Uiterlijk op 30 juni 2005 dienen de lidstaten overeenkomstig de bijlage programma’s voor de uitvoering van onderzoek naar aviaire influenza bij pluimvee en in het wild levende vogels ter goedkeuring in bij de Commissie.
Beschikking van de Commissie van 21 juni 2005 betreffende de uitvoering van programma’s voor onderzoek naar aviaire influenza bij pluimvee en in het wild levende vogels in de lidstaten (Kennisgeving geschied onder nummer C(2005) 1827) (Voor de EER relevante tekst) (2005/464/EG)
Beschikking van de Commissie van 21 juni 2005 betreffende de uitvoering van programma’s voor onderzoek naar aviaire influenza bij pluimvee en in het wild levende vogels in de lidstaten (Kennisgeving geschied onder nummer C(2005) 1827) (Voor de EER relevante tekst) (2005/464/EG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Beschikking 90/424/EEG van de Raad van 26 juni 1990 betreffende bepaalde uitgaven op veterinair gebied(1), en met name op artikel 20,
Overwegende hetgeen volgt:
Beschikking 90/424/EEG voorziet in een financiële bijdrage van de Gemeenschap voor het ondernemen van acties op technisch en wetenschappelijk gebied die voor de ontwikkeling van de communautaire wetgeving op veterinair gebied, alsmede voor de ontwikkeling van onderwijs en opleiding op veterinair gebied nodig zijn.
In een verslag van 27 juni 2000 heeft het Wetenschappelijk Comité voor de gezondheid en het welzijn van dieren aanbevolen onderzoek naar aviaire influenza bij pluimveekoppels en in het wild levende vogels te verrichten, met name om de prevalentie van infecties met de subtypes H5 en H7 van het aviaire-influenzavirus te bepalen.
Richtlijn 92/40/EEG van de Raad van 19 mei 1992 tot vaststelling van communautaire maatregelen voor de bestrijding van aviaire influenza(2) stelt vast welke communautaire bestrijdingsmaatregelen moeten worden genomen in geval van een uitbraak van aviaire influenza bij pluimvee. Die richtlijn voorziet echter niet in regelmatig onderzoek naar aviaire influenza bij pluimvee en in het wild levende vogels.
Overeenkomstig de Beschikkingen 2002/649/EG(3) en 2004/111/EG(4) van de Commissie moeten de lidstaten bewakingsprogramma’s voor aviaire influenza bij de Commissie indienen.
Bij de Beschikkingen 2002/673/EG(5) en 2004/630/EG(6) van de Commissie zijn de door de lidstaten ingediende programma’s voor onderzoek naar aviaire influenza bij pluimvee en in het wild levende vogels voor de in die programma’s vermelde periodes goedgekeurd.
Tijdens dat onderzoek is in verscheidene lidstaten de aanwezigheid van aviaire-influenzavirussen van de subtypes H5 en H7 aangetoond. Hoewel de huidige prevalentie van aviaire-influenzavirussen als vrij laag kan worden beschouwd, is het belangrijk om de bewakingsprogramma’s voort te zetten en te verbeteren om meer inzicht te krijgen in de epidemiologie van de laagpathogene aviaire-influenzavirussen en om te voorkomen dat virussen onopgemerkt in de pluimveepopulatie circuleren. De resultaten van het onderzoek in de lidstaten zijn zeer nuttig gebleken voor het monitoren van de aanwezigheid van aviaire-influenzavirussubtypes die een aanzienlijk risico zouden kunnen inhouden indien zij tot een virulentere vorm muteerden. Gezien de verkregen resultaten en de huidige ziektesituatie in de Gemeenschap moet het totale bedrag van de bijdrage van de Gemeenschap worden verhoogd om de bewaking te verscherpen.
Met het oog op de toekenning van de financiële steun van de Gemeenschap moeten de lidstaten hun programma’s voor onderzoek naar aviaire influenza ter goedkeuring bij de Commissie indienen.
De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Artikel 1
Artikel 2
De Gemeenschap verleent een financiële bijdrage voor de in artikel 1 bedoelde maatregelen ten belope van 50 % van de door de lidstaten gemaakte kosten, met een maximum van 1 200 000 EUR voor alle lidstaten samen.
Artikel 3
De kosten voor tests worden vergoed met een maximum van:
| ELISA-test | 1 EUR per test; |
| agargel-immunodiffusietest | 0,6 EUR per test; |
| hemagglutinatieremmingstest (HAR) op H5/H7 | 4 EUR per test; |
| virusisolatietest | 30 EUR per test; |
| PCR-test | 10 EUR per test. |
Artikel 4
Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.