De productgroep „smeermiddelen” omvat hydraulische oliën, vetten, kettingzaagoliën, tweetaktoliën, betonlosmiddelen en andere „total loss”-smeermiddelen, bestemd voor particuliere en professionele gebruikers.
Beschikking van de Commissie van 26 april 2005 tot vaststelling van de milieucriteria en de daarmee verband houdende eisen inzake beoordeling en toezicht voor de toekenning van de communautaire milieukeur aan smeermiddelen (Kennisgeving geschied onder nummer C(2005) 1372) (Voor de EER relevante tekst) (2005/360/EG)
Beschikking van de Commissie van 26 april 2005 tot vaststelling van de milieucriteria en de daarmee verband houdende eisen inzake beoordeling en toezicht voor de toekenning van de communautaire milieukeur aan smeermiddelen (Kennisgeving geschied onder nummer C(2005) 1372) (Voor de EER relevante tekst) (2005/360/EG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1980/2000 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juli 2000 inzake een herzien communautair systeem voor de toekenning van milieukeuren(1), en met name op artikel 6, lid 1, tweede alinea,
Na raadpleging van het Bureau voor de milieukeur van de Europese Unie,
Overwegende hetgeen volgt:
Krachtens Verordening (EG) nr. 1980/2000 kan de communautaire milieukeur worden toegekend aan een product waarvan de eigenschappen werkelijk kunnen bijdragen tot verbeteringen van essentiële milieuaspecten.
Verordening (EG) nr. 1980/2000 bepaalt dat per productengroep specifieke criteria voor de milieukeur worden vastgesteld, die op basis van de door het Bureau voor de milieukeur van de Europese Unie geformuleerde criteria worden opgesteld.
Aangezien het gebruik van smeermiddelen gevaarlijk kan zijn voor het milieu, bijvoorbeeld vanwege hun aquatische toxiciteit of bioaccumulatie, dienen passende milieucriteria te worden vastgesteld.
Het milieueffect kan als verwaarloosbaar worden beschouwd wanneer de chemische aard van de in smeermiddelen gebruikte stoffen bij toepassing zodanig verandert dat zij niet meer hoeven te worden ingedeeld volgens Richtlijn 1999/45/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 1999 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke preparaten(2). De criteria voor de milieukeur moeten daarom niet worden toegepast op stoffen waarvan minder dan 0,1 % op het behandelde gedeelte aanwezig blijft in de vóór het aanbrengen waargenomen vorm.
De milieucriteria en de daarmee verband houdende eisen inzake beoordeling en toezicht moeten geldig blijven gedurende een periode van vier jaar.
De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 17 van Verordening (EG) nr. 1980/2000 ingestelde comité,
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Artikel 1
Artikel 2
Voor de toepassing van deze beschikking wordt verstaan onder:
-
„smeermiddel”: een preparaat dat bestaat uit basisvloeistoffen en additieven;
-
„basisvloeistof”: een smeervloeistof waarvan de vloeibaarheid, veroudering, smering, slijtagepreventie en eigenschappen met betrekking tot de dispersie van vaste deeltjes niet zijn verbeterd door de toevoeging van additieven;
-
„verdikkingsmiddel”: een stof in de basisvloeistof die wordt gebruikt om de reologie van een smeervloeistof of vet te verdikken of te wijzigen;
-
„hoofdbestanddeel”: een stof die meer dan 5 % van het gewicht van het smeermiddel uitmaakt;
-
„additief”: een stof die in de eerste plaats dient om de vloeibaarheid, veroudering, smering en slijtagepreventie of de dispersie van vaste deeltjes te verbeteren;
-
„vet”: een vast tot halfvast preparaat dat bestaat uit een verdikkingsmiddel in een vloeibaar smeermiddel.
Vetten kunnen ook andere ingrediënten bevatten, die speciale eigenschappen aan het vet verlenen.
Artikel 3
Voor de toekenning van de communautaire milieukeur krachtens Verordening (EG) nr. 1980/2000 moet een smeermiddel binnen de productengroep „smeermiddelen” vallen en voldoen aan de in de bijlage bij deze beschikking vermelde criteria.
Deze criteria zijn van toepassing op recent vervaardigde producten op het ogenblik van levering.
Wanneer criteria voor de samenstellende stoffen van het product zijn opgesteld, zijn deze van toepassing op stoffen die doelbewust zijn toegevoegd en meer dan 0,1 % van het product uitmaken, gemeten voordat en nadat alle chemische reacties hebben plaatsgevonden tussen de stoffen die samen het smeermiddelpreparaat vormen.
De criteria zijn echter niet van toepassing op stoffen waarvan de chemische aard bij toepassing zodanig verandert dat zij niet langer hoeven te worden ingedeeld volgens Richtlijn 1999/45/EG, en waarvan minder dan 0,1 % op het behandelde gedeelte aanwezig blijft in de vorm die zij vóór het aanbrengen hadden.
Artikel 4
De milieucriteria voor de productgroep „smeermiddelen”, alsmede de daarmee verband houdende eisen inzake beoordeling en toezicht, zijn geldig tot en met 30 juni 2011.