Home

Verordening (EG) n r. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn

Verordening (EG) n r. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn

TITEL I ONDERWERP, WERKINGSSFEER, DEFINITIES

Artikel 1 Onderwerp en werkingssfeer

1.

In deze verordening worden algemene voorschriften vastgesteld voor de uitvoering van officiële controles op de naleving van voorschriften die in het bijzonder zijn gericht op:

  1. het voorkomen, wegnemen of tot een aanvaardbaar niveau terugbrengen van rechtstreekse of door het milieu veroorzaakte risico's voor mens en dier,

    en

  2. het zorgen voor eerlijke praktijken in de handel in levensmiddelen en diervoeders en het beschermen van de belangen van de consument, onder meer door de etikettering van diervoeders en levensmiddelen en andere vormen van consumentenvoorlichting.

2.

Deze verordening is niet van toepassing op officiële controles op de naleving van de voorschriften inzake de gemeenschappelijke marktordeningen voor landbouwproducten.

3.

Deze verordening laat specifieke communautaire bepalingen betreffende officiële controles onverlet.

4.

De uitvoering van officiële controles overeenkomstig deze verordening doet geen afbreuk aan de primaire wettelijke verantwoordelijkheid van exploitanten van diervoeder- en levensmiddelenbedrijven voor de veiligheid van diervoeders en levensmiddelen bedoeld in Verordening (EG) nr. 178/2002, noch aan de burgerlijke of strafrechtelijke aansprakelijkheid die voortvloeit uit het niet nakomen van hun verplichtingen.

Artikel 2 Definities

Voor de toepassing van deze verordening gelden de definities van de artikelen 2 en 3 van Verordening (EG) nr. 178/2002.

Daarnaast zijn de volgende definities van toepassing:

  1. „officiële controle”: elke vorm van controle die door de bevoegde autoriteit of door de Gemeenschap wordt uitgevoerd om na te gaan of de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn worden nageleefd;

  2. „verificatie”: toetsen, via onderzoek en het in aanmerking nemen van objectief bewijsmateriaal, of aan specifieke vereisten is voldaan;

  3. „diervoederwetgeving”: de wetten, verordeningen en administratieve bepalingen met betrekking tot diervoeders in het algemeen, en de veiligheid van diervoeders in het bijzonder, zowel op communautair als nationaal niveau; zij bestrijkt elk stadium van de productie, de verwerking, de distributie en het gebruik van diervoeders;

  4. „bevoegde autoriteit”: de centrale autoriteit van een lidstaat die bevoegd is officiële controles te organiseren, of elke andere autoriteit waaraan die bevoegdheid is gedelegeerd; dit begrip omvat tevens, in voorkomend geval, de overeenkomstige autoriteit van een derde land;

  5. „controleorgaan”: een onafhankelijke derde partij waaraan de bevoegde autoriteit bepaalde controletaken heeft gedelegeerd;

  6. „audit”: een systematisch en onafhankelijk onderzoek om te bepalen of de activiteiten en de resultaten daarvan aansluiten bij de gemaakte plannen en of deze plannen op een doeltreffende manier worden uitgevoerd en geschikt zijn om de gestelde doelen te bereiken;

  7. „inspectie”: het onderzoeken van elk aspect van diervoeders, levensmiddelen, diergezondheid en dierenwelzijn, teneinde na te gaan of deze aspecten voldoen aan de voorschriften van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn;

  8. „monitoring”: het uitvoeren van een gestructureerde reeks waarnemingen of metingen teneinde een overzicht te krijgen van de mate waarin de wetgeving inzake diervoeders of levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn worden nageleefd;

  9. „bewaking”: een nauwkeurige waarneming van één of meer diervoeder- of levensmiddelenbedrijven, van de exploitanten van diervoeder- of levensmiddelenbedrijven of van hun activiteiten;

  10. „niet-naleving”: niet-naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen, en de voorschriften inzake de bescherming van de diergezondheid en het dierenwelzijn;

  11. „bemonstering voor analyse”: het wegnemen van een diervoeder of een levensmiddel of een andere stof (ook uit het milieu) die van belang is voor de productie, verwerking of distributie van diervoeders of levensmiddelen dan wel voor de gezondheid van dieren, teneinde aan de hand van een analyse na te gaan of de wetgeving inzake diervoeders of levensmiddelen dan wel de voorschriften inzake diergezondheid wordt nageleefd;

  12. „officiële certificering”: de procedure waarmee de bevoegde autoriteit of de controleorganen die bevoegd zijn in die hoedanigheid op te treden, een schriftelijke, elektronische of gelijkwaardige verzekering aangaande de naleving geeft/geven;

