Home

Gemeenschappelijk Optreden 2008/124/GBVB van de Raad van 4 februari 2008 inzake de rechtsstaatmissie van de Europese Unie in Kosovo, EULEX KOSOVO

Gemeenschappelijk Optreden 2008/124/GBVB van de Raad van 4 februari 2008 inzake de rechtsstaatmissie van de Europese Unie in Kosovo, EULEX KOSOVO

2008E0124 — NL — 14.10.2011 — 004.001


Dit document vormt slechts een documentatiehulpmiddel en verschijnt buiten de verantwoordelijkheid van de instellingen

►B

GEMEENSCHAPPELIJK OPTREDEN 2008/124/GBVB VAN DE RAAD

van 4 februari 2008

inzake de rechtsstaatmissie van de Europese Unie in Kosovo, EULEX KOSOVO

(PB L 042, 16.2.2008, p.92)

Gewijzigd bij:




▼B

GEMEENSCHAPPELIJK OPTREDEN 2008/124/GBVB VAN DE RAAD

van 4 februari 2008

inzake de rechtsstaatmissie van de Europese Unie in Kosovo, EULEX KOSOVO



DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name op artikel 14 en artikel 25, derde alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 10 juni 1999 heeft de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties Resolutie 1244 aangenomen, waarin de VN-Veiligheidsraad:

—„besluit dat de internationale civiele en veiligheidsaanwezigheid voor een beginperiode van 12 maanden wordt gevestigd, welke aanwezigheid nadien zal worden gecontinueerd tenzij de Veiligheidsraad anders beslist” (punt 19)

—„de secretaris-generaal toestaat om met de hulp van de betrokken internationale organisaties een internationale civiele aanwezigheid in Kosovo te vestigen …” en „besluit dat de voornaamste taken van de internationale civiele aanwezigheid o.a. het volgende omvatten … f) in een laatste fase, toezicht houden op de overdracht van gezag van de voorlopige Kosovaarse instellingen naar instellingen die bij een politieke regeling tot stand zijn gebracht … i) het handhaven van het burgerlijk recht en de civiele orde, onder meer door de oprichting van lokale politie-eenheden en ondertussen door het inzetten van een internationale politiemacht in Kosovo” (punten 10 en 11)

—„zich verheugt over het werk dat verricht wordt in de Europese Unie en andere internationale organisaties met het oog op een allesomvattende aanpak van de economische ontwikkeling en stabilisatie van de door de crisis in Kosovo getroffen regio, met inbegrip van de uitvoering van een Stabiliteitspact voor Zuidoost-Europa met brede internationale deelneming teneinde de democratie, de economische voorspoed, de stabiliteit en de regionale samenwerking te bevorderen” (punt 17).

(2)

De in dit gemeenschappelijk optreden bedoelde organen, instellingen en autoriteiten van Kosovo („de instellingen van Kosovo”) zijn de instellingen die zijn opgericht op basis van Resolutie 1244. Zij omvatten onder andere de Kosovaarse Politiedienst, het gerechtelijk apparaat en de daarmee verbonden ministeries van Binnenlandse Zaken en van Justitie.

(3)

Het is om humanitaire redenen nodig mogelijke gewelddaden, vervolgingen en intimidatie in Kosovo te voorkomen, waarbij desgevallend rekening moet worden gehouden met de verantwoordelijkheid jegens de bevolking als vermeld in Resolutie 1674 van de VN-Veiligheidsraad van 28 april 2006.

(4)

De Raad heeft op 10 april 2006 Gemeenschappelijk Optreden 2006/304/GBVB vastgesteld betreffende de instelling van een planningsteam van de EU (het EUPT Kosovo) met betrekking tot een mogelijke EU-crisisbeheersingsoperatie op het gebied van de rechtsstaat en eventueel op andere gebieden in Kosovo (5).

