In deze richtlijn worden maatregelen vastgesteld die erop gericht zijn de tijdens het bijtanken van motorvoertuigen in benzinestations in de atmosfeer uitgestoten hoeveelheid benzinedamp te verminderen.
Richtlijn 2009/126/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 inzake fase II-benzinedampterugwinning tijdens het bijtanken van motorvoertuigen in benzinestations
Richtlijn 2009/126/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 inzake fase II-benzinedampterugwinning tijdens het bijtanken van motorvoertuigen in benzinestations
Artikel 1 Onderwerp
Artikel 2 Definities
In deze richtlijn wordt verstaan onder:
- 1. „benzine” :
- benzine als omschreven in artikel 2, onder a), van Richtlijn 94/63/EG;
- 2. „benzinedamp” :
- alle gasvormige, uit benzine vervluchtigende verbindingen;
- 3. „benzinestation” :
- benzinestation zoals gedefinieerd in artikel 2, onder f), van Richtlijn 94/63/EG;
- 4. „bestaand benzinestation” :
- een benzinestation dat is gebouwd of waarvoor een afzonderlijke bouw- of exploitatievergunning is afgegeven vóór 1 januari 2012;
- 5. „nieuw benzinestation” :
- een benzinestation dat is gebouwd of waarvoor een afzonderlijke bouw- of exploitatievergunning is afgegeven na 1 januari 2012;
- 6. „fase II-benzinedampterugwinningssysteem” :
- apparatuur die bedoeld is om benzinedamp die uit de brandstoftank van een motorvoertuig ontsnapt tijdens het tanken in een benzinestation, terug te winnen en waarmee die benzinedamp naar een opslagtank bij het benzinestation wordt gevoerd of terug naar de benzinepomp om te worden verkocht;
- 7. „benzinedampafvangrendement” :
- de hoeveelheid benzinedamp die door het fase II-benzinedampterugwinningssysteem is afgevangen, vergeleken met de hoeveelheid benzinedamp die in de atmosfeer zou zijn uitgestoten zonder een dergelijk systeem, uitgedrukt als percentage;
- 8. „damp/benzineverhouding” :
- de verhouding tussen het volume bij atmosferische druk van benzinedamp die door een fase II-benzinedampterugwinningssysteem loopt en het volume van de geleverde benzine;
- 9. „debiet” :
- de totale jaarlijkse hoeveelheid benzine die uit mobiele tanks aan een benzinestation wordt geleverd.
Artikel 3 Benzinestations
De lidstaten zorgen ervoor dat alle nieuwe benzinestations worden voorzien van een fase II-benzinedampterugwinningssysteem wanneer:
-
het feitelijke of het voorziene debiet daarvan meer dan 500 m3/jaar bedraagt; of
-
het feitelijke of het voorziene debiet daarvan meer dan 100 m3/jaar bedraagt en het gelegen is onder permanente woon- of werkruimten.
De lidstaten zorgen ervoor dat alle bestaande benzinestations die uitgebreid worden gerenoveerd, bij die renovatie worden voorzien van een fase II-benzinedampterugwinningssysteem wanneer:
-
het feitelijke of het voorziene debiet daarvan meer dan 500 m3/jaar bedraagt; of
-
het feitelijke of het voorziene debiet daarvan meer dan 100 m3/jaar bedraagt en het gelegen is onder permanente woon- of werkruimten.
De lidstaten zorgen ervoor dat alle bestaande benzinestations met een debiet van meer dan 3 000 m3/jaar uiterlijk op 31 december 2018 zijn voorzien van een fase II-benzinedampterugwinningssysteem.
Bij wijze van uitzondering zijn de leden 1, 2 en 3 niet van toepassing op benzinestations die uitsluitend in verband met de vervaardiging en aflevering van nieuwe motorvoertuigen worden gebruikt.
Artikel 4 Minimumniveau van benzinedampterugwinning
De lidstaten zorgen ervoor dat, vanaf de datum waarop fase II-benzinedampterugwinningssystemen krachtens artikel 3 verplicht worden, het benzinedampafvangrendement van dergelijke systemen ten minste 85 % bedraagt zoals door de producent is gecertificeerd in overeenstemming met norm EN 16321-1:2013.
Met ingang van de datum waarop fase II-benzinedampterugwinningssystemen overeenkomstig artikel 3 verplicht worden, bedraagt de damp/benzineverhouding voor dergelijke systemen waarbij de teruggewonnen benzinedamp naar een opslagtank bij het benzinestation wordt teruggevoerd, ten minste 0,95 en niet meer dan 1,05.
Artikel 5 Periodieke controles en informatie voor consumenten
De lidstaten zorgen ervoor dat het benzinedampafvangrendement tijdens het gebruik van fase II-benzinedampterugwinningssystemen ten minste eenmaal per jaar wordt getest in overeenstemming met norm EN 16321-2:2013.
Wanneer een automatisch bewakingssysteem is geïnstalleerd, zorgen de lidstaten ervoor dat het benzinedampafvangrendement ten minste eens in de drie jaar wordt getest. Dergelijke automatische bewakingssystemen moeten storingen van het juiste functioneren van het fase II-benzinedampterugwinningssysteem en van het automatische bewakingssysteem zelf automatisch kunnen opsporen, deze fouten aan de benzinestationhouder melden en de benzinetoevoer naar de defecte pomp automatisch stoppen als de storing niet binnen zeven dagen is verholpen.
Wanneer een benzinestation een fase II-benzinedampterugwinningssysteem heeft geïnstalleerd, zorgen de lidstaten ervoor dat bij dit station op of in de buurt van de benzinepomp een uithangbord, zelfklever of een andere melding wordt aangebracht waarmee de consumenten hiervan op de hoogte worden gebracht.