Home

Verordening (EG) n r. 809/2004 van de Commissie van 29 april 2004 tot uitvoering van Richtlijn 2003/71/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de in het prospectus te verstrekken informatie, de vormgeving van het prospectus, de opneming van informatie door middel van verwijzing, de publicatie van het prospectus en de verspreiding van reclame betreft (Voor de EER relevante tekst)

Verordening (EG) n r. 809/2004 van de Commissie van 29 april 2004 tot uitvoering van Richtlijn 2003/71/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de in het prospectus te verstrekken informatie, de vormgeving van het prospectus, de opneming van informatie door middel van verwijzing, de publicatie van het prospectus en de verspreiding van reclame betreft (Voor de EER relevante tekst)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 2003/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 november 2003 betreffende het prospectus dat gepubliceerd moet worden wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel worden toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG(1), en met name op artikel 5, lid 5, artikel 7, artikel 10, lid 4, artikel 11, lid 3, artikel 14, lid 8, en artikel 15, lid 7,

Na raadpleging van het Comité van Europese effectenregelgevers(2) (CEER) voor technisch advies,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. Richtlijn 2003/71/EG stelt beginselen vast die in acht moeten worden genomen bij de opstelling van een prospectus. Deze beginselen dienen te worden aangevuld wat de in het prospectus te verstrekken informatie, de vormgeving en publicatiewijze van het prospectus, de door middel van verwijzing in een prospectus op te nemen informatie en de verspreiding van reclame betreft.

  2. Er dient een typologie te worden opgesteld van minimale informatievereisten naar gelang van de aard van de uitgevende instelling en de categorie betrokken effecten. Het is van belang dat deze typologie aansluit bij de schema’s waarvan in de praktijk het meest wordt gebruikgemaakt. De schema’s dienen gebaseerd te zijn op de inlichtingen die moeten worden verstrekt overeenkomstig de IOSCO Disclosure Standards for cross-border offering and initial listings (deel I) en op de bestaande schema’s van Richtlijn 2001/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 mei 2001 betreffende de toelating van effecten tot de officiële notering aan een effectenbeurs en de informatie die over deze effecten moet worden gepubliceerd(3).

  3. De informatie die overeenkomstig deze verordening door de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de handel op een gereglementeerde markt wordt verstrekt, dient onderworpen te zijn aan de communautaire bepalingen betreffende de bescherming van persoonsgegevens.

  4. Er dient te worden vermeden dat in de gevallen waarin een prospectus uit meerdere afzonderlijke documenten bestaat, tweemaal dezelfde informatie wordt verstrekt. Te dien einde is het aangewezen verschillende, aan de specifieke aard van de uitgevende instelling en de categorie betrokken effecten aangepaste gedetailleerde schema’s voor het registratiedocument en voor de verrichtingsnota worden vastgesteld om elk type effect te bestrijken.

  5. De uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de handel op een gereglementeerde markt mogen in een prospectus of basisprospectus aanvullende informatie opnemen benevens de informatie die in de in de schema’s en bouwstenen vervatte rubrieken moet worden verstrekt. De verstrekte aanvullende informatie dient passend te zijn voor het type effecten of de aard van de betrokken uitgevende instelling.

  6. Aangezien er in de meeste gevallen diverse factoren een rol spelen (bestaan van een grote verscheidenheid aan uitgevende instellingen en categorieën effecten, wel of geen beroep op een derde om als garant op te treden, wel of geen beursnotering enz.), zal in de meeste gevallen niet met één enkel schema kunnen worden volstaan om een belegger alle passende informatie te verschaffen die hij nodig heeft voor het nemen van zijn beleggingsbeslissing. Het dient derhalve mogelijk te zijn diverse schema’s met elkaar te combineren. Om uitgevende instellingen te helpen bij de opstelling van hun prospectus moet derhalve een niet-limitatieve tabel van combinaties worden opgesteld waarin de verschillende mogelijke combinaties van schema’s en bouwstenen voor het merendeel van de bestaande categorieën effecten worden weergegeven.