  13. „officiële inbewaringneming”: de procedure die de bevoegde autoriteit volgt om te verhinderen dat diervoeders of levensmiddelen worden verplaatst of dat ermee wordt geknoeid in afwachting van het besluit over de verdere bestemming ervan; deze procedure omvat de opslag van de diervoeders of levensmiddelen door de exploitant van het betrokken diervoeder- of levensmiddelenbedrijf overeenkomstig de instructies van de bevoegde autoriteit;

  14. „gelijkwaardigheid”: de mogelijkheid van verschillende methoden of maatregelen om er dezelfde doelstellingen mee te bereiken; verschillende systemen of maatregelen zijn „gelijkwaardig” als daarmee dezelfde doelstellingen bereikt kunnen worden;

  15. „invoer”: het in het vrije verkeer brengen van diervoeders of levensmiddelen, dan wel het voornemen om diervoeders of levensmiddelen in het vrije verkeer te brengen, in de zin van artikel 79 van Verordening (EEG) nr. 2913/92, op een van de in bijlage I genoemde grondgebieden;

  16. „binnenbrengen”: betekent zowel „invoer” zoals gedefinieerd in punt 15, als het onderwerpen van goederen aan de douaneprocedures van artikel 4, punt 16, onder b) tot en met f), van Verordening (EEG) nr. 2913/92, alsook het binnenbrengen in vrije zones of vrije entrepots;

  17. „documentencontrole”: een onderzoek van de handelsdocumenten en, indien daar aanleiding toe is, van de documenten die overeenkomstig de wetgeving inzake diervoeders of levensmiddelen de zending moeten vergezellen;

  18. „overeenstemmingscontrole”: een visuele inspectie om na te gaan of de certificaten of andere begeleidende documenten wel degelijk overeenstemmen met de etikettering en de inhoud van de zending;

  19. „materiële controle”: controle van de diervoeders of levensmiddelen zelf, die controles van de transportmiddelen, verpakking, etikettering, temperatuur, bemonstering voor analyse en laboratoriumonderzoek kan omvatten, en alle overige controles die nodig zijn om na te gaan of de wetgeving inzake diervoeders of levensmiddelen wordt nageleefd;

  20. „controleplan”: een beschrijving opgesteld door de bevoegde autoriteit met algemene informatie over de structuur en de organisatie van haar officiële controlesystemen.

TITEL II OFFICIËLE CONTROLES DOOR DE LIDSTATEN

HOOFDSTUK I ALGEMENE VERPLICHTINGEN

Artikel 3 Algemene verplichtingen met betrekking tot de organisatie van officiële controles

HOOFDSTUK II BEVOEGDE AUTORITEITEN

Artikel 4 Aanwijzing van de bevoegde autoriteiten en operationele criteria

Artikel 5 Delegatie van specifieke taken in verband met de officiële controle

Artikel 6 Met officiële controles belast personeel

Artikel 7 Transparantie en geheimhouding

Artikel 8 Controle- en verificatieprocedures

Artikel 9 Verslagen

Artikel 10 Controleactiviteiten, -methoden en -technieken

HOOFDSTUK III BEMONSTERING EN ANALYSE

Artikel 11 Methoden van bemonstering en analyse

Artikel 12 Officiële laboratoria

HOOFDSTUK IV CRISISMANAGEMENT

Artikel 13 Rampenplannen voor diervoeders en levensmiddelen

HOOFDSTUK V OFFICIËLE CONTROLES OP HET BINNENBRENGEN VAN DIERVOEDERS EN LEVENSMIDDELEN UIT DERDE LANDEN

Artikel 14 Officiële controles van diervoeders en levensmiddelen van dierlijke oorsprong

Artikel 15 Officiële controles van diervoeders en levensmiddelen van niet-dierlijke oorsprong

Artikel 16 Soorten controles op diervoeders en levensmiddelen van niet-dierlijke oorsprong

Artikel 17 Punten van binnenkomst en voorafgaande kennisgeving

Artikel 18 Maatregelen bij vermoeden van niet- naleving

Artikel 19 Maatregelen naar aanleiding van officiële controles van diervoeders en levensmiddelen uit derde landen

Artikel 20 Speciale behandeling

Artikel 21 Terugsturen van zendingen

Artikel 22 Kosten

Artikel 23 Goedkeuring van aan de uitvoer voorafgaande controles door derde landen