(5)

Op 11 december 2006 heeft de Raad zijn goedkeuring gehecht aan het crisisbeheersingsconcept voor een mogelijke EU-crisisbeheersingsoperatie op het gebied van de rechtsstaat en eventueel op andere gebieden in Kosovo.

(6)

In Gemeenschappelijk Optreden 2006/304/GBVB staat dat het hoofd van het EUPT Kosovo in het bijzonder handelt onder het gezag van het hoofd van de EU-crisisbeheersingsoperatie in Kosovo, zodra dit hoofd is benoemd.

(7)

Op 14 december 2007 heeft de Europese Raad te Brussel verklaard dat de EU bereid is een leidende rol te spelen bij het versterken van de stabiliteit in de regio overeenkomstig haar Europese vooruitzichten en bij de uitvoering van een definitieve regeling omtrent de toekomstige status van Kosovo. Zij verklaarde zich ook bereid Kosovo bij te staan op de weg naar duurzame stabiliteit, onder meer door een EVDB-missie en een bijdrage aan een internationaal civiel bureau als onderdeel van de internationale aanwezigheid. De Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen is verzocht de nadere bepalingen voor de missie vast te stellen, evenals een aanvangsdatum. De secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger (SG/HV) is verzocht de missie voor te bereiden middels gesprekken met de verantwoordelijke autoriteiten in Kosovo en met de Verenigde Naties. In dit verband heeft de secretaris-generaal van de VN verklaard dat de VN, samen met de betrokken internationale organisaties, vastbesloten is Kosovo bij te staan op de weg naar duurzame stabiliteit. De secretaris-generaal van de VN wees ook op de bereidheid van de Europese Unie om een grotere rol te spelen in Kosovo, zoals blijkt uit de conclusies van de Europese Raad van Brussel van 14 december 2007.

(8)

Parallel met dit gemeenschappelijk optreden zal de Raad een gemeenschappelijk standpunt inzake de benoeming van een speciale vertegenwoordiger van de EU voor Kosovo vaststellen.

(9)

Overeenkomstig de richtsnoeren van de Europese Raad van Nice van 7 tot en met 9 december 2000 moet in dit gemeenschappelijk optreden de rol van de SG/HV worden bepaald, overeenkomstig de artikelen 18 en 26 van het Verdrag.

(10)

Volgens artikel 14, lid 1, van het Verdrag moet voor de gehele duur van de uitvoering van het gemeenschappelijk optreden een financieel referentiebedrag worden bepaald. Vermelding van uit de algemene begroting van de Europese Unie te financieren bedragen illustreert de bereidheid van de politieke autoriteit, en is afhankelijk van de beschikbaarheid van vastleggingskredieten tijdens het betrokken begrotingsjaar.

(11)

Gezien de aard en omvang van de bij dit gemeenschappelijk optreden ingestelde missie zijn bijzondere voorschriften nodig voor het aantrekken van personeel en het plaatsen van opdrachten.

(12)

De commando- en controlestructuur van de missie laat de contractuele aansprakelijkheid van het hoofd van de missie ten aanzien van de Commissie voor de uitvoering van de begroting van de missie onverlet.

(13)

Voor deze missie moet de binnen het secretariaat-generaal van de Raad opgerichte wachtdienst in werking worden gesteld.

(14)

De rechtsstaatmissie van de Europese Unie in Kosovo zal haar beslag krijgen in een situatie die kan verslechteren en die de doelstellingen van het GBVB als omschreven in artikel 11 van het Verdrag zou kunnen schaden,

HEEFT HET VOLGENDE GEMEENSCHAPPELIJK OPTREDEN VASTGESTELD:



Artikel 1

Missie

1. De Europese Unie stelt hierbij een rechtsstaatmissie van de Europese Unie in Kosovo (EULEX KOSOVO) in.

2. EULEX KOSOVO treedt op in overeenstemming met de missieverklaring vervat in artikel 2 en verricht de taken als omschreven in artikel 3.

