Home

Verordening (EG) n r. 1121/2009 van de Commissie van 29 oktober 2009 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad met betrekking tot de bij de titels IV en V van die verordening ingestelde steunregelingen

Verordening (EG) n r. 1121/2009 van de Commissie van 29 oktober 2009 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad met betrekking tot de bij de titels IV en V van die verordening ingestelde steunregelingen

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad van 19 januari 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening aan landbouwers in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1290/2005, (EG) nr. 247/2006, (EG) nr. 378/2007 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1782/2003(1), en met name op artikel 29, lid 4, onder a), artikel 87, lid 4, artikel 89, lid 2, artikel 91, lid 2, artikel 101, lid 2, tweede alinea, artikel 103, lid 1, artikel 142, onder c), e), q) en s), en artikel 147,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad van 29 september 2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en houdende wijziging van de Verordeningen (EEG) nr. 2019/93, (EG) nr. 1452/2001, (EG) nr. 1453/2001, (EG) nr. 1454/2001, (EG) nr. 1868/94, (EG) nr. 1251/1999, (EG) nr. 1254/1999, (EG) nr. 1673/2000, (EEG) nr. 2358/71 en (EG) nr. 2529/2001(2) is ingetrokken en vervangen door Verordening (EG) nr. 73/2009. Bij Verordening (EG) nr. 1973/2004 van de Commissie van 29 oktober 2004 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad met betrekking tot de bij de titels IV en IV bis van die verordening ingestelde steunregelingen en het gebruik van braakgelegde grond voor de productie van grondstoffen(3) zijn de bepalingen vastgesteld ter uitvoering van de steunregelingen die bij de titels IV en IV bis van Verordening (EG) nr. 1782/2003 waren ingesteld. Verordening (EG) nr. 1973/2004 moet worden aangepast aan de bij Verordening (EG) nr. 73/2009 doorgevoerde wijzigingen, en met name de wijzigingen in titel IV en in de hoofdstukken 2 en 4 van titel V van laatstgenoemde verordening. Verordening (EG) nr. 1973/2004 moet duidelijkheids- en eenvoudigheidshalve worden ingetrokken en worden vervangen door een nieuwe verordening.

  2. Met het oog op een doelmatig beheer van de regelingen die zijn ingesteld bij titel IV van Verordening (EG) nr. 73/2009, moeten de in het kader van een aantal van deze regelingen toe te kennen betalingen beperkt blijven tot arealen met een bepaalde minimumgrootte („areaalbetaling”). Bij de vaststelling van de minimumgrootte van een areaal moet rekening worden gehouden met de bijzondere omvang van landbouwbedrijven in een aantal lidstaten of met de specifieke omstandigheden bij een aantal teelten.

  3. Voorkomen moet worden dat land wordt ingezaaid uitsluitend om in aanmerking te komen voor areaalbetalingen. Er moeten bepaalde voorwaarden betreffende de inzaai en de teelt van gewassen worden gesteld, vooral voor eiwithoudende gewassen en rijst en groenten en fruit. Wegens de verscheidenheid van de landbouwmethoden in de Gemeenschap moet worden voldaan aan plaatselijke normen.

  4. Voor een perceel dat in een bepaald jaar wordt beteeld, dient slechts één aanvraag voor een areaalbetaling te worden toegestaan, tenzij de steun betrekking heeft op de productie van zaaizaad. Areaalbetalingen kunnen worden toegekend voor gewassen die worden gesubsidieerd op grond van een regeling in het kader van het structuur- of milieubeleid van de Gemeenschap.

  5. In steunregelingen is bepaald dat, indien de oppervlakte, de hoeveelheid of het aantal dieren waarvoor steun wordt aangevraagd, groter is dan een bepaald maximum, de oppervlakte, de hoeveelheid of het aantal waarvoor de steun wordt aangevraagd, in het betrokken jaar proportioneel wordt verlaagd. Daarom moet worden bepaald op welke wijze en vóór welke datum de lidstaten de Commissie de gegevens moeten verstrekken en de Commissie moeten informeren over de oppervlakten, hoeveelheden of aantallen waarvoor de steun is betaald.