  7. Het schema voor het registratiedocument voor aandelen dient niet alleen van toepassing te zijn op aandelen en andere met aandelen gelijk te stellen verhandelbare effecten, maar ook op andere effecten die via conversie of omwisseling toegang tot het kapitaal van de uitgevende instelling verlenen. In het laatstgenoemde geval mag niet van dit schema gebruik worden gemaakt wanneer de te leveren onderliggende aandelen reeds zijn uitgegeven vóór de uitgifte van de effecten die toegang tot het kapitaal van de uitgevende instelling verlenen; dit schema dient daarentegen wel te worden gebruikt wanneer de te leveren onderliggende aandelen reeds zijn uitgegeven maar nog niet tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten.

  8. Winstprognoses die uit vrije wil in een registratiedocument voor aandelen openbaar worden gemaakt, dienen op een consistente en vergelijkbare wijze te worden gepresenteerd en moeten vergezeld gaan van een verklaring van onafhankelijke boekhouders of accountants. Deze vorm van informatieverstrekking mag niet worden verward met de openbaarmaking van bekende tendensen of van andere feitelijke gegevens die wezenlijke gevolgen hebben voor de vooruitzichten van de uitgevende instelling. Bovendien dienen alle wijzigingen in het beleid inzake de openbaarmaking van winstprognoses te worden toegelicht wanneer een document ter aanvulling van het prospectus of een nieuw prospectus wordt opgesteld.

  9. Het is aangewezen dat pro forma financiële informatie wordt verstrekt in geval van een brutowijziging van betekenis (d.w.z. een verandering met meer dan 25 % ten opzichte van een of meer indicatoren voor de omvang van de activiteiten van de uitgevende instelling) in de situatie van een uitgevende instelling als gevolg van een specifieke transactie, met uitzondering van de situaties waarin de methode voor de administratieve verwerking van fusies moet worden toegepast.

  10. Het schema voor de verrichtingsnota voor aandelen zou op elke categorie aandelen toepasbaar moeten zijn aangezien het ook voorziet in een beschrijving van de eventueel aan de effecten verbonden rechten en van de regels voor de uitoefening daarvan.

  11. Daar sommige obligaties, zoals gestructureerde obligaties, bepaalde kenmerken van een derivaat vertonen, dienen in het schema voor de verrichtingsnota voor obligaties aanvullende informatievereisten betreffende de derivatencomponent van de rentebetaling te worden opgenomen.

  12. De aanvullende bouwsteen met betrekking tot garanties moet op alle verplichtingen in verband met elk type effect toepasbaar zijn.

  13. Het registratiedocument voor door activa gedekte waardepapieren mag niet van toepassing zijn op hypothecaire obligaties zoals bedoeld in artikel 5, lid 4, onder b), van Richtlijn 2003/71/EG en evenmin op andere obligaties met zekerheidstelling. Hetzelfde dient te gelden voor de aanvullende bouwsteen voor door activa gedekte waardepapieren, welke met de verrichtingsnota voor obligaties moet worden gecombineerd.

  14. Het is aangewezen dat professionele beleggers hun beleggingsbeslissing kunnen baseren op andere elementen dan die welke door niet-professionele beleggers in aanmerking worden genomen. De inhoud van het prospectus dient derhalve te verschillen wanneer het betrekking heeft op obligaties en derivaten die bedoeld zijn voor beleggers die obligaties en derivaten aankopen met een nominale waarde per eenheid van ten minste 50 000 euros of, indien de nominale waarde in een andere valuta luidt, met een minimumwaarde per eenheid die na omzetting in euro ten minste 50 000 euros bedraagt.

  15. Bij certificaten van aandelen moet het accent liggen op de instelling die de onderliggende aandelen uitgeeft en niet op de instelling die de certificaten van aandelen uitgeeft. Wanneer tegen de bewaarder gerechtelijke stappen zijn ondernomen wegens andere feiten dan een inbreuk op zijn plichten als trustee of agent, dient in het deel van het prospectus dat op de risicofactoren betrekking heeft, daarover volledige informatie te worden verstrekt, alsook over de omstandigheden waaronder tot het ondernemen van deze gerechtelijke stappen is overgegaan. Wanneer een prospectus als een driedelig document (registratiedocument, verrichtingsnota en samenvatting) is opgesteld, behoeft het registratiedocument alleen informatie over de bewaarder te bevatten.

  16. Het schema voor het registratiedocument voor banken dient toepasbaar te zijn op banken uit derde landen welke niet onder de in artikel 1, punt 1, onder a), van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 maart 2000 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen(4) vervatte definitie van kredietinstelling vallen, maar waarvan de statutaire zetel zich bevindt in een staat die lid is van de OESO.

