Home

Beschikking van de Commissie van 31 oktober 2008 houdende uitvoeringsbepalingen van Richtlijn 2006/88/EG van de Raad wat betreft bewakings- en uitroeiingsprogramma’s en de ziektevrije status van lidstaten, gebieden en compartimenten (Kennisgeving geschied onder nummer C(2008) 6264) (Voor de EER relevante tekst) (2009/177/EG)

Beschikking van de Commissie van 31 oktober 2008 houdende uitvoeringsbepalingen van Richtlijn 2006/88/EG van de Raad wat betreft bewakings- en uitroeiingsprogramma’s en de ziektevrije status van lidstaten, gebieden en compartimenten (Kennisgeving geschied onder nummer C(2008) 6264) (Voor de EER relevante tekst) (2009/177/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 2006/88/EG van de Raad van 24 oktober 2006 betreffende veterinairrechtelijke voorschriften voor aquacultuurdieren en de producten daarvan en betreffende de preventie en bestrijding van bepaalde ziekten bij waterdieren(1), en met name op artikel 44, lid 1, eerste alinea, artikel 44, lid 2, eerste alinea, artikel 44, lid 3, artikel 49, lid 1, artikel 50, lid 2, onder a), artikel 50, lid 3, artikel 51, lid 2, artikel 59, lid 2, artikel 61, lid 3, en artikel 64,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. Bij Richtlijn 2006/88/EG zijn minimale preventieve maatregelen vastgesteld om de bevoegde autoriteiten, de exploitanten van aquacultuurproductiebedrijven en andere bij deze sector betrokken personen beter bewust te maken van en voor te bereiden op ziekten bij aquacultuurdieren, alsmede minimale bestrijdingsmaatregelen die bij een verdenking of het uitbreken van bepaalde ziekten bij waterdieren worden toegepast. Richtlijn 91/67/EEG van de Raad van 28 januari 1991 inzake veterinairrechtelijke voorschriften voor het in de handel brengen van aquicultuurdieren en aquicultuurproducten(2) is met ingang van 1 augustus 2008 door Richtlijn 2006/88/EG ingetrokken en vervangen.

  2. Artikel 44, lid 1, van Richtlijn 2006/88/EG bepaalt dat indien een, voor zover bekend, niet besmette lidstaat die niet vrij verklaard is van een of meer van de in bijlage IV, deel II, bij die richtlijn vermelde niet-exotische ziekten, een bewakingsprogramma opstelt om de ziektevrije status voor één of meer van deze ziekten te verkrijgen, hij dat programma volgens de regelgevingsprocedure ter goedkeuring moet indienen.

  3. Artikel 44, lid 1, van Richtlijn 2006/88/EG bepaalt ook dat indien dat bewakingsprogramma bestemd is voor afzonderlijke compartimenten of gebieden die minder dan 75 % van het grondgebied van de lidstaat omvatten, en het gebied of compartiment uit een niet met een andere lidstaat of derde land gedeeld stroomgebied bestaat, een andere procedure, met inbegrip van de bij het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid („het comité”) in te dienen modelformulieren, moet worden gevolgd, zoals bepaald in artikel 50, lid 2, van Richtlijn 2006/88/EG.

  4. Artikel 44, lid 2, van Richtlijn 2006/88/EG bepaalt dat indien een lidstaat waarvan bekend is dat hij besmet is met één of meer van de in bijlage IV, deel II, vermelde niet-exotische ziekten, een uitroeiingsprogramma voor een of meer van deze ziekten opstelt, hij dat programma volgens de regelgevingsprocedure ter goedkeuring moet indienen.

  5. Indien een lidstaat overeenkomstig artikel 49, lid 1, van Richtlijn 2006/88/EG voor zijn gehele grondgebied de ziektevrije status voor een of meer van de in bijlage IV, deel II, bij die richtlijn vermelde niet-exotische ziekten wil verkrijgen, moet hij het nodige bewijsmateriaal indienen om volgens de regelgevingsprocedure ziektevrij te worden verklaard.

  6. Artikel 50, lid 1, van Richtlijn 2006/88/EG bepaalt dat een lidstaat een gebied of een compartiment op zijn grondgebied onder bepaalde voorwaarden vrij kan verklaren van een of meer van de in bijlage IV, deel II, daarbij vermelde niet-exotische ziekten. Een lidstaat die een dergelijke verklaring aflegt, moet deze volgens de procedure van lid 2 van dat artikel bij het comité indienen.

  7. Bovendien bepaalt artikel 50, lid 3, van Richtlijn 2006/88/EG dat indien dat gebied of compartiment meer dan 75 % van het grondgebied van de lidstaat omvat of uit een met een andere lidstaat of derde land gedeeld stroomgebied bestaat, de procedure van artikel 50, lid 2, van die richtlijn moet worden vervangen door de regelgevingsprocedure.

  8. Er moeten nadere bepalingen worden vastgesteld om aan te geven in welke gevallen bewakingsprogramma’s en verklaringen inzake de ziektevrije status volgens de regelgevingsprocedure moeten worden goedgekeurd.

