Home

Verordening (EG) n r. 2110/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2005 inzake de toegang tot buitenlandse hulp

Verordening (EG) n r. 2110/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2005 inzake de toegang tot buitenlandse hulp

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 179,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(1),

Na raadpleging van het Comité van de Regio’s,

Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag(2),

Overwegende hetgeen volgt:

  1. De koppeling van steun, direct of indirect, aan de aankoop van goederen en diensten die met die hulp in het donorland worden verkregen vermindert de doeltreffendheid van die steun en is in strijd met het armoedebestrijdingsbeleid. Ontkoppeling van de hulp is geen doel op zich, maar moet gebruikt worden als kruisbestuiving voor andere onderdelen van de armoedebestrijding, zoals participatie, regionale integratie en capaciteitsopbouw, waarbij de nadruk wordt gelegd op empowerment van plaatselijke en regionale leveranciers van goederen en diensten in ontwikkelingslanden.

  2. In maart 2001 heeft de Commissie voor Ontwikkelingsbijstand (DAC) van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) haar goedkeuring gehecht aan een „Aanbeveling inzake de ontkoppeling van de officiële ontwikkelingshulp aan de minst ontwikkelde landen”(3). De lidstaten namen deze aanbeveling over en de Commissie erkende de strekking van de aanbeveling als leidraad voor de communautaire steun.

  3. Op 14 maart 2002 deed de Raad Algemene Zaken, die tegelijkertijd met de Europese Raad van Barcelona plaatsvond, in zijn conclusies ter voorbereiding op de internationale conferentie inzake ontwikkelingsfinanciering, die van 18 tot 22 maart 2002 in Monterrey plaatsvond, in punt 7, onder c), de toezegging dat de Europese Unie bereid is „de DAC-aanbeveling inzake de ontbinding van hulp voor de minst ontwikkelde landen toe te passen en de besprekingen met het oog op de verdere ontbinding van de bilaterale hulp voort te zetten en dat de Europese Unie tevens maatregelen voor de verdere ontbinding van de communautaire hulp zal bestuderen, met behoud van het bestaande systeem van preferentiële prijzen in het kader van de EU-ACS”.

  4. Op 18 november 2002 keurde de Commissie een mededeling goed aan het Europees Parlement en de Raad inzake „Ontkoppeling van steun: voor doeltreffendere steun”. Hierin zette de Commissie haar ideeën over dit thema uiteen en beschreef verschillende opties met betrekking tot de verwezenlijking van de toezegging die in Barcelona werd gedaan binnen het systeem voor buitenlandse hulp.

  5. In een conclusie over de ontkoppeling van de hulp van 20 mei 2003 benadrukte de Raad de noodzaak om de communautaire steun verder te ontkoppelen. Hierin werd ingestemd met de in de bovengenoemde mededeling beschreven methoden en een keuze gemaakt tussen de voorgestelde opties.

  6. Volgens een resolutie van het Europees Parlement van 4 september 2003 is het noodzakelijk de communautaire steun verder te ontkoppelen. Hierin werd ingestemd met de in de eerdergenoemde mededeling van de Commissie(4) beschreven methoden en de voorgestelde opties. Benadrukt werd dat verder debat over de ontkoppeling van de hulp nodig is, op basis van aanvullende studies en gedocumenteerde voorstellen en werd met name aangedrongen op „een duidelijke voorkeur voor plaatselijke en regionale samenwerking waarbij — in volgorde van belangrijkheid — prioriteit wordt verleend aan leveranciers uit het ontvangende land, naburige ontwikkelingslanden of andere ontwikkelingslanden”, ter intensivering van de inspanningen van de ontvangende landen om hun eigen voedselproductie op nationaal, regionaal, lokaal en gezinsniveau te verbeteren en van maatregelen die gericht zijn op verbetering van de beschikbaarheid en toegankelijkheid voor het publiek van voedingsmiddelen en basisdiensten, die in overeenstemming zijn met de plaatselijke gebruiken, productiemethoden en handelspraktijken.

  7. Verschillende punten moeten bekeken worden in verband met de toegankelijkheid van de communautaire buitenlandse hulp. In artikel 3 worden de criteria beschreven op basis waarvan personen in aanmerking kunnen komen voor steun. In artikel 4, respectievelijk artikel 5 worden de oorsprongsregels beschreven die gehanteerd worden bij de aankoop van goederen en materialen en de aanwerving van deskundigen door geselecteerde kandidaten. De definitie en uitvoeringsmodaliteiten van deze wederkerigheid worden vastgesteld in artikel 6. Uitzonderingen en de uitvoering daarvan worden beschreven in artikel 7. Artikel 8 omvat specifieke bepalingen inzake activiteiten die gefinancierd worden door een internationale of regionale organisatie of die gecofinancierd worden door een derde land. In artikel 9 worden specifieke bepalingen vastgesteld inzake humanitaire hulp.