  17. Indien een special purpose vehicle door een bank gegarandeerde obligaties en derivaten uitgeeft, mag het niet gebruikmaken van het schema voor het registratiedocument voor banken.

  18. Het schema voor de verrichtingsnota voor derivaten dient toepasbaar te zijn op effecten die niet onder andere schema’s en bouwstenen vallen. De werkingssfeer van dit schema wordt afgebakend onder verwijzing naar de beide andere algemene categorieën effecten, namelijk aandelen en obligaties. Voor het geven van een heldere en duidelijke uitleg om beleggers te helpen begrijpen hoe de waarde van hun belegging door de waarde van de onderliggende waarde wordt beïnvloed, dienen uitgevende instellingen in staat te zijn op vrijwillige basis van passende voorbeelden gebruik te maken. Zo kan het karakter van sommige complexe derivaten wellicht het best met behulp van voorbeelden worden toegelicht.

  19. De aanvullende bouwsteen voor het onderliggende aandeel van sommige effecten met een aandelenkarakter dient te worden toegevoegd aan de verrichtingsnota voor obligaties of in de plaats komen van de rubriek „informatie over de onderliggende waarde” van het schema voor de verrichtingsnota voor derivaten, naar gelang van de kenmerken van de uitgegeven effecten.

  20. Lidstaten en hun regionale of plaatselijke overheden vallen buiten de werkingssfeer van Richtlijn 2003/71/EG. Zij kunnen er evenwel voor kiezen een prospectus in overeenstemming met deze richtlijn op te stellen. Derde landen en hun regionale of plaatselijke overheden vallen niet buiten de werkingssfeer van Richtlijn 2003/71/EG en zijn derhalve verplicht een prospectus op te stellen indien zij in de Gemeenschap effecten aan het publiek wensen aan te bieden of hun effecten tot de handel op een gereglementeerde markt toegelaten willen zien. In deze gevallen dient te worden gebruikgemaakt van speciale schema’s voor effecten die door staten, hun regionale of plaatselijke overheden en door openbare internationale instellingen worden uitgegeven.

  21. Het is van belang dat een basisprospectus en de bijbehorende definitieve voorwaarden dezelfde informatie bevatten als een prospectus. Alle algemene beginselen die op een prospectus van toepassing zijn, zijn derhalve eveneens op de definitieve voorwaarden van toepassing. Indien de definitieve voorwaarden niet in het basisprospectus zijn opgenomen, behoeven zij evenwel niet door de bevoegde autoriteit te worden goedgekeurd.

  22. Voor sommige categorieën uitgevende instellingen dient de bevoegde autoriteit, wegens het bijzondere karakter van de door de betrokken uitgevende instellingen uitgeoefende activiteiten, het recht te hebben aangepaste informatie te verlangen naast die welke in de in de schema’s en bouwstenen vervatte rubrieken dient te worden verstrekt. Het is nodig een precieze en limitatieve lijst vast te stellen van uitgevende instellingen waarover aangepaste informatie kan worden verlangd. De aangepaste informatievereisten die voor elke categorie in deze lijst opgenomen uitgevende instellingen gelden, dienen passend en evenredig te zijn voor de betrokken activiteit. Het Comité van Europese effectenregelgevers zou actief ernaar kunnen streven deze informatievereisten binnen de Gemeenschap te doen convergeren. Het verdient aanbeveling de toevoeging van nieuwe categorieën aan de lijst te beperken tot gevallen waarin dit afdoende kan worden gemotiveerd.

  23. Indien het totaal nieuwe categorieën effecten betreft die niet door de bestaande schema’s of enigerlei combinatie ervan worden bestreken, dient de uitgevende instelling nog steeds de mogelijkheid te hebben de goedkeuring van haar prospectus aan te vragen. In een dergelijk geval is het aangewezen dat zij in staat is de inhoud van de te verstrekken informatie met de bevoegde autoriteit te bespreken. Het onder deze omstandigheden door de bevoegde autoriteit goedgekeurde prospectus dient van het bij Richtlijn 2003/71/EG ingestelde Europees paspoort te kunnen profiteren. De bevoegde autoriteit dient er steeds naar te streven gelijkenissen met bestaande schema’s te vinden en zoveel mogelijk van deze schema’s gebruik te maken. Eventuele aanvullende informatievereisten dienen evenredig en passend te zijn voor de categorie betrokken effecten.