Artikel 2

Missieverklaring

EULEX KOSOVO staat de instellingen, het justitieel apparaat en de wetshandhavingsinstanties van Kosovo bij in hun vorderingen op weg naar duurzaamheid en verantwoordingsplicht en bij de verdere ontwikkeling en versterking van een onafhankelijk multi-etnisch justitieel apparaat en een multi-etnisch politioneel en douaneapparaat; daarbij moet ervoor worden gezorgd dat deze instellingen vrij zijn van politieke inmenging en de internationaal erkende normen en Europese beste praktijken naleven.

EULEX KOSOVO vervult, in volledige samenwerking met de bijstandsprogramma's van de Europese Commissie, zijn mandaat door monitoring, begeleiding en advies, en blijft over een aantal uitvoeringsbevoegdheden beschikken.

Artikel 3

Taken

Ter uitvoering van de missieverklaring in artikel 2 heeft EULEX KOSOVO de volgende taken:

a)de bevoegde instellingen van Kosovo monitoren, begeleiden en adviseren over alle gebieden die verband houden met de ruimere rechtsstaat (waaronder het douaneapparaat); EULEX KOSOVO blijft daarbij over een aantal uitvoeringsbevoegdheden beschikken;

b)zorgen voor de handhaving en bevordering van de rechtsstaat, de openbare orde en de veiligheid, mede — indien nodig — in overleg met de desbetreffende internationale civiele autoriteiten in Kosovo, door operationele beslissingen van de bevoegde autoriteiten van Kosovo terug te draaien of nietig te verklaren;

c)er mede voor zorgen dat alle rechtsstaatdiensten van Kosovo, met inbegrip van de douane, vrij zijn van politieke inmenging;

d)ervoor zorgen dat gevallen van oorlogsmisdaden, terrorisme, georganiseerde criminaliteit, corruptie, interetnische criminaliteit, financiële/economische criminaliteit en andere ernstige criminaliteit overeenkomstig het toepasselijke recht terdege worden onderzocht, vervolgd, berecht en bestraft, in voorkomend geval mede door internationale onderzoekers, aanklagers en rechters die samenwerken met Kosovaarse onderzoekers, aanklagers en rechters dan wel autonoom optreden, met inbegrip van — in voorkomend geval — het opzetten van samenwerkings- en coördinatiestructuren tussen politie en vervolgingsautoriteiten;

e)bijdragen tot de versterking van de samenwerking en de coördinatie tijdens de gehele gerechtelijke procedure, met name op het gebied van georganiseerde criminaliteit;

f)bijdragen tot de bestrijding van corruptie, fraude en financiële criminaliteit;

g)bijdragen tot de uitvoering van de strategie en het actieplan inzake corruptiebestrijding voor Kosovo;

h)autonoom of ter ondersteuning van de bevoegde Kosovaarse autoriteiten andere verantwoordelijkheden op zich nemen, om te zorgen voor de handhaving en bevordering van de rechtsstaat, de openbare orde en de veiligheid, in overleg met de bevoegde instanties van de Raad;

i)ervoor zorgen dat al zijn activiteiten in overeenstemming zijn met de internationale normen inzake mensenrechten en gendermainstreaming.

Artikel 4

Plannings- en voorbereidingsfase

1. Tijdens de plannings- en voorbereidingsfase van de missie treedt het EUPT Kosovo op als de belangrijkste plannings- en voorbereidingsinstantie voor EULEX KOSOVO.

Het hoofd van het EUPT Kosovo handelt onder het gezag van het hoofd van EULEX KOSOVO („hoofd van de missie”).

2. Er wordt risicobeoordeling verricht als onderdeel van het planningsproces. Deze beoordeling wordt regelmatig bijgewerkt.

3. Het EUPT Kosovo wordt verantwoordelijk voor het werven en inzetten van personeel, het kopen van goederen, voorraden en diensten, ook namens missie EULEX KOSOVO, gefinancierd uit de begroting van het EUPT Kosovo.

