Home

Beschikking van de Commissie van 14 juni 2006 betreffende bepaalde beschermende maatregelen in verband met hoogpathogene aviaire influenza van het subtype H5N1 bij pluimvee in de Gemeenschap en tot intrekking van Beschikking 2006/135/EG (Kennisgeving geschied onder nummer C(2006) 2400) (Voor de EER relevante tekst) (2006/415/EG)

Beschikking van de Commissie van 14 juni 2006 betreffende bepaalde beschermende maatregelen in verband met hoogpathogene aviaire influenza van het subtype H5N1 bij pluimvee in de Gemeenschap en tot intrekking van Beschikking 2006/135/EG (Kennisgeving geschied onder nummer C(2006) 2400) (Voor de EER relevante tekst) (2006/415/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op Richtlijn 89/662/EEG van de Raad van 11 december 1989 inzake veterinaire controles in het intracommunautaire handelsverkeer in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt(1), en met name op artikel 9, lid 4,

Gelet op Richtlijn 90/425/EEG van de Raad van 26 juni 1990 inzake veterinaire en zoötechnische controles in het intracommunautaire handelsverkeer in bepaalde levende dieren en producten in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt(2), en met name op artikel 10, lid 4,

Gelet op Verordening (EG) nr. 998/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 inzake veterinairrechtelijke voorschriften voor het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren en houdende wijziging van Richtlijn 92/65/EEG van de Raad(3), en met name op artikel 18,

Gelet op Richtlijn 2005/94/EG van de Raad van 20 december 2005 betreffende communautaire maatregelen ter bestrijding van aviaire influenza en tot intrekking van Richtlijn 92/40/EEG(4), en met name op artikel 66, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. Aviaire influenza is een besmettelijke virale ziekte bij pluimvee en andere vogels, die leidt tot sterfte en anomalieën die snel de vorm van een epizoötie kunnen aannemen en daardoor een ernstige bedreiging vormen voor de diergezondheid en voor de rentabiliteit van de pluimveehouderij. Onder bepaalde omstandigheden kan de ziekte ook een bedreiging vormen voor de menselijke gezondheid. Het gevaar bestaat dat de ziekteverwekker wordt verspreid naar andere bedrijven, naar wilde vogels en, via de internationale handel in levende vogels of producten daarvan, van de ene lidstaat naar de andere en naar derde landen.

  2. Wanneer op het grondgebied van een lidstaat bij pluimvee een hoogpathogeen aviaire influenza A-virus van het subtype H5 wordt ontdekt en wanneer, in afwachting van de bepaling van het neuraminidasetype (N), op grond van het klinische beeld en de epidemiologische omstandigheden wordt vermoed dat het hier gaat om hoogpathogene aviaire influenza, veroorzaakt door een hoogpathogeen aviaire influenza A-virus van het subtype H5N1, of wanneer de aanwezigheid van hoogpathogene aviaire influenza van dat subtype is bevestigd, moet de lidstaat in kwestie bepaalde beschermende maatregelen toepassen om het risico van verspreiding van de ziekte tot een minimum te beperken.

  3. Dergelijke beschermende maatregelen werden vastgesteld bij Beschikking 2006/135/EG van de Commissie van 22 februari 2006 betreffende bepaalde beschermende maatregelen in verband met hoogpathogene aviaire influenza bij pluimvee in de Gemeenschap(5), uit te voeren in aanvulling op de maatregelen als bedoeld in Richtlijn 92/40/EEG van de Raad van 19 mei 1992 tot vaststelling van communautaire maatregelen voor de bestrijding van aviaire influenza(6), met name ten aanzien van het verkeer van bepaalde vogels en van producten van pluimvee en andere vogels die uit het door de ziekte getroffen gebied afkomstig zijn.

  4. In het licht van recente wetenschappelijke inzichten in de risico’s van aviaire influenza voor de dier- en volksgezondheid, de ontwikkeling van nieuwe laboratoriumtests en nieuwe vaccins en de ervaringen die gedurende recente uitbraken van de ziekte in de Gemeenschap en derde landen zijn opgedaan, zijn de maatregelen van Richtlijn 92/40/EEG grondig herzien. In het licht daarvan werd Richtlijn 92/40/EEG ingetrokken en vervangen door Richtlijn 2005/94/EG, die uiterlijk op 1 juli 2007 door de lidstaten in intern recht moet zijn omgezet.

  5. In afwachting van de omzetting van Richtlijn 2005/94/EG en gezien de huidige ziektesituatie met betrekking tot aviaire influenza in de Gemeenschap, moesten overgangsmaatregelen worden vastgesteld voor bedrijven waar uitbraken van aviaire influenza, veroorzaakt door hoogpathogene aviaire-influenzavirussen, bij pluimvee of andere in gevangenschap levende vogels worden vermoed of zijn bevestigd.

