Home

Verordening (EG) n r. 1290/2005 van de Raad van 21 juni 2005 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid

Verordening (EG) n r. 1290/2005 van de Raad van 21 juni 2005 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 37, lid 2, derde alinea,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement(1),

Overwegende hetgeen volgt:

  1. Het gemeenschappelijk landbouwbeleid omvat een reeks maatregelen, onder meer voor plattelandsontwikkeling. De financiering van die maatregelen dient te worden gewaarborgd om bij te dragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Aangezien die maatregelen bepaalde elementen gemeen hebben, maar toch in verscheidene opzichten van elkaar verschillen, is het dienstig voor de financiering ervan te werken met een regelgevend kader dat in voorkomend geval een verschillende behandeling mogelijk maakt. Om met die verschillen rekening te kunnen houden dienen twee Europese landbouwfondsen te worden opgericht, en wel in de eerste plaats het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) om de marktmaatregelen en andere maatregelen te financieren, en in de tweede plaats het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) om de programma's voor plattelandsontwikkeling te financieren.

  2. Overeenkomstig artikel 53 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(2) worden de uitgaven voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid, met inbegrip van de uitgaven voor plattelandsontwikkeling, via de genoemde twee Fondsen uit de Gemeenschapsbegroting gefinancierd, hetzij op gecentraliseerde wijze, hetzij in het kader van het tussen de lidstaten en de Gemeenschap gedeelde beheer. Een volledige lijst dient te worden vastgesteld van de maatregelen die uit de twee Fondsen kunnen worden gefinancierd.

  3. Indien de Commissie bij de goedkeuring van de rekeningen onvoldoende zekerheid heeft dat de nationale controles adequaat en doorzichtig zijn en dat de betaalorganen de wettigheid en ontvankelijkheid nagaan van de uitgavendeclaraties die zij inwilligen, kan de Commissie het totaalbedrag van de ten laste van de Europese Landbouwfondsen te boeken uitgaven niet binnen een redelijke termijn bepalen. Daarom dienen voorschriften te worden vastgesteld met betrekking tot de erkenning van de betaalorganen door de lidstaten, het instellen door de betaalorganen van procedures die het mogelijk maken de nodige borgingsverklaringen af te geven, en de certificering van de beheers- en controlesystemen en de jaarrekeningen door onafhankelijke instanties.

  4. Met het oog op samenhang tussen de erkenningsnormen in de lidstaten dient de Commissie aanwijzingen te geven met betrekking tot de toe te passen criteria. Voor de doorzichtigheid van de nationale controles, vooral wat de procedures voor de betaalbaarstelling, het geven van de betalingsopdracht en de betaling betreft, is het voorts dienstig om in voorkomend geval het aantal diensten of instanties waaraan die taken worden gedelegeerd, met inachtneming van de grondwettelijke bepalingen van elke lidstaat te beperken.

  5. Een lidstaat die meer dan één betaalorgaan erkent, moet een enkele coördinerende instantie aanwijzen die ermee wordt belast de samenhang in het beheer van de geldmiddelen te waarborgen, als schakel tussen de Commissie en de verschillende erkende betaalorganen te fungeren en ervoor te zorgen dat de door de Commissie gevraagde gegevens over de activiteiten van de verschillende betaalorganen haar snel worden verstrekt.

  6. Om voor een harmonische samenwerking tussen de Commissie en de lidstaten op het gebied van de financiering van de uitgaven voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid te zorgen, en meer in het bijzonder om het de Commissie mogelijk te maken het financiële beheer door de lidstaten op de voet te volgen en de rekeningen van de erkende betaalorganen goed te keuren, is het noodzakelijk dat de lidstaten bepaalde gegevens verstrekken aan de Commissie of tot haar beschikking houden. Daartoe dient zoveel mogelijk gebruik van informatietechnologie te worden gemaakt.