  8. In de basisverordeningen inzake buitenlandse hulp en Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 over het financieel reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(5) (hierna „het financieel reglement” genoemd) is de toegang tot communautaire buitenlandse hulp gedefinieerd. De voorgestelde wijzigingen hierin maken wijzigingen van al deze instrumenten noodzakelijk. Alle wijzigingen op relevante basisverordeningen zijn vermeld in bijlage I bij deze verordening.

  9. Bij het gunnen van opdrachten uit hoofde van een communautair instrument wordt speciale aandacht besteed aan de inachtneming van internationaal overeengekomen fundamentele arbeidsnormen van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO), verdragen inzake vrijheid van vereniging en collectieve arbeidsovereenkomsten, de uitbanning van gedwongen en verplichte arbeid, de uitbanning van discriminatie in verband met arbeid en beroep alsmede de afschaffing van kinderarbeid.

  10. Bij het gunnen van opdrachten uit hoofde van een communautair instrument wordt speciale aandacht besteed aan de inachtneming van de volgende internationaal overeengekomen milieuverdragen: het Verdrag inzake biologische diversiteit van 1992, het Protocol van Cartagena inzake bioveiligheid van 2000, en het Protocol van Kyoto bij het kaderverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering van 1997,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1 Toepassingsgebied

In deze verordening worden de regels vastgesteld voor de toegang van belanghebbende partijen tot alle communautaire instrumenten voor buitenlandse hulp die gefinancierd worden uit hoofde van de algemene begroting van de Europese Unie (bijlage I).

Artikel 2 Definitie

Voor de interpretatie van de in deze verordening gebruikte termen wordt verwezen naar het Financieel Reglement en Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 van de Commissie van 23 december 2002 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(6).

Artikel 3 Criteria

1.

De procedures voor aanbestedingen en subsidies uit hoofde van een communautair instrument staan open voor alle rechtspersonen die gevestigd zijn in een lidstaat van de Europese Gemeenschap, een door de Europese Gemeenschap erkende kandidaat-lidstaat of een lidstaat van de Europese Economische Ruimte.

2.

De procedures voor aanbestedingen en subsidies uit hoofde van een communautair instrument met een specifiek thema, zoals beschreven in bijlage I, deel A, staan open voor alle rechtspersonen die gevestigd zijn in een ontwikkelingsland, op grond van de lijst van de Commissie voor Ontwikkelingsbijstand (DAC) van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) (bijlage II), bijkomstig bij de rechtspersonen die aanmerking komen overeenkomstig het respectieve instrument.

3.

De procedures voor aanbestedingen en subsidies uit hoofde van een communautair instrument voor een specifiek gebied, zoals beschreven in bijlage I, deel B, staan open voor alle rechtspersonen die gevestigd zijn in een ontwikkelingsland, op grond van de OESO/DAC-lijst (bijlage II) en waarvoor expliciet vermeld is dat ze in aanmerking komen alsook de in het respectieve instrument reeds vermelde rechtspersonen die in aanmerking komen.

4.

De procedures voor aanbestedingen en subsidies uit hoofde van een communautair instrument staan open voor alle rechtspersonen die gevestigd zijn in andere landen als bedoeld in de leden 1 tot en met 3 van dit artikel, mits overeenkomstig artikel 6 wederkerige toegang tot hun buitenlandse hulp is vastgelegd.

5.

De procedures voor aanbestedingen en subsidies uit hoofde van een communautair instrument staan open voor internationale organisaties.

6.

Het bovenstaande geldt onverminderd de categorieën van organisaties die in aanmerking komen voor alle contracten en de in artikel 114, lid 1, van het financieel reglement bedoelde uitzonderingen.

Artikel 4 Deskundigen

Voor deskundigen die in dienst werken van de deelnemers aan een gunningsprocedure als omschreven in de artikelen 3 en 8 gelden geen nationaliteitsvereisten. Dit artikel laat de kwalitatieve en financiële vereisten die zijn opgenomen in de communautaire regels voor overheidsopdrachten onverlet.

Artikel 5 Oorsprongsregels

Artikel 6 Wederkerigheid met derde landen

Artikel 7 Uitzondering op de regels voor toegankelijkheid en oorsprong

Artikel 8 Activiteiten in samenwerking met internationale organisaties of cofinanciering

Artikel 9 Humanitaire hulp en NGO’s

Artikel 10 Eerbiediging van fundamentele beginselen en versterking van lokale markten

Artikel 11 Toepassing van de verordening

Artikel 12 Inwerkingtreding

BIJLAGE I

BIJLAGE II

BIJLAGE IIILIJST VAN LEDEN VAN DE COMMISSIE VOOR ONTWIKKELINGSBIJSTAND (DAC) VAN DE OESO

BIJLAGE IVCitaten uit de Aanbeveling inzake de ontkoppeling van de officiële ontwikkelingshulp aan de minst ontwikkelde landen van de Commissie voor Ontwikkelingsbijstand van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO/DAC), maart 2001