  24. Sommige rubrieken van de schema’s en bouwstenen of gelijkwaardige informatievereisten zijn niet relevant voor een bepaald effect en kunnen in sommige specifieke gevallen derhalve niet toepasbaar zijn; in die gevallen verdient het aanbeveling dat de uitgevende instelling over de mogelijkheid beschikt deze informatie niet te vermelden.

  25. De flexibelere band tussen het basisprospectus en de bijbehorende definitieve voorwaarden in vergelijking met een prospectus in de vorm van één enkel document mag de gemakkelijke toegang van beleggers tot wezenlijke informatie niet belemmeren.

  26. Het is raadzaam in basisprospectussen op gemakkelijk herkenbare wijze aan te geven welke soort informatie in de vorm van definitieve voorwaarden zal worden opgenomen. Aan deze verplichting dient op een aantal verschillende manieren te kunnen worden voldaan, bijvoorbeeld door in het basisprospectus ruimte open te laten of een lijst van de ontbrekende informatie op te nemen.

  27. Ingeval één enkel document meer dan een basisprospectus omvat en elk basisprospectus door een bevoegde autoriteit van een ander land dient te worden goedgekeurd, dienen de respectieve bevoegde autoriteiten in overleg met elkaar te handelen en, indien zulks passend is, de goedkeuring van het prospectus over te dragen overeenkomstig artikel 13, lid 5, van Richtlijn 2003/71/EG, zodat goedkeuring door slechts één bevoegde autoriteit volstaat voor het volledige document.

  28. De krachtens de schema’s te verstrekken historische financiële informatie dient voornamelijk te worden gepresenteerd conform Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 19 juli 2002 betreffende de toepassing van internationale standaarden voor jaarrekeningen(5), dan wel conform standaarden voor jaarrekeningen van de lidstaten. Voor uitgevende instellingen uit derde landen dienen evenwel specifieke voorschriften te worden vastgesteld.

  29. Voor de openbaarmaking van het in artikel 10 van Richtlijn 2003/71/EG bedoelde document is het aangewezen dat uitgevende instellingen uit de in artikel 14 van deze richtlijn bedoelde publicatiewijzen die kunnen kiezen welke zij het meest geschikt achten. Zij dienen zich bij de keuze van de publicatiewijze te laten leiden door het doel van het document en door de overweging dat de gekozen publicatiewijze beleggers op snelle en kostenefficiënte wijze toegang tot de betrokken informatie moet bieden.

  30. Met de bij artikel 11 van Richtlijn 2003/71/EG toegestane opneming van informatie door middel van verwijzing wordt beoogd de opstelling van een prospectus eenvoudiger en goedkoper te maken. Deze doelstelling mag echter niet worden verwezenlijkt door afbreuk te doen aan andere belangen die het prospectus geacht wordt te beschermen. Zo dient ook rekening te worden gehouden met het feit dat het prospectus de gebruikelijke plaats waar de verlangde informatie moet worden verstrekt en dat de informatie dient te worden verschaft in een opmaak welke het analyseren en het begrijpen ervan zo gemakkelijk mogelijk maakt. In dat verband verdient het aanbeveling bijzondere aandacht te besteden aan de bewoordingen van de door middel van verwijzing opgenomen informatie en aan de consistentie ervan met die van het prospectus zelf. Door middel van verwijzing opgenomen informatie kan betrekking hebben op historische gegevens. Indien deze informatie echter niet langer relevant is als gevolg van veranderingen van betekenis, dient dit duidelijk in het prospectus te worden vermeld en dient ook de desbetreffende geactualiseerde informatie te worden verstrekt.

  31. Wanneer een prospectus in elektronische vorm wordt gepubliceerd, is het raadzaam dat in vergelijking met de traditionele publicatiewijzen aanvullende veiligheidsmaatregelen worden genomen, gebruik makend van de beste praktijken, om de integriteit van de informatie te waarborgen, manipulatie of wijzigingen door onbevoegden te voorkomen, wijzigingen in de begrijpelijkheid ervan te vermijden en de negatieve gevolgen te voorkomen die kunnen voortvloeien uit het feit dat in derde landen eventueel verschillende benaderingen worden gevolgd om effecten aan het publiek aan te bieden.

  32. Het voor de publicatie van een prospectus gekozen dagblad dient over een groot gebied en in grote oplage te worden verspreid.