  7. Opdat de aan de Commissie te verstrekken gegevens kunnen worden samengesteld en opdat de Commissie volledig en onmiddellijk toegang zal hebben tot de gegevens over de uitgaven, niet alleen op papier maar ook in elektronische vorm, moeten voorschriften inzake de aard van de betrokken gegevens en inzake de wijze en het tijdstip van mededeling daarvan worden vastgesteld.

  8. De voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid vereiste maatregelen en werkzaamheden worden gedeeltelijk in het kader van het gedeelde beheer gefinancierd. De Commissie moet nagaan of de met de betalingen belaste instanties van de lidstaten zorg dragen voor een goed financieel beheer van de communautaire geldmiddelen. Het is dienstig de aard van de door de Commissie te verrichten controles te bepalen, de voorwaarden te scheppen om het de Commissie mogelijk te maken haar taken op het gebied van de uitvoering van de begroting te vervullen en de door de lidstaten na te komen verplichtingen inzake samenwerking te verduidelijken.

  9. Alleen de door de lidstaten erkende betaalorganen bieden een redelijke zekerheid dat vóór de toekenning van de communautaire steun aan de begunstigden de nodige controles zijn uitgevoerd. Daarom moet worden bepaald dat alleen de uitgaven van de erkende betaalorganen kunnen worden vergoed uit de Gemeenschapsbegroting.

  10. De Commissie dient de kredieten ter dekking van de uitgaven van de erkende betaalorganen ten laste van het Europees Landbouwgarantiefonds aan de lidstaten beschikbaar te stellen in de vorm van vergoedingen op basis van de boeking van de door die betaalorganen verrichte uitgaven. In afwachting van de vergoedingen in de vorm van maandelijkse betalingen moeten de lidstaten de nodige middelen verschaffen naar gelang van de behoeften van hun erkende betaalorganen. De personeels- en administratieve kosten die de lidstaten en de bij de uitvoering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid betrokken begunstigden maken, zijn voor hun rekening.

  11. Het is belangrijk dat de communautaire steun tijdig aan de begunstigden wordt betaald opdat dezen er een doeltreffend gebruik van kunnen maken. Als de lidstaten de in de communautaire regelgeving bepaalde betalingstermijnen niet in acht nemen, kunnen de begunstigden ernstige problemen ondervinden en kan de jaarperiodiciteit van de Gemeenschapsbegroting in gevaar komen. Daarom is het gerechtvaardigd de na het verstrijken van de betalingstermijnen verrichte uitgaven uit te sluiten van communautaire financiering. In overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel moet de Commissie in uitzonderingen op deze algemene regel kunnen voorzien.

  12. Een administratieve procedure moet worden ingesteld die het de Commissie mogelijk maakt tot een tijdelijke verlaging of schorsing van de maandelijkse betalingen te besluiten in het geval dat zij in het licht van de door de betrokken lidstaat verstrekte gegevens moet concluderen dat geldende communautaire voorschriften niet zijn nageleefd of communautaire middelen onrechtmatig zijn besteed. In welomschreven gevallen moet een verlaging of schorsing ook zonder die procedure mogelijk zijn. In beide gevallen stelt de Commissie de lidstaat hiervan in kennis en deelt zij hem daarbij mee dat de verlaging of schorsing van de maandelijkse betalingen is vastgesteld onverminderd de besluiten die bij de goedkeuring van de rekeningen zullen worden genomen.

  13. In het kader van de begrotingsdiscipline moet het jaarlijkse maximum voor de door het Europees Landbouwgarantiefonds gefinancierde uitgaven worden bepaald door uit te gaan van de maximumbedragen die voor dit Fonds zijn vastgesteld in de financiële vooruitzichten, van de bedragen die door de Commissie worden vastgesteld overeenkomstig artikel 10, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad van 29 september 2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers(3), en van de in de artikelen 143 quinquies en 143 sexies van die verordening vastgestelde bedragen.

