Home

Verordening (EG) n r. 560/2005 van de Raad van 12 april 2005 tot instelling van beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten in verband met de situatie in Ivoorkust

Verordening (EG) n r. 560/2005 van de Raad van 12 april 2005 tot instelling van beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten in verband met de situatie in Ivoorkust

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op de artikelen 60, 301 en 308,

Gelet op Gemeenschappelijk Standpunt 2004/852/GBVB van de Raad van 13 december 2004 betreffende beperkende maatregelen tegen Ivoorkust(1),

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement(2),

Overwegende hetgeen volgt:

  1. De VN-Veiligheidsraad heeft in zijn Resolutie 1572 (2004) van 15 november 2004 betreurd dat de vijandelijkheden in Ivoorkust opnieuw zijn opgelaaid en dat het op 3 mei 2003 overeengekomen staakt-het-vuren herhaaldelijk is geschonden, en heeft daarom, handelende overeenkomstig hoofdstuk VII van het Handvest van de Verenigde Naties, besloten bepaalde beperkende maatregelen tegen Ivoorkust in te stellen.

  2. Gemeenschappelijk Standpunt 2004/852/GBVB voorziet in de uitvoering van de maatregelen bedoeld in Resolutie 1572 (2004) van de VN-Veiligheidsraad, met inbegrip van de bevriezing van tegoeden en economische middelen van personen die door het bevoegde sanctiecomité van de Verenigde Naties zijn aangemerkt als een bedreiging voor de vrede en voor het nationale verzoeningsproces in Ivoorkust, in het bijzonder de personen die de uitvoering van de overeenkomst van Linas-Marcoussis en de overeenkomst van Accra III belemmeren, personen van wie op basis van relevante informatie is vastgesteld dat zij verantwoordelijk zijn voor ernstige schendingen van de mensenrechten en het internationale humanitaire recht in Ivoorkust, personen die publiekelijk aanzetten tot haat en geweld en personen van wie het comité heeft vastgesteld dat zij inbreuk maken op het wapenembargo dat eveneens bij Resolutie 1572 (2004) is opgelegd.

  3. Deze maatregelen vallen binnen het toepassingsgebied van het Verdrag; bijgevolg is er ter voorkoming van concurrentievervalsing communautaire wetgeving noodzakelijk voor de uitvoering ervan voorzover het de Gemeenschap betreft. Voor de toepassing van deze verordening wordt het grondgebied van de Gemeenschap geacht het gehele grondgebied te omvatten van alle lidstaten waarop het Verdrag van toepassing is, onder de in dat Verdrag bepaalde voorwaarden.

  4. Willen de maatregelen in deze verordening effectief zijn, dan dient deze verordening op de dag van haar bekendmaking in werking te treden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  1. „Sanctiecomité”: het krachtens punt 14 van Resolutie 1572 (2004) van de VN-Veiligheidsraad ingestelde Comité van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties;

  2. „tegoeden”: financiële activa en economische voordelen van enigerlei aard, met inbegrip van, maar niet beperkt tot:

    1. contanten, cheques, geldvorderingen, wissels, postwissels en andere betaalmiddelen;

    2. deposito's bij financiële instellingen of andere entiteiten, saldo's op rekeningen, schulden en schuldbewijzen,

    3. in het openbaar en ondershands verhandelde waardepapieren en schuldbewijzen, met inbegrip van aandelen, certificaten van waardepapieren, obligaties, promesses, warrants, schuldbekentenissen en derivatencontracten;

    4. interesten, dividenden of andere inkomsten over of waarde voortkomende uit of gegenereerd door activa;

    5. krediet, recht op compensatie, garanties, uitvoeringsgaranties of andere financiële verplichtingen;

    6. kredietbrieven, cognossementen, koopbrieven;

    7. bewijsstukken van een belang in fondsen of financiële middelen;

    8. ieder ander exportfinancieringsbewijs;

  3. „bevriezing van tegoeden”: het voorkomen van het op enigerlei wijze muteren, overmaken, corrigeren en gebruiken van, toegang hebben tot of omgaan met tegoeden dat zou leiden tot wijziging van hun omvang, bedrag, locatie, eigenaar, bezit, onderscheidende kenmerken, bestemming of verdere wijzigingen waardoor het gebruik van bedoelde tegoeden, inclusief het beheer van een beleggingsportefeuille, mogelijk zou worden gemaakt;

  4. „economische middelen”: activa van enigerlei aard, materieel of immaterieel, roerend of onroerend, die geen tegoeden vormen, maar kunnen worden gebruikt om tegoeden, goederen of diensten te verkrijgen;

  5. „bevriezing van economische middelen”: het voorkomen van het gebruiken van economische middelen om op enigerlei wijze tegoeden, goederen of diensten te verkrijgen, inclusief, maar niet daartoe beperkt, door deze te verkopen, te verhuren of te verhypothekeren.

Artikel 2

1.

Alle tegoeden en economische middelen die toebehoren aan of eigendom zijn, in het bezit zijn of onder zeggenschap staan van de natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten en lichamen die in de bijlagen I of I bis zijn vermeld, worden bevroren.