  33. Een lidstaat van herkomst zou moeten kunnen eisen dat een bericht wordt gepubliceerd waarin wordt vermeld op welke manier het prospectus beschikbaar is gesteld en waar het publiek het kan verkrijgen. Wanneer krachtens de wetgeving van een lidstaat van herkomst berichten moeten worden gepubliceerd, dient de inhoud van een dergelijk bericht tot de strikt noodzakelijke inlichtingen beperkt te blijven om overlapping met de samenvatting te vermijden. De lidstaat van herkomst kan ook eisen dat een aanvullend bericht over de definitieve voorwaarden van een basisprospectus wordt gepubliceerd.

  34. Om de centralisatie van voor beleggers van nut zijnde informatie te vergemakkelijken, dient in de op de website van de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst bekendgemaakte lijst van goedgekeurde prospectussen te worden vermeld hoe elk prospectus is gepubliceerd en waar het kan worden verkregen.

  35. De lidstaten dienen de reclamevoorschriften met betrekking tot aanbiedingen van effecten aan het publiek en toelatingen van effecten tot de handel op een gereglementeerde markt effectief te doen naleven. Bij grensoverschrijdende aanbiedingen of grensoverschrijdende toelatingen tot de handel dient een adequate coördinatie tussen de bevoegde autoriteiten te worden nagestreefd.

  36. Aangezien sommige effecten van Verordening (EG) nr. 1606/2002 zich pas enige tijd na de inwerkingtreding van die verordening zullen doen gevoelen, is het aangewezen dat met betrekking tot de in een prospectus op te nemen historische financiële informatie een aantal overgangsregelingen wordt getroffen teneinde een overmatige belasting van de uitgevende instellingen te vermijden en hen in staat te stellen binnen een redelijke termijn na de inwerkingtreding van Richtlijn 2003/71/EG tot aanpassing over te gaan van de wijze waarop zij historische financiële informatie opstellen en presenteren.

  37. De verplichting om historische financiële informatie in overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 aangepaste vorm in een prospectus op te nemen, geldt niet voor effecten met een nominale waarde per eenheid van ten minste 50 000 euros; voor dergelijke effecten dienen derhalve geen overgangsregelingen te worden getroffen.

  38. Omwille van de samenhang is het aangewezen dat deze verordening van toepassing wordt op de datum van de omzetting van Richtlijn 2003/71/EG.

  39. De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Europees Comité voor het effectenbedrijf,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I VOORWERP EN DEFINITIES

Artikel 1 Voorwerp

In deze verordening wordt het volgende vastgesteld:

  1. de vormgeving van het prospectus zoals bedoeld in artikel 5 van Richtlijn 2003/71/EG;

  2. de minimuminformatie die krachtens artikel 7 van Richtlijn 2003/71/EG in een prospectus moet worden opgenomen;

  3. de wijze waarop informatie overeenkomstig artikel 11 van Richtlijn 2003/71/EG door middel van verwijzing in een prospectus kan worden opgenomen;

  4. de publicatiewijzen die overeenkomstig artikel 14 van Richtlijn 2003/71/EG voor de openbaarmaking van een prospectus moeten worden gebruikt om te waarborgen dat een prospectus beschikbaar is voor het publiek;

  5. de in artikel 15 van Richtlijn 2003/71/EG bedoelde methoden voor de verspreiding van reclame.

Artikel 2 Definities

Voor de toepassing van deze verordening gelden de volgende definities, benevens die welke in Richtlijn 2003/71/EG zijn vervat:

  1. „schema”: een lijst van minimale informatievereisten aangepast aan de specifieke aard van de verschillende categorieën uitgevende instellingen en/of de verschillende categorieën betrokken effecten;

  2. „bouwsteen”: een lijst van aanvullende, niet in een van de schema’s opgenomen informatievereisten die, in voorkomend geval, aan één of meer schema’s moeten worden toegevoegd naar gelang van het type instrument en/of transactie waarvoor een prospectus of basisprospectus wordt opgesteld;

  3. „risicofactoren”: een lijst van risico’s die eigen zijn aan de situatie van de uitgevende instelling en/of de effecten, en die van wezenlijk belang zijn voor het nemen van beleggingsbeslissingen;

  4. „special purpose vehicle”: een uitgevende instelling waarvan het doel hoofdzakelijk bestaat in de uitgifte van effecten;

