Home

Verordening (EG) nr. 798/2008 van de Commissie van 8 augustus 2008 tot vaststelling van een lijst van derde landen, gebieden, zones of compartimenten waaruit pluimvee en pluimveeproducten mogen worden ingevoerd in en doorgevoerd door de Gemeenschap, en van de voorschriften inzake veterinaire certificering (Voor de EER relevante tekst)Voor de EER relevante tekst

Verordening (EG) nr. 798/2008 van de Commissie van 8 augustus 2008 tot vaststelling van een lijst van derde landen, gebieden, zones of compartimenten waaruit pluimvee en pluimveeproducten mogen worden ingevoerd in en doorgevoerd door de Gemeenschap, en van de voorschriften inzake veterinaire certificering (Voor de EER relevante tekst)Voor de EER relevante tekst

HOOFDSTUK I ONDERWERP, TOEPASSINGSGEBIED EN DEFINITIES

Artikel 1 Onderwerp en toepassingsgebied

1.

Deze verordening bevat voorschriften inzake veterinaire certificering voor de invoer in en de doorvoer, met inbegrip van opslag tijdens doorvoer, door de Gemeenschap van de volgende producten („de producten”):

  1. pluimvee, broedeieren, eendagskuikens en van specifieke pathogenen vrije eieren;

  2. vlees, gehakt vlees en separatorvlees van pluimvee, met inbegrip van loopvogels en vrij vederwild, eieren en eiproducten.

Zij bevat een lijst van derde landen, gebieden, zones of compartimenten waaruit de producten in de Gemeenschap mogen worden ingevoerd.

2.

Deze verordening is niet van toepassing op pluimvee dat voor tentoonstellingen, shows of wedstrijden is bestemd.

3.

Deze verordening laat de specifieke certificeringsvoorschriften in overeenkomsten tussen de Gemeenschap en derde landen onverlet.

Artikel 2 Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  1. „pluimvee”: kippen, kalkoenen, parelhoenders, eenden, ganzen, kwartels, duiven, fazanten, patrijzen en loopvogels (Ratitae), die in gevangenschap worden opgefokt of gehouden voor de fokkerij, voor de productie van vlees of van consumptie-eieren of om in het wild te worden uitgezet;

  2. „broedeieren”: eieren van pluimvee, bestemd om te worden bebroed;

  3. „eendagskuikens”: pluimvee van alle soorten, dat nog geen 72 uur oud is en dat nog niet is gevoerd, en muskuseenden (Cairina moschata) en kruisingen daarvan, die nog geen 72 uur oud zijn, al dan niet gevoerd;

  4. „fokpluimvee”: pluimvee van 72 uur en ouder, bestemd voor de productie van broedeieren;

  5. „gebruikspluimvee”: pluimvee van 72 uur en ouder, dat wordt opgefokt:

    1. voor de productie van vlees en/of consumptie-eieren, of

    2. om in het wild te worden uitgezet;

  6. „van specifieke pathogene vrije eieren”: broedeieren die afkomstig zijn van „koppels kippen die vrij zijn van specifieke pathogenen” als beschreven in de Europese Farmacopee(1), en die uitsluitend voor diagnose, onderzoek of farmaceutisch gebruik bestemd zijn;

  7. „vlees”: eetbare delen van de volgende dieren:

    1. pluimvee; wat vlees betreft zijn dit gekweekte vogels, met inbegrip van vogels die als landbouwhuisdier worden gekweekt maar niet als landbouwhuisdier worden beschouwd, met uitzondering van loopvogels;

    2. voor menselijke consumptie bejaagd vrij vederwild;

    3. loopvogels;

  8. „separatorvlees”: het product dat wordt verkregen door vlees dat na het uitbenen nog aan de beenderen vastzit of vlees van pluimveekarkassen daarvan mechanisch te scheiden, waardoor de spierweefselstructuur verloren gaat of verandert;

  9. „gehakt vlees”: vlees zonder been, dat in kleine stukken is gehakt en minder dan 1 % zout bevat;

  10. „zone”: welomschreven deel van een derde land met een subpopulatie van dieren met een duidelijk onderscheiden gezondheidsstatus ten aanzien van een bepaalde ziekte, waarvoor de vereiste maatregelen inzake bewaking, controle en bioveiligheid voor invoer overeenkomstig deze verordening worden toegepast;

  11. „compartiment”: een of meer pluimvee-inrichtingen in een derde land waarvoor een gemeenschappelijk systeem voor bioveiligheidsmanagement geldt, en waar een subpopulatie pluimvee met een duidelijk onderscheiden gezondheidsstatus ten aanzien van een of meer bepaalde ziekten gehouden wordt, waarvoor de vereiste maatregelen inzake bewaking, controle en bioveiligheid voor invoer overeenkomstig deze verordening worden toegepast;

