Home

Verordening (EG) n r. 891/2009 van de Commissie van 25 september 2009 houdende opening en vaststelling van de wijze van beheer van communautaire tariefcontingenten in de sector suiker

Verordening (EG) n r. 891/2009 van de Commissie van 25 september 2009 houdende opening en vaststelling van de wijze van beheer van communautaire tariefcontingenten in de sector suiker

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („Integrale-GMO-verordening”)(1), en met name op artikel 143, artikel 144, lid 1, de artikelen 148 en 156 en artikel 188, lid 2, juncto artikel 4,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. De geldigheid van Verordening (EG) nr. 950/2006 van de Commissie van 28 juni 2006 tot vaststelling voor de verkoopseizoenen 2006/2007, 2007/2008 en 2008/2009, van de uitvoeringsbepalingen voor de invoer en de raffinage van suikerproducten in het kader van bepaalde tariefcontingenten en preferentiële overeenkomsten(2) verstrijkt op 1 oktober 2009. Niettemin blijven bepaalde tariefcontingenten in de sector suiker na die datum bestaan. Er moeten derhalve bepalingen worden vastgesteld voor de opening en het beheer van die tariefcontingenten.

  2. Overeenkomstig artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1095/96 van de Raad van 18 juni 1996 betreffende de tenuitvoerlegging van de concessies in de lijst CXL die is opgesteld naar aanleiding van de voltooiing van de onderhandelingen in het kader van artikel XXIV, lid 6, van de GATT(3) moet de Commissie de maatregelen nemen voor de tenuitvoerlegging op landbouwgebied van de concessies in de lijst CXL (Europese Gemeenschappen) die aan de Wereldhandelsorganisatie is toegezonden. In het kader van deze regeling heeft de Commissie zich ertoe verbonden 10 000 ton suikerproducten van GN-code 1701 tegen nulrecht uit India in te voeren. Na de toetreding van Oostenrijk, Finland en Zweden, vervolgens van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije, en daarna van Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie, en in het kader van de afsluiting van de onderhandelingen op grond van artikel XXIV van de GATT, heeft de Gemeenschap zich er ook nog toe verbonden een hoeveelheid voor raffinage bestemde ruwe rietsuiker uit derde landen in te voeren tegen een recht van 98 EUR per ton.

  3. Krachtens artikel 4, lid 4, van Verordening (EG) nr. 2007/2000 van de Raad van 18 september 2000 tot vaststelling van uitzonderlijke handelsmaatregelen ten behoeve van de landen en gebieden die deelnemen aan of verbonden zijn met het stabilisatie- en associatieproces van de Europese Unie, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2820/98 en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 1763/1999 en (EG) nr. 6/2000(4) gelden voor de invoer van suikerproducten van de GN-codes 1701 en 1702 van oorsprong uit Bosnië en Herzegovina, Servië en Kosovo(5), jaarlijkse tariefcontingenten zonder douanerechten.

  4. Op 12 juni 2006 is in Luxemburg een Stabilisatie- en associatieovereenkomst ondertekend tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Albanië, anderzijds. In afwachting van de voltooiing van de nodige procedures voor de inwerkingtreding van die overeenkomst, is een Interimovereenkomst betreffende de handel en aanverwante zaken tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Republiek Albanië, anderzijds(6), ondertekend en gesloten die op 1 december 2006 van kracht is geworden.

  5. Op 16 juni 2008 is in Luxemburg een Stabilisatie- en associatieovereenkomst ondertekend tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en Bosnië en Herzegovina, anderzijds. In afwachting van de voltooiing van de nodige procedures voor de inwerkingtreding van die overeenkomst is een Interimovereenkomst betreffende de handel en aanverwante zaken tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en Bosnië en Herzegovina, anderzijds(7), ondertekend en gesloten die op 1 juli 2008 van kracht is geworden.

  6. Krachtens artikel 27, lid 5, en bijlage IV, onder h), van de Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Kroatië, anderzijds(8), zoals gewijzigd bij het protocol dat bij Beschikking 2006/882/EG van de Raad(9) is goedgekeurd, mogen producten van de GN-posten 1701 en 1702 van oorsprong uit Kroatië tot een jaarlijkse hoeveelheid van 180 000 ton (nettogewicht) rechtenvrij in de Gemeenschap worden ingevoerd.

  7. Krachtens artikel 27, lid 2, van de op 1 januari 2006 in werking getreden Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, anderzijds(10), mogen producten van de GN-posten 1701 en 1702 van oorsprong uit de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië binnen een jaarlijks tariefcontingent van 7 000 ton (nettogewicht) rechtenvrij in de Gemeenschap worden ingevoerd.

  8. Krachtens artikel 142 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 mag de Commissie de invoerrechten schorsen om de grondstofvoorziening die nodig is voor de vervaardiging van de in artikel 62, lid 2, van die verordening bedoelde producten, te garanderen. De regels voor het beheer van de betrokken contingenten moeten worden vastgesteld.