4. Het EUPT Kosovo stelt een operatieplan (OPLAN) op en ontwikkelt alle technische instrumenten die nodig zijn voor de uitvoering van het mandaat van EULEX KOSOVO. Het OPLAN houdt rekening met de alomvattende risicobeoordeling en omvat een beveiligingsplan. De Raad keurt het OPLAN goed.

Artikel 5

Start en overgangsperiode

1. Bij goedkeuring van het OPLAN zal de Raad het startsein geven voor EULEX KOSOVO. De operationele fase van EULEX KOSOVO begint bij de overdracht van het gezag door de VN-missie in Kosovo, UNMIK.

2. Tijdens de overgangsperiode mag het hoofd van de missie het EUPT opdragen het nodige te doen om ervoor te zorgen dat EULEX KOSOVO op de dag waarop het gezag wordt overgedragen, volledig operationeel is.

Artikel 6

Structuur van EULEX KOSOVO

1. EULEX KOSOVO wordt een eengemaakte EVDB-missie in heel Kosovo.

2. EULEX KOSOVO

a)vestigt zijn hoofdkwartier in Pristina,

b)opent in heel Kosovo regionale en plaatselijke kantoren,

c)zorgt voor ondersteuning in Brussel, en

d)opent al naar gelang de behoefte verbindingskantoren.

3. De structuur van EULEX KOSOVO, waarvoor in het OPLAN uitvoerige regelingen zullen worden getroffen, komt er als volgt uit te zien:

a)het hoofd van de missie en het personeel, zoals omschreven in het OPLAN,

b)een politiecomponent, waar passend ondergebracht bij de politiediensten in Kosovo, onder meer bij grensovergangen,

c)een justitiecomponent, waar passend ondergebracht bij de ministeries in kwestie, de rechterlijke macht van Kosovo, het Kosovaarse bureau voor onroerende goederen, het gevangeniswezen van Kosovo, en

d)een douanecomponent, waar passend ondergebracht bij de Kosovaarse douane.

4. Gespecialiseerde politie kan worden ondergebracht in kampen die ingesteld zijn op haar operationele behoeften.

Artikel 7

Civiele bevelhebber

1. De directeur van het civiele plannings- en uitvoeringsvermogen (CPCC) is de civiele bevelhebber van EULEX KOSOVO.

▼M2

2. De civiele operationele commandant oefent, onder het politieke toezicht en de strategische leiding van het Politiek en Veiligheidscomité (PVC) en onder het algemene gezag van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (HV), het commando en de controle op strategisch niveau uit op EULEX KOSOVO.

▼B

3. De civiele bevelhebber zorgt voor een adequate en efficiënte uitvoering van de besluiten van de Raad, alsmede van het PVC, mede, waar nodig, door middel van instructies op strategisch niveau aan het hoofd van de missie en door middel van het verlenen van advies en technische bijstand aan hem.

4. Alle gedetacheerde personeelsleden blijven onder het volledige gezag staan van de nationale autoriteiten van de betrokken zendstaat of EU-instelling. De nationale autoriteiten dragen de operationele controle (OPCON) over hun personeel, teams en eenheden over aan de civiele bevelhebber.

5. De civiele bevelhebber heeft de algehele verantwoordelijkheid ervoor te zorgen dat de EU zich naar behoren van haar zorgplicht kwijt.

6. De civiele bevelhebber en de SVEU plegen indien nodig onderling overleg.

Artikel 8

Hoofd van de missie

1. Het hoofd van de missie neemt de verantwoordelijkheid voor EULEX KOSOVO op zich en oefent het commando en de controle erover uit op het terrein.

2. Het hoofd van de missie oefent het commando en de controle uit over het personeel, de teams en de eenheden van de bijdragende staten die door de civiele bevelhebber ter beschikking zijn gesteld, en heeft de administratieve en logistieke verantwoordelijkheid over de aan EULEX KOSOVO ter beschikking gestelde activa, middelen en informatie. De uitoefening van het commando en de controle laat, ten aanzien van de ontheffing van de rechters en openbare aanklagers van EULEX KOSOVO van hun justitiële opdracht, het beginsel van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en de strafvervolging onverlet.

