Home

Verordening (EG) n r. 1183/2005 van de Raad van 18 juli 2005 tot vaststelling van bepaalde specifieke beperkende maatregelen tegen bepaalde personen die handelen in strijd met het wapenembargo tegen de Democratische Republiek Congo

Verordening (EG) n r. 1183/2005 van de Raad van 18 juli 2005 tot vaststelling van bepaalde specifieke beperkende maatregelen tegen bepaalde personen die handelen in strijd met het wapenembargo tegen de Democratische Republiek Congo

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op de artikelen 60, 301 en 308,

Gelet op Gemeenschappelijk Standpunt 2005/440/GBVB van de Raad van 13 juni 2005 betreffende beperkende maatregelen tegen de Democratische Republiek Congo(1),

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement(2),

Overwegende hetgeen volgt:

  1. In het licht van de voortdurende illegale stroom van wapens binnen en naar de Democratische Republiek Congo heeft de VN-Veiligheidsraad, uit hoofde van hoofdstuk VII van het Handvest van de VN, Resolutie 1596 (2005) van 18 april 2005 aangenomen, onder andere tot instelling van financiële beperkende maatregelen tegen door het bevoegde Sanctiecomité van de Verenigde Naties aangewezen personen die handelen in strijd met het wapenembargo tegen de Democratische Republiek Congo, dat is opgelegd bij de Resoluties 1493 (2003) en 1596 (2005) van de VN-Veiligheidsraad.

  2. Gemeenschappelijk Standpunt 2005/440/GBVB voorziet onder andere in de uitvoering van de financiële beperkende maatregelen tegen door het bevoegde Sanctiecomité van de Verenigde Naties aangewezen personen. Deze maatregelen vallen binnen de werkingssfeer van het Verdrag. Ter voorkoming van concurrentievervalsing zijn communautaire maatregelen noodzakelijk voor de uitvoering ervan, voorzover het de Gemeenschap betreft. Voor de toepassing van deze verordening wordt het grondgebied van de Gemeenschap geacht het gehele grondgebied te omvatten van alle lidstaten waarop het Verdrag van toepassing is, onder de in het Verdrag bepaalde voorwaarden.

  3. Om praktische redenen is het wenselijk dat de Commissie wordt gemachtigd de bijlagen bij deze verordening te wijzigen.

  4. Teneinde de effectiviteit van de maatregelen waarin deze verordening voorziet te waarborgen, dient de verordening op de dag van haar bekendmaking in werking te treden.

  5. De Raad is krachtens de artikelen 60 en 301 van het Verdrag gemachtigd om, onder bepaalde voorwaarden, maatregelen te nemen die ertoe strekken het betalings- en het kapitaalverkeer alsmede de economische betrekkingen met derde landen te onderbreken of te beperken. De in deze verordening vastgestelde maatregelen, die ook gericht zijn tegen individuele personen die niet rechtstreeks aan de regering van een derde land verbonden zijn, zijn noodzakelijk om deze doelstelling van de Gemeenschap te verwezenlijken en de Raad is krachtens artikel 308 van het Verdrag gemachtigd dergelijke maatregelen te nemen indien het Verdrag niet in andere specifieke bevoegdheden voorziet,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

In deze verordening wordt verstaan onder:

  1. „Sanctiecomité”: het comité van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties dat bij punt 8 van Resolutie 1533 (2004) van de Veiligheidsraad is ingesteld;

  2. „tegoeden”: financiële activa en economische voordelen van enigerlei aard, met inbegrip van, maar niet beperkt tot:

    1. contanten, cheques, geldvorderingen, wissels, postwissels en andere betaalmiddelen;

    2. deposito’s bij financiële instellingen of andere entiteiten, saldi op rekeningen, schulden en schuldbewijzen;

    3. in het openbaar en onderhands verhandelde waardepapieren en schuldbewijzen, met inbegrip van aandelen, certificaten van waardepapieren, obligaties, promesses, warrants, schuldbekentenissen en derivatencontracten;

    4. interesten, dividenden of andere inkomsten over of waarde voortkomende uit of gegenereerd door activa;

    5. krediet, recht op compensatie, garanties, uitvoeringsgaranties of andere financiële verplichtingen;

    6. kredietbrieven, cognossementen, koopbrieven;

    7. bewijsstukken van een belang in fondsen of financiële middelen;

    8. ieder ander exportfinancieringsbewijs.

  3. „bevriezing van tegoeden”: het voorkomen van het op enigerlei wijze muteren, overmaken, corrigeren en gebruiken van of omgaan met tegoeden met als gevolg wijzigingen van hun omvang, bedrag, locatie, eigenaar, bezit, onderscheidende kenmerken, bestemming of verdere wijzigingen waardoor het gebruik van bedoelde tegoeden, inclusief het beheer van een beleggingsportefeuille, mogelijk zou worden gemaakt;

  4. „economische middelen”: activa van enigerlei aard, materieel of immaterieel, roerend of onroerend, die geen tegoeden vormen, maar kunnen worden gebruikt om tegoeden, goederen of diensten te verkrijgen;

  5. „bevriezing van economische middelen”: het voorkomen van het gebruik van economische middelen om op enigerlei wijze tegoeden, goederen of diensten te verkrijgen, inclusief, maar niet beperkt tot, het verkopen, verhuren of verhypothekeren daarvan.

Artikel 2

1.

Alle tegoeden en economische middelen die direct of indirect toebehoren aan, eigendom zijn van of in het bezit zijn van de natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen die in bijlage I zijn vermeld, worden bevroren.

2.

