Home

Beschikking van de Raad van 10 februari 2004 betreffende de octroi de mer -regeling in de Franse overzeese departementen en tot verlenging van Beschikking 89/688/EG (2004/162/EG)

Beschikking van de Raad van 10 februari 2004 betreffende de octroi de mer -regeling in de Franse overzeese departementen en tot verlenging van Beschikking 89/688/EG (2004/162/EG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 299, lid 2,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement(1),

Overwegende hetgeen volgt:

  1. Overeenkomstig artikel 299, lid 2, van het Verdrag zijn de bepalingen van dit Verdrag van toepassing op de ultraperifere gebieden, en daarmee ook op de Franse overzeese departementen, dit vanwege hun structurele economische en sociale situatie, die wordt bemoeilijkt door de grote afstand, het insulaire karakter, de kleine oppervlakte, een moeilijk reliëf en klimaat en de economische afhankelijkheid van enkele producten, welke factoren door hun blijvende en cumulatieve karakter de ontwikkeling van deze gebieden ernstig schaden. Deze bepaling van het Verdrag spoort met maatregelen die eerder zijn vastgesteld ten gunste van de ultraperifere gebieden, met name de Franse overzeese departementen, bij Besluit 89/687/EEG van de Raad van 22 december 1989 tot instelling van een programma van speciaal op het afgelegen en insulaire karakter van de Franse overzeese departementen afgestemde maatregelen (Poseidom)(2).

  2. In artikel 2, lid 3, van Beschikking 89/688/EEG van de Raad van 22 december 1989 inzake de regeling voor de heffing, in de Franse overzeese departementen, op over zee aangevoerde goederen („octroi de mer”)(3) is bepaald dat, gelet op de bijzondere problemen waarmee de overzeese departementen te kampen hebben, gedeeltelijke of volledige belastingvrijstellingen kunnen worden toegestaan ten voordele van lokale productiesectoren tijdens een periode van ten hoogste tien jaar na de invoering van de betrokken belastingregeling. Die periode is op 31 december 2002 verstreken. De heffing is namelijk op 1 januari 1993 ingevoerd.

  3. Krachtens artikel 3 van Beschikking 89/688/EEG dient de Commissie bij de Raad een verslag in over de toepassing van de regeling, teneinde de gevolgen van de genomen maatregelen te verifiëren en te beslissen over de eventuele handhaving van de mogelijkheid van vrijstellingen. In dat verslag, dat zij op 24 november 1999 aan de Raad heeft voorgelegd, constateert de Commissie dat de vier overzeese departementen van Frankrijk door hun ultraperifere ligging economisch en sociaal veel kwetsbaarder zijn dan de rest van de Gemeenschap en benadrukt zij het belang van de „octroi de mer” en de vrijstellingen van deze belasting ten gunste van de lokale productie voor de sociaal-economische ontwikkeling van deze gebieden.

  4. Volgens het verslag van de Commissie van 14 maart 2000 over de maatregelen ter uitvoering van artikel 299, lid 2, van het Verdrag, moet aan dat artikel uitvoering worden gegeven in het kader van een partnerschap met de betrokken lidstaten op basis van door hen ingediende gedetailleerde verzoeken.

  5. Frankrijk heeft de Commissie op 12 maart 2002 verzocht om verlenging met tien jaar van de vrijstellingsregeling van de „octroi de mer”. In dit verzoek is evenwel niet gepreciseerd welke goederen onder de toekomstige regeling zouden worden vrijgesteld en welke tariefverschillen zouden gelden tussen lokale producten en ingevoerde producten, en worden deze vrijstellingen en tariefverschillen ook niet gerechtvaardigd in het licht van de handicaps waarmee de overzeese departementen te kampen hebben. De toepassingsduur van Beschikking 89/688/EEG is dan ook bij Beschikking 2002/973/EG(4) met één jaar verlengd, teneinde te voorkomen dat er een juridisch vacuüm zou ontstaan bij ontstentenis van een volledig verzoek.

