Home

Verordening (EG) n r. 423/2007 van de Raad van 19 april 2007 betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van Iran

Verordening (EG) n r. 423/2007 van de Raad van 19 april 2007 betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van Iran

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op de artikelen 60 en 301,

Gelet op Gemeenschappelijk Standpunt 2007/140/GBVB van de Raad van 27 februari 2007 inzake beperkende maatregelen ten aanzien van Iran(1),

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. Op 23 december 2006 heeft de VN-Veiligheidsraad Resolutie 1737 (2006) aangenomen. Deze resolutie houdt in dat Iran met onmiddellijke ingang alle activiteiten met betrekking tot de verrijking en opwerking van uranium en alle projecten met betrekking tot zwaar water moet stopzetten, en de door de Raad van Bestuur van de IAEA vastgestelde maatregelen moet nemen die volgens de VN-Veiligheidsraad van essentieel belang zijn voor het opbouwen van vertrouwen in het uitsluitend vreedzame doel van het Iraanse nucleaire programma. Teneinde Iran ertoe te bewegen zich te voegen naar dit bindende besluit, heeft de VN-Veiligheidsraad besloten dat alle leden van de Verenigde Naties beperkende maatregelen moeten toepassen.

  2. Het naar aanleiding van Resolutie 1737 (2006) aangenomen Gemeenschappelijk Standpunt 2007/140/GBVB voorziet in beperkende maatregelen ten aanzien van Iran. Deze maatregelen omvatten beperkingen op de in- en uitvoer van goederen en technologie die een bijdrage kunnen leveren tot de activiteiten van Iran met betrekking tot de verrijking of opwerking van uranium of met betrekking tot zwaar water, of tot de ontwikkeling van overbrengingssystemen voor nucleaire wapens, alsmede een verbod op de verstrekking van daarmee verband houdende diensten, een verbod op investeringen met betrekking tot deze goederen en technologie uit Iran, een verbod op de aanschaf van deze goederen en technologie afkomstig uit Iran, en de bevriezing van de tegoeden en economische middelen van personen, entiteiten en lichamen die zich bezighouden met, direct betrokken zijn bij of steun verlenen aan dergelijke activiteiten of de ontwikkeling daarvan.

  3. Deze maatregelen vallen binnen het toepassingsgebied van het Verdrag; derhalve is, om te garanderen dat zij in alle lidstaten door de marktdeelnemers uniform worden toegepast, communautaire wetgeving noodzakelijk voor de tenuitvoerlegging van de maatregelen voor zover het de Gemeenschap betreft.

  4. Deze verordening heeft voorrang op de bestaande communautaire wetgeving die voorziet in algemene voorschriften voor de uitvoer naar en invoer uit derde landen, en met name op Verordening (EG) nr. 1334/2000 van de Raad van 22 juni 2000 tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer van producten en technologie voor tweeërlei gebruik(2), voor zover deze verordening betrekking heeft op dezelfde goederen en technologie.

  5. Om praktische redenen dient de Commissie te worden gemachtigd de lijst te publiceren van verboden goederen en technologie en eventuele wijzigingen daarop die door het Sanctiecomité van de VN-Veiligheidsraad worden aangenomen. Ook dient zij te worden gemachtigd de lijst te wijzigen van personen, entiteiten en lichamen wier tegoeden en economische middelen moeten worden bevroren op basis van beslissingen van de VN-Veiligheidsraad of het Sanctiecomité.

  6. Wat betreft de procedure voor het vaststellen en wijzigen van de lijst van artikel 7, lid 2, van deze verordening, moet de Raad de overeenkomstige uitvoeringsbevoegdheden zelf uitoefenen gezien de doelstellingen van UNSCR 1737 (2006), met name de beheersing van de ontwikkeling door Iran van gevoelige technologieën ter ondersteuning van zijn nucleaire programma's en raketprogramma's, en van de proliferatiegevoelige aard van de activiteiten van de personen en entiteiten die deze programma's steunen.

  7. De lidstaten stellen vast welke sancties van toepassing zijn bij overtreding van de bepalingen van deze verordening. Deze sancties dienen doeltreffend, evenredig en afschrikkend te zijn.

