Home

Verordening (EG) nr. 92/2005 van de Commissie van 19 januari 2005 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad voor wat betreft de methoden voor de verwijdering of het gebruik van dierlijke bijproducten en tot wijziging van bijlage VI daarbij voor wat betreft de omzetting in biogas en de verwerking van gesmolten vet (Voor de EER relevante tekst)

Verordening (EG) nr. 92/2005 van de Commissie van 19 januari 2005 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad voor wat betreft de methoden voor de verwijdering of het gebruik van dierlijke bijproducten en tot wijziging van bijlage VI daarbij voor wat betreft de omzetting in biogas en de verwerking van gesmolten vet (Voor de EER relevante tekst)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 3 oktober 2002 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten(1), en met name op artikel 4, lid 2, onder e), artikel 5, lid 2, onder g), artikel 6, lid 2, onder i), en artikel 32, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. Verordening (EG) nr. 1774/2002 voorziet in voorschriften inzake de methoden voor de verwijdering en het gebruik van dierlijke bijproducten. Zij voorziet ook in de mogelijkheid om, na raadpleging van het bevoegde wetenschappelijk comité, aanvullende methoden voor de verwijdering en het gebruik van dierlijke bijproducten goed te keuren.

  2. De Wetenschappelijke Stuurgroep (WS) heeft op 10 en 11 april 2003 een advies uitgebracht over zes alternatieve verwerkingsmethoden voor de veilige behandeling en verwijdering van dierlijke bijproducten. Volgens dit advies worden vijf procédés onder bepaalde voorwaarden als veilig beschouwd voor de verwijdering en/of het gebruik van materiaal van de categorieën 2 en 3.

  3. De WS heeft op 10 en 11 april 2003 een eindadvies en -verslag uitgebracht over een behandeling van dierlijk afval door middel van alkalische hydrolyse bij verhoogde temperatuur en druk, waarin richtsnoeren worden gegeven voor de toepassingsmogelijkheden van alkalische hydrolyse en de daaraan klevende risico’s voor de verwijdering van materiaal van de categorieën 1, 2 en 3.

  4. De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft op 26 en 27 november 2003 een advies uitgebracht over biogasproductie door middel van hydrolyse bij verhoogde druk (HPHB), waarin richtsnoeren worden gegeven voor de toepassingsmogelijkheden van dit procédé en de daaraan klevende risico’s voor de verwijdering van materiaal van categorie 1.

  5. Derhalve kunnen overeenkomstig de adviezen van de WS naast de reeds in Verordening (EG) nr. 1774/2002 bedoelde verwerkingsmethoden vijf procédés worden goedgekeurd bij wijze van alternatief voor de verwijdering en/of het gebruik van dierlijke bijproducten. Ook moeten de voorwaarden voor de toepassing van deze procédés worden vastgesteld.

  6. De Commissie heeft sommige instanties die een aanvraag tot goedkeuring van de procédés hebben ingediend, om nadere informatie verzocht omtrent de veiligheid van hun procédés voor de behandeling en verwijdering van materiaal van categorie 1. Die informatie moet te zijner tijd ter beoordeling aan de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid worden toegezonden.

  7. In afwachting van die beoordeling en gelet op de huidige adviezen van de WS volgens welke talg uit het oogpunt van TSE’s veilig is, met name wanneer hij onder druk gekookt wordt en gefiltreerd om onoplosbare onzuiverheden te verwijderen, dient een van de procédés, waarbij dierlijk vet tot biodiesel verwerkt wordt, ook te worden goedgekeurd voor de behandeling en verwijdering, onder strenge voorwaarden, van het meeste materiaal van categorie 1, met uitzondering van het materiaal dat de meeste risico’s oplevert. In dat geval moet duidelijk gemaakt worden dat de behandeling en verwijdering de winning van bio-energie kunnen omvatten.

  8. De goedkeuring en exploitatie van deze alternatieve methoden dient de andere toepasselijke EU-wetgeving, met name de milieuwetgeving, onverlet te laten en daarom moeten de in deze verordening vastgestelde exploitatievoorwaarden waar nodig worden toegepast overeenkomstig artikel 6, lid 4, van Richtlijn 2000/76/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 december 2000 betreffende de verbranding van afval(2).

  9. Voor procédés die voor de behandeling van dierlijke bijproducten van categorie 1 zijn goedgekeurd, en bij wijze van aanvullende toezichtmaatregel op de regelmatige controle van de verwerkingsparameters, moeten de efficiëntie van het procédé en de veiligheid ervan uit diergezondheids- en volksgezondheidsoogpunt tegenover de bevoegde autoriteiten worden aangetoond door gedurende de eerste twee jaar na de invoering van het procédé in elke betrokken lidstaat tests in een proefinstallatie uit te voeren.

  10. Als gevolg van de goedkeuring van de omzetting van dierlijke bijproducten van categorie 1 moeten de hoofdstukken II en III van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 1774/2002 gewijzigd worden.

  11. De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1 Behandeling en verwijdering van materiaal van categorie 1

1.