  12. „inrichting”: op een bepaalde locatie gevestigde voorziening of deel van een voorziening, behorend tot een van de volgende bedrijfssectoren:

    1. „fokbedrijf”: inrichting die zich toelegt op de productie van broedeieren bestemd voor de productie van fokpluimvee;

    2. „vermeerderingsbedrijf”: inrichting die zich toelegt op de productie van broedeieren bestemd voor de productie van gebruikspluimvee;

    3. „opfokbedrijf”:

      1. een opfokbedrijf voor fokpluimvee, dat wil zeggen een inrichting die zich toelegt op het opfokken van fokpluimvee tot het voortplantingsstadium, of

      2. een opfokbedrijf voor gebruikspluimvee, dat wil zeggen een inrichting die zich toelegt op het opfokken van legpluimvee tot het legstadium;

    4. het houden van ander gebruikspluimvee;

  13. „broederij”: inrichting die zich toelegt op het inleggen en uitbroeden van broedeieren en het opleveren van eendagskuikens;

  14. „koppel”: alle pluimvee met dezelfde gezondheidsstatus dat in dezelfde voorziening of binnen dezelfde uitloopruimte wordt gehouden en dat een epidemiologische eenheid vormt; in stallen omvat deze definitie alle dieren die hetzelfde omsloten luchtvolume delen;

  15. „aviaire influenza”: een besmetting van pluimvee met een influenza A-virus:

    1. van het subtype H5 of H7,

    2. met een intraveneuze pathogeniteitsindex (IVPI) groter dan 1,2 bij zes weken oude kuikens, of

    3. dat na intraveneuze besmetting een sterfte van 75 % of meer veroorzaakt bij vier tot acht weken oude kuikens;

  16. „hoogpathogene aviaire influenza (HPAI)”: een besmetting van pluimvee met:

    1. aviaire-influenzavirussen van het subtype H5 en H7 met een genoomsequentie die codeert voor meerdere basische aminozuren bij de splitsingsplaats van het hemagglutininemolecuul en die overeenkomt met de sequentie die ook bij andere HPAI-virussen is vastgesteld, waaruit afgeleid kan worden dat het hemagglutininemolecuul kan worden gesplitst door een algemene protease van de gastheer;

    2. aviaire influenza zoals gedefinieerd in punt 15, onder b) en c);

  17. „laagpathogene aviaire influenza (LPAI)”: een besmetting van pluimvee met aviaire-influenzavirussen van het subtype H5 of H7, anders dan HPAI;

  18. „Newcastle disease”: een besmetting van pluimvee:

    1. die wordt veroorzaakt door een aviaire stam van het paramyxovirus 1 met een intracerebrale pathogeniteitsindex (ICPI) bij eendagskuikens van meer dan 0,7 of

    2. waarbij meerdere basische aminozuren in het virus zijn aangetoond (rechtstreeks of door afleiding) op het C-uiteinde van het F2-eiwit en fenylalanine op positie 117, het N-uiteinde van het F1-eiwit; onder „meerdere basische aminozuren” wordt verstaan ten minste drie arginine- of lysineresiduen tussen positie 113 en positie 116; indien het hier beschreven karakteristieke patroon van aminozuurresiduen niet wordt aangetoond, moet het geïsoleerde virus met behulp van een ICPI-test worden gekarakteriseerd; in deze definitie worden de aminozuurresiduen genummerd vanaf het N-uiteinde van de aminozuursequentie zoals afgeleid van de nucleotidesequentie van het F0-gen, waarbij de posities 113-116 overeenkomen met de residuen -4 tot en met -1 vanaf de splitsingsplaats;

  19. „officiële dierenarts”: de door de bevoegde autoriteit aangewezen dierenarts;

  20. „DIVA (differentiating infected from vaccinated animal)-strategie”: een vaccinatiebeleid dat het mogelijk maakt om gevaccineerde besmette en gevaccineerde niet-besmette dieren van elkaar te onderscheiden door toepassing van een diagnostische test om antilichamen tegen het veldvirus aan te tonen en door het gebruik van niet-gevaccineerde verklikkerdieren.

HOOFDSTUK II ALGEMENE VOORWAARDEN VOOR INVOER EN DOORVOER

Artikel 3 Lijsten van derde landen, gebieden, zones of compartimenten van herkomst waaruit producten mogen worden ingevoerd in en doorgevoerd door de Gemeenschap

De producten mogen alleen worden ingevoerd in en doorgevoerd door de Gemeenschap uit de derde landen, gebieden, zones of compartimenten die zijn vermeld in de kolommen 1 en 3 van de tabel in bijlage I, deel 1.

