Deze beschikking stelt een lijst vast van derde landen of delen daarvan waar regionaliseringsmaatregelen van toepassing zijn, waaruit de lidstaten de invoer van paardachtigen en sperma, eicellen en embryo's daarvan toestaan en bepaalt de andere invoervoorwaarden.
Beschikking van de Commissie van 6 januari 2004 tot vaststelling van de lijst van derde landen en delen van hun grondgebied waaruit de lidstaten de invoer toestaan van levende paardachtigen en sperma, eicellen en embryo's van paarden en tot wijziging van de Beschikkingen 93/195/EEG en 94/63/EG (Kennisgeving geschied onder nummer C(2003) 5242) (Voor de EER relevante tekst) (2004/211/EG)
Beschikking van de Commissie van 6 januari 2004 tot vaststelling van de lijst van derde landen en delen van hun grondgebied waaruit de lidstaten de invoer toestaan van levende paardachtigen en sperma, eicellen en embryo's van paarden en tot wijziging van de Beschikkingen 93/195/EEG en 94/63/EG (Kennisgeving geschied onder nummer C(2003) 5242) (Voor de EER relevante tekst) (2004/211/EG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Richtlijn 90/426/EEG van de Raad van 26 juni 1990 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het verkeer van paardachtigen en de invoer van paardachtigen uit derde landen(1), en met name op artikel 12 en artikel 19, onder i) en ii),
Gelet op Richtlijn 92/65/EEG van de Raad van 13 juli 1992 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften voor het handelsverkeer en de invoer in de Gemeenschap van dieren, sperma, eicellen en embryo's waarvoor ten aanzien van de veterinairrechtelijke voorschriften geen specifieke communautaire regelgeving als bedoeld in bijlage A, onder I, van Richtlijn 90/425/EEG(2) geldt, en met name op artikel 17, lid 3, onder b),
Overwegende hetgeen volgt:
Artikel 12 van Richtlijn 90/426/EEG bepaalt dat de invoer van paardachtigen alleen is toegestaan uit derde landen of delen van derde landen die voorkomen op een lijst welke moet worden opgenomen in een overeenkomstig de bepalingen van artikel 3 van Richtlijn 72/462/EEG van de Raad van 12 december 1972 inzake gezondheidsvraagstukken en veterinairrechtelijke vraagstukken bij de invoer van runderen, varkens, schapen en geiten, van vers vlees of van vleesproducten uit derde landen(3) vastgelegde lijst van derde landen.
Beschikking 79/542/EEG van de Raad van 21 december 1976 tot vaststelling van een lijst van derde landen waaruit de lidstaten de invoer van runderen, varkens, paardachtigen, schapen en geiten, vers vlees en vleesproducten toestaan(4) is aanzienlijk gewijzigd, met name om paardachtigen van het toepassingsgebied ervan uit te sluiten. De lijsten van derde landen die paardachtigen naar de Gemeenschap mogen uitvoeren, die berusten op Beschikking 79/542/EEG, zijn evenwel vastgelegd in de op grond van Richtlijn 90/426/EEG vastgestelde beschikkingen van de Commissie inzake gezondheidsvoorschriften voor de invoer van paardachtigen.
De bepalingen die betrekking hebben op de veterinairrechtelijke voorschriften voor de invoer van levende dieren op grond van Richtlijn 72/462/EEG, met name artikel 3 inzake een lijst van derde landen die levende dieren mogen uitvoeren, worden momenteel opnieuw bestudeerd. Met het oog hierop heeft de Commissie een voorstel voor een richtlijn goedgekeurd tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor de invoer in de Gemeenschap van bepaalde levende dieren en tot wijziging van de Richtlijnen 72/462/EEG, 90/426/EEG, 92/65/EEG en 97/78/EG(5). In dit verband zal artikel 12 van Richtlijn 90/426/EEG worden aangepast om daarin de beginselen vast te leggen voor het opstellen van een lijst van derde landen waaruit de invoer van paardachtigen is toegestaan.