De procédés alkalische hydrolyse zoals omschreven in bijlage I, biogasproductie door middel van hydrolyse bij verhoogde druk zoals omschreven in bijlage III, biodieselproductie zoals omschreven in bijlage IV en verbranding van dierlijk vet in een thermische ketel zoals omschreven in bijlage VI, worden goedgekeurd en kunnen door de bevoegde autoriteit worden toegestaan voor de behandeling en de verwijdering van materiaal van categorie 1.

2.

De bevoegde autoriteit kan het gebruik van andere procesparameters toestaan voor het stadium van de biodieselproductie waarnaar wordt verwezen in bijlage IV, punt 1, onder b), i), en voor het stadium van de verbranding van dierlijk vet in een thermische ketel waarnaar wordt verwezen in bijlage VI, punt 1, onder c), i), indien deze parameters een vergelijkbare reductie inhouden van de risico's voor de volksgezondheid en diergezondheid.

Artikel 2

De procédés alkalische hydrolyse, hydrolyse bij verhoogde temperatuur en druk, productie van biogas door middel van hydrolyse bij verhoogde druk, biodieselproductie, Brookes-vergassing en verbranding van dierlijk vet in een thermische ketel zoals omschreven in de bijlagen I tot en met VI, worden goedgekeurd en kunnen door de bevoegde autoriteit worden toegestaan voor de behandeling en het gebruik of de verwijdering van materiaal van de categorieën 2 of 3. De bevoegde autoriteit kan het gebruik van andere procesparameters toestaan voor het stadium van de biodieselproductie waarnaar wordt verwezen in bijlage IV, punt 1, onder b), i), en voor het stadium van de verbranding van dierlijk vet in een thermische ketel waarnaar wordt verwezen in bijlage VI, punt 1, onder c), i), indien deze parameters een vergelijkbare reductie inhouden van de risico's voor de volksgezondheid of diergezondheid.

Artikel 3 Voorwaarden voor de toepassing van de in de bijlagen I tot en met VI omschreven procédés

De bevoegde autoriteit keurt installaties die gebruikmaken van een van de in de bijlagen I tot en met VI beschreven procédés goed zodra zij het procédé heeft toegestaan, indien de installatie voldoet aan de technische specificaties en parameters in de desbetreffende bijlage en onder de in Verordening (EG) nr. 1774/2002 vastgestelde voorwaarden, met uitzondering van de in die verordening vastgestelde technische specificaties en parameters voor andere procédés. Hiertoe dient het hoofd van de installatie tegenover de bevoegde autoriteit aan te tonen dat aan alle in de desbetreffende bijlage vastgestelde technische specificaties en parameters is voldaan.

Artikel 4 Markering en verdere verwijdering of verder gebruik van resulterend materiaal

1.

Resulterend materiaal, met uitzondering van biodiesel geproduceerd overeenkomstig bijlage IV, moet permanent gemerkt worden, voorzover technisch mogelijk met een geur, overeenkomstig bijlage VI, hoofdstuk I, punt 8, van Verordening (EG) nr. 1774/2002.

Indien de bijproducten die worden verwerkt, uitsluitend uit materiaal van categorie 3 bestaan en als het resulterend materiaal niet bestemd is om als afval te worden verwijderd, is deze markering echter niet vereist.

2.

Materiaal dat afkomstig is van de behandeling van materiaal van categorie 1, wordt als afval verwijderd door middel van:

  1. verbranding of meeverbranding overeenkomstig het bepaalde in Richtlijn 2000/76/EG betreffende de verbranding van afval(3);

  2. begraving op een krachtens Richtlijn 1999/31/EG betreffende het storten van afvalstoffen erkende stortplaats; of

  3. verdere verwerking in een biogasinstallatie en verwijdering van de gistingsresiduen zoals bepaald onder a) of b).

3.

Materiaal dat afkomstig is van de behandeling van materiaal van de categorieën 2 of 3 wordt:

  1. als afval verwijderd zoals bepaald in lid 2;

  2. verder verwerkt tot vetderivaten voor gebruik zoals bedoeld in artikel 5, lid 2, onder b), punt ii), van Verordening (EG) nr. 1774/2002, zonder voorafgaande gebruikmaking van de verwerkingsmethoden 1 tot en met 5; of

  3. gebruikt, verwerkt of rechtstreeks verwijderd zoals bepaald in artikel 5, lid 2, onder c), punten i), ii) en iii), van Verordening (EG) nr. 1774/2002, zonder voorafgaande gebruikmaking van verwerkingsmethode 1.

4.

Resulterend afval zoals slib, filterinhoud, as en afbraakresiduen die van het productieproces afkomstig zijn, worden verwijderd zoals bepaald in artikel 2, lid 2, onder a) of b).

5.

Dierlijke bijproducten die afkomstig zijn van de behandeling van materiaal overeenkomstig bijlage IV kunnen echter worden gebruikt voor de in deze bijlage vastgestelde doeleinden.

Artikel 5 Aanvullend toezicht op de initiële toepassing

Artikel 6 Wijziging van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 1774/2002

Artikel 7 Inwerkingtreding en toepasbaarheid

BIJLAGE I

BIJLAGE II

BIJLAGE III

BIJLAGE IV

BIJLAGE V

BIJLAGE VI