3. Het hoofd van de missie geeft instructies aan alle personeelsleden van EULEX KOSOVO, waaronder in dit geval ook aan het ondersteunend element in Brussel, met het oog op de effectieve uitvoering van EULEX KOSOVO op het terrein, en zorgt voor de coördinatie en de dagelijkse leiding van de operatie volgens de instructies van de civiele bevelhebber.

4. Tot het verstrijken van Gemeenschappelijk Optreden 2006/304/GBVB wordt het hoofd van de missie bijgestaan door het bij dat optreden ingestelde EUPT Kosovo.

5. Het hoofd van de missie is verantwoordelijk voor de uitvoering van de begroting van EULEX KOSOVO. Daartoe ondertekent het hoofd van de missie een contract met de Commissie.

6. Het hoofd van de missie is verantwoordelijk voor het tuchtrechtelijk toezicht op het personeel. Voor gedetacheerd personeel wordt het tuchtrecht uitgeoefend door de betrokken nationale of EU-autoriteit.

7. Het hoofd van de missie vertegenwoordigt EULEX KOSOVO in het operatiegebied en zorgt voor passende zichtbaarheid van EULEX KOSOVO.

8. Het hoofd van de missie zorgt in voorkomend geval voor coördinatie met andere EU-actoren op het terrein. Het hoofd van de missie krijgt, onder volledige eerbiediging van de commandostructuur, ter plaatse politieke richtsnoeren van de SVEU, ook met betrekking tot de politieke aspecten van aangelegenheden in verband met uitvoerende bevoegdheden.

9. Het hoofd van de missie zorgt ervoor dat EULEX KOSOVO in voorkomend geval nauw samenwerkt met de bevoegde Kosovaarse autoriteiten en belangrijke internationale actoren, zoals met de NAVO/KFOR, de UNMIK, de OVSE en derde staten die een rol spelen met betrekking tot de rechtsstaat in Kosovo en een Internationaal Civiel Bureau.

10. Er wordt een interne juridische en financiële controle-eenheid opgericht, die onafhankelijk is van het personeel dat verantwoordelijk is voor het besturen van EULEX KOSOVO, en die rechtstreeks onder de verantwoordelijkheid van het hoofd van de missie valt.

Artikel 9

Personeel

1. Het aantal en het niveau van de personeelsleden van EULEX KOSOVO zijn in overeenstemming met de in artikel 2 bedoelde missieverklaring, met de in artikel 3 bedoelde taken en met de in artikel 6 bedoelde structuur van EULEX KOSOVO.

2. EULEX KOSOVO bestaat voornamelijk uit personeel dat door de lidstaten of de instellingen van de EU wordt gedetacheerd. Elke lidstaat of EU-instelling draagt de kosten in verband met elk door hem of haar gedetacheerd personeelslid, met inbegrip van kosten voor vervoer van en naar de plaats van detachering, salarissen, ziektekosten en andere vergoedingen dan dagvergoedingen en toeslagen voor gevaren en ongemakken.

▼M2

3. EULEX KOSOVO kan ook naar gelang van de behoeften internationaal civiel en plaatselijk personeel op contractbasis aanwerven, indien de vereiste functies niet worden vervuld door personeel dat door de lidstaten gedetacheerd is. Onderdanen van deelnemende derde staten mogen, indien nodig, bij wijze van uitzondering op contractbasis worden aangenomen in met redenen omklede gevallen waarin geen geschikte sollicitaties uit de lidstaten beschikbaar zijn.

4. Alle personeelsleden vervullen hun plichten en handelen in het belang van de missie. Alle personeelsleden nemen de beveiligingsbeginselen en -minimumnormen als bedoeld in Besluit 2001/264/EG van de Raad van 19 maart 2001 tot vaststelling van beveiligingsvoorschriften van de Raad (6) in acht.