  6. De betalingsvoorwaarden voor en de berekening van de gewasspecifieke betaling voor rijst hangen niet alleen af van het basisareaal dat of de basisarealen die in artikel 75 van Verordening (EG) nr. 73/2009 voor elke producerende lidstaat is of zijn vastgesteld, maar ook van de eventuele onderverdeling van een basisareaal in subbasisarealen en van de objectieve criteria die de betrokken lidstaat voor die onderverdeling heeft gekozen, van de teeltvoorwaarden die gelden voor de beteelde percelen, en van de minimumgrootte van het areaal. Daarom zijn uitvoeringsbepalingen nodig met betrekking tot de wijze waarop de basisarealen en subbasisarealen worden vastgesteld, beheerd en beteeld.

  7. Overeenkomstig artikel 76 van Verordening (EG) nr. 73/2009 moet bij een overschrijding van het basisareaal de gewasspecifieke betaling voor rijst worden verlaagd. De bij de berekening van die verlaging te hanteren criteria en coëfficiënten moeten worden vastgesteld.

  8. Voor het toezicht op de gewasspecifieke betalingen voor rijst heeft de Commissie bepaalde informatie nodig over het gebruik van de basisarealen en subbasisarealen. Daartoe dient te worden bepaald welke informatie de lidstaten de Commissie moeten verstrekken en welke termijnen daarvoor gelden.

  9. De artikelen 77 en 78 van Verordening (EG) nr. 73/2009 voorzien in steun aan landbouwers die voor de zetmeelproductie bestemde aardappelen produceren, mits een teeltcontract is gesloten, en binnen de contingenten zoals bedoeld in Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („Integrale-GMO-verordening”)(4). Daarom moeten de voorwaarden voor de toekenning van deze steun worden vastgesteld en moet waar nodig worden verwezen naar de bestaande bepalingen met betrekking tot de bij Verordening (EG) nr. 1234/2007 ingestelde contingenteringsregeling.

  10. De normen voor niet-bittere lupinen en de tests om uit te maken of een monster uit niet-bittere dan wel uit bittere lupinen bestaat, moeten worden vastgesteld.

  11. In sommige regio’s worden eiwithoudende gewassen om landbouwkundige redenen van oudsher gemengd met granen ingezaaid. Het verkregen product bestaat hoofdzakelijk uit eiwithoudende gewassen. De aldus ingezaaide oppervlakten moeten daarom voor de toekenning van de premie voor eiwithoudende gewassen als oppervlakten met eiwithoudende gewassen worden beschouwd.

  12. Met het oog op een doelmatige steunverlening voor noten en een goed beheer van de betrokken steunregeling mag de toegekende areaalsteun niet worden gebruikt om marginale aanplantingen of geïsoleerde bomen te financieren. Daarom moet het om een gespecialiseerde boomgaard gaan, waarbij een minimale perceelsgrootte en een minimale boomdichtheid moeten worden vastgesteld.

  13. In artikel 87 van Verordening (EG) nr. 73/2009 is bepaald dat rechtstreekse steun kan worden toegekend voor de productie van zaaizaad van een of meer soorten. Die steun mag alleen worden toegekend voor de productie van basiszaad of gecertificeerd zaad en deze producten moeten duidelijk worden omschreven door verwijzing naar de richtlijnen betreffende de certificering en het in de handel brengen van zaaizaad: Richtlijn 66/401/EEG van de Raad van 14 juni 1966 betreffende het in de handel brengen van zaaizaad van groenvoedergewassen(5), Richtlijn 66/402/EEG van de Raad van 14 juni 1966 betreffende het in de handel brengen van zaaigranen(6) en Richtlijn 2002/57/EG van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het in de handel brengen van zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen(7).

  14. Om controles mogelijk te maken, moeten het basiszaad en het gecertificeerd zaad worden geproduceerd in het kader van vermeerderingscontracten of -aangiften, waarvan een kopie bij de verzamelaanvraag moet worden gevoegd, en moeten de zaadhandelaren en de kwekers officieel zijn erkend of geregistreerd.