  5. „door activa gedekte waardepapieren”: effecten die

    1. een belang in activa belichamen, met inbegrip van enigerlei rechten die bedoeld zijn om de financiële dienst van deze activa te waarborgen, dan wel om houders van genoemde activa de ontvangst of tijdige ontvangst te garanderen van uit hoofde van deze activa te betalen bedragen; of

    2. worden gedekt door activa en waarvan de voorwaarden voorzien in betalingen die betrekking hebben op betalingen of redelijke ramingen van betalingen die worden berekend middels een verwijzing naar geïdentificeerde of identificeerbare activa;

  6. „instelling voor collectieve belegging in andere instellingen voor collectieve belegging”: een instelling voor collectieve belegging waarvan de beleggingsdoelstelling bestaat in het beleggen in een of meer andere instellingen voor collectieve belegging waarvan de activa bestaan uit effecten van (een) verschillende categorie(ën) of met (een) verschillende denominatie(s);

  7. „instelling voor collectieve belegging in vastgoed”: een instelling voor collectieve belegging waarvan de beleggingdoelstelling bestaat in de deelneming op lange termijn in het bezit van vastgoed;

  8. „openbare internationale instelling”: een publiekrechtelijk lichaam dat is opgericht bij een internationaal verdrag tussen soevereine staten en waarbij één of meer lidstaten aangesloten zijn;

  9. „reclame”: een aankondiging die

    1. betrekking heeft op een specifieke aanbieding van effecten aan het publiek of op een toelating van effecten tot de handel op een gereglementeerde markt; en

    2. er specifiek op gericht is de mogelijke inschrijving op of aankoop van effecten te promoten.

  10. „winstprognose”: een formulering waarin uitdrukkelijk of impliciet melding wordt gemaakt van een cijfer dan wel van een minimum- of maximumcijfer van de vermoedelijke omvang van de winst of het verlies voor de lopende verslagperiode en/of de daaropvolgende verslagperiodes, of die gegevens bevat op grond waarvan een dergelijk cijfer voor de toekomstige winst of het toekomstige verlies kan worden berekend, ook al wordt geen specifiek cijfer vermeld en wordt het woord „winst” niet gebruikt;

  11. „winstraming”: een winstprognose voor een verslagperiode die reeds verstreken is en waarvoor nog geen resultaten bekendgemaakt zijn;

  12. „gereglementeerde informatie”: alle informatie die de uitgevende instelling of enigerlei andere persoon die zonder toestemming van de uitgevende instelling de toelating van haar effecten tot de handel op een gereglementeerde markt heeft aangevraagd, moet verstrekken op grond van Richtlijn 2001/34/EG of van artikel 6 van Richtlijn 2003/6/EG;

  13. „uitgifte van rechten”: elke uitgifte van rechten met wettelijk voorkeurrecht die de inschrijving op nieuwe aandelen mogelijk maakt en uitsluitend tot bestaande aandeelhouders is gericht. Een uitgifte van rechten omvat ook uitgiften waarbij wettelijke voorkeurrechten buiten werking worden gesteld en worden vervangen door een instrument of bepaling waarbij bijna identieke rechten aan bestaande aandeelhouders worden verleend, wanneer die rechten aan de volgende voorwaarden voldoen:

    1. de rechten worden aan de aandeelhouders gratis aangeboden;

    2. de aandeelhouders hebben het recht nieuwe aandelen op te nemen naar evenredigheid van hun bestaande aandelenbezit, of in het geval van andere effecten die het recht tot deelneming in de uitgifte van aandelen verlenen, naar evenredigheid van hun rechten op de onderliggende aandelen;

    3. de rechten waarvoor kan worden ingeschreven, kunnen worden verhandeld en overgedragen, of indien dit niet het geval is, worden de aandelen waaruit deze rechten voortspruiten, na afloop van de periode van aanbieding verkocht ten bate van de aandeelhouders die hun rechten niet hebben opgenomen;

    4. de uitgevende instelling kan wat de onder b) bedoelde rechten betreft grenzen of beperkingen of uitsluitingen opleggen en kan de regelingen treffen die zij passend acht om te handelen ten aanzien van eigen aandelen, fractionele rechten, en voorschriften die in enig land of op enig grondgebied bij wet of door een toezichthoudende autoriteit zijn opgelegd;

    5. de minimumtermijn waarin aandelen kunnen worden opgenomen, is gelijk aan de in artikel 29, lid 3, van Richtlijn 77/91/EEG van de Raad(6) genoemde termijn waarin het wettelijke voorkeurrecht kan worden uitgeoefend;

    6. de rechten vervallen na het verstrijken van de termijn voor uitoefening van het recht.