  6. Die overgangsmaatregelen, die worden vastgesteld in Beschikking 2006/416/EG van de Commissie(7), moeten de lidstaten in staat stellen om op adequate en flexibele wijze ziektebestrijdingsmaatregelen te nemen, waarbij rekening wordt gehouden met de aan de verschillende virusstammen verbonden risico’s en het waarschijnlijke sociaal-economische effect van de maatregelen op de landbouwsector en andere betrokken sectoren en er tegelijkertijd zorg voor wordt gedragen dat de maatregelen voor ieder afzonderlijk scenario het meest geschikt zijn.

  7. Naarmate de omzetting van Richtlijn 2005/94/EG door sommige lidstaten vordert, moet iedere verwijzing naar de overgangsmaatregelen gelezen worden als een verwijzing naar het desbetreffende punt in Richtlijn 2005/94/EG.

  8. Gezien echter het bijzondere risico van de ziekte en de epidemiologische situatie met betrekking tot hoogpathogene aviaire influenza, en gelet op de ernstige economische gevolgen die de ziekte kan hebben, met name in gebieden met een dichte pluimveepopulatie, moeten bepaalde aanvullende maatregelen zoals vastgesteld bij Beschikking 2006/135/EG, worden gehandhaafd. Die maatregelen moeten gericht zijn op aanscherping van de plaatselijke bestrijdingsmaatregelen, regionalisatie van de getroffen lidstaat door het getroffen gedeelte van het grondgebied te isoleren van het ziektevrije gedeelte, en herstel van het vertrouwen van de pluimveesector en de handelspartners in de veiligheid van de uit het ziektevrije deel van het land afkomstige producten.

  9. De bij Beschikking 2006/135/EG vastgestelde maatregelen moeten in overeenstemming worden gebracht met die van Beschikking 2006/416/EG en daarom moet Beschikking 2006/135/EG met het oog op de duidelijkheid en samenhang worden ingetrokken en worden vervangen door deze beschikking, die slechts de aanvullende bestrijdingsmaatregelen handhaaft die gelden voor de specifieke ziektesituatie met betrekking tot hoogpathogene aviaire influenza van het subtype H5N1.

  10. Gelet op de verschillen in risico van de ziekte in geval van een uitbraak van hoogpathogene aviaire influenza, moet de getroffen lidstaat in nauwe samenwerking met de Commissie een hoog- en een laagrisicogebied instellen die moeten worden geïsoleerd van het ziektevrije gedeelte van het grondgebied.

  11. Indien de epidemiologische situatie zulks vereist, moeten ten aanzien van de door de uitbraak of vermoedelijke uitbraak van hoogpathogene aviaire influenza getroffen gebieden passende maatregelen genomen worden, met name door deze gebieden overeenkomstig de procedure van artikel 10, lid 3 of 4, van Richtlijn 90/425/EEG en artikel 9, lid 3 of 4, van Richtlijn 89/662/EEG in de bijlage bij deze beschikking af te bakenen en deze afbakening aan de situatie aan te passen.

  12. De maatregelen van Beschikking 2005/734/EG van de Commissie van 19 oktober 2005 tot vaststelling van bioveiligheidsmaatregelen ter beperking van het risico van overdracht van hoogpathogene aviaire influenza, veroorzaakt door het influenza A-virus subtype H5N1, van in het wild levende vogels naar pluimvee en andere in gevangenschap levende vogels en tot instelling van een systeem voor vroege opsporing in risicogebieden(8) moeten in de door de ziekte getroffen gebieden worden uitgevoerd.

  13. Met het oog op de consistentie moeten voor de toepassing van deze beschikking bepaalde definities gelden van Richtlijn 2005/94/EG, Richtlijn 90/539/EEG van de Raad van 15 oktober 1990 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer en de invoer uit derde landen van pluimvee en broedeieren(9), Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong(10) en Verordening (EG) nr. 998/2003.

  14. Richtlijn 92/65/EEG van de Raad van 13 juli 1992 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften voor het handelsverkeer en de invoer in de Gemeenschap van dieren, sperma, eicellen en embryo’s waarvoor ten aanzien van de veterinairrechtelijke voorschriften geen specifieke communautaire regelgeving als bedoeld in bijlage A, onder I, van Richtlijn 90/425/EEG geldt(11), voorziet in officieel erkende instellingen, instituten en centra, alsmede in een modelcertificaat voor dieren of gameten die tussen dergelijke erkende inrichtingen in verschillende lidstaten worden verhandeld. Voor vogels afkomstig van en bestemd voor overeenkomstig die richtlijn erkende instellingen, instituten en centra moet een afwijking van de vervoersbeperkingen mogelijk zijn.

