Home

Verordening (EG) n r. 596/2004 van de Commissie van 30 maart 2004 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen inzake de regeling van uitvoercertificaten in de sector eieren

Verordening (EG) n r. 596/2004 van de Commissie van 30 maart 2004 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen inzake de regeling van uitvoercertificaten in de sector eieren

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2771/75 van de Raad van 29 oktober 1975 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector eieren(1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 806/2003(2), en met name op artikel 3, lid 2, artikel 8, lid 12, en artikel 15,

Gelet op Verordening (EG) nr. 3290/94 van de Raad van 22 december 1994 inzake de aanpassingen en de overgangsmaatregelen in de landbouwsector voor de tenuitvoerlegging van de overeenkomsten in het kader van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde(3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1340/98(4) en met name op artikel 3, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. Verordening (EG) nr. 1371/95 van de Commissie van 16 juni 1995 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen inzake de regeling van uitvoercertificaten in de sector eieren(5), is herhaaldelijk en ingrijpend gewijzigd(6). Ter wille van de duidelijkheid en een rationele ordening van de tekst dient tot codificatie van deze verordening te worden overgegaan.

  2. Op grond van Verordening (EEG) nr. 2771/75 moet voor alle uitvoer van producten waarvoor een uitvoerrestitutie wordt gevraagd, een uitvoercertificaat met vaststelling vooraf van de restitutie worden overgelegd, behalve voor broedeieren. Derhalve moeten de specifieke uitvoeringsbepalingen van die regeling voor de sector eieren worden vastgesteld en met name de voorschriften inzake de indiening van de aanvragen en de in de aanvragen en certificaten te vermelden gegevens, waarbij voorts Verordening (EG) nr. 1291/2000 van de Commissie van 9 juni 2000 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer-, uitvoer- en voorfixatiecertificaten voor landbouwproducten(7), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 322/2004(8), moet worden aangevuld.

  3. Met het oog op een doeltreffend beheer van de regeling, moet het bedrag van de in het kader van de betrokken regeling te stellen zekerheid voor de uitvoercertificaten worden vastgesteld. Gezien het aan de regeling in de sector eieren inherente speculatierisico, mogen de marktdeelnemers slechts onder nauwkeurig bepaalde voorwaarden voor die regeling in aanmerking komen en moet worden bepaald, dat de uitvoercertificaten niet kunnen worden overgedragen.

  4. In artikel 8, lid 12, van Verordening (EEG) nr. 2771/75 is bepaald, dat de inachtneming van de verplichtingen ten aanzien van het uitvoervolume, die voortvloeien uit de in het kader van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde gesloten overeenkomsten, door middel van de uitvoercertificaten wordt gewaarborgd. Derhalve moet een nauwkeurig schema voor de indiening van de certificaataanvragen en de afgifte van de certificaten worden vastgesteld.

  5. Bovendien moet worden bepaald, dat de beslissingen over de certificaataanvragen pas na een bepaalde bedenktijd worden meegedeeld. De Commissie moet daardoor de gelegenheid krijgen, de aangevraagde hoeveelheden en de betrokken uitgaven te beoordelen en eventueel, met name ten aanzien van de aanvragen die in behandeling zijn, bijzondere maatregelen te nemen. In het belang van de marktdeelnemers moet worden bepaald dat de certificaataanvraag kan worden ingetrokken nadat een aanvaardingscoëfficiënt is vastgesteld.

  6. Het is opportuun toe te staan dat de uitvoercertificaten voor aanvragen voor 25 ton of minder op verzoek van de marktdeelnemer onmiddellijk worden afgegeven. Er dient echter te worden bepaald dat die certificaten alleen worden afgegeven voor handelstransacties op korte termijn, om te voorkomen dat het in deze verordening aangegeven mechanisme wordt omzeild.

  7. Ter verzekering van een zeer precies beheer van de uit te voeren hoeveelheden, moet worden afgeweken van de in Verordening (EG) nr. 1291/2000 vastgestelde tolerantieregels.

  8. De Commissie moet voor het beheer van deze regeling beschikken over nauwkeurige gegevens inzake de ingediende certificaataanvragen en het gebruik van de afgegeven certificaten. Met het oog op een doeltreffende administratie, moet voor de mededeling van gegevens door de lidstaten aan de Commissie een eenvormig model worden gebruikt.

  9. Op grond van artikel 8, lid 6, van Verordening (EEG) nr. 2771/75 kan voor broedeieren een uitvoerrestitutie worden verleend op basis van een achteraf afgegeven uitvoercertificaat. Hiervoor moeten derhalve uitvoeringsbepalingen worden vastgesteld die ook een doeltreffende controle omvatten op de nakoming van de verplichtingen die voortvloeien uit de in het kader van de handelsbesprekingen van de Uruguayronde gesloten overeenkomsten. Voor deze na de uitvoer afgegeven certificaten lijkt echter geen zekerheid te hoeven worden geëist.

  10. De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor eieren en slachtpluimvee,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor alle uitvoer van producten in de sector eieren waarvoor een uitvoerrestitutie wordt gevraagd, met uitzondering van broedeieren van de GN-codes 0407 00 11 en 0407 00 19, moet een uitvoercertificaat met vaststelling vooraf van de restitutie worden ingediend overeenkomstig de artikelen 2 tot en met 8.

Artikel 2

1.

De uitvoercertificaten zijn geldig gedurende 90 dagen te rekenen vanaf de dag van de werkelijke afgifte in de zin van artikel 23, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1291/2000.

2.

In de certificaataanvragen en de certificaten moet in vak 15 de omschrijving van het product en in vak 16 de uit twaalf cijfers bestaande productcode van de nomenclatuur van de landbouwproducten voor de uitvoerrestituties worden aangebracht.

3.