  15. Op grond van bijlage XIII bij Verordening (EG) nr. 73/2009 mag in het geval van Cannabis sativa L. de productiesteun alleen worden betaald voor basiszaad en gecertificeerd zaad van rassen met een tetrahydrocannabinolgehalte van ten hoogste 0,2 %. Met het oog op een uniforme toepassing in de gehele Gemeenschap van de regels voor de steunverlening moet worden vastgesteld welke rassen van Cannabis sativa L. in het kader van artikel 39 van Verordening (EG) nr. 73/2009 in aanmerking komen voor rechtstreekse betalingen.

  16. Titel IV, hoofdstuk 1, afdeling 6, van Verordening (EG) nr. 73/2009 voorziet in een gewasspecifieke betaling voor katoen. Voor de toepassing van die regeling moeten uitvoeringsbepalingen worden vastgesteld. Deze moeten onder meer betrekking hebben op de verlening van een vergunning voor grond die geschikt is voor de productie van katoen, en op de toelating van rassen. Voorts moet een criterium worden vastgesteld om aan te geven wat onder inzaai wordt verstaan. Een minimale gewasdichtheid die door de lidstaat is vastgesteld met inachtneming van de bodem- en klimaatgesteldheid en van de specifieke regionale kenmerken, is een objectief criterium om uit te maken of de inzaai correct is uitgevoerd.

  17. De lidstaten moeten de brancheorganisaties voor de productie van katoen erkennen op basis van objectieve criteria met betrekking tot de omvang en de interne werking van die organisaties. Bij de vaststelling van de minimale omvang van een brancheorganisatie moet er rekening mee worden gehouden dat elk bij die brancheorganisatie aangesloten egreneringsbedrijf toereikende hoeveelheden niet-geëgreneerde katoen in ontvangst moet kunnen nemen.

  18. Om het beheer van de steunregeling niet te ingewikkeld te maken, mag een producent slechts bij één brancheorganisatie zijn aangesloten. Om dezelfde reden mag een tot een brancheorganisatie behorende producent die zich ertoe verbindt de door hem geproduceerde katoen te leveren, deze katoen alleen leveren aan een bij diezelfde organisatie aangesloten egreneringsbedrijf.

  19. In het kader van de steunregeling voor katoen moeten de lidstaten hun producenten bepaalde informatie over de katoenteelt verstrekken, zoals de toegelaten rassen, de objectieve criteria voor de verlening van een vergunning voor grond en de minimale gewasdichtheid. Met het oog op de tijdige voorlichting van de landbouwers moet de lidstaat deze informatie vóór een bepaalde datum aan hen verstrekken.

  20. In titel IV, hoofdstuk 1, afdelingen 8 en 9, van Verordening (EG) nr. 73/2009 is bepaald dat voor groenten en fruit steun mag worden verleend, mits een verwerkingscontract is gesloten. Daartoe dient te worden verlangd dat ten aanzien van de betrokken landbouwgrondstoffen een contract wordt gesloten tussen, enerzijds, een erkende eerste verwerker en, anderzijds, een teler of een erkende producentenorganisatie die hem vertegenwoordigt of, in het geval van de overgangsbetalingen voor groenten en fruit en de overgangsbetaling voor zacht fruit, een erkende inzamelaar die de teler vertegenwoordigt.

  21. Om te garanderen dat de grondstoffen die afkomstig zijn van de oppervlakten waarvoor de overgangsbetalingen voor groenten en fruit en de overgangsbetaling voor zacht fruit worden verleend, uiteindelijk worden verwerkt, moet een regeling voor de erkenning van eerste verwerkers en inzamelaars worden ingesteld. Dergelijke erkende marktdeelnemers moeten aan minimumeisen voldoen, waarbij zij bij niet-nakoming van hun verplichtingen sancties opgelegd krijgen overeenkomstig op nationaal niveau door de bevoegde autoriteiten vast te stellen nadere regels.

  22. Om het totaalbedrag voor de overgangsbetalingen voor groenten en fruit op passende wijze te kunnen beheren, moeten de lidstaten vroeg in het jaar een indicatief steunbedrag per hectare en vóór de periode waarin de betalingen worden verricht, het definitieve steunbedrag per hectare vaststellen.

