Home

Verordening (EG) n r. 1295/2008 van de Commissie van 18 december 2008 betreffende de invoer van hop uit derde landen (Gecodificeerde versie)

Verordening (EG) n r. 1295/2008 van de Commissie van 18 december 2008 betreffende de invoer van hop uit derde landen (Gecodificeerde versie)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (Integrale-GMO-verordening)(1), en met name op artikel 192, lid 2, en artikel 195, lid 2, in combinatie met artikel 4,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. Verordening (EEG) nr. 3076/78 van de Commissie van 21 december 1978 betreffende de invoer van hop uit derde landen(2) en Verordening (EEG) nr. 3077/78 van de Commissie van 21 december 1978 houdende constatering van de gelijkwaardigheid van de verklaringen waarvan uit derde landen ingevoerde hop vergezeld gaat met de communautaire certificaten(3) zijn herhaaldelijk en ingrijpend gewijzigd(4). Ter wille van de duidelijkheid en een rationele ordening van de teksten dienen beide verordeningen te worden gecodificeerd en in één tekst te worden samengebracht.

  2. In artikel 158, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 is bepaald dat hop en hopproducten van herkomst uit derde landen slechts mogen worden ingevoerd indien de kwaliteitsnormen ervan ten minste equivalent zijn aan die welke zijn vastgesteld voor hop of hopproducten die in de Gemeenschap zijn geoogst of die daaruit zijn vervaardigd. In lid 2, van genoemd artikel is evenwel bepaald dat de betrokken producten worden geacht die kenmerken te hebben wanneer zij vergezeld gaan van een door een instantie van het land van oorsprong afgegeven verklaring die is erkend als gelijkwaardig met het certificaat dat wordt vereist voor het in de handel brengen van hop en hopproducten van oorsprong uit de Gemeenschap.

  3. Bij Verordening (EG) nr. 1850/2006 van de Commissie van 14 december 2006 betreffende de wijze van certificering van hop en hopproducten(5) zijn zeer strikte eisen gesteld voor het in de handel brengen van hopproducten, met name ten aanzien van mengproducten van hop. Er bestaat momenteel geen enkele methode om aan de grenzen doelmatig te controleren of aan deze eisen wordt voldaan. Een controle kan alleen worden vervangen door de verbintenis van de exportlanden om de communautaire eisen voor het in de handel brengen van deze producten na te leven. Het is derhalve noodzakelijk te eisen dat de betrokken producten van herkomst uit derde landen vergezeld gaan van de in artikel 158, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde verklaring.

  4. Om ervoor te zorgen dat de communautaire voorschriften inzake de certificering van hop in acht worden genomen, moeten de lidstaten controles uitvoeren om na te gaan of de ingevoerde hop voldoet aan de minimumeisen voor het in de handel brengen van hop van Verordening (EG) nr. 1850/2006.

  5. Enkele derde landen hebben zich ertoe verbonden aan de gestelde eisen voor het in de handel brengen van hop en hopproducten te voldoen en bepaalde diensten gemachtigd gelijkwaardigheidsverklaringen af te geven. Deze verklaringen moeten derhalve worden erkend als gelijkwaardig met de communautaire certificaten en de producten die door deze verklaringen worden gedekt moeten tot het vrije verkeer worden toegelaten.

  6. Het is aan de bevoegde diensten van de derde landen de in bijlage I vermelde gegevens bij te houden en in een geest van samenwerking aan de Commissie mee te delen.

  7. Het is dienstig, teneinde de taak van de bevoegde instanties van de lidstaten te vergemakkelijken, de vorm en voor zover nodig de inhoud van de voorgeschreven verklaringen en uittreksels vast te stellen, alsmede de voorwaarden voor het gebruik ervan.

  8. Gezien de bestaande handelspraktijken, moeten de bevoegde instanties worden gemachtigd om, in geval van opdeling van een zending, onder hun controle een uittreksel van de verklaring te laten opstellen voor elke nieuwe door de opdeling ontstane zending.

  9. Naar analogie van de communautaire certificeringsregeling moet voor sommige producten op grond van het gebruik ervan worden afgezien van het vorderen van overlegging van de bij deze verordening vastgestelde verklaringen.

  10. De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Beheerscomité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.

Om de in artikel 1, onder f, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde producten van herkomst uit derde landen in de Gemeenschap in het vrije verkeer te brengen moet het bewijs worden geleverd dat aan de in artikel 158, lid 1, van die verordening gestelde eisen is voldaan.

2.

Het in artikel 1, lid 1, van deze verordening bedoelde bewijs wordt geleverd door overlegging van de in artikel 158, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde verklaring, hierna „gelijkwaardigheidsverklaring” genoemd.

Artikel 2

In deze verordening wordt onder „zending” verstaan de hoeveelheid van producten met dezelfde kenmerken, die tegelijk door een en dezelfde afzender aan een en dezelfde geadresseerde worden verzonden.

Artikel 3

De verklaringen waarvan hop en uit hop vervaardigde producten die worden ingevoerd uit derde landen vergezeld gaan en die zijn afgegeven door een in bijlage I genoemde door het derde land van oorsprong aangewezen officiële instantie, worden erkend als gelijkwaardigheidsverklaring.

Bijlage I zal worden herzien op basis van de gegevens die de derde landen verstrekken.

Artikel 4

1.

De gelijkwaardigheidsverklaring wordt, met inachtneming van het bepaalde in bijlage IV, voor elke zending in één origineel en twee kopieën opgesteld op een formulier dat overeenkomt met het in bijlage II opgenomen model.

2.

Een gelijkwaardigheidsverklaring is slechts geldig indien deze behoorlijk is ingevuld en is geviseerd door een van de in bijlage I genoemde instanties.

3.

Een verklaring is behoorlijk geviseerd wanneer plaats en datum van afgifte erin zijn vermeld en wanneer het stempel van de instantie van afgifte en de handtekening van de tot ondertekening bevoegde persoon of personen erop voorkomen.

Artikel 5

Artikel 6

Artikel 7

Artikel 8

Artikel 9

Artikel 10

Artikel 11

Artikel 12

BIJLAGE I

BIJLAGE II

BIJLAGE III

BIJLAGE IV

BIJLAGE V

BIJLAGE VI