Artikel 4 Veterinaire certificering

Artikel 5 Voorwaarden voor invoer en doorvoer

Artikel 6 Onderzoek-, bemonsterings- en testprocedures

Artikel 7 Melding van ziekten

HOOFDSTUK III DIERGEZONDHEIDSTATUS VAN DERDE LANDEN, GEBIEDEN, ZONES OF COMPARTIMENTEN VAN HERKOMST TEN AANZIEN VAN AVIAIRE INFLUENZA EN NEWCASTLE DISEASE

Artikel 8 Derde landen, gebieden, zones of compartimenten die vrij zijn van aviaire influenza

Artikel 9 Derde landen, gebieden, zones of compartimenten die vrij zijn van HPAI

Artikel 10 Bewakingsprogramma voor aviaire influenza

Artikel 11 Vaccinatie tegen aviaire influenza

Artikel 12 Derde landen, gebieden, zones of compartimenten die vrij zijn van Newcastle disease

Artikel 13 Afwijkingen betreffende het gebruik van vaccins tegen Newcastle disease

HOOFDSTUK IV SPECIFIEKE INVOERVOORWAARDEN

Artikel 14 Specifieke invoervoorwaarden voor pluimvee, broedeieren en eendagskuikens

Artikel 15 Specifieke voorwaarden voor de invoer van van specifieke pathogenen vrije eieren

Artikel 16 Specifieke voorwaarden voor het vervoer van pluimvee en eendagskuikens

Artikel 17 Specifieke voorwaarden voor de invoer van vlees van loopvogels

HOOFDSTUK V SPECIFIEKE DOORVOERVOORWAARDEN

Artikel 18 Afwijkingen voor doorvoer door Letland, Litouwen en Polen

Artikel 18 bis Afwijking voor doorvoer door Kroatië van zendingen afkomstig uit Bosnië en Herzegovina die bestemd zijn voor derde landen

HOOFDSTUK VI OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 19 Intrekking

Artikel 20 Overgangsbepalingen

Artikel 21 Inwerkingtreding

BIJLAGE IPLUIMVEE, BROEDEIEREN, EENDAGSKUIKENS, VAN SPECIFIEKE PATHOGENEN VRIJE EIEREN, VLEES, GEHAKT VLEES, SEPARATORVLEES, EIEREN EN EIPRODUCTEN

BIJLAGE II(bedoeld in artikel 4)

BIJLAGE IIICOMMUNAUTAIRE BESLUITEN, INTERNATIONALE NORMEN EN PROCEDURES VOOR ONDERZOEK, BEMONSTERING EN TESTS ALS BEDOELD IN ARTIKEL 6

BIJLAGE IV(bedoeld in artikel 8, lid 2, onder d), artikel 9, lid 2, onder b), en artikel 10)CRITERIA VOOR BEWAKINGSPROGRAMMA'S VOOR AVIAIRE INFLUENZA EN TE VERSTREKKEN INFORMATIE(16)

BIJLAGE V(bedoeld in artikel 11, onder a)DOOR EEN DERDE LAND DAT TEGEN AVIAIRE INFLUENZA VACCINEERT TE VERSTREKKEN INFORMATIE(17)

BIJLAGE VI(bedoeld in artikel 12, lid 1, onder b), en lid 2, onder c) ii), en artikel 13, lid 1, onder a)

BIJLAGE VII(bedoeld in artikel 13)AANVULLENDE GEZONDHEIDSVOORSCHRIFTEN

BIJLAGE VIII(bedoeld in artikel 14, lid 1, onder a)FOK- EN GEBRUIKSPLUIMVEE MET UITZONDERING VAN LOOPVOGELS, EN BROEDEIEREN EN EENDAGSKUIKENS MET UITZONDERING VAN DIE VAN LOOPVOGELS

BIJLAGE IX(bedoeld in artikel 14, lid 1, onder b)FOK- EN GEBRUIKSLOOPVOGELS EN BROEDEIEREN EN EENDAGSKUIKENS DAARVAN

BIJLAGE X(bedoeld in artikel 17)BESCHERMENDE MAATREGELEN IN VERBAND MET KRIM-KONGO HEMORRAGISCHE KOORTS

BIJLAGE XI(zoals bedoeld in artikel 18, lid 2)

BIJLAGE XII(bedoeld in artikel 20)CONCORDANTIETABEL