  14. Voor de begrotingsdiscipline is het tevens noodzakelijk dat het jaarlijkse maximum voor de door het Europees Landbouwgarantiefonds gefinancierde uitgaven onder alle omstandigheden en in alle stadia van de begrotingsprocedure en van de uitvoering van de begroting in acht wordt genomen. Daartoe dient het nationale maximum voor de rechtstreekse betalingen per lidstaat, gecorrigeerd overeenkomstig artikel 10 van Verordening (EG) nr. 1782/2003, als financieel maximum voor die betalingen voor de betrokken lidstaat te worden beschouwd en mogen de vergoedingen voor die betalingen dat maximum niet overschrijden. Voorts vergt de begrotingsdiscipline dat alle door de Commissie voorgestelde of door de Raad of de Commissie vastgestelde regelgeving op het gebied van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en de begroting van het Europees Landbouwgarantiefonds binnen het jaarlijkse maximum voor de door dit Fonds gefinancierde uitgaven blijft. Tevens dient de Commissie te worden gemachtigd de in artikel 11, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 bedoelde aanpassingen vast te stellen indien de Raad dit niet doet uiterlijk op 30 juni van het kalenderjaar waarvoor die aanpassingen gelden. Naar gelang van nieuwe elementen waarover de Raad beschikt, kan de Raad, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, uiterlijk op 1 december, de aanpassingsvoet van de betalingen aanpassen.

  15. De maatregelen voor de berekening van de financiële maxima die worden genomen om de financiële bijdragen uit het ELGF en het ELFPO te bepalen, mogen geen afbreuk doen aan de bevoegdheden van de door het Verdrag aangewezen begrotingsautoriteit. Deze maatregelen moeten bijgevolg zijn gebaseerd op de referentiebedragen zoals vastgesteld overeenkomstig het interinstitutionele akkoord van 6 mei 1999 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie over de begrotingsdiscipline en de verbetering van de begrotingsprocedure(4)(interinstitutioneel akkoord) en de in bijlage I bij dat akkoord opgenomen financiële vooruitzichten.

  16. De begrotingsdiscipline vergt ook een voortdurend onderzoek van de begrotingssituatie op middellange termijn. Daarom moet de Commissie bij de indiening van het voorontwerp van begroting voor een bepaald jaar haar ramingen en analysen aan het Europees Parlement en de Raad voorleggen en zo nodig passende maatregelen voorstellen aan de Raad. Bovendien is het noodzakelijk dat de Commissie op elk moment haar beheersbevoegdheden volledig gebruikt om de inachtneming van het jaarlijkse maximum te waarborgen en dat zij de Raad zo nodig passende maatregelen voorstelt om de begrotingssituatie te corrigeren. In het geval dat aan het einde van een begrotingsjaar het jaarlijkse maximum als gevolg van de door de lidstaten ingediende vergoedingsaanvragen niet in acht kan worden genomen, moet de Commissie maatregelen kunnen vaststellen die het mogelijk maken om enerzijds de beschikbare begrotingsmiddelen voorlopig over de lidstaten te verdelen naar evenredigheid van hun nog hangende vergoedingsaanvragen, en anderzijds het voor het betrokken jaar vastgestelde maximum in acht te nemen. De betalingen voor het betrokken jaar dienen dan in het volgende begrotingsjaar verder te worden afgewikkeld, waarbij het totaalbedrag van de communautaire financiering per lidstaat definitief wordt vastgesteld en verrekeningen tussen lidstaten plaatsvinden om de aldus vastgestelde bedragen in acht te nemen.