▼B

Artikel 10

Status van EULEX KOSOVO en van het personeel van EULEX KOSOVO

1. Indien nodig wordt over de status van het personeel van EULEX KOSOVO, in voorkomend geval inclusief de voorrechten en immuniteiten en overige waarborgen die nodig zijn voor de uitvoering en de soepele werking van EULEX KOSOVO, een overeenkomst gesloten.

2. De bijdragende staat of EU-instelling die een personeelslid heeft gedetacheerd, is verantwoordelijk voor de afhandeling van met de detachering verband houdende schade-eisen van of betreffende het personeelslid. De betrokken bijdragende staat of EU-instelling is verantwoordelijk voor het instellen van eventuele vorderingen tegen het gedetacheerde personeelslid.

3. De arbeidsvoorwaarden en de rechten en plichten van het internationale en het plaatselijke civiele personeel staan in contracten tussen het hoofd van de missie en de betrokken personeelsleden.

Artikel 11

Commandostructuur

1. EULEX KOSOVO heeft, als crisisbeheersingsoperatie, een gemeenschappelijke commandostructuur.

▼M2

2. Het PVC oefent, onder de verantwoordelijkheid van de Raad en de HV, het politieke toezicht op en de strategische aansturing van EULEX KOSOVO uit.

3. Zoals ook in artikel 7 bepaald, is de civiele operationele commandant, onder het politieke toezicht en de strategische aansturing van het PVC en onder het algemene gezag van de HV, de commandant van EULEX KOSOVO op strategisch niveau, en in die hoedanigheid geeft hij instructies aan het hoofd van de missie en verleent hij deze advies en technische ondersteuning.

4. De civiele operationele commandant brengt via de HV verslag uit aan de Raad.

▼B

5. Het hoofd van de missie oefent het commando en de controle op het terrein uit over EULEX KOSOVO en legt rechtstreeks verantwoording af aan de civiele bevelhebber.

Artikel 12

Politiek toezicht en strategische aansturing

▼M2

1. Het PVC zorgt, onder de verantwoordelijkheid van de Raad en de HV, voor het politieke toezicht op en de strategische aansturing van EULEX KOSOVO.

2. Hierbij machtigt de Raad het PVC de relevante besluiten te nemen overeenkomstig artikel 38, derde alinea, van het Verdrag. Deze machtiging omvat de bevoegdheid om het OPLAN en de commandostructuur te wijzigen. Zij omvat ook de bevoegdheid om toekomstige besluiten te nemen betreffende de benoeming van het hoofd van de missie. De Raad neemt op aanbeveling van de HV, besluiten met betrekking tot de doelstellingen en de beëindiging van EULEX KOSOVO.

▼B

3. Het PVC brengt op geregelde tijdstippen verslag uit aan de Raad.

4. Het PVC ontvangt in voorkomend geval op geregelde tijdstippen door de civiele bevelhebber en het hoofd van de missie opgestelde verslagen over aangelegenheden die onder hun bevoegdheden vallen. Plannen voor specifieke gebieden kunnen op gezette tijden door het PVC worden herzien.

Artikel 13

Deelname van derde staten

1. Onverminderd de beslissingsautonomie van de EU en het ene institutionele kader van de Unie kunnen derde staten worden uitgenodigd om bij te dragen aan EULEX KOSOVO, mits zij de kosten dragen van het door hen gedetacheerde personeel, met inbegrip van salarissen, verzekering tegen grote risico's, vergoedingen en reiskosten van en naar het missiegebied, en in voorkomend geval een bijdrage leveren aan de bedrijfskosten van EULEX KOSOVO.

2. Derde staten die bijdragen aan EULEX KOSOVO hebben in verband met de dagelijkse leiding van EULEX KOSOVO dezelfde rechten en verplichtingen als de deelnemende lidstaten.

3. Hierbij machtigt de Raad het PVC om de noodzakelijke besluiten betreffende de aanvaarding of niet van de voorgestelde bijdragen te nemen en een Comité van contribuanten in te stellen.