Beschikking 92/260/EEG van de Commissie van 10 april 1992 inzake veterinairrechtelijke voorschriften en veterinaire certificering voor tijdelijke toelating van geregistreerde paarden(6) bevat in bijlage I een lijst van derde landen waaruit de lidstaten de tijdelijke invoer van dergelijke paarden toestaan en de vaststelling van de gezondheidscategorieën van derde landen.
Beschikking 93/195/EEG van de Commissie van 2 februari 1993 inzake veterinairrechtelijke voorschriften en veterinaire certificering voor het opnieuw binnenbrengen, na tijdelijke uitvoer, van geregistreerde paarden voor wedrennen, wedstrijden en culturele manifestaties(7) bevat in bijlage I een lijst van derde landen waaruit de lidstaten het opnieuw binnenbrengen van dergelijke paarden toestaan.
Beschikking 93/196/EEG van de Commissie van 5 februari 1993 inzake veterinairrechtelijke voorschriften en veterinaire certificering voor de invoer van voor de slacht bestemde paardachtigen(8) bevat in voetnoot 3 van bijlage II een lijst van derde landen waaruit lidstaten de invoer van dergelijke paardachtigen toestaan.
Beschikking 93/197/EEG van de Commissie van 5 februari 1993 inzake veterinairrechtelijke voorschriften en veterinaire certificering voor de invoer van geregistreerde paarden en de invoer van geregistreerde paardachtigen en van als fok- en gebruiksdier gehouden paardachtigen(9) bevat in bijlage I een lijst van derde landen waaruit de lidstaten de invoer van dergelijke dieren toestaan.
Het is wenselijk de lijsten van derde landen die paardachtigen in de Gemeenschap mogen invoeren, in één communautair instrument te vermelden.
Overeenkomstig Beschikking 92/160/EEG van de Commissie van 5 maart 1992 tot regionalisering van sommige derde landen ten aanzien van de invoer van paardachtigen(10) mogen in sommige gevallen uit bepaalde delen van een derde land slechts bepaalde categorieën paardachtigen worden ingevoerd en zijn slechts bijzondere soorten invoer toegestaan; ter wille van de duidelijkheid en de transparantie dienen deze bepalingen betreffende regionalisering tezamen met de lijst van erkende derde landen vastgelegd te worden en dient Beschikking 92/160/EEG ingetrokken te worden.
Aangezien het bij de lijst van derde landen om een algemene lijst gaat, moet er naar bijzondere voorwaarden of beperkingen betreffende de invoer van paardachtigen in overeenstemming met het Gemeenschapsrecht worden verwezen.
Beschikking 95/461/EG van de Commissie(11) legt beschermende maatregelen vast in verband met Venezolaanse paardenencefalomyelitis in Venezuela en in Colombia en stelt een verbod in op het opnieuw binnenbrengen, na tijdelijke uitvoer, van geregistreerde paarden uit Venezuela en Colombia. Het lijkt derhalve raadzaam de lijst dienovereenkomstig aan te passen.
Beschikking 97/10/EG van de Commissie van 12 december 1996 tot wijziging van Beschikking 79/542/EEG van de Raad en de Beschikkingen 92/160/EEG, 92/260/EEG en 93/197/EEG van de Commissie ten aanzien van de tijdelijke toelating tot en de invoer in de Gemeenschap van geregistreerde paarden uit Zuid-Afrika(12) legt bijzondere invoervoorwaarden, met inbegrip van regionalisering, vast.
Beschikking 94/63/EG van de Commissie van 31 januari 1994 tot vaststelling van een voorlopige lijst van derde landen waaruit de lidstaten de invoer van sperma, eicellen en embryo's van schapen, geiten en paarden en van eicellen en embryo's van varkens toestaan(13), verwijst in deel I van de bijlage naar de delen I en II van de bijlage bij Beschikking 79/542/EEG. Deze lijst werd krachtens artikel 28 van Richtlijn 92/65/EEG voor een overgangsperiode van drie jaar vastgelegd.