  6. Frankrijk heeft op 14 april 2003 bij de Commissie een nieuw verzoek ingediend dat aan de genoemde eisen voldeed. In het verzoek hebben de Franse autoriteiten erop aangedrongen dat de beschikking van de Raad betrekking heeft op een periode van 15 jaar, waarbij elke drie jaar opnieuw wordt onderzocht of de regeling moet worden aangepast. Frankrijk wenst in het kader van de „octroi de mer” een gedifferentieerd tarief toe te passen, teneinde producten van elders zwaarder te kunnen belasten dan producten uit de overzeese departementen zelf. Het tariefverschil van 10 procentpunten zou vooral van toepassing zijn op basisproducten en op producten waarvoor een relatief evenwicht is bewerkstelligd tussen lokale productie en productie van elders. Het tariefverschil van 20 procentpunten zou in het bijzonder gelden voor producten waarvoor kostbare investeringen moeten worden verricht die van invloed zijn op de kostprijs van de goederen die voor een kleine markt worden vervaardigd. Het tariefverschil van 30 procentpunten zou vooral van toepassing zijn op producten die vervaardigd worden door grote ondernemingen en op producten die zeer kwetsbaar zijn voor invoer uit de buurlanden van de overzeese departementen. Het tariefverschil van 50 procentpunten zou in Guyana en Réunion van toepassing zijn op alcohol, met name rum. In het Franse verzoek wordt aangedrongen op aanvullendemaatregelen, zoals de mogelijkheid om de betaling van de „octroi de mer” te schorsen voor producten die lokaal worden vervaardigd door bedrijven waarvan de jaaromzet minder bedraagt dan 550 000 EUR, de mogelijkheid om een korting van 15 % toe te passen van de heffingsgrondslag van de „octroi de mer” voor lokaal vervaardigde producten, en de mogelijkheid voor de lokale autoriteiten dringende maatregelen te nemen om de lijsten van producten waarvoor een ander tarief van de „octroi de mer” geldt aan te passen.

  7. De Commissie heeft dit verzoek geëvalueerd in het licht van de omvang van de handicaps waarmee de industriële productieactiviteiten in de Franse overzeese departementen worden geconfronteerd. De belangrijkste geconstateerde handicaps zijn het gevolg van de in artikel 299, lid 2, van het Verdrag genoemde factoren: de grote afstand, het insulaire karakter, de kleine oppervlakte, een moeilijk reliëf en klimaat, en de economische afhankelijkheid van enkele producten. Verder moet ook rekening worden gehouden met natuurverschijnselen die zich bij tijd en wijle voordoen, zoals wervelstormen, vulkaanuitbarstingen en aardbevingen.

  8. De verre ligging van deze gebieden vormt een belemmering voor het vrije verkeer van personen, goederen en diensten. De afhankelijkheid van het luchtvervoer en het zeevervoer is des te groter doordat de liberalisering in deze sectoren nog niet voltooid is en deze vervoerswijzen minder efficiënt en kostbaarder zijn dan het vervoer over de weg, het spoor of de trans-Europese netwerken, hetgeen tot een verhoging leidt van de productiekosten.

  9. Behalve door de grote afstand worden de productiekosten ook opgedreven door de afhankelijkheid van grondstoffen en energie, de verplichting om voorraden aan te leggen en de moeilijkheden bij de levering van productieapparatuur.

  10. Doordat de lokale markt een geringe omvang heeft en de exportactiviteit nauwelijks ontwikkeld is als gevolg van de geringe koopkracht in de omliggende landen, alsmede wegens de noodzaak om een gediversifieerde, maar qua volume beperkte productie in stand te houden om aan de behoeften van een kleine markt te voldoen, zijn de mogelijkheden voor schaalvergroting beperkt. De „uitvoer” van in de overzeese departementen vervaardigde producten naar het Franse moederland of de andere lidstaten is moeilijk, omdat de transportkosten de prijs van deze producten opdrijven en derhalve hun concurrentievermogen beperken. De geringe omvang van de lokale markt leidt bovendien tot het aanhouden van te grote voorraden, wat ook weer negatieve gevolgen heeft voor het concurrentievermogen van de bedrijven.