  23. De criteria waaraan moet worden voldaan om in aanmerking te komen voor de in titel IV, hoofdstuk 1, afdeling 10, van Verordening (EG) nr. 73/2009 bedoelde premies in de schapen- en geitenvleessectoren, en met name de voorwaarden die daaraan moeten worden verbonden, moeten worden vastgesteld.

  24. Op grond van artikel 101, lid 2, van Verordening (EG) nr. 73/2009 kan in bepaalde gebieden van de Gemeenschap aan producenten van geitenvlees een premie worden verleend. Bijgevolg moet aan de hand van de in dat lid vastgestelde criteria worden bepaald om welke gebieden het gaat.

  25. Op grond van artikel 102, lid 1, van Verordening (EG) nr. 73/2009 kunnen landbouwers met een bedrijf waarvan de voor landbouw gebruikte oppervlakte voor ten minste 50 % in probleemgebieden ligt, in aanmerking komen voor een aanvullende premie. In artikel 101, lid 2, is sprake van de specifieke geografische gebieden waar de producenten van geitenvlees voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de geitenpremie. Bepaald dient te worden dat de landbouwers die aan de bovenbedoelde criteria voldoen, een aangifte moeten indienen waaruit blijkt dat ten minste de helft van de oppervlakte die zij voor landbouwproductie gebruiken, is gelegen in probleemgebieden of in gebieden waar de geitenpremie kan worden toegekend.

  26. Ten behoeve van de controle of de aanvragen voor de ooienpremie correct zijn wat het gevraagde premieniveau betreft, moeten de lidstaten een inventaris opstellen van de landbouwers die schapenmelk of zuivelproducten op basis van schapenmelk verkopen.

  27. Voor de uitvoering van het bij de artikelen 104, 105 en 106 van Verordening (EG) nr. 73/2009 ingevoerde stelsel van individuele maxima kunnen, op terreinen zoals met name het gebruik van om niet toegekende rechten, het gebruik van normale rechten inclusief een minimumgebruik, de tijdelijke verhuur en de overdracht van rechten, de kennisgeving van wijzigingen van het individuele maximum en de overdracht van rechten via de nationale reserve, de bestaande administratieve regels verder worden toegepast. Sommige van die regels zijn specifieke bepalingen voor naar behoren gerechtvaardigde uitzonderingsgevallen zoals, wat het gebruik van rechten betreft, het geval van kleine landbouwers en van landbouwers die deelnemen aan een extensiveringsprogramma of aan een programma voor vervroegde uittreding, en, wat overdrachten betreft, het erven van premierechten en het geval van landbouwers die uitsluitend weidegrond in overheids- of collectief bezit gebruiken.

  28. De Commissie moet de uitvoering van de nieuwe regelingen nauwlettend volgen en daarom moeten de lidstaten de essentiële informatie over de toepassing van de premievoorschriften naar behoren aan haar verstrekken.

  29. In voorkomend geval moet aan de Commissie nadere informatie worden verstrekt over de nationale voorschriften voor de extra betalingen en over de tenuitvoerlegging van die betalingen.

  30. Titel IV, hoofdstuk 1, afdeling 11, van Verordening (EG) nr. 73/2009 voorziet in rund- en kalfsvleesbetalingen. De criteria om voor die betalingen in aanmerking te komen, en met name de voorwaarden die daaraan moeten worden verbonden, moeten worden vastgesteld.

  31. Bepaald dient te worden dat het in artikel 110, lid 3, onder b), van Verordening (EG) nr. 73/2009 bedoelde administratieve document op nationaal niveau wordt ontworpen en beschikbaar wordt gesteld. In verband met de specifieke omstandigheden op het gebied van het beheer en de controle in de lidstaten moeten verschillende vormen van administratieve documenten worden toegestaan.

  32. Artikel 110, lid 3, onder a), en artikel 116, lid 1, van Verordening (EG) nr. 73/2009 stellen de toekenning van de speciale premie en van de slachtpremie afhankelijk van de inachtneming van een aanhoudperiode. Bijgevolg moet die periode nader worden omschreven en moet de duur ervan worden vastgesteld.