  8. Teneinde de effectiviteit van de maatregelen waarin deze verordening voorziet te waarborgen, dient deze verordening op de dag van haar bekendmaking in werking te treden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

In deze verordening wordt verstaan onder:

  1. „Sanctiecomité”: het comité van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties dat bij punt 18 van Resolutie 1737 (2006) van de VN-Veiligheidsraad is ingesteld;

  2. „technische bijstand”: elke technische ondersteuning in verband met reparaties, ontwikkeling, productie, assemblage, beproeving, onderhoud of enige andere technische dienst; deze kan de vorm aannemen van bijvoorbeeld onderricht, opleiding, overdracht van praktische kennis of vaardigheden of adviesdiensten; met inbegrip van mondelinge vormen van bijstand;

  3. de term „goederen” omvat artikelen, materieel en uitrusting;

  4. de term „technologie” omvat ook software;

  5. „investering”: verwerven of uitbreiden van een deelneming in ondernemingen, inclusief de volledige verwerving van dergelijke ondernemingen en de verwerving van aandelen en effecten die een deelnemingsrecht vertegenwoordigen;

  6. „diensten als tussenhandelaar”: activiteiten van personen, entiteiten en partnerschappen die optreden als tussenhandelaar door goederen en technologie te kopen of te verkopen of de overdracht ervan te organiseren, of door te onderhandelen over of het organiseren van transacties waarbij goederen of technologie worden overgedragen;

  7. „tegoeden”: financiële activa en economische voordelen van enigerlei aard, met inbegrip van, maar niet beperkt tot:

    1. contanten, cheques, geldvorderingen, wissels, postwissels en andere betaalmiddelen;

    2. deposito's bij financiële instellingen of andere entiteiten, saldi op rekeningen, schulden en schuldbewijzen;

    3. in het openbaar en onderhands verhandelde waardepapieren en schuldbewijzen, inclusief aandelen, certificaten van waardepapieren, obligaties, promesses, warrants, schuldbekentenissen en derivatencontracten;

    4. interesten, dividenden of andere inkomsten uit of waarde voortkomende uit of gegenereerd door activa;

    5. krediet, recht op compensatie, garanties, uitvoeringsgaranties of andere financiële verplichtingen;

    6. kredietbrieven, connossementen, koopbrieven; en

    7. bewijsstukken van belangen in fondsen of financiële middelen;

  8. „bevriezing van tegoeden”: het voorkomen van het op enigerlei wijze muteren, overmaken, corrigeren en gebruiken van of omgaan met tegoeden met als gevolg wijzigingen van hun omvang, bedrag, locatie, eigenaar, bezit, onderscheidende kenmerken, bestemming of verdere wijzigingen waardoor het gebruik van de tegoeden, inclusief het beheer van een beleggingsportefeuille, mogelijk wordt gemaakt;

  9. „economische middelen”: activa van enigerlei aard, materieel of immaterieel, roerend of onroerend, die geen tegoeden vormen, maar kunnen worden gebruikt om tegoeden, goederen of diensten te verkrijgen;

  10. „bevriezing van economische middelen”: het voorkomen van het gebruiken van economische middelen om op enigerlei wijze tegoeden, goederen of diensten te verkrijgen, inclusief, maar niet daartoe beperkt, door deze te verkopen, te verhuren of te verhypothekeren;

  11. „grondgebied van de Gemeenschap”: het grondgebied van alle lidstaten waarop het Verdrag van toepassing is, onder de in het Verdrag bepaalde voorwaarden, inclusief hun luchtruim.

Artikel 2

1.

Er wordt een verbod ingesteld op:

  1. het direct of indirect verkopen, leveren of overdragen aan of exporteren van de hieronder genoemde goederen en technologie, al dan niet van oorsprong uit de Gemeenschap, ten behoeve van natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen in Iran of bestemd voor gebruik in Iran:

    1. alle goederen en technologie in de lijsten van de Groep van Nucleaire Exportlanden en het Missile Technology Control Regime. Die goederen en technologie worden in bijlage I opgesomd;

    2. andere goederen en technologie die volgens het Sanctiecomité of de VN-Veiligheidsraad gekwalificeerd kunnen worden als goederen en technologie die een bijdrage kunnen leveren tot de activiteiten van Iran met betrekking tot de verrijking of opwerking van uranium of met betrekking tot zwaar water, of tot de ontwikkeling van overbrengingssystemen voor nucleaire wapens. Ook die goederen en technologie worden in bijlage I opgesomd;

  2. het bewust en opzettelijk deelnemen aan activiteiten die ertoe strekken of die tot gevolg hebben dat de onder a) bedoelde verbodsbepaling wordt omzeild.