  9. Bovendien moeten er regels worden vastgesteld voor het beheer van de contingenten die zijn gebaseerd op de toepassing van artikel 186, onder a), en artikel 187 van Verordening (EG) nr. 1234/2007, waarin is bepaald dat de Commissie de invoerrechten voor bepaalde hoeveelheden geheel of gedeeltelijk mag schorsen wanneer de suikerprijzen op de communautaire markt aanzienlijk stijgen of dalen of wanneer de suikerprijzen op de wereldmarkt een niveau bereiken waarbij de voorziening van de communautaire markt wordt verstoord of dreigt te worden verstoord.

  10. Verordening (EG) nr. 376/2008 van de Commissie van 23 april 2008 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer-, uitvoer- en voorfixatiecertificaten voor landbouwproducten(11) en Verordening (EG) nr. 1301/2006 van de Commissie van 31 augustus 2006 houdende gemeenschappelijke voorschriften voor het beheer van door middel van een stelsel van invoercertificaten beheerde invoertariefcontingenten voor landbouwproducten(12) zijn van toepassing op de invoercertificaten die op grond van de onderhavige verordening worden afgegeven, tenzij in de onderhavige verordening anders is bepaald.

  11. Om te zorgen voor gelijke en rechtvaardige behandeling voor alle marktdeelnemers, moet de periode worden vastgesteld waarin de certificaataanvragen mogen worden ingediend en de certificaten mogen worden afgegeven.

  12. Het indienen van invoercertificaataanvragen voor industriële suiker moet worden voorbehouden aan verwerkers van industriële suiker. Dergelijke verwerkers zijn niet noodzakelijkerwijs actief in de handel met derde landen. Daarom moet dienovereenkomstig een afwijking van artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1301/2006 worden vastgesteld.

  13. Overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1301/2006 moeten aanvragers ten overstaan van de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waarin zij voor btw-doeleinden zijn geregistreerd, bewijzen dat zij gedurende een bepaalde periode in suiker hebben gehandeld. Niettemin moeten marktdeelnemers die overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 952/2006 van de Commissie van 29 juni 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 318/2006 van de Raad, wat betreft het beheer van de interne suikermarkt en het quotastelsel(13) zijn erkend, invoercertificaten kunnen aanvragen voor tariefcontingenten, ongeacht of zij al dan niet betrokken zijn geweest bij de handel met derde landen.

  14. In artikel 6, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1301/2006 is bepaald dat aanvragers van invoercertificaten ten aanzien van een invoertariefcontingentsperiode niet meer dan één invoercertificaataanvraag voor hetzelfde contingentsvolgnummer mogen indienen. Voor suiker valt het verkoopseizoen samen met de invoertariefcontingentsperiode. Om de financiële last voor de importeurs te beperkten en om te zorgen voor een vlotte voorziening van de communautaire markt, moeten de invoercertificaataanvragen eens per maand worden ingediend.

  15. De lidstaten moeten in het bijzonder toezicht houden op suiker die wordt ingevoerd om te worden geraffineerd. Daarom moeten marktdeelnemers direct bij de indiening van de invoercertificaataanvraag specificeren of de ingevoerde suiker al dan niet is bestemd om te worden geraffineerd.

  16. Om een doeltreffend beheer van de suikerinvoer in het kader van de onderhavige verordening mogelijk te maken, moeten de lidstaten de betrokken gegevens boeken en aan de Commissie rapporteren. Om de controles te verbeteren, moet worden bepaald dat het toezicht op de invoer van de onder het jaarlijkse tariefcontingent vallende producten moet plaatsvinden overeenkomstig artikel 308 quinquies van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek(14).

  17. Krachtens artikel 153, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 mogen in de eerste drie maanden van elk verkoopseizoen en met inachtneming van het in artikel 153, lid 1, van die verordening vastgestelde maximum, invoercertificaten alleen worden afgegeven aan voltijdraffinaderijen. Bepaald moet worden dat alleen voltijdraffinaderijen gedurende die periode invoercertificaten voor suiker bestemd voor raffinage mogen aanvragen.

  18. De lidstaten moeten controleren of aan de verplichting om suiker te raffineren is voldaan. Als de oorspronkelijke titularis van het invoercertificaat niet in staat is dit bewijs te leveren, moet een boete worden betaald.

  19. Alle invoer van suiker die door een erkende marktdeelnemer wordt geraffineerd, moet op een invoercertificaat voor suiker bestemd voor raffinage zijn gebaseerd. Voor hoeveelheden waarvoor een dergelijk bewijs niet kan worden geleverd, moet een boete worden opgelegd.

  20. Aangezien suiker voor industriële invoer slechts mag worden gebruikt voor de vervaardiging van de producten die zijn opgenomen in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 967/2006 van de Commissie van 29 juni 2006 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 318/2006 met betrekking tot de productie buiten het quotum in de sector suiker(15), moeten de in die verordening vastgestelde bepalingen inzake het beheer van de industriële grondstof en de verplichtingen van de verwerkers gelden voor de ingevoerde hoeveelheden.