  33. Het is wenselijk dat de toekenningsregeling voor de bij het slachten verleende speciale premie de nodige samenhang vertoont met die voor de slachtpremie. Gepreciseerd dient te worden welke soorten documenten het dier moeten volgen totdat het wordt geslacht, verzonden of uitgevoerd. Met het oog op de specifieke omstandigheden in het geval van toekenning van de speciale premie bij het slachten, moet worden aangegeven welke leeftijdsvoorwaarden voor ossen gelden en van welke aanbiedingsvorm van geslachte volwassen runderen wordt uitgegaan.

  34. Het in artikel 111 van Verordening (EG) nr. 73/2009 omschreven begrip „zoogkoe” dient te worden gepreciseerd. Het is dienstig daartoe met dezelfde rassen te werken als in Verordening (EG) nr. 2342/1999 van de Commissie van 28 oktober 1999 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1254/1999 van de Raad houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector rundvlees met betrekking tot de premieregelingen(8). Bovendien kunnen de belangrijkste bestaande voorschriften verder worden toegepast, vooral wat de gemiddelde melkopbrengst en de aanvullende nationale premie betreft.

  35. De bestaande administratieve bepalingen kunnen verder worden toegepast, vooral op het gebied van de individuele maxima, de kennisgevingen met betrekking tot de individuele maxima en de nationale reserve, de om niet verkregen rechten, het gebruik van de rechten, de overdracht en de tijdelijke verhuur van rechten en de overdrachten via de nationale reserve.

  36. De Commissie moet op basis van de beschikbare informatie bepalen welke lidstaten voldoen aan de voorwaarden voor de toepassing van de in artikel 115 van Verordening (EG) nr. 73/2009 vastgestelde specifieke regeling. De bijzondere voorschriften voor de toekenning van de premie moeten worden bepaald.

  37. Specifieke bepalingen moeten worden vastgesteld met betrekking tot de toepassing van de regels inzake termijnen, data en aanvangs- en vervaltijden op de aanhoudperioden.

  38. Ter vereenvoudiging dient de steunaanvraag voor dieren in het kader van het geïntegreerd systeem als aanvraag voor de slachtpremie te gelden mits daarin alle ter rechtvaardiging van de betaling van die premie benodigde elementen zijn opgenomen en mits het dier in dezelfde of een andere lidstaat wordt geslacht of wordt uitgevoerd.

  39. Het dient mogelijk te worden gemaakt het gecomputeriseerde gegevensbestand zoals bedoeld in Verordening (EG) nr. 1760/2000 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juli 2000 tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor runderen en inzake de etikettering van rundvlees en rundvleesproducten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 820/97 van de Raad(9) te gebruiken om het beheer van de slachtpremie te vergemakkelijken, mits de betrokken lidstaat van oordeel is dat dit gegevensbestand voldoende waarborgen biedt ten aanzien van de juistheid van de erin opgenomen gegevens die nodig zijn voor de betaling van die premie.

  40. Voor kalveren kan de slachtpremie slechts worden toegekend als deze dieren een bepaald gewicht niet overschrijden. Daarom moet worden bepaald op welke standaardaanbiedingsvorm van geslachte kalveren dit maximumgewicht betrekking heeft.

  41. Om ervoor te zorgen dat de landbouwers de betalingen zo snel mogelijk ontvangen, dient te worden voorzien in de verstrekking van voorschotten. Voorkomen moet echter worden dat het voorschot hoger is dan de definitieve betaling na toepassing van het nationale of regionale maximum. Daarom dient de lidstaten te worden toegestaan het voor te schieten percentage te verlagen waar het gaat om de premieregelingen waarvoor een dergelijk maximum geldt.

  42. Aangegeven moet worden welke datum bepalend is voor de elementen waarmee bij de toepassing van de regelingen inzake de speciale premie en de zoogkoeienpremie rekening moet worden gehouden. Omwille van een doeltreffend en samenhangend beheer dient dat in de regel de datum te zijn waarop de aanvraag wordt ingediend. Voor de speciale premie die bij het slachten wordt toegekend, dient evenwel een specifieke regeling te worden getroffen om overdracht naar het volgende jaar ter verkrijging van een hogere premie te voorkomen. Bij de slachtpremie is de datum waarop het dier wordt geslacht of uitgevoerd, representatiever voor de werkelijkheid.

