter belemmeren zij het handelsverkeer in de Gemeenschap en zij moeten derhalve worden geharmoniseerd.
Aangezien de doelstelling van het overwogen optreden, namelijk zorgdragen voor de interne markt voor meststoffen, niet in voldoende mate door de lidstaten kan worden verwezenlijkt indien er geen gemeenschappelijke technische criteria zijn, en deze doelstelling derhalve wegens de omvang van het optreden beter op communautair niveau kan worden verwezenlijkt, kan de Gemeenschap overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag neergelegde subsidiariteitsbeginsel maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken.
Hiertoe is het noodzakelijk op communautair niveau de aanduiding, omschrijving en samenstelling van bepaalde meststoffen te regelen.
Voor deze meststoffen moeten ook communautaire voorschriften worden vastgesteld inzake de identificatie, de traceerbaarheid en de etikettering ervan, alsmede inzake de sluiting van de verpakkingen.
Op communautair niveau moet een procedure worden vastgesteld voor het geval een lidstaat het noodzakelijk acht het in de handel brengen van EG-meststoffen te beperken.
Al naar gelang van de toegepaste fabricagetechnieken of grondstoffen kan de productie van meststoffen lichte of sterke schommelingen ondergaan. Voorts kunnen bij de bemonstering en analyse ook afwijkingen voorkomen. Het is derhalve noodzakelijk op de aangegeven gehalten aan nutriënten toleranties toe te staan. Deze toleranties mogen in het belang van de gebruikers in de land- en tuinbouw bepaalde grenzen niet overschrijden.
Officiële controles om na te gaan of de EG-meststoffen voldoen aan de voorschriften van deze verordening inzake kwaliteit en samenstelling zouden uitgevoerd moeten worden door laboratoria die door de lidstaten zijn erkend en bij de Commissie zijn aangemeld.
Ammoniumnitraat is het hoofdbestanddeel van een reeks producten waarvan sommige als meststof en andere als explosief worden gebruikt. Gezien de bijzondere aard van meststoffen op basis van ammoniumnitraat en met een hoog stikstofgehalte en de daaruit voortvloeiende eisen inzake openbare veiligheid, gezondheid en bescherming van werknemers, is het noodzakelijk aanvullende communautaire voorschriften voor EG-meststoffen van dit type vast te stellen.
Sommige van deze producten kunnen gevaarlijk zijn en in bepaalde gevallen voor andere doeleinden worden gebruikt dan die waarvoor zij bestemd zijn, waardoor de veiligheid van personen en goederen in gevaar kan komen. De fabrikanten moet derhalve de verplichting worden opgelegd passende maatregelen te treffen om een dergelijk gebruik te voorkomen en met name de traceerbaarheid van die meststoffen te waarborgen.
Met het oog op de openbare veiligheid is het van bijzonder belang op communautair niveau de kenmerken en eigenschappen vast te stellen aan de hand waarvan meststoffen op basis van ammoniumnitraat en met een hoog stikstofgehalte worden onderscheiden van ammoniumnitraatsoorten die worden gebruikt bij de vervaardiging van explosieven.
EG-meststoffen op basis van ammoniumnitraat en met een hoog stikstofgehalte moeten bepaalde kenmerken vertonen om te garanderen dat zij geen gevaar opleveren. De fabrikanten moeten ervoor zorgen dat alle meststoffen op basis van ammoniumnitraat en met een hoog stikstofgehalte vóór het in de handel brengen een detonatieproef ondergaan.
Er dienen voorschriften inzake de methoden van gesloten temperatuurcycli te worden vastgesteld, ook al simuleren deze methoden niet noodzakelijk alle omstandigheden die zich tijdens het vervoer en de opslag kunnen voordoen.
Meststoffen kunnen worden verontreinigd door stoffen die potentiële risico's inhouden voor de gezondheid van mens en dier en voor het milieu. Ingevolge het advies van het Wetenschappelijk Comité voor de toxiciteit, de ecotoxiciteit en het milieu is de Commissie voornemens om het vraagstuk van onbedoelde aanwezigheid van cadmium in minerale meststoffen aan te pakken en zal zij, indien passend, een voorstel voor een verordening opstellen, dat zij aan het Europees Parlement en de Raad wil voorleggen. In voorkomend geval zal voor andere verontreinigende stoffen een soortgelijk onderzoek worden verricht.
Het is wenselijk een procedure vast te stellen die moet worden gevolgd door elke fabrikant of diens vertegenwoordiger die een nieuw type meststof in bijlage I wil laten opnemen om daarvoor de aanduiding „EG-meststof” te kunnen gebruiken.
De voor de uitvoering van deze verordening vereiste maatregelen worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden(8).
De lidstaten dienen sancties op schendingen van de bepalingen van deze verordening vast te stellen. Zij kunnen bepalen dat aan een fabrikant die artikel 27 schendt een boete kan worden opgelegd ten belope van tien keer de marktwaarde van de lading die niet aan de voorschriften voldoet.