  11. Het bedrijfsleven ziet zich genoodzaakt gespecialiseerde onderhoudsteams te laten overkomen die een passende opleiding hebben gekregen en snel kunnen optreden, een taak die nagenoeg onmogelijk kan worden uitbesteed, wat de kosten verhoogt en het concurrentievermogen beperkt.

  12. Al deze elementen samen komen tot uiting in een hogere kostprijs van lokaal vervaardigde producten, die, als er geen specifieke maatregelen worden genomen, niet kunnen concurreren met producten van elders die niet met dezelfde handicaps te kampen hebben, zelfs wanneer rekening wordt gehouden met de kosten voor het vervoer van deze producten naar de overzeese departementen. Indien de lokale producten niet concurrerend zijn, betekent dit dat het niet mogelijk is de lokale productie in stand te houden, met alle schadelijke gevolgen van dien voor de werkgelegenheid van de bevolking van de overzeese departementen.

  13. Daarnaast hebben producten uit de Franse overzeese departementen het nadeel dat zij een Europese kostprijs hebben, waardoor die producten, met name landbouwproducten, moeilijk kunnen concurreren met producten die worden vervaardigd in de buurlanden, waar de arbeidskosten veel lager liggen.

  14. Bij het onderzoek van het Franse verzoek is rekening gehouden met het evenredigheidsbeginsel, teneinde in het algemeen te garanderen dat de tariefverschillen die de Franse autoriteiten willen toepassen, niet leiden tot een buitensporige compensatie van de handicaps waarmee lokale producten, qua kostprijs, te kampen hebben ten opzichte van producten van elders.

  15. In het licht van de bovenstaande overwegingen stelt de Commissie derhalve voor toestemming te verlenen voor de toepassing van een bijzondere belastingregeling op een lijst van producten waarvoor vrijstellingen of verminderingen kunnen worden overwogen ten voordele van lokale productiesectoren in de Franse overzeese departementen. Deze gedifferentieerde belasting heeft tot doel de concurrentiepositie van lokale producten te herstellen, zodat werkgelegenheidscheppende activiteiten kunnen worden gehandhaafd in de overzeese departementen. Voor ieder overzees departement moet een aparte lijst van producten worden opgesteld, aangezien de lokale producten die in de verschillende overzeese departementen worden vervaardigd, niet dezelfde zijn.

  16. Het is evenwel noodzakelijk om, behalve met de eisen van artikel 299, lid 2, ook rekening te houden met artikel 90 van het Verdrag en de eisen inzake de samenhang van het Gemeenschapsrecht en de interne markt. Dit betekent dat uitsluitend maatregelen kunnen worden genomen die strikt noodzakelijk zijn en in verhouding staan tot de nagestreefde doelen, rekening houdende met de handicaps die voortvloeien uit de ultraperifere ligging van de overzeese departementen. De werkingssfeer van het communautaire kader is daarom beperkt tot een lijst van gevoelige producten waarvan is aangetoond dat, wanneer zij lokaal worden vervaardigd, de kostprijs aanzienlijk hoger ligt dan de kostprijs van soortgelijke producten van elders. Het belastingtarief moet evenwel zodanig worden vastgesteld dat het tariefverschil van de „octroi de mer” uitsluitend deze handicap compenseert en deze belasting niet verwordt tot een protectionistisch wapen dat de beginselen die ten grondslag liggen aan het functioneren van de interne markt, ondermijnt.

  17. De samenhang met het Gemeenschapsrecht verhindert ook de toepassing van uiteenlopende tarieven voor landbouwproducten die in aanmerking komen voor steun uit hoofde van de artikelen 2 en 3 van Verordening (EG) nr. 1452/2001 van de Raad van 28 juni 2001 houdende specifieke maatregelen voor bepaalde landbouwproducten ten behoeve van de Franse overzeese departementen (Poseidom)(5), en met name voor de specifieke voorzieningsregeling.