  43. Om te voorkomen dat een groot aantal aanvragen zou moeten worden beheerd waarmee een zeer lage betaling per bedrijf is gemoeid, hebben Bulgarije, Tsjechië, Estland, Letland, Litouwen, Hongarije, Polen, Roemenië en Slowakije overeenkomstig artikel 124, lid 2, derde alinea, van Verordening (EG) nr. 73/2009 verzocht de minimumgrootte van de in aanmerking komende oppervlakte per bedrijf te mogen vaststellen op meer dan 0,3 ha.

  44. De nieuwe lidstaten in de zin van artikel 2, onder g), van Verordening (EG) nr. 73/2009 die de regeling inzake een enkele areaalbetaling toepassen, hebben geschat welk deel van hun oppervlakte cultuurgrond op 30 juni 2003 in een goede landbouwconditie verkeerde, en hebben voorgesteld het aan te passen op basis van de minimumgrootte van de in aanmerking komende oppervlakte per bedrijf.

  45. Op grond van artikel 132 van Verordening (EG) nr. 73/2009 bestaat in de nieuwe lidstaten de mogelijkheid om, na goedkeuring door de Commissie, aan landbouwers betaalde rechtstreekse steun aan te vullen. De algemene voorschriften voor de toepassing van deze mogelijkheid dienen te worden vastgesteld.

  46. Gelet op de specifieke bepalingen inzake de steun voor energiegewassen waarin titel IV, hoofdstuk 5, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 voorziet, en het braakleggingsprogramma waarin titel IV, hoofdstuk 10, van die verordening voorziet, met name wat betreft meerjarige gewassen, en om onnodige administratieve lasten voor landbouwers en verwerkers na de afschaffing van deze steun weg te nemen, moeten overgangsbepalingen voor een soepele afschaffing ervan en voor de vrijgave van de door de inzamelaars en verwerkers gestelde zekerheden worden vastgesteld.

  47. De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor rechtstreekse betalingen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

TITEL I TOEPASSINGSGEBIED EN ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Onderwerp en toepassingsgebied

1.

Bij de onderhavige verordening worden uitvoeringsbepalingen vastgesteld voor de volgende bij titel IV, hoofdstuk 1, van Verordening (EG) nr. 73/2009 ingestelde steunregelingen:

  1. de gewasspecifieke betaling voor rijst als bedoeld in afdeling 1 daarvan;

  2. de steun voor zetmeelaardappeltelers als bedoeld in afdeling 2 daarvan;

  3. de premie voor eiwithoudende gewassen als bedoeld in afdeling 3 daarvan;

  4. de areaalbetaling voor noten als bedoeld in afdeling 4 daarvan;

  5. de steun voor zaaizaad als bedoeld in afdeling 5 daarvan;

  6. de gewasspecifieke betaling voor katoen als bedoeld in afdeling 6 daarvan;

  7. de overgangsbetalingen voor groenten en fruit en de overgangsbetaling voor zacht fruit als bedoeld in de afdelingen 8 en 9 daarvan;

  8. premies in de schapen- en geitenvleessectoren als bedoeld in afdeling 10 daarvan;

  9. de rund- en kalfsvleesbetalingen als bedoeld in afdeling 11 daarvan.

2.

Bij de onderhavige verordening worden uitvoeringsbepalingen vastgesteld voor de volgende bij titel V van Verordening (EG) nr. 73/2009 ingestelde steunregelingen:

  1. de regeling inzake een enkele areaalbetaling als bedoeld in hoofdstuk 2 daarvan;

  2. de aanvullende nationale rechtstreekse betalingen als bedoeld in hoofdstuk 4 daarvan.

Artikel 2 Definities

Voor de toepassing van de onderhavige verordening gelden de definities in artikel 2 van Verordening (EG) nr. 73/2009, in artikel 2 van Verordening (EG) nr. 1120/2009 van de Commissie(10) en in artikel 2 van Verordening (EG) nr. 1122/2009 van de Commissie(11).

Met name is de in artikel 2, onder n), van Verordening (EG) nr. 1120/2009 opgenomen definitie van „hakhout met korte omlooptijd” van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de regeling inzake een enkele areaalbetaling.