  17. Bij de uitvoering van de begroting moet de Commissie een alarmsysteem toepassen waarbij de landbouwuitgaven per maand worden gevolgd, zodat de Commissie bij een dreigende overschrijding van het jaarlijkse maximum zo snel mogelijk kan reageren door passende maatregelen vast te stellen in het kader van haar eigen beheersbevoegdheden en, mochten die maatregelen ontoereikend blijken, aan de Raad andere maatregelen voor te stellen die zo spoedig mogelijk ten uitvoer moeten worden gelegd. Om nuttig te zijn moet een dergelijk systeem de mogelijkheid bieden de werkelijke uitgaven te vergelijken met uitgavenramingen die zijn gebaseerd op de uitgaven in de voorgaande jaren. Het is dienstig dat de Commissie maandelijks bij het Europees Parlement en de Raad een verslag indient waarin de ontwikkeling van de tot dan verrichte uitgaven wordt vergeleken met de uitgavenramingen en tevens de voor de rest van het begrotingsjaar te verwachten begrotingsuitvoering wordt beoordeeld.

  18. De wisselkoers die de Commissie hanteert bij de opstelling van de bij de Raad in te dienen begrotingsdocumenten, moet zijn gebaseerd op de meest recente gegevens die beschikbaar zijn, mede gezien de tijd die tussen die opstelling en indiening verstrijkt.

  19. De financiële bijdrage uit de Gemeenschapsbegroting voor de programma's voor plattelandsontwikkeling wordt verleend op basis van vastleggingen in jaartranches. Zodra deze programma's ten uitvoer worden gelegd, moeten de lidstaten over communautaire financiële middelen kunnen beschikken. Daarom moet binnen bepaalde grenzen een voorfinanciering worden ingevoerd die het mogelijk maakt te zorgen voor een regelmatige geldstroom om de betalingen aan de begunstigden op passende wijze te verrichten.

  20. Wat de betalingen betreft die de Commissie na de voorfinanciering aan de erkende betaalorganen doet, dienen tussentijdse betalingen en de saldobetaling van elkaar te worden onderscheiden, waarbij voor een en ander nadere bepalingen moeten worden vastgesteld.

  21. Ter bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap moet de Commissie tussentijdse betalingen kunnen schorsen of verlagen in het geval van uitgaven die niet in overeenstemming zijn met de voorschriften. Een procedure moet worden ingesteld om het de lidstaten mogelijk te maken de door hen verrichte betalingen te verantwoorden.

  22. De regel inzake het ambtshalve doorhalen van vastleggingen moet bijdragen tot een snellere uitvoering van de programma's en tot een goed financieel beheer.

  23. Ter wille van heldere financiële betrekkingen tussen de erkende betaalorganen en de Gemeenschapsbegroting dient de Commissie jaarlijks de rekeningen van die betaalorganen goed te keuren. De betrokken beschikking tot goedkeuring van de rekeningen moet de vraag betreffen of de ingediende rekeningen volledig, juist en waarheidsgetrouw zijn, en niet de vraag of de uitgaven in overeenstemming zijn met de communautaire regelgeving.

  24. De Commissie, die op grond van artikel 211 van het Verdrag toeziet op de goede toepassing van de communautaire regelgeving, moet uitmaken of de door de lidstaten verrichte uitgaven in overeenstemming zijn met die communautaire regelgeving. De lidstaten moeten het recht hebben hun besluiten tot betaling te verantwoorden en een beroep te doen op bemiddeling als zij het niet met de Commissie eens kunnen worden. Om de lidstaten juridische en financiële garanties te bieden ten aanzien van de in het verleden verrichte uitgaven dient een maximumperiode te worden vastgesteld waarop de financiële gevolgen die de Commissie aan de niet-naleving van voorschriften verbindt, betrekking kunnen hebben.

  25. Ter bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschapsbegroting dienen de lidstaten maatregelen te nemen om zich ervan te vergewissen dat de door de Fondsen gefinancierde verrichtingen daadwerkelijk plaatsvinden en correct worden uitgevoerd. Ook moeten de lidstaten het nodige doen om door begunstigden begane onregelmatigheden te voorkomen en om dergelijke onregelmatigheden doeltreffend te behandelen.

