Als vertegenwoordiger van de houder van het recht of van elke persoon die gemachtigd is dit recht te gebruiken in de zin van artikel 2, lid 2, onder b), van Verordening (EG) nr. 1383/2003, hierna „de basisverordening”, genoemd, kunnen natuurlijke personen en rechtspersonen optreden.
Verordening (EG) nr. 1891/2004 van de Commissie van 21 oktober 2004 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1383/2003 van de Raad inzake het optreden van de douaneautoriteiten ten aanzien van goederen waarvan wordt vermoed dat zij inbreuk maken op bepaalde intellectuele-eigendomsrechten en inzake de maatregelen ten aanzien van goederen waarvan is vastgesteld dat zij inbreuk maken op dergelijke rechten
Verordening (EG) nr. 1891/2004 van de Commissie van 21 oktober 2004 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1383/2003 van de Raad inzake het optreden van de douaneautoriteiten ten aanzien van goederen waarvan wordt vermoed dat zij inbreuk maken op bepaalde intellectuele-eigendomsrechten en inzake de maatregelen ten aanzien van goederen waarvan is vastgesteld dat zij inbreuk maken op dergelijke rechten
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1383/2003 van de Raad van 22 juli 2003 inzake het optreden van de douaneautoriteiten ten aanzien van goederen waarvan wordt vermoed dat zij inbreuk maken op bepaalde intellectuele-eigendomsrechten en inzake de maatregelen ten aanzien van goederen waarvan is vastgesteld dat zij inbreuk maken op dergelijke rechten(1), en met name op artikel 20,
Overwegende hetgeen volgt:
Verordening (EG) nr. 1383/2003 heeft gemeenschappelijke regels ingevoerd die ten doel hebben een verbod in te stellen op het binnenbrengen, het in het vrije verkeer brengen, het verlaten van het douanegebied, de uitvoer, de wederuitvoer en het plaatsen onder een schorsingsregeling, in een vrije zone of in een vrij entrepot, van namaakgoederen of door piraterij verkregen goederen en de onwettige handel in deze goederen tegen te gaan zonder de vrijheid van het wettige handelsverkeer te hinderen.
Daar Verordening (EG) nr. 1383/2003 Verordening (EG) nr. 3295/94 van de Raad van 22 december 1994 houdende vaststelling van een aantal maatregelen betreffende het binnenbrengen in de Gemeenschap alsmede de uitvoer en wederuitvoer uit de Gemeenschap, van goederen die inbreuk maken op bepaalde intellectuele eigendomsrechten(2), heeft vervangen, dient Verordening (EG) nr. 1367/95 van de Commissie(3), waarbij de uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 3295/94 zijn vastgesteld, ook te worden vervangen.
Afhankelijk van de verschillende soorten intellectuele-eigendomsrechten dient een definitie te worden vastgesteld van de natuurlijke of rechtspersonen die vertegenwoordiger kunnen zijn van de houder van het recht of van elke persoon die gemachtigd is dit recht te gebruiken.
De in artikel 5, lid 5, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1383/2003 voorgeschreven middelen tot bewijs van het intellectuele-eigendomsrecht dienen te worden vastgesteld.
Om te zorgen voor harmonisering en eenvormigheid van de inhoud en vorm van de formulieren voor de verzoeken om optreden en van de gegevens in deze formulieren zoals bepaald in het kader van artikel 5, leden 1 en 4, van Verordening (EG) nr. 1383/2003, dient een modelformulier te worden vastgesteld. Tevens moet de taalregeling die geldt voor het in artikel 5, lid 4, van genoemde verordening bedoelde verzoek om optreden worden vastgelegd.
Het soort gegevens dat het verzoek om optreden moet bevatten moet worden vastgelegd, zodat de douanediensten goederen die inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht kunnen maken, gemakkelijker kunnen herkennen.
Het soort verklaring moet worden omschreven waarmee de houder van het recht de aansprakelijkheid aanvaardt en die verplicht bij het verzoek om optreden moet worden gevoegd.
Ten behoeve van de rechtszekerheid moet de aanvang van de in artikel 13 van Verordening (EG) nr. 1383/2003 bedoelde termijnen worden vastgesteld.
Om enerzijds de Commissie in staat te stellen de daadwerkelijke toepassing van de bij Verordening (EG) nr. 1383/2003 vastgestelde procedure te volgen, het in artikel 23 van die verordening bedoelde verslag op te stellen en de fraudegevallen te kwantificeren en te kwalificeren, en anderzijds de lidstaten in staat te stellen een passende risicoanalyse in te voeren, moeten regels inzake gegevensuitwisseling tussen de lidstaten en de Commissie worden vastgesteld.
Deze verordening dient van toepassing te zijn met ingang van dezelfde datum als Verordening (EG) nr. 1383/2003.
De in deze verordening vervatte bepalingen zijn in overeenstemming met het advies van het comité douanewetboek,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Tot de in de eerste alinea bedoelde personen behoren maatschappijen voor collectief beheer waarvan het enige doel of een van de voornaamste doelen het beheren of administreren van auteursrechten of naburige rechten van het auteursrecht is, groeperingen of hun vertegenwoordigers die een verzoek tot registratie van een beschermde benaming van oorsprong of een beschermde geografische aanduiding hebben ingediend, alsmede kwekers.
Artikel 2
Wanneer de houder van het recht zelf een verzoek om optreden in de zin van artikel 5, lid 1, van de basisverordening indient, is het in artikel 5, lid 5, tweede alinea, van de basisverordening bedoelde bewijs:
-
voor rechten die worden geregistreerd of gedeponeerd, een bewijs van registratie door het betrokken kantoor of van het depot;
-
voor auteursrechten, naburige rechten of rechten inzake tekeningen of modellen die niet zijn geregistreerd of niet zijn gedeponeerd, elk bewijsmiddel waaruit de hoedanigheid van auteur of oorspronkelijke houder blijkt.