▼M2

4. De nadere regelingen wat betreft de deelname van derde staten worden vastgelegd in een overeenkomst conform artikel 37 van het Verdrag en artikel 218 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Wanneer de Europese Unie en een derde staat een overeenkomst tot vaststelling van een kader voor de deelneming van die derde staat aan EU-crisisbeheersingsoperaties hebben gesloten, zijn in het kader van EULEX KOSOVO de bepalingen van die overeenkomst van toepassing.

▼B

Artikel 14

Beveiliging

1. De civiele bevelhebber neemt de leiding over de planning van de beveiligingsmaatregelen door het hoofd van de missie op zich en zorgt voor een adequate en efficiënte uitvoering daarvan voor EULEX KOSOVO overeenkomstig de artikelen 7 en 11 en in overleg met de Dienst beveiliging van het secretariaat-generaal van de Raad.

2. Het hoofd van de missie is verantwoordelijk voor de veiligheid van de operatie en voor de naleving van de minimumbeveiligingsvereisten die op de operatie van toepassing zijn, overeenkomstig het beleid van de Europese Unie inzake de veiligheid van EU-personeel dat op grond van titel V van het Verdrag en de daarvan afgeleide instrumenten in een operationele hoedanigheid wordt ingezet buiten de EU.

3. Het hoofd van de missie wordt bijgestaan door een speciaal voor de missie bestemde hoge veiligheidsfunctionaris, die verslag uitbrengt aan het hoofd van de missie en die tevens nauwe, functionele betrekkingen onderhoudt met de in lid 1 bedoelde Dienst beveiliging.

4. Het hoofd van de missie wijst lokale veiligheidsfunctionarissen aan voor de provinciale en regionale locaties van EULEX KOSOVO, die onder het gezag van de speciaal voor de missie bestemde hoge veiligheidsfunctionaris verantwoordelijk zijn voor de dagelijkse afhandeling van alle veiligheidsaspecten van de respectieve onderdelen van EULEX KOSOVO.

5. De personeelsleden van EULEX KOSOVO volgen, overeenkomstig het OPLAN, vóór hun indiensttreding een verplichte veiligheidsopleiding. Ook volgen zij regelmatig ter plaatse opfriscursussen, georganiseerd door de speciaal voor de missie bestemde hoge veiligheidsfunctionaris en de lokale veiligheidsfunctionarissen.

6. Het hoofd van de missie zorgt ervoor dat het aantal aanwezige personeelsleden en geautoriseerde bezoekers nooit zo hoog is dat EULEX KOSOVO hun veiligheid niet meer kan waarborgen of hen in een noodsituatie niet kan evacueren.

7. Het hoofd van de missie zorgt voor de bescherming van gerubriceerde EU-gegevens overeenkomstig Besluit 2001/264/EG.

Artikel 15

Wachtdienst

Voor EULEX KOSOVO wordt het wachtdienstvermogen geactiveerd.

Artikel 16

Financiële regelingen

▼M4

1. Het financiële referentiebedrag dat de uitgaven van EULEX KOSOVO tot 14 oktober 2010 moet dekken bedraagt 265 000 000 EUR.

Het financiële referentiebedrag dat de uitgaven van EULEX KOSOVO van 15 oktober 2010 tot 14 december 2011 moet dekken bedraagt 165 000 000 EUR.

Het financiële referentiebedrag voor de daaropvolgende periode voor EULEX KOSOVO wordt vastgesteld door de Raad.

▼M2

2. Alle uitgaven worden beheerd overeenkomstig de voorschriften en procedures die van toepassing zijn op de algemene begroting van de Europese Unie.