  26. Wanneer door het Europees Landbouwgarantiefonds betaalde bedragen worden teruggevorderd, moeten deze bedragen in het Fonds terugvloeien, aangezien zij betrekking hadden op uitgaven die niet in overeenstemming waren met de communautaire regelgeving en de begunstigde er geen enkel recht op had. Een regeling inzake financiële aansprakelijkheid moet worden ingesteld voor gevallen waarin niet het totale bedrag van de onregelmatig verkregen middelen is terugbetaald. Daartoe dient te worden voorzien in een procedure die het de Commissie mogelijk maakt de belangen van de Gemeenschapsbegroting te beschermen door te besluiten dat de betrokken lidstaat een deel voor zijn rekening moet nemen van de bedragen die wegens onregelmatigheden niet verschuldigd waren en niet binnen een redelijke termijn zijn terugbetaald. In sommige gevallen van nalatigheid van de betrokken lidstaat is het gerechtvaardigd die lidstaat het totale bedrag in rekening te brengen. Indien echter de lidstaten voldoen aan de verplichtingen die zij op grond van hun interne procedures hebben, moet de financiële last op billijke wijze tussen de Gemeenschap en de lidstaat worden verdeeld.

  27. De door de lidstaten ingeleide terugvorderingsprocedures kunnen jaren vergen zonder enige zekerheid dat invordering daadwerkelijk plaatsvindt. Ook is het mogelijk dat de kosten van dergelijke procedures in geen verhouding staan tot de te ontvangen of inbare bedragen. Daarom moet de lidstaten worden toegestaan de terugvorderingsprocedures in bepaalde gevallen stop te zetten.

  28. Wat het ELFPO betreft, dienen de in verband met onregelmatigheden teruggekregen of geannuleerde bedragen beschikbaar te blijven voor de goedgekeurde programma's voor plattelandsontwikkeling in de betrokken lidstaat, aangezien die bedragen aan die lidstaat zijn toegewezen. Ter bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschapsbegroting moeten passende voorschriften worden vastgesteld voor het geval dat een lidstaat die onregelmatigheden heeft ontdekt, niet de nodige maatregelen neemt.

  29. De bestemming van de bedragen die de lidstaten terugkrijgen in het kader van de conformiteitsgoedkeuring en in het kader van de naar aanleiding van geconstateerde onregelmatigheden en nalatigheden ingestelde procedures, en de bestemming van de in de sector melk en zuivelproducten geïnde heffingen moeten worden vastgesteld om het mogelijk te maken de betrokken middelen opnieuw te gebruiken in het kader van respectievelijk het ELGF en het ELFPO.

  30. Opdat de Commissie kan voldoen aan haar verplichting zich te vergewissen van het bestaan en de goede werking in de lidstaten van systemen voor het beheer van en de controle op de communautaire uitgaven dient, onverminderd de door de lidstaten zelf verrichte controles, te worden voorzien in verificaties door personen die door de Commissie zijn gemachtigd, en in de mogelijkheid voor de Commissie de lidstaten om bijstand te verzoeken.

  31. Voor de samenstelling van de aan de Commissie te verstrekken gegevens moet een zo ruim mogelijk gebruik van informatietechnologie worden gemaakt. Bij de verificaties moet de Commissie volledig en onmiddellijk toegang hebben tot de op papier en in computerbestanden vastgelegde gegevens over de uitgaven.

  32. Een uiterste datum moet worden vastgesteld voor de betalingen aan de begunstigden in het kader van de voor de periode 2000-2006 goedgekeurde programma's voor plattelandsontwikkeling die worden gefinancierd uit de afdeling Garantie van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL). Opdat de lidstaten na die datum verrichte betalingen vergoed kunnen krijgen, moeten specifieke overgangsmaatregelen worden vastgesteld. Die maatregelen moeten tevens betrekking hebben op de verrekening van de voorschotten die de Commissie op grond van artikel 5, lid 1, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1258/1999 van de Raad van 17 mei 1999 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid(5) heeft betaald, en op de bedragen die voortvloeien uit de vrijwillige differentiatie zoals bedoeld in de artikelen 4 en 5 van Verordening (EG) nr. 1259/1999 van de Raad van 17 mei 1999 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor de regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid(6).