Beschikking 2000/284/EG van de Commissie van 31 maart 2000 houdende vaststelling van de lijst van erkende wincentra voor de invoer van sperma van paardachtigen uit derde landen en tot wijziging van de Beschikkingen 96/539/EG en 96/540/EG(14), bevat een lijst van landen en inrichtingen vanwaar de invoer van sperma van paardachtigen is toegestaan.
Beschikking 96/539/EG van de Commissie van 4 september 1996 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften en voorschriften inzake veterinaire certificering voor de invoer van sperma van paardachtigen(15) en Beschikking 96/540/EG van de Commissie van 4 september 1996 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften en voorschriften inzake veterinaire certificering voor de invoer in de Gemeenschap van eicellen en embryo's van paardachtigen(16) leggen veterinairrechtelijke voorschriften vast voor de invoer van sperma, eicellen en embryo's van paardachtigen; naar deze bepalingen dient ook in een geconsolideerde lijst van derde landen te worden verwezen.
Het verdient aanbeveling de lijsten voor specifieke landen en de in de Beschikkingen 79/542/EEG, 92/160/EEG, 92/260/EEG, 93/195/EEG, 93/196/EEG, 93/197/EEG en 94/63/EG neergelegde regionaliseringsvoorschriften in één geconsolideerde lijst samen te vatten, waarin wordt aangegeven tot welke gezondheidscategorie de derde landen behoren en — voorzover nodig — de specifieke voorwaarden voor de invoer van paardachtigen en sperma, eicellen en embryo's van paardachtigen worden vermeld.
De Beschikkingen 92/160/EEG en 95/461/EG moeten dus worden ingetrokken en de Beschikkingen 94/63/EG en 93/195/EEG dienen dienovereenkomstig te worden gewijzigd.
De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Artikel 1 Onderwerp en werkingssfeer
Artikel 2 Definities
Voor de toepassing van deze beschikking gelden de onderstaande definities:
- „categorie paardachtigen” :
- paardachtigen als omschreven in artikel 2, onder c), d) en e), van Richtlijn 90/426/EEG en geregistreerde paardachtigen;
- „invoer” :
- het binnenbrengen op het grondgebied van de Gemeenschap van levende paardachtigen in overeenstemming met de specifiek voor deze bijzondere soort invoer geldende voorwaarden, met name de tijdelijke toelating en het opnieuw binnenbrengen na tijdelijke uitvoer en invoer.
Artikel 3 Invoer van levende paardachtigen
De lidstaten staan de invoer toe in de Gemeenschap van levende paardachtigen uit de in de kolommen 2 en 4 van de bijlage vermelde derde landen of delen daarvan onder de volgende, in bijlage I genoemde voorwaarden:
-
de tijdelijke toelating van geregistreerde paarden, zoals aangegeven in kolom 6,
-
het opnieuw binnenbrengen, na tijdelijke uitvoer, van geregistreerde paarden voor wedrennen, wedstrijden en culturele manifestaties, zoals aangegeven in kolom 7,
-
de invoer van geregistreerde paarden, zoals aangegeven in kolom 8,
-
de invoer van voor de slacht bestemde paardachtigen, zoals aangegeven in kolom 9,
-
de invoer van geregistreerde paardachtigen en van als fok- en gebruiksdier gehouden paardachtigen, zoals aangegeven in kolom 10.
Artikel 4 Invoer van sperma van paarden
De lidstaten staan de invoer toe van sperma van paarden uit in de kolommen 2 en 4 van bijlage I vermelde derde landen of delen daarvan, respectievelijk derde landen of delen daarvan waaruit de definitieve invoer van geregistreerde paarden, geregistreerde paardachtigen of van als fok- en gebruiksdier gehouden paardachtigen eveneens is toegestaan. De invoer is toegestaan mits het voor uitvoer naar de Gemeenschap bestemde sperma alleen is gewonnen van paardachtigen die behoren tot de categorie levende paardachtigen waarvoor definitieve invoer is toegestaan en voldaan is aan de in de kolommen 11, 12 en 13 van bijlage I vermelde voorwaarden.