  9. Er moeten lijsten worden opgesteld van lidstaten, gebieden of compartimenten waarvoor volgens de regelgevingsprocedure goedgekeurde bewakings- of uitroeiingsprogramma’s gelden of die als ziektevrij zijn erkend.

  10. Er moeten modelformulieren voor de indiening van bewakingsprogramma’s ter goedkeuring en voor verklaringen betreffende dergelijke programma’s worden vastgesteld. Er moet een modelformulier worden opgesteld aan de hand waarvan de lidstaten verslag uitbrengen over de ontwikkeling van bepaalde uitroeiingsprogramma’s en bepaalde bewakingsprogramma’s. Bovendien moet een modelformulier worden vastgesteld voor de indiening van aanvragen ter verkrijging van de ziektevrije status met het oog op goedkeuring en van verklaringen betreffende deze status.

  11. Bijlage V bij Beschikking 2008/425/EG van de Commissie van 25 april 2008(3) tot vaststelling van standaardvoorschriften voor de indiening door de lidstaten van door de Gemeenschap te financieren nationale programma’s voor de uitroeiing, bestrijding en bewaking van bepaalde dierziekten en zoönosen bevat de gedetailleerde analyse van de kosten van de programma’s waarvoor de lidstaten een financiële bijdrage willen ontvangen. Ter wille van de samenhang van de communautaire wetgeving moet het modelformulier voor de indiening van uitroeiingsprogramma’s ter goedkeuring krachtens Richtlijn 2006/88/EG beantwoorden aan het model in die bijlage.

  12. Er is jaarlijkse informatie van de lidstaten nodig met het oog op de evaluatie van de ontwikkeling van de goedgekeurde bewakingsprogramma’s, alsmede van de goedgekeurde uitroeiingsprogramma’s waarvoor de Gemeenschap geen financiële steun verleent. Daartoe moet elk jaar een verslag bij de Commissie worden ingediend. Aangezien uitroeiingsprogramma’s waarvoor de Gemeenschap financiële steun verleent, onder Beschikking 90/424/EEG van de Raad van 26 juni 1990 betreffende bepaalde uitgaven op veterinair gebied(4) vallen, moeten de lidstaten overeenkomstig die beschikking verslag uitbrengen over de technische en financiële aspecten van die programma’s.

  13. De door de lidstaten bij het comité ingediende verklaringen betreffende bewakingsprogramma’s en verklaringen betreffende de ziektevrije status moeten langs elektronische weg toegankelijk zijn voor de Commissie en de andere lidstaten. Een informatiepagina op internet is uit technisch oogpunt de beste oplossing, omdat op die manier gemakkelijk toegang tot die verklaringen wordt verkregen.

  14. Krachtens Richtlijn 91/67/EEG zijn bij de volgende beschikkingen ziektevrije zones, viskwekerijen en programma’s erkend met het oog op het verkrijgen van de ziektevrije status: Beschikking 2002/308/EG van de Commissie van 22 april 2002 tot vaststelling van de lijsten van erkende gebieden en erkende viskwekerijen ten aanzien van virale hemorragische septikemie (VHS), van infectieuze hematopoëtische necrose (IHN) of van beide visziekten(5), Beschikking 2002/300/EG van de Commissie van 18 april 2002 tot vaststelling van de lijst van ten aanzien van Bonamia ostreae en/of Marteilia refringens erkende gebieden(6), Beschikking 2003/634/EG van de Commissie van 28 augustus 2003 houdende goedkeuring van programma’s ter verkrijging van de status van erkend gebied of erkend bedrijf in een niet-erkend gebied ten aanzien van virale hemorragische septikemie (VHS) en infectieuze hematopoëtische necrose (IHN) bij vis(7), en Beschikking 94/722/EG van de Commissie van 25 oktober 1994 tot goedkeuring van het door Frankrijk ingediende programma met betrekking tot bonamiose en marteiliose(8).

  15. De criteria voor het verkrijgen van de ziektevrije status in Richtlijn 2006/88/EG zijn gelijkwaardig aan die in Richtlijn 91/67/EEG wat betreft de erkenning van het gehele grondgebied van lidstaten, continentale gebieden en bedrijven in niet-erkende gebieden.

  16. Krachtens Richtlijn 91/67/EEG erkende continentale gebieden en bedrijven hoeven dan ook niet bij het comité te worden aangemeld overeenkomstig Richtlijn 2006/88/EG. Zij moeten ook worden opgenomen in de lijst van gebieden en compartimenten die toegankelijk is op de bij deze beschikking opgestelde internetpagina’s.

  17. Richtlijn 2006/88/EG voorziet echter niet in het begrip kustgebied. Krachtens Richtlijn 91/67/EEG als ziektevrij erkende kustgebieden moeten dan ook door de lidstaten opnieuw worden geëvalueerd en er moet krachtens Richtlijn 2006/88/EG een nieuwe aanvraag of, zo nodig, een nieuwe verklaring worden ingediend.