  33. Er dient te worden vastgesteld vanaf welke datum de Commissie de bedragen die in het kader van de uit de afdeling Oriëntatie van het EOGFL gefinancierde programma's voor plattelandsontwikkeling zijn vastgelegd maar niet zijn uitgegeven, ambtshalve kan doorhalen wanneer zij op die datum de voor de afsluiting van het bijstandspakket benodigde documenten nog niet heeft ontvangen. De documenten die de Commissie voor die afsluiting nodig heeft, moeten nader worden omschreven.

  34. De Fondsen worden beheerd door de Commissie en voorzien dient te worden in nauwe samenwerking tussen de lidstaten en de Commissie in het kader van een Comité voor de landbouwfondsen.

  35. Gezien de omvang van de communautaire financiering moeten het Europees Parlement en de Raad regelmatig door middel van financiële verslagen worden geïnformeerd.

  36. Aangezien in het kader van de toepassing van de nationale controlesystemen en van de conformiteitsgoedkeuring persoonlijke gegevens of bedrijfsgeheimen kunnen worden meegedeeld, moeten de lidstaten en de Commissie de vertrouwelijkheid van de in die context verkregen gegevens garanderen.

  37. Voor een goed financieel beheer van de Gemeenschapsbegroting waarbij de beginselen van billijkheid zowel op het niveau van de lidstaten als op dat van de landbouwers in acht worden genomen, zijn regels betreffende het gebruik van de euro nodig.

  38. Gezien de in de onderhavige verordening opgenomen corresponderende bepalingen, moeten Verordening nr. 25 van de Raad inzake de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid(7), Verordening (EG) nr. 723/97 van de Raad van 22 april 1997 inzake de uitvoering van actieprogramma's van de lidstaten betreffende de controles op de uitgaven voor rekening van het EOGFL, afdeling Garantie(8) en Verordening (EG) nr. 1258/1999 worden ingetrokken. Sommige bepalingen van Verordening (EEG) nr. 595/91 van de Raad van 4 maart 1991 betreffende onregelmatigheden in het kader van de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en terugvordering van bedragen die in dat kader onverschuldigd zijn betaald, alsmede de organisatie van een informatiesysteem op dit gebied en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 283/72(9) moeten eveneens worden geschrapt omdat de onderhavige verordening daarmee overeenkomende bepalingen bevat.

  39. De maatregelen ter uitvoering van de onderhavige verordening moeten worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden(10), waarbij moet worden aangegeven voor welke maatregelen de procedure van het comité van beheer en voor welke de procedure van het raadgevend comité geldt. Deze procedure is in bepaalde gevallen om redenen van doelmatigheid het meest aangewezen.

  40. De vervanging van de bepalingen van de ingetrokken verordeningen door de bepalingen van de onderhavige verordening kan leiden tot enige specifieke praktische problemen die in de onderhavige verordening niet worden behandeld, waaronder met name problemen in verband met de overschakeling op de nieuwe voorschriften. Om dit te ondervangen moet de Commissie de nodige, naar behoren gemotiveerde maatregelen kunnen vaststellen. Die maatregelen kunnen afwijken van de bepalingen van de onderhavige verordening, doch slechts in de mate waarin dat nodig is, en voor een beperkte periode.

  41. Omdat de programmeringsperiode voor de op grond van deze verordening gefinancierde programma's voor plattelandsontwikkeling op 1 januari 2007 begint, moet deze verordening met ingang van die datum van toepassing zijn. Sommige bepalingen moeten echter reeds eerder van toepassing zijn.