Artikel 2 bis Categorieën van informatie in het basisprospectus en de definitieve voorwaarden

1.

De in bijlage XX genoemde categorieën bepalen de graad van flexibiliteit volgens welke de informatie kan worden verstrekt in het basisprospectus of in de definitieve voorwaarden. De categorieën worden als volgt vastgesteld:

  1. „Categorie A” betekent dat de desbetreffende informatie reeds in het basisprospectus moet zijn opgenomen. Deze informatie kan niet worden opengelaten voor latere invoeging in de definitieve voorwaarden;

  2. „Categorie B” betekent dat het basisprospectus alle algemene beginselen betreffende de vereiste informatie moet bevatten en dat alleen de details die onbekend zijn op het tijdstip van de goedkeuring van het basisprospectus, voor latere invoeging in de definitieve voorwaarden kunnen worden opengelaten;

  3. „Categorie C” betekent dat het basisprospectus een voorbehouden ruimte voor latere invoeging kan vrijhouden voor de informatie die niet bekend was op het tijdstip van de goedkeuring van het basisprospectus. Die informatie moet in de definitieve voorwaarden worden opgenomen.

2.

Indien de voorwaarden van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 2003/71/EG van toepassing zijn, is een aanvulling vereist.

Indien die voorwaarden niet van toepassing zijn, publiceert de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de handel op een gereglementeerde markt een bericht over de verandering.

HOOFDSTUK II MINIMUMINFORMATIE

Artikel 3 In een prospectus op te nemen minimuminformatie

Artikel 4 Schema voor het registratiedocument voor aandelen

Artikel 4 bis Schema voor het registratiedocument voor aandelen in geval van een complexe financiële geschiedenis of van een aanzienlijke financiële verplichting

Artikel 5 Bouwsteen voor pro forma financiële informatie

Artikel 6 Schema voor de verrichtingsnota voor aandelen

Artikel 7 Schema voor het registratiedocument voor obligaties en derivaten met een nominale waarde per eenheid van minder dan 100000 euros

Artikel 8 Schema voor de verrichtingsnota voor obligaties met een nominale waarde per eenheid van minder dan 100000 euros

Artikel 9 Bouwsteen voor garanties

Artikel 10 Schema voor het registratiedocument voor door activa gedekte waardepapieren

Artikel 11 Bouwsteen voor door activa gedekte waardepapieren

Artikel 12 Schema voor het registratiedocument voor obligaties en derivaten met een nominale waarde per eenheid van ten minste 100000 euros

Artikel 13 Schema voor certificaten van aandelen

Artikel 14 Schema voor het registratiedocument voor banken

Artikel 15 Schema voor de verrichtingsnota voor derivaten

Artikel 16 Schema voor de verrichtingsnota voor obligaties met een nominale waarde per eenheid van ten minste 100000 euros

Artikel 17 Aanvullende bouwsteen voor het onderliggende aandeel

Artikel 18 Schema voor het registratiedocument voor instellingen voor collectieve belegging van het closed-end- type

Artikel 19 Schema voor het registratiedocument voor lidstaten, derde landen en hun regionale en plaatselijke overheden

Artikel 20 Schema voor het registratiedocument voor openbare internationale instellingen en voor uitgevende instellingen van obligaties met garantie van een lidstaat van de OESO

Artikel 20 bis Aanvullend informatiebouwblok voor overeenkomstig artikel 3, lid 2, van Richtlijn 2003/71/EG verleende toestemming

Artikel 21 Combinatie van schema’s en bouwstenen

Artikel 22 In een basisprospectus en de bijbehorende definitieve voorwaarden op te nemen minimuminformatie

Artikel 23 Aanpassing van de in het prospectus of basisprospectus te verstrekken minimuminformatie

Artikel 24 Inhoud van de samenvatting van het prospectus, het basisprospectus en de individuele uitgifte

HOOFDSTUK III VORMGEVING VAN HET PROSPECTUS, HET BASISPROSPECTUS EN DE DOCUMENTEN TER AANVULLING VAN HET PROSPECTUS OF BASISPROSPECTUS