  18. De producten waarvoor vrijstelling of vermindering van belasting kan worden verleend ten gunste van de lokale productiesectoren in de Franse overzeese departementen, kunnen worden onderverdeeld in drie categorieën, naar gelang van het belastingverschil waarvoor wordt voorgesteld toestemming te verlenen: 10, 20 of 30 procentpunten.

  19. Lokale producenten die een jaaromzet hebben van minder dan 550 000 EUR, moeten echter van de betaling van deze belasting kunnen worden vrijgesteld. Indien de producten die zij vervaardigen uitsluitend in aanmerking komen voor een belastingverlaging, moet derhalve kunnen worden toegestaan dat de maximaal toegestane tariefverschillen worden overschreden. Deze bepaling mag echter niet leiden tot overschrijding van de maxima met meer dan 5 procentpunten.

  20. Ter wille van de samenhang dient ervoor te worden gezorgd dat de beoogde vrijstelling van de „octroi de mer” ten gunste van bedrijven met een jaaromzet van minder dan 550 000 EUR voor niet in de bijlage opgenomen lokaal vervaardigde producten, tot een belastingverschil leidt dat afhangt van de vraag of de producten al dan niet lokaal zijn vervaardigd. Ook dit belastingverschil mag niet meer bedragen dan 5 procentpunten.

  21. De doelstellingen op het gebied van ondersteuning van de sociaal-economische ontwikkeling van de Franse overzeese departementen die zijn neergelegd in Beschikking 89/688/EEG, worden bevestigd door de eisen ten aanzien van het doel van de heffing. Er bestaat een wettelijke verplichting om de opbrengst van deze belasting op te nemen in de middelen van de economische en fiscale regeling voor de Franse overzeese departementen en ze te gebruiken voor een strategie van economische en sociale ontwikkeling van de Franse overzeese departementen, die ook steun ten behoeve van de stimulering van lokale activiteiten omvat.

  22. Het belang van de aanpassing van de in de bijlage opgenomen lijsten van producten, die nodig is om rekening te houden met de eventuele opkomst van nieuwe productieactiviteiten in de Franse overzeese departementen, en van de vrijwaring van de lokale productie indien deze in het gedrang zou dreigen te komen als gevolg van bepaalde handelspraktijken, en derhalve ook van het bedrag van de vrijstellingen of verminderingen van de verschuldigde belasting, brengt met zich dat de Raad zelf de voor de toepassing van deze beschikking noodzakelijke maatregelen moet kunnen treffen, vooral omdat de begrotingsimplicaties van dergelijke maatregelen voor de begunstigden van de opbrengsten van de „octroi de mer” aanzienlijk kunnen zijn. Bovendien rechtvaardigt het spoedeisende karakter van deze maatregelen dat de Raad de desbetreffende bepalingen aanneemt volgens een versnelde procedure, met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen en op voorstel van de Commissie.

  23. Frankrijk dient de Commissie van iedere uit hoofde van deze beschikking vastgestelde regeling in kennis te stellen.

  24. De looptijd van de regelingen is vastgesteld op tien jaar. Een evaluatie van het voorgestelde systeem na een periode van vijf jaar lijkt evenwel noodzakelijk. Bijgevolg moeten de Franse autoriteiten de Commissie uiterlijk op 31 juli 2008 een verslag voorleggen over de toepassing van de toegestane regelingen, opdat kan worden nagegaan welk effect de genomen maatregelen hebben gehad en hoe zij hebben bijgedragen tot de stimulering of het behoud van lokale economische activiteiten, rekening houdende met de handicaps waarmee de Franse overzeese departementen kampen. Op deze basis zullen de lijsten van producten en de vrijstellingen waarvoor toestemming is verleend, zo nodig worden herzien.

  25. Met het oog op de continuïteit met de regelingen die zijn vastgesteld bij Beschikking 89/688/EEG en Beschikking 2002/973/EG, dient de onderhavige beschikking vanaf 1 januari 2004 te worden toegepast. Om de Franse autoriteiten echter de gelegenheid te geven deze beschikking in de nationale wetgeving om te zetten, wordt voorgesteld dat de bepalingen van de beschikking die betrekking hebben op producten waarvoor een gedifferentieerde heffing mag worden vastgesteld, alsmede de voor de toepassing van de beschikking noodzakelijke uitvoeringsmaatregelen, pas op 1 augustus 2004 van kracht zullen worden. Om een juridisch vacuüm te voorkomen, dient de toepassing van Beschikking 89/688/EEG tot en met 31 juli 2004 te worden verlengd,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.