Aan of ten behoeve van de in bijlage I genoemde natuurlijke of rechtspersonen, entiteiten of lichamen mogen geen tegoeden of economische middelen direct of indirect ter beschikking worden gesteld.

3.

Het is verboden bewust en opzettelijk deel te nemen aan activiteiten die tot doel of tot gevolg hebben de in de leden 1 en 2 bedoelde maatregelen direct of indirect te ontduiken.

Artikel 2 bis

1.

In bijlage I worden de natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten en lichamen opgenomen die door het Sanctiecomité van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties zijn aangewezen als:

  1. personen en entiteiten die handelen in strijd met het wapenembargo of daarmee verband houdende maatregelen, als vastgesteld in artikel 1 van Besluit 2010/788/GBVB van de Raad(3) en in artikel 2 van Verordening (EG) nr. 889/2005 van de Raad(4);

  2. politieke en militaire leiders van in de Democratische Republiek Congo actieve buitenlandse gewapende groeperingen, die de ontwapening en de vrijwillige repatriëring of hervestiging van tot deze groepen behorende strijders belemmeren;

  3. politieke en militaire leiders van Congolese milities, met inbegrip van milities die steun ontvangen van buiten de Democratische Republiek Congo, die de deelneming van hun strijders aan het ontwapenings-, demobilisatie- en reintegratieproces belemmeren;

  4. personen en entiteiten die in de Democratische Republiek Congo actief zijn en in strijd met het vigerende internationale recht kinderen rekruteren of gebruiken in gewapende conflicten;

  5. personen en entiteiten die in de Democratische Republiek Congo actief zijn en betrokken zijn bij het plannen of leiden van of het deelnemen aan het doelgericht aanvallen van kinderen en vrouwen in gewapende conflicten, waarbij die kinderen en vrouwen worden gedood of verminkt, of het slachtoffer zijn van verkrachting of ander seksueel geweld, ontvoering of gedwongen verplaatsing of aanvallen op scholen en ziekenhuizen;

  6. personen en entiteiten die de toegang tot of de verdeling van humanitaire hulp in de Democratische Republiek Congo belemmeren;

  7. personen en entiteiten die gewapende groeperingen in de Democratische Republiek Congo steunen door middel van illegale handel in natuurlijke hulpbronnen, waaronder goud en wilde dieren en planten en producten daarvan;

  8. personen en entiteiten die handelen namens of in opdracht van een aangewezen persoon of entiteit, of namens of in opdracht van een entiteit die eigendom is van of gecontroleerd wordt door een aangewezen persoon of entiteit;

  9. personen en entiteiten die aanvallen tegen vredestroepen van de Stabilisatiemissie van de Verenigde Naties in de Democratische Republiek Congo (MONUSCO) plannen of steunen of aan die aanvallen deelnemen;

  10. personen en entiteiten die financiële, materiële of technologische ondersteuning verlenen voor, of goederen en diensten verlenen aan of ter ondersteuning van een aangewezen persoon of entiteit.

2.

Bijlage I bevat de door de VN-Veiligheidsraad of het Sanctiecomité verstrekte informatie op grond waarvan natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten en lichamen in de lijst worden opgenomen.

3.

Bijlage I bevat ook, indien beschikbaar, de door de VN-Veiligheidsraad of het Sanctiecomité verstrekte informatie die nodig is om de betrokken natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten en lichamen te identificeren. Met betrekking tot natuurlijke personen kan die informatie bestaan uit namen, inclusief aliassen, geboortedatum of geboorteplaats, nationaliteit, paspoort- en identiteitskaartnummers, geslacht, adres (indien bekend) en functie of beroep. Met betrekking tot rechtspersonen, entiteiten en lichamen, kan die informatie bestaan uit namen, plaats en datum van registratie, registratienummer en plaats van vestiging. Bijlage I vermeldt tevens de datum van aanwijzing door de VN-Veiligheidsraad of het Sanctiecomité.

Artikel 3

1.

In afwijking van artikel 2 kunnen de in bijlage II genoemde bevoegde autoriteiten van de lidstaten, onder voorwaarden die zij passend achten, toestemming geven voor de vrijgave of de beschikbaarstelling van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, indien zij hebben vastgesteld dat de betrokken tegoeden of economische middelen:

  1. nodig zijn ter dekking van basisuitgaven, zoals betalingen voor voedsel, huur of hypotheeklasten, geneesmiddelen of geneeskundige behandelingen, belastingen, verzekeringspremies of openbare nutsvoorzieningen;

  2. uitsluitend bestemd zijn voor de betaling van redelijke honoraria en de vergoeding van gemaakte kosten in verband met de verlening van juridische diensten;

  3. uitsluitend bestemd zijn voor de betaling van honoraria of kosten voor alleen het houden of beheren van bevroren tegoeden of economische middelen;

op voorwaarde dat de betrokken lidstaat het Sanctiecomité kennis heeft gegeven van zijn voornemen en het Sanctiecomité binnen vier werkdagen van deze kennisgeving geen bezwaar heeft gemaakt.

2.

In afwijking van artikel 2 mogen de in bijlage II vermelde bevoegde autoriteiten van de lidstaten toestemming geven voor de vrijgave of de beschikbaarstelling van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, indien zij hebben vastgesteld dat de betrokken tegoeden of economische middelen nodig zijn voor de betaling van buitengewone kosten, mits de betrokken bevoegde autoriteiten die vaststelling hebben bekendgemaakt aan het Sanctiecomité, en het Sanctiecomité die vaststelling heeft goedgekeurd.

Artikel 4

Artikel 5

Artikel 6

Artikel 7

Artikel 8

Artikel 9

Artikel 10

Artikel 11

Artikel 12

BIJLAGE I

BIJLAGE II