Artikel 25 Vormgeving van het prospectus

Artikel 26 Vormgeving van het basisprospectus en van de bijbehorende definitieve voorwaarden

HOOFDSTUK III bis EVENREDIGE OPENBAARMAKINGSREGELING

Artikel 26 bis Evenredig schema voor uitgiften van rechten

Artikel 26 ter Evenredige schema's voor kleine en middelgrote ondernemingen en ondernemingen met beperkte beurswaarde

Artikel 26 quater Evenredige vereisten voor uitgiften van kredietinstellingen als bedoeld in artikel 1, lid 2, onder j), van Richtlijn 2003/71/EG

HOOFDSTUK IV INFORMATIEVERSTREKKING EN OPNEMING VAN INFORMATIE DOOR MIDDEL VAN VERWIJZING

Artikel 28 Regelingen voor de opneming van informatie door middel van verwijzing

HOOFDSTUK V PUBLICATIE EN VERSPREIDING VAN RECLAME

Artikel 29 Publicatie in elektronische vorm

Artikel 30 Publicatie in dagbladen

Artikel 31 Publicatie van het bericht

Artikel 32 Lijst van goedgekeurde prospectussen

Artikel 33 Publicatie van de definitieve voorwaarden van basisprospectussen

Artikel 34 Verspreiding van reclame

HOOFDSTUK VI OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 35 Historische financiële informatie

Artikel 36 Inwerkingtreding

BIJLAGEN

BIJLAGE IMinimale informatievereisten voor het registratiedocument voor aandelen (schema)

BIJLAGE IIBouwsteen voor pro forma financiële informatie

BIJLAGE IIIMinimale informatievereisten voor de verrichtingsnota voor aandelen (schema)

BIJLAGE IVMinimale informatievereisten voor het registratiedocument voor obligaties en derivaten (schema)(Obligaties en derivaten met een nominale waarde per eenheid van minder dan 100 000 euros)

BIJLAGE VMinimale informatievereisten voor de verrichtingsnota voor obligaties (schema)(Obligaties met een nominale waarde per eenheid van minder dan 100 000 euros)

BIJLAGE VIMinimale informatievereisten voor garanties(Aanvullende bouwsteen)

BIJLAGE VIIMinimale informatievereisten voor het registratiedocument voor door activa gedekte waardepapieren (schema)

BIJLAGE VIIIMinimale informatievereisten voor door activa gedekte waardepapieren(Aanvullende bouwsteen)

BIJLAGE IXMinimale informatievereisten voor het registratiedocument voor obligaties en derivaten (schema)(Obligaties en derivaten met een nominale waarde per eenheid van ten minste 100 000 euros)

BIJLAGE XMinimale informatievereisten voor certificaten van aandelen (schema)GEGEVENS OVER DE UITGEVENDE INSTELLING VAN DE ONDERLIGGENDE AANDELEN

BIJLAGE XIMinimale informatievereisten voor het registratiedocument voor banken (schema)

BIJLAGE XIIMinimale informatievereisten voor de verrichtingsnota voor derivaten (schema)

BIJLAGE XIIIMinimale informatievereisten voor de verrichtingsnota voor obligaties met een nominale waarde per eenheid van ten minste 100 000 EUR (schema)

BIJLAGE XIVAanvullende bouwsteen voor het onderliggende aandeel

BIJLAGE XVMinimale informatievereisten voor het registratiedocument voor effecten uitgegeven door instellingen voor collectieve belegging van het closed-end type (schema)

BIJLAGE XVIMinimale informatievereisten voor het registratiedocument voor effecten uitgegeven door lidstaten, derde landen en hun regionale en plaatselijke overheden (schema)

BIJLAGE XVIIMinimale informatievereisten voor het registratiedocument voor effecten uitgegeven door openbare internationale instellingen en voor obligaties met garantie van een lidstaat van de OESO (schema)

BIJLAGE XVIII

BIJLAGE XIXLijst van speciale uitgevende instellingen

BIJLAGE XX

BIJLAGE XXI

BIJLAGE XXII

BIJLAGE XXIII

BIJLAGE XXIV

BIJLAGE XXV

BIJLAGE XXVI

BIJLAGE XXVII

BIJLAGE XXVIII

BIJLAGE XXIX

BIJLAGE XXX