▼B

3. Behoudens goedkeuring van de Commissie, mag het hoofd van de missie technische regelingen sluiten met lidstaten, deelnemende derde staten en andere internationale actoren in Kosovo over het leveren van uitrusting, diensten en lokalen aan EULEX KOSOVO. Onderdanen van landen uit de regio West-Balkan of van bijdragende derde staten mogen inschrijven bij aanbestedingen. De positie van houder van tijdens de plannings- en voorbereidingsfase door het EUPT Kosovo voor EULEX KOSOVO gesloten contracten of getroffen regelingen wordt in voorkomend geval overgedragen aan EULEX KOSOVO. Activa die in het bezit zijn van het EUPT worden overgedragen aan EULEX KOSOVO.

4. Het hoofd van de missie brengt over de in het kader van zijn contract ondernomen activiteiten volledig verslag uit aan de Commissie, onder wier toezicht hij staat.

5. De financiële regelingen moeten voldoen aan de operationele vereisten van EULEX KOSOVO, met inbegrip van de verenigbaarheid van uitrusting en de interoperabiliteit van de teams van EULEX KOSOVO, en rekening houden met de plaatsing van personeel bij regionale kantoren.

6. De uitgaven komen voor financiering in aanmerking vanaf de datum waarop dit gemeenschappelijk optreden wordt vastgesteld.

▼M2 —————

▼M2

Artikel 18

Vrijgave van gerubriceerde gegevens

1. De HV wordt hierbij gemachtigd gerubriceerde gegevens en documenten van de Europese Unie die ten behoeve van EULEX KOSOVO zijn opgesteld, overeenkomstig Besluit 2001/264/EG vrij te geven aan de Verenigde Naties, de NAVO/KFOR en aan derden die bij dit gemeenschappelijk optreden betrokken zijn, met inachtneming van de respectieve rubriceringsniveaus. Te dien einde zullen plaatselijke technische regelingen worden opgesteld.

2. Indien er sprake is van een concrete en onmiddellijke operationele behoefte, is de HV voorts gemachtigd om gerubriceerde gegevens en documenten van de Europese Unie tot op het niveau „RESTREINT UE” die ten behoeve van EULEX KOSOVO zijn opgesteld, overeenkomstig Besluit 2001/264/EG vrij te geven aan de bevoegde plaatselijke autoriteiten. In alle andere gevallen worden deze gegevens en documenten vrijgegeven aan de bevoegde lokale autoriteiten volgens de procedures die beantwoorden aan het niveau van de samenwerking van die autoriteiten met de EU.

3. De HV wordt gemachtigd om niet-gerubriceerde documenten van de Europese Unie betreffende de beraadslagingen van de Raad over EULEX KOSOVO die onder de geheimhoudingsplicht van artikel 6, lid 1, van het reglement van orde van de Raad vallen, vrij te geven aan de VN, de NAVO/KFOR, bij dit gemeenschappelijk optreden betrokken derden en aan de betrokken lokale autoriteiten (7).

Artikel 19

Herzieningsclausule

De Raad oordeelt uiterlijk 6 maanden vóór het verstrijken van dit gemeenschappelijk optreden of EULEX KOSOVO moet worden verlengd.

▼M1

Artikel 20

Inwerkingtreding en duur

Dit gemeenschappelijk optreden treedt in werking op de dag waarop het wordt aangenomen.

▼M2

Het vervalt op 14 juni 2012.

▼B

Artikel 21

Bekendmaking

1. Dit gemeenschappelijk optreden wordt in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt.

2. De beslissingen van het PVC uit hoofde van artikel 12, lid 1, met betrekking tot de benoeming van het hoofd van de missie worden ook bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.



(1) Op grond van Resolutie 1244 (1999) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties.

(2) Zoals gedefinieerd in Resolutie 1244 (1999) van de VN-Veiligheidsraad.

(3) Op grond van Resolutie 1244 (1999) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties.

(4) Op grond van Resolutie 1244 (1999) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties.

(5) PB L 112 van 26.4.2006, blz. 19.

(6) PB L 101 van 11.4.2001, blz. 1.

(7) Besluit 2009/937/EU van de Raad van 1 december 2009 houdende vaststelling van zijn reglement van orde (PB L 325 van 11.12.2009, blz. 35).