Artikel 3 Cumulatie van areaalbetalingen

In een bepaald jaar mag voor een beteeld perceel niet meer dan één aanvraag voor een areaalbetaling als vermeld in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 73/2009 worden ingediend.

Artikel 4 Kennisgeving van de aanvragen van landbouwers en de desbetreffende betalingen

TITEL II SPECIFIEKE VOORSCHRIFTEN VOOR TITEL IV VAN VERORDENING (EG) Nr. 73/2009

HOOFDSTUK 1 Algemene bepalingen

Artikel 5 Specifieke vereisten inzake minimumoppervlakten en de inzaai en teelt

Artikel 6 Verlagingscoëfficiënten

HOOFDSTUK 2 Gewasspecifieke betaling voor rijst

Artikel 7 Uiterste data voor de inzaai

Artikel 8 Verlagingscoëfficiënt

Artikel 9 Kennisgevingen

HOOFDSTUK 3 Steun voor zetmeelaardappeltelers

Artikel 10 Subsidiabiliteit

Artikel 11 Minimumprijs

Artikel 12 Betaling

HOOFDSTUK 4 Premie voor eiwithoudende gewassen

Artikel 13 Niet-bittere lupinen

Artikel 14 Mengsels van granen en eiwithoudende gewassen

HOOFDSTUK 5 Areaalbetaling voor noten

Artikel 15 Voorwaarden voor de betaling van de communautaire steun

Artikel 16 Voorwaarden om in aanmerking te komen voor de nationale steun

Artikel 17 Kennisgevingen

HOOFDSTUK 6 Steun voor zaaizaad

Artikel 18 Certificering van zaaizaad

Artikel 19 Productie van zaaizaad

Artikel 20 Territoriale steunvoorwaarden

Artikel 21 In de handel brengen van het zaaizaad

Artikel 22 Voorschotten

Artikel 23 Henneprassen

HOOFDSTUK 7 Gewasspecifieke betaling voor katoen

Artikel 24 Verlening van een vergunning voor landbouwgrond met het oog op de productie van katoen

Artikel 25 Toelating van rassen voor inzaai

Artikel 26 Voorwaarden voor subsidiabiliteit

Artikel 27 Landbouwwerkzaamheden

Artikel 28 Erkenning van brancheorganisaties

Artikel 29 Verplichtingen van de producenten

Artikel 30 Mededelingen aan de producenten

HOOFDSTUK 8 Overgangsbetalingen voor groenten en fruit en overgangsbetaling voor zacht fruit

Artikel 31 Definities

Artikel 32 Contract

Artikel 33 Erkenning van de eerste verwerkers en de inzamelaars

Artikel 34 Steunniveau bij de overgangsbetalingen voor groenten en fruit

HOOFDSTUK 9 Premies in de schapen- en geitenvleessectoren

Afdeling 1 Aanvragen en betalingen

Artikel 35 Aanvragen en aanhoudperiode
Artikel 36 Gebieden die in aanmerking komen voor de geitenpremie
Artikel 37 Aanvraag voor de aanvullende premie en voor de geitenpremie
Artikel 38 Verweidende landbouwers
Artikel 39 Betaling van de premies
Artikel 40 Inventaris van de landbouwers die schapenmelk of zuivelproducten op basis van schapenmelk verkopen
Artikel 41 Kennisgeving

Afdeling 2 Maxima, reserves en overdrachten

Artikel 42 Om niet verkregen rechten
Artikel 43 Gebruik van de premierechten
Artikel 44 Overdracht en tijdelijke verhuur van rechten
Artikel 45 Wijziging van het individuele maximum
Artikel 46 Landbouwers die geen eigenaar zijn van de door hen geëxploiteerde grond
Artikel 47 Overdracht via de nationale reserve
Artikel 48 Berekening van de individuele maxima
Artikel 49 Kennisgeving

HOOFDSTUK 10 Rundvleesbetalingen

Afdeling 1 Speciale premie

Artikel 50 Aanvragen
Artikel 51 Toekenning van de premie
Artikel 52 Paspoorten en administratieve documenten
Artikel 53 Aanhoudperiode
Artikel 54 Regionaal maximum
Artikel 55 Begrenzing van het aantal dieren per bedrijf
Artikel 56 Toekenning van de premie bij het slachten
Artikel 57 Bijzonderheden van de toekenningsregeling
Artikel 58 Kennisgeving

