De lidstaten nemen passende, uitvoerbare maatregelen ter beperking van het risico van overdracht van hoogpathogene aviaire influenza, veroorzaakt door het influenza A-virus subtype H5N1 (hierna „aviaire influenza” genoemd), van in het wild levende vogels naar pluimvee en andere in gevangenschap gehouden vogels, met inachtneming van de in bijlage I vermelde criteria en risicofactoren.
Beschikking van de Commissie van 19 oktober 2005 tot vaststelling van bioveiligheidsmaatregelen ter beperking van het risico van overdracht van hoogpathogene aviaire influenza, veroorzaakt door het influenza A-virus subtype H5N1, van in het wild levende vogels naar pluimvee en andere in gevangenschap gehouden vogels en tot instelling van een systeem voor vroege opsporing in risicogebieden (Kennisgeving geschied onder nummer C(2005) 4163) (Voor de EER relevante tekst) (2005/734/EG)
Beschikking van de Commissie van 19 oktober 2005 tot vaststelling van bioveiligheidsmaatregelen ter beperking van het risico van overdracht van hoogpathogene aviaire influenza, veroorzaakt door het influenza A-virus subtype H5N1, van in het wild levende vogels naar pluimvee en andere in gevangenschap gehouden vogels en tot instelling van een systeem voor vroege opsporing in risicogebieden (Kennisgeving geschied onder nummer C(2005) 4163) (Voor de EER relevante tekst) (2005/734/EG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Richtlijn 90/425/EEG van de Raad van 26 juni 1990 inzake veterinaire en zoötechnische controles in het intracommunautaire handelsverkeer in bepaalde levende dieren en producten in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt(1), en met name op artikel 10, lid 4,
Overwegende hetgeen volgt:
De maatregelen van Richtlijn 92/40/EEG van de Raad van 19 mei 1992 tot vaststelling van communautaire maatregelen voor de bestrijding van aviaire influenza(2) zijn bedoeld om de diergezondheid te beschermen en bij te dragen tot de ontwikkeling van de pluimveesector.
Naar aanleiding van de uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza door het influenza A-virus subtype H5N1, die zich voor het eerst in december 2003 in Zuidoost-Azië hebben voorgedaan, heeft de Commissie een aantal beschikkingen vastgesteld om de insleep van die ziekte uit de getroffen derde landen in de Gemeenschap te voorkomen. Krachtens die beschikkingen is de invoer uit de betrokken landen in de Gemeenschap van levend pluimvee, levende andere vogels, pluimveevlees en bepaalde andere pluimveeproducten, vlees en vleesproducten van vrij en gekweekt vederwild, jachttrofeeën van vogels alsmede eieren en eiproducten afgezien van enkele uitzonderingen verboden.
De maatregelen van Verordening (EG) nr. 745/2004 van de Commissie van 16 april 2004 tot vaststelling van maatregelen betreffende de invoer van producten van dierlijke oorsprong voor persoonlijke consumptie(3) zijn zonder meer ook van toepassing op vlees en vleesproducten van vrij en gekweekt vederwild.
Volgens Verordening (EG) nr. 745/2004 moeten alle lidstaten ervoor zorgen dat de vastgestelde voorschriften op alle aangewezen plaatsen van binnenkomst in de Gemeenschap onder de aandacht van de reizigers worden gebracht. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat die informatie met name onder de aandacht gebracht wordt van reizigers uit landen die door aviaire influenza zijn getroffen. De informatie moet met behulp van in het oog springende posters op duidelijk zichtbare plaatsen worden aangebracht. Maatschappijen voor internationaal passagiersvervoer moeten de aandacht van alle passagiers die zij naar de Gemeenschap brengen, vestigen op de veterinairrechtelijke voorschriften voor de invoer in de Gemeenschap van producten van dierlijke oorsprong.
In verband met het risico dat het influenza A-virus subtype H5N1 ook door wilde vogels en met name trekvogels kan worden verspreid, heeft de Commissie de Beschikkingen 2005/731/EG(4), 2005/732/EG(5) en 2005/726/EG(6) vastgesteld met het oog op verscherpte bewaking van aviaire influenza bij als huisdier gehouden pluimvee en in het wild levende vogels.
In de Gemeenschapswetgeving, met name de Richtlijnen 90/425/EEG en 92/40/EEG, zijn algemene voorschriften opgenomen om een hoog niveau van paraatheid voor ziekten in stand te houden en in het bijzonder veterinair toezicht uit te oefenen en bioveiligheidsmaatregelen te treffen.
In Turkije is onlangs de aanwezigheid van hoogpathogene aviaire influenza, veroorzaakt door influenza A-virus subtype H5N1, vastgesteld. Moleculair-epidemiologische gegevens en andere aanwijzingen duiden er sterk op dat het aviaire-influenzavirus door trekvogels vanuit Centraal-Azië in dit land gebracht is.
Aviaire influenza is ook vastgesteld in Roemenië bij in een achtertuin gehouden pluimvee in een gebied waar veel trekvogels langskomen.
Ter beperking van het risico dat hoogpathogene aviaire influenza, veroorzaakt door influenza A-virus subtype H5N1, door wilde vogels wordt overgebracht naar pluimveebedrijven en andere inrichtingen waar vogels in gevangenschap worden gehouden, moeten de al bestaande communautaire maatregelen worden aangescherpt.
De in deze beschikking vervatte maatregelen moeten op het risico afgestemd zijn en zich niet beperken tot acties op korte termijn, zoals de maatregelen die in het kader van de nationale rampenplannen voor aviaire influenza of de ziekte van Newcastle in geval van een uitbraak moeten worden genomen.