In afwijking van de artikelen 28, 30 en 110 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) worden de Franse autoriteiten voor de periode tot 30 juni 2015 gemachtigd met betrekking tot de in de bijlage vermelde producten die lokaal zijn geproduceerd in Guadeloupe, Guyana, Martinique, Mayotte en Réunion als ultraperifere gebieden in de zin van artikel 349 VWEU, vrijstellingen of verminderingen van de „octroi de mer” genoemde belasting vast te stellen.

Deze vrijstellingen of belastingverminderingen moeten passen in de economische en sociale ontwikkelingsstrategie van de overzeese departementen, rekening houdend met het communautair bestek, en bijdragen tot de bevordering van lokale activiteiten, evenwel zonder dat de handelsvoorwaarden daardoor zodanig worden gewijzigd dat het gemeenschappelijk belang wordt geschaad.

2.

In vergelijking met de tarieven voor soortgelijke producten die niet afkomstig zijn van de overzeese departementen mag de toepassing van de in lid 1 bedoelde vrijstellingen of belastingverminderingen niet leiden tot verschillen die groter zijn dan:

  1. 10 procentpunten voor de in de bijlage, deel A, bedoelde producten;

  2. 20 procentpunten voor de in de bijlage, deel B, bedoelde producten;

  3. 30 procentpunten voor de in de bijlage, deel C, bedoelde producten.

3.

Teneinde de Franse autoriteiten de mogelijkheid te bieden producten vrij te stellen die lokaal worden vervaardigd door bedrijven waarvan de jaaromzet minder is dan 550 000 EUR, kunnen de in lid 2 bedoelde gedifferentieerde heffingen worden verhoogd met ten hoogste 5 procentpunten.

4.

Voor niet in de bijlage vermelde producten die lokaal zijn vervaardigd door een in lid 3 bedoeld bedrijf, mogen de Franse autoriteiten evenwel een belastingverschil toepassen teneinde deze vrij te stellen. Dit belastingverschil mag echter niet meer bedragen dan 5 procentpunten.

Artikel 2

De Franse autoriteiten passen op lokaal vervaardigde producten dezelfde belastingregeling toe als die welke zij toepassen op producten die in aanmerking komen voor de specifieke voorzieningsregeling bedoeld in de artikelen 2 en 3 van Verordening (EG) nr. 1452/2001.

Artikel 3

De Raad stelt, bij gekwalificeerde meerderheid van stemmen op voorstel van de Commissie, de maatregelen vast die nodig zijn voor de toepassing van deze beschikking voor wat betreft de aanpassing van de in de bijlage opgenomen lijsten van producten in gevallen waarin sprake is van de opkomst van nieuwe producten in de Franse overzeese departementen en wat betreft het nemen van dringende maatregelen wanneer de lokale productie in het gedrang dreigt te komen als gevolg van bepaalde handelspraktijken.

Artikel 4

Frankrijk stelt de Commissie onmiddellijk in kennis van de in artikel 1 bedoelde belastingregelingen.

De Franse autoriteiten leggen de Commissie uiterlijk op 31 juli 2008 een verslag voor over de toepassing van de in artikel 1 bedoelde belastingregelingen, opdat het effect van de genomen maatregelen en de bijdrage die zij leveren tot de stimulering of het behoud van lokale economische activiteiten kan worden geëvalueerd, rekening houdende met de handicaps waarmee de ultraperifere regio's kampen.

Op basis van dat verslag legt de Commissie de Raad een verslag voor met een volledige economische en sociale analyse en, in voorkomend geval, een voorstel tot aanpassing van deze beschikking.

Artikel 5

Artikel 6

Artikel 7

BIJLAGE