Afdeling 2 Zoogkoeienpremie

Artikel 59 Koeien van een vleesras
Artikel 60 Maximum voor individueel quotum
Artikel 61 Aanhoudperiode
Artikel 62 Aanvragen
Artikel 63 Gemiddelde melkopbrengst
Artikel 64 Aanvullende nationale premie
Artikel 65 Individueel maximum
Artikel 66 Kennisgeving
Artikel 67 Om niet verkregen premierechten
Artikel 68 Gebruik van de premierechten
Artikel 69 Overdracht en tijdelijke verhuur van rechten
Artikel 70 Wijziging van het individuele maximum
Artikel 71 Landbouwers die geen eigenaar zijn van de door hen geëxploiteerde grond
Artikel 72 Overdracht via de nationale reserve
Artikel 73 Rechten op gedeeltelijke premies
Artikel 74 Specifieke regeling voor vaarzen
Artikel 75 Afronding van het aantal dieren

Afdeling 3 Gemeenschappelijke bepalingen inzake de speciale premie en de zoogkoeienpremie

Artikel 76 Aanvragen voor de speciale premie en de zoogkoeienpremie

Afdeling 4 Slachtpremie

Artikel 77 Deelnamemelding
Artikel 78 Aanvragen
Artikel 79 Gewicht en aanbiedingsvorm van de geslachte dieren
Artikel 80 Aanhoudperiode
Artikel 81 Nationale maxima

Afdeling 5 Algemene bepalingen

Artikel 82 Betaling van voorschotten
Artikel 83 Jaar van toerekening
Artikel 84 Sancties op het illegale gebruik of het illegaal voorhanden hebben van bepaalde stoffen of producten
Artikel 85 Bepaling van het individueel melkquotum
Artikel 86 Bepaling van de aanhoudperioden
Artikel 87 Identificatie en registratie van dieren

TITEL III SPECIFIEKE VOORSCHRIFTEN VOOR TITEL V VAN VERORDENING (EG) Nr. 73/2009

HOOFDSTUK 1 Regeling inzake een enkele areaalbetaling

Artikel 88 Minimumgrootte van het in aanmerking komende areaal per bedrijf

Artikel 89 Landbouwarealen

Artikel 90 Productie van hennep

HOOFDSTUK 2 Aanvullende nationale rechtstreekse betalingen en nationale overgangssteun

Artikel 91 Verlagingscoëfficiënt

Artikel 92 Subsidiabiliteitsvoorwaarden

Artikel 93 Controles

Artikel 94 Jaarverslag

Artikel 94 bis

Artikel 95 Staatssteun

TITEL IV INTREKKINGEN, OVERGANGSBEPALINGEN EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 96 Intrekking

Artikel 97 Overgangsbepalingen

Artikel 98 Inwerkingtreding en toepassing

BIJLAGE IGEWASSPECIFIEKE BETALING VOOR RIJST

BIJLAGE IIIN ARTIKEL 13 BEDOELDE TEST OM HET GEHALTE AAN BITTERE ZADEN VAN LUPINEN VAST TE STELLEN

BIJLAGE III

BIJLAGE IVLIJST VAN DE IN ARTIKEL 59 BEDOELDE RUNDERRASSEN

BIJLAGE VIN ARTIKEL 63 BEDOELDE GEMIDDELDE MELKOPBRENGST

BIJLAGE VIIN ARTIKEL 81, LID 1, BEDOELDE NATIONALE MAXIMA VOOR DE SLACHTPREMIE

BIJLAGE VIIMINIMUMGROOTTE VAN HET IN AANMERKING KOMENDE AREAAL PER BEDRIJF IN HET KADER VAN DE REGELING INZAKE EEN ENKELE AREAALBETALING

BIJLAGE VIIILANDBOUWAREAAL IN HET KADER VAN DE REGELING INZAKE EEN ENKELE AREAALBETALING

BIJLAGE IXConcordantietabel