Dit reglement bevat de noodzakelijke regels die van toepassing zijn op de opstelling en de uitvoering van de huishoudelijke begroting (hiena „de begroting” genoemd) van de in verordening (EG) nr. 58/2003 bedoelde agentschappen (hierna „de agentschappen” of „het agentschap” genoemd).
Verordening (EG) nr. 1653/2004 van de Commissie van 21 september 2004 houdende een model voor het financieel reglement van de uitvoerende agentschappen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 58/2003 van de Raad tot vaststelling van het statuut van de uitvoerende agentschappen waaraan bepaalde taken voor het beheer van communautaire programma's worden gedelegeerd
Verordening (EG) nr. 1653/2004 van de Commissie van 21 september 2004 houdende een model voor het financieel reglement van de uitvoerende agentschappen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 58/2003 van de Raad tot vaststelling van het statuut van de uitvoerende agentschappen waaraan bepaalde taken voor het beheer van communautaire programma's worden gedelegeerd
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 58/2003 van de Raad van 19 december 2002 tot vaststelling van het statuut van de uitvoerende agentschappen waaraan bepaalde taken voor het beheer van communautaire programma's worden gedelegeerd(1), en met name op artikel 15,
Gezien het advies van het Europees Parlement,
Gezien het advies van de Raad,
Gezien het advies van de Rekenkamer,
Overwegende hetgeen volgt:
Bij Verordening (EG) nr. 58/2003 is het statuut vastgesteld van de uitvoerende agentschappen waaraan bepaalde taken voor het beheer van communautaire programma's worden gedelegeerd; de Commissie is belast met de oprichting van deze uitvoerende agentschappen.
Deze uitvoerende agentschappen (hierna:„de agentschappen” genoemd) zullen rechtspersoonlijkheid hebben en een eigen huishoudelijke begroting, waarvan de uitvoering wordt geregeld door dit model voor het financieel reglement, overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EG) nr. 58/2003. Wanneer de Commissie echter aan de agentschappen taken in verband met de besteding van beleidskredieten voor communautaire programma's heeft gedelegeerd, blijven deze kredieten in de algemene begroting opgenomen en vallen zij onder Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(2) (hierna: „algemeen Financieel Reglement” genoemd).
Overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EG) nr. 58/2003 dekt de huishoudelijke begroting van de uitvoerende agentschappen hun huishoudelijke uitgaven voor het begrotingsjaar.
Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 58/2003 moet er een model voor het financieel reglement worden vastgesteld dat de agentschappen bij de besteding van hun huishoudelijke kredieten moeten toepassen en waarvan de inhoud zo dicht mogelijk bij die van het algemeen Financieel Reglement blijft. Bij gebreke van uitdrukkelijke bepalingen in dit model voor het financieel reglement zijn de bepalingen van het algemeen Financieel Reglement en Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 van de Commissie tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(3) van toepassing.
De inachtneming van de vier grondbeginselen van het begrotingsrecht (eenheid, universaliteit, specialiteit, jaarperiodiciteit) moet worden vastgelegd, alsook de beginselen van begrotingswaarachtigheid, evenwicht, rekeneenheid, goed financieel beheer en transparantie.
Wat hun personeel betreft, moeten de agentschappen onderscheid maken tussen de tijdelijke posten, die in een personeelsformatie moeten worden opgenomen die aan de goedkeuring van de begrotingsautoriteit is onderworpen, en de kredieten waarmee andere categorieën personeelsleden kunnen worden betaald die op basis van een verlengbaar contract worden aangeworven.
Wat de financiële actoren betreft, moeten de bevoegdheden van de rekenplichtige en de ordonnateur van het agentschap, die aan het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen onderworpen ambtenaar moeten zijn, worden vastgelegd, alsmede de voorwaarden waaronder de ordonnateur zijn bevoegdheden op het gebied van de uitvoering van de begroting kan delegeren.
De ordonnateur van het agentschap moet een grote mate van beheersautonomie krijgen. Op het gebied van overschrijvingen moet hij volledige vrijheid krijgen, onder het voorbehoud dat hij het directiecomité van een voorgenomen overschrijving in kennis stelt; het directiecomité moet over een termijn van een maand kunnen beschikken om zich tegen de overschrijving te verzetten.
Overeenkomstig artikel 20, lid 2, van Verordening (EG) nr. 58/2003 wordt de functie van intern controleur bij de uitvoerende agentschappen uitgeoefend door de interne controleur van de Commissie. De interne controleur van de Commissie moet ten aanzien van de uitvoerende agentschappen dan ook dezelfde bevoegdheden uitoefenen als die welke hem ten aanzien van de diensten van de Commissie worden toegekend door het algemeen Financieel Reglement. Voorts moet de ordonnateur van het agentschap, zoals ook bij de ordonnateurs binnen de Commissie het geval is, op het gebied van risicobeheersing kunnen worden bijgestaan door degene die de eigen interne controlefunctie uitoefent.
Voor elk uitvoerend agentschap moet het tijdschema voor de opstelling van de huishoudelijke begroting, de indiening van de rekeningen en de kwijting in overeenstemming zijn met de bepalingen van Verordening (EG) nr. 58/2003 en het algemeen Financieel Reglement. De autoriteit die kwijting verleent voor de huishoudelijke begroting van de uitvoerende agentschappen moet dezelfde zijn als voor de algemene begroting.
De door de agentschappen toegepaste boekhoudregels moeten een consolidatie met de rekeningen van de Commissie mogelijk maken. Zij moeten door de rekenplichtige van de Commissie worden vastgesteld naar analogie met artikel 133 van het algemeen Financieel Reglement. De Rekenkamer controleert de rekeningen van het agentschap.
Het is wenselijk dat de in artikel 66, lid 4, van het algemeen Financieel Reglement bedoelde instantie, die door de Commissie wordt opgericht om onregelmatigheden te beoordelen, ook de instantie kan zijn waarop ieder agentschap een beroep kan doen, zodat gelijke gedragingen gelijk worden beoordeeld.
Voor hun huishoudelijke begroting moeten de agentschappen inzake voor eigen rekening geplaatste overheidsopdrachten aan dezelfde eisen voldoen als de Commissie. In dit verband volstaat een verwijzing naar het algemeen Financieel Reglement.
Er behoeven geen bepalingen op het gebied van de toekenning van subsidies te worden opgenomen, omdat de agentschappen geen subsidies mogen verlenen uit hun huishoudelijke begroting, die uitsluitend dient ter dekking van hun huishoudelijke uitgaven,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
TITEL I VOORWERP
Artikel 1
Artikel 2
Voor elk aspect van de activiteiten van de uitvoerende agentschappen dat in dit reglement niet uitdrukkelijk wordt geregeld, gelden mutatis mutandis de bepalingen van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (hierna „algemeen Financieel Reglement” genoemd) en Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002.