  18. De Beschikkingen 2002/300/EG en 2002/308/EG moeten daarom met ingang van 1 augustus 2009 worden ingetrokken, zodat de lidstaten voldoende tijd hebben om nieuwe verklaringen of aanvragen met betrekking tot die kustgebieden in te dienen.

  19. In Richtlijn 91/67/EEG wordt geen onderscheid gemaakt tussen bewakings- en uitroeiingsprogramma’s. Aangezien echter de voor dergelijke programma’s geldende voorschriften gelijkwaardig zijn, moeten de krachtens de Beschikkingen 2003/634/EG en 94/722/EG goedgekeurde programma’s worden geacht te voldoen aan Richtlijn 2006/88/EG. Omdat moet kunnen worden uitgemaakt welke van die programma’s als bewakings- dan wel als uitroeiingsprogramma moeten worden beschouwd en in de desbetreffende lijsten als vermeld in deze beschikking moeten worden opgenomen, moeten de lidstaten de Commissie uiterlijk op 30 april 2009 informatie over die programma’s verstrekken.

  20. De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

AFDELING 1 INDIENING VAN BEWAKINGSPROGRAMMA’S EN VERKLARINGEN BETREFFENDE DE ZIEKTEVRIJE STATUS TER GOEDKEURING

Artikel 1 Voorwaarden voor de indiening van bewakingsprogramma’s ter goedkeuring

1.

Bewakingsprogramma’s worden slechts ter goedkeuring ingediend, als bedoeld in artikel 44, lid 1, eerste alinea, van Richtlijn 2006/88/EG, indien zij betrekking hebben op:

  1. het gehele grondgebied van een lidstaat;

  2. compartimenten of groepen daarvan die meer dan 75 % van het kustgebied van de betrokken lidstaat omvatten voor wat betreft ziekten waardoor alleen zoutwatersoorten worden getroffen;

  3. gebieden en compartimenten of groepen daarvan die meer dan 75 % van het continentale gebied van de betrokken lidstaat omvatten voor wat betreft ziekten waardoor alleen zoetwatersoorten worden getroffen;

  4. gebieden en compartimenten of groepen daarvan die meer dan 75 % van het continentale gebied en het kustgebied van de betrokken lidstaat omvatten voor wat betreft ziekten waardoor zowel zoetwater- als zoutwatersoorten worden getroffen, of

  5. gebieden en compartimenten die bestaan uit stroomgebieden die met een andere lidstaat of derde land worden gedeeld.

2.

Voor de toepassing van deze beschikking wordt een compartiment of groep compartimenten van een kustgebied geacht meer dan 75 % van het kustgebied van een lidstaat te omvatten indien het meer dan 75 % van de kustlijn, gemeten langs de basislijn van de kust, omvat.

Artikel 2 Voorwaarden voor de indiening van verklaringen betreffende de ziektevrije status ter goedkeuring

Verklaringen betreffende de ziektevrije status worden slechts ter goedkeuring ingediend, als bedoeld in artikel 50, lid 3, van Richtlijn 2006/88/EG, indien de verklaring voldoet aan een van de voorwaarden van artikel 1, lid 1, van deze beschikking.

AFDELING 2 LIJSTEN VAN LIDSTATEN, GEBIEDEN EN COMPARTIMENTEN WAARVOOR GOEDGEKEURDE BEWAKINGS- EN UITROEIINGSPROGRAMMA’S EN ZIEKTEVRIJE GEBIEDEN GELDEN

Artikel 3 Lidstaten, gebieden en compartimenten waarvoor goedgekeurde bewakingsprogramma’s gelden

Artikel 4 Lidstaten, gebieden en compartimenten waarvoor goedgekeurde uitroeiingsprogramma’s gelden

Artikel 5 Ziektevrije lidstaten, gebieden en compartimenten

AFDELING 3 MODELFORMULIEREN VOOR DE INDIENING VAN VERKLARINGEN EN AANVRAGEN

Artikel 6 Modelformulieren voor bewakingsprogramma’s

Artikel 7 Modelformulier voor uitroeiingsprogramma’s

Artikel 8 Modelformulieren voor de indiening van stukken betreffende de ziektevrije status

AFDELING 4 VERPLICHTINGEN INZAKE RAPPORTERING EN INTERNETINFORMATIE

Artikel 9 Rapportering

Artikel 10 Informatiepagina’s op internet

AFDELING 5 OVERGANGSBEPALINGEN

Artikel 11 Overgangsbepalingen betreffende ziektevrije gebieden

Artikel 12 Overgangsbepalingen betreffende goedgekeurde programma’s

AFDELING 6 SLOTBEPALINGEN

Artikel 13 Intrekking

Artikel 14 Toepassing

Artikel 15 Adressaten

BIJLAGE I

BIJLAGE II

BIJLAGE III

BIJLAGE IV

BIJLAGE V

BIJLAGE VI