Artikel 24 Bevoegde autoriteiten en douanediensten

Artikel 25 Uitvoeringsmaatregelen

HOOFDSTUK VI FINANCIERING VAN OFFICIËLE CONTROLES

Artikel 26 Algemeen beginsel

Artikel 27 Vergoedingen of heffingen

Artikel 28 Uitgaven die voortvloeien uit aanvullende officiële controles

Artikel 29 Hoogte van de uitgaven

HOOFDSTUK VII OVERIGE BEPALINGEN

Artikel 30 Officiële certificering

Artikel 31 Registratie/erkenning van diervoeder- en levensmiddelenbedrijven

TITEL III REFERENTIELABORATORIA

Artikel 32 Communautaire referentielaboratoria

Artikel 33 Nationale referentielaboratoria

TITEL IV ADMINISTRATIEVE BIJSTAND EN SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN DIERVOEDERS EN VOEDINGSMIDDELEN

Artikel 34 Algemene beginselen

Artikel 35 Contactinstanties

Artikel 36 Bijstand op verzoek

Artikel 37 Bijstand op eigen initiatief

Artikel 38 Bijstand in geval van niet-naleving

Artikel 39 Betrekkingen met derde landen

Artikel 40 Gecoördineerde bijstand en follow-up door de Commissie

TITEL V CONTROLEPLANNEN

Artikel 41 Meerjarige nationale controleplannen

Artikel 42 Beginselen voor het opstellen van de meerjarige nationale controleplannen

Artikel 43 Richtsnoeren voor meerjarige nationale controleplannen

Artikel 44 Jaarverslagen

TITEL VI ACTIVITEITEN VAN DE GEMEENSCHAP

HOOFDSTUK I COMMUNAUTAIRE CONTROLES

Artikel 45 Communautaire controles in de lidstaten

Artikel 46 Communautaire controles in derde landen

HOOFDSTUK II INVOERVOORWAARDEN

Artikel 47 Algemene invoervoorwaarden

Artikel 48 Specifieke invoervoorwaarden

Artikel 49 Gelijkwaardigheid

Artikel 50 Steun voor ontwikkelingslanden

HOOFDSTUK III OPLEIDING VAN CONTROLEURS

Artikel 51 Opleiding van controleurs

HOOFDSTUK IV ANDERE ACTIVITEITEN VAN DE GEMEENSCHAP

Artikel 52 Controles door derde landen in de lidstaten

Artikel 53 Gecoördineerde controleplannen

TITEL VII HANDHAVINGSMAATREGELEN

HOOFDSTUK I NATIONALE HANDHAVINGSMAATREGELEN

Artikel 54 Actie in geval van niet- naleving

Artikel 55 Sancties

HOOFDSTUK II COMMUNAUTAIRE HANDHAVINGSMAATREGELEN

Artikel 56 Vrijwaringsmaatregelen

TITEL VIII AANPASSING VAN DE COMMUNAUTAIRE WETGEVING

Artikel 57 Wijziging van Richtlijn 96/23/EG

Artikel 58 Wijziging van Richtlijn 97/78/EG

Artikel 59 Wijziging van Richtlijn 2000/29/EG

Artikel 60 Wijziging van Verordening (EG) nr. 854/2004

Artikel 61 Intrekking van communautaire wetgeving

TITEL IX ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 62 Comitologie

Artikel 63 Uitvoeringsbesluiten en overgangsmaatregelen

Artikel 64 Wijziging van bijlagen en van verwijzingen naar Europese normen

Artikel 65 Verslag aan het Europees Parlement en de Raad

TITEL X SLOTBEPALING

Artikel 67 Inwerkingtreding

BIJLAGE I

BIJLAGE IIBEVOEGDE AUTORITEITEN

BIJLAGE IIIKENMERKEN VAN ANALYSEMETHODEN

BIJLAGE IVACTIVITEITEN EN MINIMUMVERGOEDINGEN EN -HEFFINGEN MET BETREKKING TOT OFFICIËLE CONTROLES VAN INRICHTINGEN IN DE GEMEENSCHAP

BIJLAGE VACTIVITEITEN EN MINIMUMVERGOEDINGEN EN -HEFFINGEN MET BETREKKING TOT DE OFFICIËLE CONTROLE VAN GOEDERENEN LEVENDE DIEREN DIE IN DE GEMEENSCHAP WORDEN INGEVOERD

BIJLAGE VICRITERIA VOOR DE BEREKENING VAN VERGOEDINGEN

BIJLAGE VII

BIJLAGE VIIIUITVOERINGSBEPALINGEN DIE UIT HOOFDE VAN ARTIKEL 61 VAN KRACHT BLIJVEN