De Richtlijnen 76/116/EEG, 77/535/EEG, 80/876/EEG en 87/94/EEG dienen te worden ingetrokken,
HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
TITEL I ALGEMENE BEPALINGEN
HOOFDSTUK I Werkingssfeer en definities
Artikel 1 Werkingssfeer
Artikel 2 Definities
In deze verordening wordt verstaan onder:
- a) „meststof” :
- een materiaal met als belangrijkste functie de levering van nutriënten aan planten;
- b) „primaire nutriënten” :
- uitsluitend de elementen stikstof, fosfor en kalium;
- c) „secundaire nutriënten” :
- de elementen calcium, magnesium, natrium en zwavel;
- d) „micronutriënten” :
- de elementen boor, kobalt, koper, ijzer, mangaan, molybdeen en zink, die in kleine hoeveelheden, vergeleken met die voor primaire en secundaire nutriënten, essentieel zijn voor de groei van planten;
- e) „anorganische meststof” :
- een meststof waarin de aangegeven nutriënten voorkomen in de vorm van mineralen die door winning of door fysische en/of chemische industriële processen zijn verkregen. Calciumcyaanamide, ureum en de condensatie- en associatieproducten ervan, alsmede meststoffen die chelaatvormige of complexvormige micronutriënten bevatten, mogen bij afspraak als anorganische meststoffen worden aangeduid;
- f) „chelaatvormige micronutriënt” :
- een micronutriënt die gebonden is aan één van de in deel E.3.1 van bijlage I vermelde organische moleculen;
- g) „complexvormige micronutriënt” :
- een micronutriënt die gebonden is aan één van de in deel E.3.2 van bijlage I vermelde moleculen;
- h) „type meststoffen” :
- meststoffen met dezelfde typeaanduiding, als vermeld in bijlage I;
- i) „enkelvoudige meststof” :
- een stikstof-, fosfaat- of kalimeststof met een aan te geven gehalte aan slechts één van de primaire nutriënten;
- j) „samengestelde meststof” :
- een meststof met een aan te geven gehalte aan ten minste twee van de primaire nutriënten, die langs chemische weg, door mengen of door een combinatie van beide is verkregen;
- k) „complexe meststof” :
- een samengestelde meststof, verkregen door chemische reactie, door oplossing, of in de vaste fase door verkorreling, met een aan te geven gehalte aan ten minste twee van de primaire nutriënten. In de vaste fase bevat elke korrel alle nutriënten in hun aangegeven samenstelling;
- l) „meststoffenmengsel” :
- een meststof, verkregen door droog mengen van verschillende meststoffen, zonder chemische reactie;
- m) „bladmeststof” :
- een meststof die geschikt is om op de bladeren van een gewas te worden gebracht, waarbij de nutriënten door de bladeren worden opgenomen;
- n) „vloeibare meststof” :
- een meststof in suspensie of oplossing;
- o) „meststof in oplossing” :
- een vloeibare meststof die geen vaste deeltjes bevat;
- p) „meststof in suspensie” :
- een meststof met twee fasen waarbij vaste deeltjes in de vloeibare fase gesuspendeerd blijven;
- q) „aangifte” :
- vermelding van de hoeveelheid nutriënten, met inbegrip van hun vorm en oplosbaarheid, die binnen gespecificeerde toleranties wordt gewaarborgd;
- r) „aangegeven gehalte” :
- het gehalte aan een element (of oxide ervan), dat krachtens de communautaire wetgeving wordt vermeld op het etiket van een EG-meststof of op het begeleidende document;
- s) „tolerantie” :
- de toegestane afwijking van de gemeten waarde van een gehalte aan een nutriënt ten opzichte van zijn aangegeven waarde;
- t) „Europese norm” :
- norm van de CEN (Europese Commissie voor Normalisering), die officieel door de Gemeenschap is erkend en waarvan de referentie in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen is gepubliceerd;
- u) „verpakking” :
- een verzegelbare houder voor bewaring, bescherming, behandeling en distributie van meststoffen, die niet meer dan 1 000 kg bevat;
- v) „meststof in bulk” :
- een meststof die niet is verpakt zoals voorgeschreven in deze verordening;
- w) „het in de handel brengen” :
- levering van meststoffen, al dan niet tegen betaling, of opslag met het oog op de levering. Invoer van een meststof op het douanegebied van de Europese Gemeenschap wordt als in de handel brengen aangemerkt;
- x) „fabrikant” :
- de natuurlijke persoon of rechtspersoon die verantwoordelijk is voor het in de handel brengen van de meststof; met name wordt een producent, importeur, een zelfstandige verpakker en iedere persoon die de kenmerken van een meststof verandert, aangemerkt als een fabrikant. Een distributeur die de kenmerken van de meststof niet verandert, wordt evenwel niet aangemerkt als een fabrikant.