  15. Het vervoer van broedeieren uit de beschermingsgebieden moet onder bepaalde voorwaarden worden toegestaan. Het vervoer van broedeieren naar andere landen moet worden toegestaan met inachtneming van met name de voorwaarden van Richtlijn 2005/94/EG. In dat geval moet op de diergezondheidscertificaten overeenkomstig Richtlijn 90/539/EEG naar deze beschikking worden verwezen.

  16. De verzending uit de beschermingsgebieden van vlees, gehakt vlees, separatorvlees, vleesbereidingen en vleesproducten van vrij vederwild moet onder bepaalde voorwaarden worden toegestaan, waarbij met name moet worden voldaan aan bepaalde voorschriften van Verordening (EG) nr. 853/2004 en Verordening (EG) nr. 854/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke voorschriften voor de organisatie van de officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong(12).

  17. Richtlijn 2002/99/EG van de Raad van 16 december 2002 houdende vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor de productie, de verwerking, de distributie en het binnenbrengen van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong(13) bevat een lijst van behandelingen waardoor vlees uit gebieden met beperkende maatregelen veilig wordt, biedt de mogelijkheid om een bijzonder identificatiemerk te gebruiken en bevat het identificatiemerk voor vlees dat om veterinairrechtelijke redenen niet in de handel mag worden gebracht. De verzending uit de beschermingsgebieden van vlees met het in die richtlijn bedoelde merk en van vleesproducten die de daarin genoemde behandelingen hebben ondergaan, moet worden toegestaan.

  18. Verordening (EG) nr. 2076/2005 biedt bij wijze van overgangsmaatregel de mogelijkheid om een nationaal identificatiemerk te gebruiken bij voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong die alleen op het grondgebied van de lidstaat waar zij vervaardigd zijn in de handel mogen worden gebracht.

  19. Krachtens Verordening (EG) nr. 1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 3 oktober 2002 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten(14) is het in de handel brengen van een reeks dierlijke bijproducten, van oorsprong uit gebieden van de Gemeenschap waarvoor beperkende veterinairrechtelijke maatregelen gelden, toegestaan omdat die producten veilig geacht worden vanwege de specifieke omstandigheden bij de productie, de verwerking en het gebruik, waardoor eventuele ziekteverwekkers doeltreffend worden geïnactiveerd of contact met vatbare dieren wordt voorkomen.

  20. Rekening houdend met de maatregelen die zijn ingesteld na een uitbraak van hoogpathogene aviaire influenza van het subtype H5N1 in een hobbypluimveekoppel in Denemarken en de instelling van gebieden A en B overeenkomstig artikel 2, lid 4, onder b) en c), van Beschikking 2006/135/EG, moeten deze gebieden opgenomen blijven in de bijlage bij deze beschikking en moeten na een recente uitbraak van aviaire influenza van het subtype H5 in een ganzenkoppel in Hongarije nieuwe gebieden A en B worden opgenomen.

  21. Beschikking 2006/135/EG moet derhalve worden ingetrokken en door deze beschikking worden vervangen.

  22. De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1 Onderwerp en werkingssfeer

1.

Deze beschikking bevat bepaalde beschermende maatregelen die moeten worden toegepast in gevallen van hoogpathogene aviaire influenza bij pluimvee op het grondgebied van een lidstaat (de „getroffen lidstaat”), veroorzaakt door een hoogpathogeen influenza A-virus van subtype H5 waarvan wordt vermoed („vermoedelijke uitbraak”) of is bevestigd („uitbraak”) dat het neuraminidasetype N1 is, om de verspreiding van aviaire influenza naar de ziektevrije gebieden van de Gemeenschap via het vervoer van pluimvee, andere vogels en de producten daarvan te voorkomen.

2.

De in deze beschikking vastgestelde maatregelen zijn van toepassing onverminderd de maatregelen die bij een uitbraak van hoogpathogene aviaire influenza bij pluimvee overeenkomstig Richtlijn 2005/94/EG genomen moeten worden.

Artikel 2 Definities

Voor de toepassing van deze beschikking gelden de in Richtlijn 2005/94/EG vastgestelde definities. Daarnaast zijn de volgende definities van toepassing:

  1. „broedeieren”: broedeieren gelegd door pluimvee als omschreven in artikel 2, punt 4, van Richtlijn 2005/94/EG;

  2. „vrij vederwild”: wild als bedoeld in punt 1.5, tweede streepje, en, voor zover het vogelsoorten betreft, in punt 1.7 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 853/2004;

  3. „andere in gevangenschap levende vogels”: vogels als omschreven in artikel 2, punt 6, van Richtlijn 2005/94/EEG, waaronder:

    1. gezelschapsvogels als bedoeld in artikel 3, onder a), van Verordening (EG) nr. 998/2003, en

    2. vogels bestemd voor officieel erkende instellingen, instituten of centra als omschreven in artikel 2, lid 1, onder c), van Richtlijn 92/65/EEG.