  42. De Rekenkamer heeft een advies uitgebracht(11).

  43. Het Europees Economisch en Sociaal Comité heeft een advies uitgebracht(12),

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

TITEL I ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Onderwerp en toepassingsgebied

Bij deze verordening worden de specifieke voorwaarden en bepalingen vastgesteld die gelden voor de financiering van de uitgaven voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid, met inbegrip van de uitgaven voor plattelandsontwikkeling.

Artikel 2 Fondsen voor de financiering van de landbouwuitgaven

1.

Om de in het Verdrag omschreven doelstellingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid te bereiken en de financiering te verzekeren van de verschillende maatregelen van dat beleid, met inbegrip van de maatregelen voor plattelandsontwikkeling, worden opgericht:

  1. een Europees Landbouwgarantiefonds, hierna „ELGF” genoemd;

  2. een Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling, hierna „ELFPO” genoemd.

2.

Het ELGF en het ELFPO zijn onderdelen van de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen.

Artikel 3 Uitgaven uit het ELGF

1.

Het ELGF financiert op basis van een tussen de lidstaten en de Gemeenschap gedeeld beheer de volgende overeenkomstig het Gemeenschapsrecht verrichte uitgaven:

  1. de voor de uitvoer van landbouwproducten naar derde landen vastgestelde restituties;

  2. de interventies ter regulering van de landbouwmarkten;

  3. de rechtstreekse betalingen aan de landbouwers in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid;

  4. de financiële bijdrage van de Gemeenschap aan voorlichtings- en afzetbevorderingsacties voor landbouwproducten op de interne markt van de Gemeenschap en in derde landen die door tussenkomst van de lidstaten worden uitgevoerd op basis van door de Commissie geselecteerde andere programma's dan de in artikel 4 bedoelde programma's;

  5. herstructureringssteun, steun voor diversificatie, aanvullende steun voor diversificatie en overgangssteun als bedoeld in de artikelen 3, 6, 7, 8 en 9 van Verordening (EG) nr. 320/2006 van 20 februari 2006 tot instelling van een tijdelijke regeling voor de herstructurering van de suikerindustrie in de Europese Gemeenschap(13);

  6. de financiële bijdrage van de Gemeenschap aan de in artikel 103 octies bis, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad(14) genoemde schoolfruitregeling.

2.

Het ELGF financiert op gecentraliseerde wijze de volgende overeenkomstig het Gemeenschapsrecht verrichte uitgaven:

  1. de financiële bijdrage van de Gemeenschap voor specifieke veterinaire acties, voor controleacties op veterinair gebied en op het gebied van levensmiddelen en diervoeders, voor programma's om dierziekten uit te roeien of te bewaken (veterinaire maatregelen) en voor fytosanitaire acties;

  2. de rechtstreeks door de Commissie of door tussenkomst van internationale organisaties ondernomen afzetbevordering voor landbouwproducten;

  3. de overeenkomstig de communautaire regelgeving vastgestelde maatregelen voor de instandhouding, de karakterisering, de verzameling en het gebruik van genetische hulpbronnen in de landbouw;

  4. de totstandbrenging en het onderhoud van de informatiesystemen inzake landbouwbedrijfsboekhoudingen;

  5. de stelsels van landbouwenquêtes, waaronder de enquêtes inzake de structuur van de landbouwbedrijven;

  6. de uitgaven betreffende de visserijmarkten.

3.

Wanneer voor een interventiemaatregel geen bedrag per eenheid wordt vastgesteld in het kader van de gemeenschappelijke marktordening, financiert het ELGF die maatregel op basis van voor de hele Gemeenschap geldende forfaitaire bedragen, met name voor de van de lidstaten afkomstige middelen die worden gebruikt voor de aankoop van producten, voor de materiële verrichtingen in verband met de opslag van interventieproducten en, in voorkomend geval, voor de verwerking van dergelijke producten.

De respectieve lasten en kosten worden berekend volgens de in artikel 41, lid 3, bedoelde procedure.