De lidstaten moeten de Commissie uiterlijk 5 november 2005 in kennis stellen van de nationale maatregelen die ter uitvoering van deze beschikking zijn genomen. Die maatregelen en zo nodig ook deze beschikking worden opnieuw bezien op de voor 10 en 11 november 2005 geplande vergadering van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid.
De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Artikel 1 Bioveiligheidsmaatregelen
Afhankelijk van de specifieke epidemiologische situatie zijn de in lid 1 bedoelde maatregelen in het bijzonder gericht op:
-
de preventie van direct en indirect contact van in het wild levende vogels, met name watervogels, met pluimvee en andere vogels, met name eenden en ganzen;
-
het afzonderen van als huisdier gehouden eenden en ganzen van ander pluimvee.
De lidstaten zorgen ervoor dat bij veterinaire controles op pluimveebedrijven op de naleving van deze beschikking wordt toegezien.
De lidstaten bekijken regelmatig de maatregelen die zij hebben genomen krachtens lid 1 en in het licht van de onderzoeken die zij overeenkomstig Beschikking 2005/732/EG hebben uitgevoerd met het oog op de aanpassing aan de veranderende epidemiologische en ornithologische situatie van de delen van hun grondgebied die zij als risicogebied voor de insleep van aviaire influenza hebben aangemerkt.
Artikel 2 Systemen voor vroege opsporing
De lidstaten voeren systemen voor vroege opsporing in voor de delen van hun grondgebied die zij als risicogebied voor de insleep van aviaire influenza hebben aangemerkt, met inachtneming van de in bijlage II vermelde criteria.
Het doel van de systemen voor vroege opsporing is dat de eigenaars of houders van pluimvee en andere in gevangenschap gehouden vogels tekenen van aviaire influenza bij hun dieren snel bij de bevoegde veterinaire autoriteit melden.
Hierbij worden met name de criteria van bijlage II in aanmerking genomen.
Artikel 2 bis Aanvullende risicobeperkingsmaatregelen
De lidstaten zorgen ervoor dat in de delen van hun grondgebied die zij overeenkomstig artikel 1, lid 1, als risicogebied voor de insleep van aviaire influenza hebben aangemerkt, de volgende activiteiten worden verboden:
-
het houden van pluimvee in de open lucht, zo snel mogelijk;
-
het gebruik van watervoorzieningen in de open lucht voor pluimvee;
-
het verstrekken van water aan pluimvee dat afkomstig is van oppervlaktewatervoorraden waartoe wilde vogels toegang hebben;
-
het gebruik van vogels van de orden Anseriformes en Charadriiformes als lokvogel (hierna „lokvogels” genoemd) tijdens de vogeljacht.
De lidstaten zorgen ervoor dat het bijeenbrengen van pluimvee en andere vogels op markten, shows, tentoonstellingen en culturele evenementen, waaronder vliegwedstrijden voor vogels, wordt verboden.
Artikel 2 ter Afwijkingen
In afwijking van artikel 2 bis, lid 1, kan de bevoegde autoriteit de volgende activiteiten toestaan:
-
het houden van pluimvee in de open lucht, mits de voorziening van voeder en water voor het pluimvee binnenshuis plaatsvindt of onder een afdak waardoor het neerstrijken van wilde vogels in voldoende mate wordt afgeschrikt en wordt voorkomen dat wilde vogels met voor pluimvee bestemd voeder of water in contact komen;
-
het gebruik van watervoorzieningen in de open lucht, als zij om redenen van dierenwelzijn voor bepaald pluimvee worden aangebracht en voldoende tegen wilde watervogels worden afgeschermd;
-
de verstrekking van water dat afkomstig is van oppervlaktewater waartoe wilde vogels toegang hebben en dat is behandeld om eventueel aanwezig aviaire-influenzavirus te inactiveren;
-
het gebruik van lokvogels tijdens de vogeljacht:
-
door bij de bevoegde autoriteit geregistreerde houders van lokvogels, onder strikt toezicht van de bevoegde autoriteit, voor het lokken van in het wild levende vogels met het oog op bemonstering in het kader van de programma’s van de lidstaten voor het uitvoeren van onderzoek naar aviaire influenza bij pluimvee en bij in het wild levende vogels, als bedoeld in Beschikking 2005/732/EG; of
-
overeenkomstig passende bioveiligheidsmaatregelen, omvattende:
-
identificatie van de afzonderlijke lokvogels door een ringsysteem;
-
toepassing van een specifiek bewakingssysteem voor lokvogels;
-
registratie van en rapportering over de gezondheidsstatus van de lokvogels en uitvoering van laboratoriumtests op aviaire influenza bij het sterven van dergelijke vogels en aan het einde van het vogeljachtseizoen;
-
strikte scheiding tussen lokvogels en als huisdier gehouden pluimvee en andere in gevangenschap gehouden vogels;
-
reiniging en desinfectie van de transportmiddelen en de uitrusting die wordt gebruikt voor het transport van de lokvogels en voor verplaatsingen in de gebieden waar de lokvogels worden uitgezet;
-
beperkingen van en controle op de verplaatsingen van lokvogels, met name om contacten met verschillende open wateren te voorkomen;
-
ontwikkeling en toepassing van „richtsnoeren voor goede bioveiligheidspraktijken” waarin de achter het eerste tot en met het zesde streepje bedoelde maatregelen nader worden omschreven;
-
toepassing van een rapporteringssysteem voor de in het kader van de achter het eerste, tweede en derde streepje bedoelde maatregelen verkregen gegevens.
-
-
In afwijking van artikel 2 bis, lid 2, kan de bevoegde autoriteit het bijeenbrengen van pluimvee en andere in gevangenschap gehouden vogels toestaan.