Als in de eerste alinea, onder a), bedoeld bewijs kan een afschrift van registratie in een gegevensbank van nationale of internationale kantoren worden beschouwd.
Voor de beschermde benamingen van oorsprong en beschermde geografische aanduidingen bevat het in de eerste alinea, onder a), bedoelde bewijs bovendien het bewijs dat de houder van het recht de producent of de groepering is en het bewijs dat de benaming of aanduiding geregistreerd is. De onderhavige alinea is van overeenkomstige toepassing op wijn en gedistilleerde dranken.
Wanneer het verzoek om optreden wordt ingediend door elke andere persoon die gemachtigd is de in artikel 2, lid 1, van de basisverordening bedoelde rechten te gebruiken, is het bewijs, behoudens de in lid 1 van dit artikel bedoelde bewijzen, de titel krachtens welke die persoon gemachtigd is het betrokken recht te gebruiken.
Wanneer het verzoek om optreden wordt ingediend door een vertegenwoordiger van de houder van het recht of van elke andere persoon die gemachtigd is één van de in artikel 2, lid 2, van de basisverordening bedoelde rechten te gebruiken, is het bewijs, behoudens de in lid 1, van dit artikel bedoelde bewijzen, een bewijs van zijn handelingsbevoegdheid.
De in de eerste alinea bedoelde vertegenwoordiger moet de in artikel 6 van de basisverordening voorgeschreven verklaring overleggen die door de in de leden 1 en 2 van het onderhavige artikel bedoelde personen is ondertekend, of een stuk volgens hetwelk hij gemachtigd is overeenkomstig artikel 6 van de basisverordening alle kosten te betalen die uit een douaneoptreden in hun naam voortvloeien.
Artikel 3
De documenten waarop de in artikel 5, leden 1 en 4, van de basisverordening bedoelde verzoeken om optreden zijn gesteld, de in de leden 7 en 8 van genoemd artikel bedoelde besluiten en de in artikel 6 van de basisverordening voorgeschreven verklaring dienen met de in de bijlagen bij de onderhavige verordening opgenomen formulieren in overeenstemming te zijn.
De formulieren worden met behulp van elektronische of mechanische middelen ingevuld of, op duidelijk leesbare wijze, met de hand; in laatstgenoemd geval moeten zij met inkt en in drukletters worden ingevuld. Ongeacht de gebruikte werkwijze mogen daarin geen doorhalingen, verbeteringen of andere wijzigingen voorkomen. Indien het formulier elektronisch wordt ingevuld, dient het de verzoeker elektronisch ter beschikking te worden gesteld op één of meer voor het publiek rechtstreeks toegankelijke sites. Het formulier kan vervolgens met behulp van particuliere afdrukmiddelen worden vermenigvuldigd.
Wanneer stukken worden bijgevoegd als bedoeld in de vakken 8, 9, 10 en 11 van het formulier waarop het in artikel 5, lid 1, van de basisverordening bedoelde verzoek om optreden wordt gesteld of als bedoeld in de vakken 7, 8, 9 en 10 van het formulier waarop het in artikel 5, lid 4, van de basisverordening bedoelde verzoek om optreden wordt gesteld, worden deze stukken geacht deel uit te maken van het formulier.
De formulieren betreffende het in artikel 5, lid 4, bedoelde verzoek om optreden worden gedrukt en ingevuld in een van de officiële talen van de Gemeenschap, die wordt aangewezen door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waarin het verzoek om optreden moet worden ingediend, en gaan eventueel vergezeld van een vertaling.
Het formulier bestaat uit twee exemplaren:
-
een exemplaar met het nummer 1 voor de lidstaat waarin het verzoek wordt ingediend,
-
een exemplaar met het nummer 2 voor de houder van het recht.
Het formulier wordt, naar behoren ingevuld en ondertekend en vergezeld van het aantal uittreksels dat overeenkomt met het aantal in vak 6 van het formulier genoemde lidstaten, alsmede van de in de vakken 8, 9 en 10 bedoelde bewijsstukken, bij de bevoegde douaneautoriteit ingediend en wordt door deze dienst nadat hij het heeft aanvaard, gedurende ten minste een jaar na het verstrijken van de wettelijke geldigheidsduur bewaard.
Alleen in het geval waarin het uittreksel van een besluit waarbij een verzoek om optreden wordt ingewilligd, gericht is tot een lidstaat of tot lidstaten die overeenkomstig artikel 5, lid 4, van de basisverordening moet of moeten optreden, dient de lidstaat die dit uittreksel ontvangt terstond het deel „ontvangstbewijs”, in te vullen door vermelding van de datum van ontvangst en een kopie van dit uittreksel terug te zenden aan de in vak 2 van het formulier vermelde bevoegde autoriteit.
De houder van het recht kan gedurende de geldigheidsduur van zijn verzoek om communautair optreden, bij de lidstaat waarin dit verzoek is ingediend, om een optreden in een nieuwe, nog niet eerder genoemde lidstaat verzoeken. In dat geval is de geldigheidsduur van het nieuwe verzoek de overblijvende duur van het aanvankelijke verzoek en kan deze geldigheidsduur, op de voor het laatstgenoemde verzoek geldende voorwaarden, worden verlengd.
Artikel 4
Voor de toepassing van artikel 5, lid 6, van de basisverordening kunnen de plaats van vervaardiging of productie, het distributienet of de naam van licentiehouders en andere gegevens worden opgevraagd door de dienst die de verzoeken om optreden ontvangt en behandelt, teneinde het technische onderzoek van de goederen te vergemakkelijken.