  21. Verordening (EG) nr. 950/2006 wordt in principe per 1 oktober 2009 ingetrokken. Bepaald moet echter worden dat invoercertificaten die overeenkomstig die verordening zijn afgegeven en die na 1 oktober 2009 verstrijken, geldig moeten blijven.

  22. De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Beheerscomité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Onderwerp

Bij de onderhavige verordening worden de in bijlage I, delen I en II, vastgestelde tariefcontingenten geopend en de beheersvoorschriften vastgesteld voor de invoer van producten van de sector suiker als bedoeld in:

  1. de lijst „CXL — Europese Gemeenschappen” als bedoeld in artikel 1, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1095/96;

  2. artikel 4, lid 4, van Verordening (EG) nr. 2007/2000;

  3. artikel 27, lid 2, van de Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, anderzijds;

  4. artikel 27, lid 5, van de Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Kroatië, anderzijds;

  5. artikel 27, lid 2, van de Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Albanië, anderzijds;

  6. artikel 12, lid 3, van de Interimovereenkomst betreffende de handel en aanverwante zaken tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en Bosnië en Herzegovina, anderzijds;

  7. artikel 11, lid 4, van de Interimovereenkomst betreffende de handel en aanverwante zaken tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Republiek Servië, anderzijds(16).

Bovendien worden bij de onderhavige verordening de beheersvoorschriften voor bepaalde in bijlage I, deel III, vastgestelde tariefcontingenten voor de invoer van producten van de sector suiker vastgesteld op grond van:

  1. artikel 186, onder a), en artikel 187 van Verordening (EG) nr. 1234/2007;

  2. artikel 142 van Verordening (EG) nr. 1234/2007.

Artikel 2 Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  1. „suiker CXL-concessies”: suiker die is vermeld in de lijst „CXL — Europese Gemeenschappen” als bedoeld in artikel 1, eerste alinea, onder a);

  2. „Balkansuiker”: de producten van de sector suiker van de GN-codes 1701 en 1702 van oorsprong uit Albanië, Bosnië en Herzegovina, Servië, Kosovo(17), de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië of Kroatië, die in de Gemeenschap worden ingevoerd op grond van de in artikel 1, eerste alinea, onder b) tot en met g), genoemde besluiten;

  3. „suiker voor uitzonderlijke invoer”: de in artikel 1, tweede alinea, onder a), bedoelde producten van de sector suiker;

  4. „suiker voor industriële invoer”: de in artikel 1, tweede alinea, onder b), bedoelde producten van de sector suiker;

  5. „gewicht tel quel”: het gewicht van de suiker in ongewijzigde staat;

  6. „raffinage”: de verwerking van ruwe suiker tot witte suiker, zoals gedefinieerd in bijlage III, deel II, punten 1 en 2, bij Verordening (EG) nr. 1234/2007, alsmede alle gelijkwaardige technische bewerkingen die op witte, onverpakte suiker worden toegepast.

Artikel 3 Opening en beheer

1.

De tariefcontingenten worden ieder jaar geopend voor de periode van 1 oktober tot en met 30 september.

De hoeveelheid producten, de volgnummers en het douanerecht worden vastgesteld in bijlage I.

2.

De tariefcontingentperiode wordt onderverdeeld in deelperiodes van elk 1 maand. De hoeveelheden voor de deelperiodes zijn als volgt:

  • 100 % voor de eerste deelperiode;

  • 0 % voor de resterende deelperiodes.

3.

De tariefcontingenten wordt beheerd overeenkomstig de methode van het gelijktijdige onderzoek van hoofdstuk II van Verordening (EG) nr. 1301/2006.

Artikel 4 Toepassing van de Verordeningen (EG) nr. 1301/2006 en (EG) nr. 376/2008

Artikel 5 Invoercertificaataanvragen

Artikel 6 Op de invoercertificaataanvragen en de invoercertificaten in te vullen gegevens

Artikel 7 Verplichtingen in verband met de indiening van de invoercertificaataanvragen

Artikel 8 Afgifte en geldigheid van invoercertificaten

Artikel 9 Mededelingen aan de Commissie

Artikel 10 In het vrije verkeer brengen

HOOFDSTUK II SPECIFIEKE BEPALINGEN VOOR SUIKER VOOR UITZONDERLIJKE INVOER EN SUIKER VOOR INDUSTRIËLE INVOER

Artikel 11 Opening en hoeveelheden

Artikel 12 Verwerkers van suiker voor industriële invoer

Artikel 13 Gebruik van invoercertificaten voor industriële suiker

HOOFDSTUK III TRADITIONELE LEVERINGSBEHOEFTEN

Artikel 14 Regeling voltijdraffinaderijen

Artikel 15 Bewijs van raffinage en boetes

HOOFDSTUK IV INTREKKING EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 16 Intrekking

Artikel 17 Inwerkingtreding en toepassing

BIJLAGE I

BIJLAGE II

BIJLAGE III