2.

Aan of ten behoeve van de in de bijlagen I en I bis genoemde natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen mogen geen tegoeden of economische middelen direct of indirect ter beschikking worden gesteld.

3.

Het is verboden bewust en opzettelijk deel te nemen aan activiteiten die tot doel of tot gevolg hebben de in de leden 1 en 2 bedoelde maatregelen direct of indirect te omzeilen.

4.

In bijlage I worden de natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten en lichamen vermeld als bedoeld in artikel 5, lid 1, onder a), van Besluit 2010/656/GBVB, als gewijzigd.

5.

In bijlage I bis worden de natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten en lichamen vermeld als bedoeld in artikel 5, lid 1, onder b), van Besluit 2010/656/GBVB, als gewijzigd.

Artikel 2 bis

1.

In de bijlagen I en I bis worden de redenen vermeld waarom een natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of lichaam op de lijst is opgenomen, zoals vastgesteld door de VN-Veiligheidsraad of, wat bijlage I betreft, door het Sanctiecomité.

2.

De bijlagen I en I bis bevatten verder, wanneer beschikbaar, informatie die nodig is om de betrokken natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen te kunnen identificeren zoals deze door de VN-Veiligheidsraad of, wat bijlage I betreft, door het Sanctiecomité is verstrekt. Met betrekking tot natuurlijke personen kan die informatie bestaan uit namen, inclusief aliassen, geboortedatum en geboorteplaats, nationaliteit, paspoort- en identiteitskaartnummers, geslacht, adres (indien bekend) en functie of beroep. Met betrekking tot rechtspersonen, entiteiten of lichamen kan die informatie namen, plaats en datum van registratie, registratienummer en de plaats van vestiging omvatten. Bijlage I vermeldt tevens de datum van aanwijzing door de Veiligheidsraad of het Sanctiecomité.

Artikel 3

1.

In afwijking van artikel 2 kunnen de op de websites in bijlage II genoemde bevoegde autoriteiten van de lidstaten, onder voorwaarden die zij passend achten, toestemming geven voor de vrijgave van bevroren tegoeden en economische middelen of de beschikbaarstelling van bepaalde tegoeden of economische middelen, indien zij hebben vastgesteld dat de betrokken tegoeden of economische middelen:

  1. noodzakelijk zijn ter dekking van basisuitgaven, zoals betalingen voor voedsel, huur of hypotheeklasten, geneesmiddelen of geneeskundige behandelingen, belastingen, verzekeringspremies of nutsvoorzieningen;

  2. uitsluitend bestemd zijn voor de betaling van redelijke honoraria en de vergoeding van gemaakte kosten in verband met de verlening van juridische diensten;

  3. uitsluitend bestemd zijn voor de betaling van honoraria of kosten voor alleen het aanhouden of beheren van bevroren tegoeden of economische middelen.

Voor een persoon, entiteit of lichaam van bijlage I stellen de lidstaten het Sanctiecomité in kennis van hun voornemen om toegang te verlenen tot de tegoeden of economische middelen. De toelating wordt niet verleend als zij binnen twee werkdagen na deze kennisgeving een negatief besluit van het Sanctiecomité ontvangen.

2.

In afwijking van het bepaalde in artikel 2, en alleen voor de personen, entiteiten en lichamen van bijlage I, kunnen de op de websites in bijlage II vermelde bevoegde autoriteiten van de lidstaten, onder voorwaarden die zij passend achten, toestemming geven voor de vrijgave van bevroren tegoeden en economische middelen of de beschikbaarstelling van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, indien zij hebben vastgesteld dat de betrokken tegoeden of economische middelen nodig zijn voor buitengewone uitgaven en mits de lidstaten het Sanctiecomité in kennis hebben gesteld van hun besluit en dat besluit door het Comité is goedgekeurd, overeenkomstig de voorwaarden van punt 14, onder e), van Resolutie 1572 (2004) van de VN-Veiligheidsraad.

3.

In afwijking van het bepaalde in artikel 2, en alleen voor de personen, entiteiten en lichamen van bijlage I bis, kunnen de op de websites in bijlage II vermelde bevoegde autoriteiten van de lidstaten, onder voorwaarden die zij passend achten, toestemming geven voor de vrijgave of de beschikbaarstelling van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, indien zij hebben vastgesteld dat de betrokken tegoeden of economische middelen nodig zijn voor buitengewone uitgaven en mits de betrokken lidstaat aan alle andere lidstaten en de Commissie ten minste twee weken voordat de toelating wordt verleend de redenen heeft meegedeeld waarom de toelating moet worden verleend.

Artikel 4

Artikel 5

Artikel 6

Artikel 7

Artikel 8

Artikel 9

Artikel 9 bis

Artikel 10

Artikel 11

Artikel 11 bis

Artikel 12

Artikel 12 bis

Artikel 13

Artikel 14

BIJLAGE I

BIJLAGE I BIS

BIJLAGE II