Artikel 3 Gebieden A en B

1.

Het in deel A van de bijlage vermelde gebied („gebied A”) wordt aangemerkt als hoogrisicogebied, bestaande uit de overeenkomstig artikel 16 van Richtlijn 2005/94/EG ingestelde beschermings- en toezichtsgebieden.

2.

Het in deel B van de bijlage vermelde gebied („gebied B”) wordt aangemerkt als laagrisicogebied, dat het hele of delen van het overeenkomstig artikel 16 van Richtlijn 2005/94/EG ingestelde verdere beperkingsgebied kan omvatten en dat gelegen is tussen gebied A en het ziektevrije deel van de getroffen lidstaat, voor zover dat er is, of buurlanden.

Artikel 4 Instelling van de gebieden A en B

1.

Onmiddellijk na een vermoedelijke of bevestigde uitbraak van hoogpathogene aviaire influenza veroorzaakt door het hoogpathogene influenza A-virus van subtype H5 waarvan wordt vermoed of is bevestigd dat het neuraminidasetype N1 is, stelt de getroffen lidstaat:

  1. gebied A in, rekening houdend met de wettelijke vereisten van artikel 16 van Richtlijn 2005/94/EG;

  2. gebied B in, rekening houdend met factoren van geografische, administratieve, ecologische en epizoötiologische aard in verband met aviaire influenza.

De getroffen lidstaat stelt de Commissie, de andere lidstaten en zo nodig de bevolking van de instelling van de gebieden A en B in kennis.

2.

In samenwerking met de getroffen lidstaat onderzoekt de Commissie de door de getroffen lidstaat ingestelde gebieden en neemt zij voor die gebieden de nodige maatregelen overeenkomstig artikel 9, leden 3 en 4, van Richtlijn 89/662/EEG en artikel 10, lid 3 of 4, van Richtlijn 90/425/EEG.

3.

Indien het niet om het neuraminidasetype N1 blijkt te gaan, trekt de getroffen lidstaat de voor de betrokken gebieden genomen maatregelen in en stelt hij de Commissie en de andere lidstaten daarvan in kennis.

In samenwerking met de getroffen lidstaat neemt de Commissie de nodige maatregelen krachtens artikel 9, leden 3 en 4, van Richtlijn 89/662/EEG en artikel 10, lid 3 of 4, van Richtlijn 90/425/EEG.

4.

Indien de aanwezigheid van een hoogpathogeen influenza A-virus van het subtype H5N1 bij pluimvee wordt bevestigd:

  1. informeert de getroffen lidstaat de Commissie en de andere lidstaten;

  2. past de getroffen lidstaat de maatregelen van artikel 5 toe:

    1. gedurende minimaal 21 dagen in het beschermingsgebied en 30 dagen in het toezichtsgebied gerekend vanaf de datum van voltooiing van de voorbereidende reinigings- en ontsmettingswerkzaamheden op het bedrijf waar een uitbraak is bevestigd overeenkomstig artikel 11, lid 8, van Richtlijn 2005/94/EG, en tevens.

    2. zo lang als nodig is gezien de factoren van geografische, administratieve, ecologische en epizoötiologische aard in verband met aviaire influenza; of

    3. tot de voor de getroffen lidstaat in de bijlage vermelde datum;

  3. houdt hij de Commissie en de andere lidstaten op de hoogte van de ontwikkelingen in de gebieden A en B.

In samenwerking met de getroffen lidstaat neemt de Commissie de nodige maatregelen krachtens artikel 9, leden 3 en 4, van Richtlijn 89/662/EEG en artikel 10, lid 3 of 4, van Richtlijn 90/425/EEG.

Artikel 5 Algeheel verbod

Artikel 6 Afwijkingen voor levend pluimvee en eendagskuikens

Artikel 7 Afwijkingen voor broedeieren en SPF-eieren

Artikel 8 Afwijkingen voor vlees, gehakt vlees en separatorvlees van vrij vederwild en vleesbereidingen en vleesproducten die met dat vlees bereid zijn

Artikel 9 Afwijking voor dierlijke bijproducten

Artikel 10 Voorwaarden voor verplaatsingen

Artikel 11 Naleving en informatie

Artikel 12 Geldigheid

Artikel 13 Intrekking

Artikel 14 Adressaten

BIJLAGE