2.

Goederen en technologie die zijn opgenomen in de Gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen, worden niet in bijlage I opgenomen(3).

Artikel 3

1.

Een voorafgaande vergunning is vereist voor het direct of indirect verkopen, leveren of overdragen aan en exporteren van de goederen en technologie, bedoeld in bijlage II, al dan niet van oorsprong uit de Gemeenschap, ten behoeve van een natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam in Iran of bestemd voor gebruik in Iran.

2.

Bijlage II bevat een lijst van alle goederen en technologie, andere dan die bedoeld in bijlage I, die een bijdrage kunnen leveren tot de activiteiten van Iran met betrekking tot de verrijking of opwerking van uranium of met betrekking tot zwaar water, of tot de ontwikkeling van overbrengingssystemen voor nucleaire wapens, dan wel een bijdrage kunnen leveren tot de uitoefening van activiteiten in verband met andere punten waarover de Internationale Organisatie voor Atoomenergie (IAEA) haar bezorgdheid heeft uitgesproken of heeft verklaard dat er nog geen duidelijkheid bestaat.

3.

De exporteurs verstrekken de bevoegde autoriteiten alle voor hun vergunningaanvraag vereiste relevante gegevens.

4.

De bevoegde autoriteiten van de lidstaten, die op de in bijlage III vermelde websites worden genoemd, verlenen geen toestemming voor de verkoop, levering, overdracht of uitvoer van de goederen en technologie bedoeld in bijlage II, indien zij vaststellen dat de betrokken verkoop, levering, overdracht of uitvoer een bijdrage zal leveren tot een van de volgende activiteiten:

  1. activiteiten van Iran met betrekking tot de verrijking of opwerking van uranium of met betrekking tot zwaar water,

  2. de ontwikkeling door Iran van overbrengingssystemen voor nucleaire wapens, of

  3. de uitoefening door Iran van activiteiten in verband met andere punten waarover de IAEA haar bezorgdheid heeft uitgesproken of heeft verklaard dat er nog geen duidelijkheid bestaat.

5.

De bevoegde autoriteiten van de lidstaten, die op de in bijlage III vermelde websites worden genoemd, kunnen, in de in lid 3 genoemde omstandigheden, een reeds verleende uitvoervergunning nietig verklaren, opschorten, wijzigen of intrekken.

6.

Indien de lidstaten een vergunning weigeren, nietig verklaren, opschorten, substantieel beperken of intrekken, overeenkomstig lid 4, stellen zij de andere lidstaten en de Commissie daarvan in kennis en delen zij de relevante informatie met hen, zulks met inachtneming van de bepalingen inzake de vertrouwelijkheid van dergelijke informatie als bedoeld in Verordening (EG) nr. 515/97 van de Raad van 13 maart 1997 betreffende de wederzijdse bijstand tussen de administratieve autoriteiten van de lidstaten en de samenwerking tussen deze autoriteiten en de Commissie met het oog op de juiste toepassing van de douane- en landbouwvoorschriften(4).

7.

Alvorens een lidstaat een uitvoervergunning verleent die door een andere lidstaat of andere lidstaten overeenkomstig lid 4 is geweigerd voor een wezenlijk identieke transactie waarvoor de weigering nog steeds geldig is, pleegt deze lidstaat eerst overleg met de lidstaat of lidstaten die de weigering als bedoeld in lid 5 en lid 6 heeft/hebben afgegeven. Indien de betrokken lidstaat na dit overleg besluit een vergunning te verlenen, stelt hij de andere lidstaten en de Commissie daarvan in kennis en verstrekt hij daarbij alle relevante informatie om het besluit toe te lichten.

Artikel 4

Het is verboden de goederen en technologie, als genoemd in bijlage I aan te schaffen, in te voeren of te vervoeren uit Iran, ongeacht of het betrokken product van oorsprong is uit Iran.

Artikel 5

Artikel 6

Artikel 7

Artikel 8

Artikel 9

Artikel 10

Artikel 11

Artikel 12

Artikel 13

Artikel 14

Artikel 15

Artikel 16

Artikel 17

Artikel 18

Artikel 19

BIJLAGE IGoederen en technologie als bedoeld in artikel 2, artikel 4 en artikel 5, lid 1

BIJLAGE II

BIJLAGE III

BIJLAGE IV

BIJLAGE V