De in artikel 14, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1291/2000 bedoelde productcategorieën en de bedragen van de zekerheid voor de uitvoercertificaten zijn aangegeven in bijlage I.

4.

In vak 20 van de certificaataanvragen en van de certificaten moet ten minste een van de volgende vermeldingen worden aangebracht:

  • Reglamento (CE) no 596/2004

  • Forordning (EF) nr. 596/2004

  • Verordnung (EG) Nr. 596/2004

  • Κανονισμός (ΕΚ) αριθ. 596/2004

  • Regulation (EC) No 596/2004

  • Règlement (CE) no 596/2004

  • Regolamento (CE) n. 596/2004

  • Verordening (EG) nr. 596/2004

  • Regulamento (CE) n.o 596/2004

  • Asetus (EY) N:o 596/2004

  • Förordning (EG) nr 596/2004.

Artikel 3

1.

De aanvragen voor uitvoercertificaten kunnen van maandag tot en met vrijdag van elke week bij de bevoegde instanties worden ingediend.

2.

De aanvrager van een uitvoercertificaat moet een natuurlijke persoon of een rechtspersoon zijn die, bij de indiening van de aanvraag, ten genoegen van de bevoegde instanties van de lidstaten kan bewijzen dat hij sedert ten minste twaalf maanden een handelsactiviteit in de sector eieren uitoefent. Kleinhandelaars of restauranthouders die hun producten aan de eindverbruiker verkopen, mogen evenwel geen aanvraag indienen.

3.

De uitvoercertificaten worden op de eerste woensdag na de in lid 1 bedoelde periode afgegeven, voorzover intussen door de Commissie geen enkele van de in lid 4 bedoelde bijzondere maatregelen is getroffen.

4.

Wanneer de afgifte van de uitvoercertificaten zou leiden of dreigen te leiden tot overschrijding van de beschikbare begrotingsmiddelen of tot uitputting van de maximumhoeveelheden die gedurende de betrokken periode met een restitutie kunnen worden uitgevoerd, rekening gehouden met de in artikel 8, lid 12, van Verordening (EEG) nr. 2771/75 bedoelde maxima, of tot gevolg zou hebben dat de continuïteit van de uitvoer gedurende de rest van de betrokken periode niet kan worden gewaarborgd, kan de Commissie:

  1. een eenvormig percentage voor de aanvaarding van de gevraagde hoeveelheden vaststellen;

  2. de aanvragen waarvoor nog geen uitvoercertificaten zijn toegekend, afwijzen;

  3. de indiening van aanvragen voor uitvoercertificaten gedurende maximaal vijf werkdagen schorsen, met de mogelijkheid van een langere schorsing, vastgesteld volgens de in artikel 17 van Verordening (EEG) nr. 2771/75 bedoelde procedure.

De tijdens de schorsingsperiode ingediende aanvragen voor uitvoercertificaten zijn niet ontvankelijk.

De in de eerste alinea bedoelde maatregelen kunnen worden genomen of gedifferentieerd naar gelang van de productcategorie en van de bestemming.

4 bis.

De in lid 4 bedoelde maatregelen kunnen ook worden vastgesteld wanneer de aanvragen voor uitvoercertificaten betrekking hebben op hoeveelheden die de normale afzet voor een bestemming overschrijden of dreigen te overschrijden, en afgifte van de aangevraagde certificaten een risico inhoudt op speculatie, op vervalsing van de mededinging tussen marktdeelnemers of op verstoring van het betrokken handelsverkeer of van de communautaire markt.

5.

Ingeval een aanvraag voor de volledige gevraagde hoeveelheid wordt afgewezen of op de aangevraagde hoeveelheid een vermindering wordt toegepast, wordt de zekerheid onmiddellijk vrijgegeven voor de hoeveelheid waarvoor niet op de aanvraag wordt ingegaan.

6.

In afwijking van het bepaalde in lid 3 wordt het certificaat uiterlijk op de elfde werkdag na de bekendmaking van het eenvormige aanvaardingspercentage in het Publicatieblad van de Europese Unie afgegeven ingeval dit percentage lager is dan 80 %. De marktdeelnemer kan uiterlijk tien werkdagen na de bekendmaking:

  • ofwel zijn aanvraag intrekken, in welk geval de zekerheid onmiddellijk wordt vrijgegeven;

  • ofwel om onmiddellijke afgifte van het certificaat verzoeken, in welk geval de bevoegde instantie het certificaat onverwijld afgeeft, doch op zijn vroegst op de normale dag van afgifte voor de betrokken week.

7.

In afwijking van lid 3, kan de Commissie voor de afgifte van de uitvoercertificaten een andere dag dan woensdag vaststellen, wanneer afgifte van certificaten op die dag onmogelijk is.

Artikel 4

1.

Op verzoek van de marktdeelnemer worden voor certificaataanvragen die betrekking hebben op niet meer dan 25 ton, de in artikel 3, lid 4, bedoelde bijzondere maatregelen niet toegepast en worden de gevraagde certificaten onmiddellijk afgegeven.

In afwijking van artikel 2, lid 1, zijn de certificaten in dat geval slechts geldig gedurende vijf werkdagen vanaf de dag van afgifte in de zin van artikel 23, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1291/2000, en in vak 20 van de aanvragen en de certificaten wordt dan ten minste één van de in bijlage I bis opgenomen vermeldingen aangebracht.

2.

De Commissie kan indien nodig de toepassing van dit artikel schorsen.

Artikel 5

Artikel 6

Artikel 7

Artikel 8

Artikel 8 bis

Artikel 9

Artikel 10

BIJLAGE I

BIJLAGE I BIS

BIJLAGE III

BIJLAGE IVIngetrokken verordening met haar achtereenvolgende wijzigingen

BIJLAGE VConcordantietabel