Artikel 4 Uitgaven uit het ELFPO

Artikel 5 Andere financieringen, met inbegrip van de technische bijstand

Artikel 6 Erkenning en intrekking van de erkenning van de betaalorganen en de coördinerende instanties

Artikel 7 Certificerende instanties

Artikel 8 Verstrekking van gegevens en toegang tot stukken

Artikel 9 Bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap en waarborgen inzake het beheer van de communautaire geldmiddelen

Artikel 10 Ontvankelijkheid van de door de betaalorganen verrichte betalingen

Artikel 11 Volledige uitkering aan de begunstigden

TITEL II ELGF

HOOFDSTUK 1 Communautaire financiering

Artikel 12 Begrotingsmaximum

Artikel 13 Administratieve en personeelskosten

Artikel 14 Maandelijkse betalingen

Artikel 15 Wijze van uitkering van de maandelijkse betalingen

Artikel 16 Inachtneming van de betalingstermijnen

Artikel 17 Verlaging en schorsing van de maandelijkse betalingen

Artikel 17 bis Verlaging en schorsing van de maandelijkse betalingen in specifieke gevallen

HOOFDSTUK 2 Begrotingsdiscipline

Artikel 18 Inachtneming van het maximum

Artikel 19 Procedure inzake de begrotingsdiscipline

Artikel 20 Alarmsysteem

Artikel 21 Referentiewisselkoers

TITEL III ELFPO

HOOFDSTUK 1 Financieringsmethode

Artikel 22 Financiële bijdrage uit het ELFPO

Artikel 23 Vastleggingen

HOOFDSTUK 2 Financieel beheer

Artikel 24 Gemeenschappelijke bepalingen betreffende de betalingen

Artikel 25 Wijze van uitkering van de voorfinanciering

Artikel 26 Wijze van uitkering van de tussentijdse betalingen

Artikel 27 Verlaging en schorsing van de tussentijdse betalingen

Artikel 27 bis Verlaging en schorsing van de tussentijdse betalingen in specifieke gevallen

Artikel 28 Wijze van uitkering van het saldo en afsluiting van het programma

Artikel 29 Ambtshalve doorhalen van vastleggingen

TITEL IV GOEDKEURING VAN DE REKENINGEN EN BEWAKING DOOR DE COMMISSIE

HOOFDSTUK 1 Goedkeuring van de rekeningen

Artikel 30 Boekhoudkundige goedkeuring

Artikel 31 Conformiteitsgoedkeuring

HOOFDSTUK 2 Onregelmatigheden

Artikel 32 Specifieke bepalingen voor het ELGF

Artikel 33 Specifieke bepalingen voor het ELFPO

Artikel 34 Bestemming van de van de lidstaten afkomstige ontvangsten

Artikel 35 Definitie van het eerste proces-verbaal

HOOFDSTUK 3 Bewaking door de Commissie

Artikel 36 Toegang tot de gegevens

Artikel 37 Controles ter plaatse

TITEL V OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 38 Uitgaven uit de afdeling Garantie van het EOGFL, met uitzondering van die voor plattelandsontwikkeling

Artikel 39 Uitgaven voor plattelandsontwikkeling uit de afdeling Garantie van het EOGFL

Artikel 40 Uitgaven uit de afdeling Oriëntatie van het EOGFL

Artikel 41 Comité voor de landbouwfondsen

Artikel 42 Uitvoeringsbepalingen

Artikel 43 Jaarlijks financieel verslag

Artikel 44 Vertrouwelijkheid

Artikel 44 bis Bekendmaking van de begunstigden

Artikel 45 Gebruik van de euro

Artikel 46 Wijziging van Verordening (EEG) nr. 595/91

Artikel 47 Intrekkingen

Artikel 48 Overgangsmaatregelen

Artikel 49 Inwerkingtreding

BIJLAGEConcordantietabel