Er wordt een tariefcontingent geopend voor de invoer van 242 074 t maïs van de GN-codes 1005 10 90 en 1005 90 00 (volgnummer 09.4131).
Verordening (EG) nr. 969/2006 van de Commissie van 29 juni 2006 betreffende de opening en de wijze van beheer van een communautair tariefcontingent voor de invoer van maïs uit derde landen
Verordening (EG) nr. 969/2006 van de Commissie van 29 juni 2006 betreffende de opening en de wijze van beheer van een communautair tariefcontingent voor de invoer van maïs uit derde landen
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen(1), en met name op artikel 12, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
De overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika uit hoofde van artikel XXIV, lid 6, en artikel XXVIII van de GATT 1994(2), die is goedgekeurd bij Besluit 2006/333/EG van de Raad(3), voorziet met name in de opening van een communautair tariefcontingent voor de invoer van ten hoogste 242 074 t maïs per jaar.
Met het oog op een geordende, niet-speculatieve invoer van de onder dit tariefcontingent vallende maïs moet worden bepaald dat voor de bedoelde invoertransacties een invoercertificaat moet worden overgelegd. Op verzoek van de belanghebbenden worden deze certificaten afgegeven binnen de vastgestelde hoeveelheden en, in voorkomend geval, na vaststelling van een op de aangevraagde hoeveelheden toe te passen toewijzingscoëfficient.
Met het oog op een goed beheer van dit contingent moet worden bepaald welke termijnen gelden voor de indiening van de certificaataanvragen en welke gegevens in de aanvragen en certificaten moeten voorkomen.
Om erop toe te zien dat de door eenzelfde marktdeelnemer gevraagde hoeveelheden reëel zijn, moet worden bepaald dat een marktdeelnemer slechts één invoercertificaataanvraag per periode van een week mag indienen en moet ook worden voorzien in een sanctie ingeval deze verplichting niet wordt nageleefd.
Met het oog op de leveringsvoorwaarden moet worden afgeweken van de geldigheidsduur van de certificaten.
Voor een doeltreffend beheer van het contingent dient te worden afgeweken van het bepaalde in Verordening (EG) nr. 1291/2000 van de Commissie van 9 juni 2000 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer-, uitvoer- en voorfixatiecertificaten voor landbouwproducten(4), ten aanzien van de mogelijkheid om certificaten over te dragen en de tolerantie met betrekking tot de in het vrije verkeer gebrachte hoeveelheden.
Voor een goed beheer van het contingent en in afwijking van het bepaalde in artikel 12 van Verordening (EG) nr. 1342/2003 van de Commissie van 28 juli 2003 houdende bijzondere uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer- en uitvoercertificaten in de sector granen en rijst(5), moet de zekerheid met betrekking tot de invoercertificaten op een relatief hoog niveau worden vastgesteld.
Het is belangrijk ervoor te zorgen dat Commissie en lidstaten elkaar, ook langs elektronische weg, snel informeren over de aangevraagde en de ingevoerde hoeveelheden.
De oorsprong van de onder deze verordening vallende producten wordt bepaald overeenkomstig de in de Gemeenschap geldende regels. Om zich van de oorsprong te vergewissen, dient bij invoer een oorsprongscertificaat te worden geëist dat is afgegeven door de autoriteiten van het derde land van oorsprong van de maïs, overeenkomstig de communautaire regelgeving.
Aangezien in de overeenkomst tussen de Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika is bepaald dat die overeenkomst met ingang van 1 juli 2006 moet worden uitgevoerd, moet de onderhavige verordening in werking treden op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor granen,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Het contingent wordt ieder jaar op 1 januari geopend. Het invoerrecht voor het contingent bedraagt 0 %.
Onverminderd het bepaalde in de onderhavige verordening zijn de Verordeningen (EG) nr. 1291/2000, (EG) nr. 1342/2003, en (EG) nr. 1301/2006(6) van de Commissie van toepassing.
Artikel 2
Het contingent wordt opgesplitst in twee zesmaandelijkse tranches, voor de volgende periodes en hoeveelheden:
-
tranche 1: 1 januari tot en met 30 juni — 121 037 ton;
-
tranche 2: 1 juli tot en met 31 december — 121 037 ton.
Wanneer de hoeveelheden voor de tranche 1 zijn uitgeput, kan de Commissie overeenkomstig de in artikel 25, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1784/2003 bedoelde procedure de volgende tranche vervroegd openen.
Artikel 4
In afwijking van artikel 6, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1301/2006 mag een aanvrager per week slechts één certificaataanvraag indienen. Wanneer door dezelfde belanghebbende meer dan één aanvraag wordt ingediend, is geen van zijn aanvragen ontvankelijk, en worden de bij de indiening van de aanvragen gestelde zekerheden verbeurd ten gunste van de betrokken lidstaat.
De aanvragen voor een invoercertificaat worden iedere week uiterlijk op maandag om 13 uur (plaatselijke tijd Brussel) bij de bevoegde autoriteiten van de lidstaten ingediend.
Voor het jaar 2007 begint de termijn voor de indiening van de eerste aanvragen pas op de eerste werkdag van het jaar 2007, en loopt deze uiterlijk op 8 januari 2007 af, en is de eerste betrokken maandag voor het opsturen van de invoercertificaataanvragen naar de Commissie overeenkomstig lid 3, maandag 8 januari 2007.
In elke certificaataanvraag wordt een hoeveelheid in kilogram, zonder decimalen, vermeld.
Op de invoercertificaataanvraag en op het invoercertificaat wordt slechts één enkel land van oorsprong vermeld.
Op de laatste dag van indiening van de certificaataanvragen, uiterlijk om 18 uur (plaatselijke tijd Brussel), zenden de bevoegde autoriteiten de Commissie elektronisch een mededeling toe, waarin elke aanvraag wordt vermeld, met de oorsprong van het product en de gevraagde hoeveelheid, met inbegrip van de vermelding „geen” als geen aanvragen zijn ingediend.
De certificaten worden afgegeven op de vierde werkdag volgende op de in lid 3 bedoelde mededeling.
Artikel 5
Overeenkomstig het bepaalde in artikel 23, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1291/2000 gaat de geldigheidsduur van het certificaat in op de dag van de feitelijke afgifte.