Home

Besluit 2010/231/GBVB van de Raad van 26 april 2010 betreffende beperkende maatregelen tegen Somalië en tot intrekking van Gemeenschappelijk Standpunt 2009/138/GBVB

Besluit 2010/231/GBVB van de Raad van 26 april 2010 betreffende beperkende maatregelen tegen Somalië en tot intrekking van Gemeenschappelijk Standpunt 2009/138/GBVB

Artikel 1

1.

De rechtstreekse of onrechtstreekse levering, verkoop of overdracht aan Somalië van wapentuig en aanverwant materiaal van alle soorten, waaronder wapens en munitie, militaire voertuigen en militaire uitrusting, paramilitaire uitrusting, en onderdelen daarvoor, door onderdanen van de lidstaten of vanaf het grondgebied van de lidstaten, ongeacht de vraag of de goederen daar oorspronkelijk vandaan komen, is verboden.

2.

De rechtstreekse of onrechtstreekse verstrekking aan Somalië van technisch advies, financiële of andere bijstand, en opleiding in verband met militaire activiteiten, waaronder met name technische opleiding en bijstand in samenhang met de levering, de fabricage, het onderhoud of het gebruik van de in lid 1 genoemde goederen door onderdanen van de lidstaten of vanaf het grondgebied van de lidstaten, is verboden.

3.

De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing op:

  1. het leveren, verkopen of overdragen van wapentuig en alle soorten aanverwant materieel en het rechtstreeks of onrechtstreeks verstrekken van technisch advies, financiële en andere bijstand, alsmede opleiding in verband met militaire activiteiten, uitsluitend ter ondersteuning van of ter gebruik door personeel van de Verenigde Naties, met inbegrip van de bijstandsmissie van de Verenigde Naties in Somalië (Unsom);

  2. het leveren, verkopen of overdragen van wapentuig en alle soorten aanverwant materieel en het rechtstreeks of onrechtstreeks verstrekken van technisch advies, financiële en andere bijstand, alsmede opleiding in verband met militaire activiteiten, uitsluitend ter ondersteuning van of ter gebruik door de missie van de Afrikaanse Unie in Somalië (Amisom);

  3. het leveren, verkopen of overdragen van wapentuig en alle soorten aanverwant materieel en het rechtstreeks of onrechtstreeks verstrekken van technisch advies, financiële en andere bijstand, alsmede opleiding in verband met militaire activiteiten, uitsluitend ter ondersteuning van of voor gebruik door de strategische partners van Amisom, die uitsluitend optreden op basis van het strategisch concept van de Afrikaanse Unie (AU) van 5 januari 2012 (of latere strategische concepten van de AU) en in samenwerking en samenspraak met Amisom;

  4. het leveren, verkopen of overdragen van wapentuig en alle soorten aanverwant materieel en het rechtstreeks of onrechtstreeks verstrekken van technisch advies, financiële en andere bijstand, alsmede opleiding in verband met militaire activiteiten, uitsluitend ter ondersteuning van of ter gebruik door de opleidingsmissie van de Europese Unie (EUTM) in Somalië;

  5. het leveren, verkopen of overdragen van wapentuig en alle soorten aanverwant materieel, uitsluitend voor gebruik door lidstaten of internationale, regionale of subregionale organisaties, die, op verzoek van de federale regering van Somalië — mits zij daarvan kennisgeving heeft gedaan aan de secretaris-generaal — maatregelen nemen ter beteugeling van piraterij en gewapende overvallen op zee voor de kust van Somalië, met dien verstande dat deze maatregelen in overeenstemming moeten zijn met het toepasselijk internationaal humanitair recht en het toepasselijk internationaal recht inzake de mensenrechten;

  6. het leveren, verkopen of overdragen van wapentuig en alle soorten aanverwant materieel en het verstrekken van technisch advies, financiële en andere bijstand, alsmede opleiding in verband met militaire activiteiten, uitsluitend bestemd voor de ontwikkeling van de nationale veiligheidstroepen van Somalië of de instellingen van de Somalische veiligheidssector die niet tot de federale regering van Somalië behoren, ter beveiliging van de Somalische bevolking. Voor leveringen van de in de bijlagen II en III vermelde goederen en het verstrekken van technisch advies, financiële en andere bijstand, alsmede opleiding in verband met militaire activiteiten, is desbetreffende goedkeuring of kennisgeving vereist, en wel als volgt:

    1. het leveren, verkopen of overdragen van wapentuig en alle soorten aanverwant materieel zoals vermeld in bijlage II, uitsluitend bestemd voor de ontwikkeling van de nationale veiligheidstroepen van Somalië of de instellingen van de Somalische veiligheidssector die niet tot de federale regering van Somalië behoren, ter beveiliging van de Somalische bevolking, moet vooraf per geval worden goedgekeurd door het Sanctiecomité overeenkomstig de leden 4 bis en 4 ter;

    2. van het leveren, verkopen of overdragen van wapentuig en alle soorten aanverwant materieel zoals vermeld in bijlage III, uitsluitend bestemd voor de ontwikkeling van de nationale veiligheidstroepen van Somalië, ter beveiliging van de Somalische bevolking, moet het Sanctiecomité vooraf in kennis worden gesteld overeenkomstig de leden 4 en 4 ter van dit artikel;

    3. van het leveren, verkopen of overdragen van wapentuig en alle soorten aanverwant materieel zoals vermeld in bijlage III, en van het verstrekken van technisch advies, financiële en andere bijstand, alsmede opleiding in verband met militaire activiteiten door lidstaten of internationale, regionale of subregionale organisaties, uitsluitend bestemd voor de ontwikkeling van de instellingen van de Somalische veiligheidssector die niet tot de federale regering van Somalië behoren, ter beveiliging van de Somalische bevolking, moet het Sanctiecomité vooraf in kennis worden gesteld overeenkomstig lid 4 ter, en het is toegestaan tenzij het Sanctiecomité binnen vijf werkdagen na ontvangst van een dergelijke kennisgeving een negatief besluit heeft genomen;

  7. het leveren, verkopen of overdragen van beschermende kledingstukken, waaronder scherfwerende vesten en militaire helmen, die door personeel van de Verenigde Naties, vertegenwoordigers van de media, medewerkers van humanitaire organisaties en ontwikkelingswerkers en aanverwant personeel louter voor persoonlijk gebruik tijdelijk naar Somalië worden uitgevoerd;

  8. het leveren, verkopen of overdragen van niet-dodelijke militaire uitrusting, uitsluitend voor humanitair gebruik of ter bescherming, waarvan de leverende lidstaat of leverende internationale, regionale of subregionale organisatie vijf werkdagen van tevoren, uitsluitend ter informatie, kennisgeving heeft gedaan aan het Sanctiecomité.

4.

De federale regering van Somalië heeft de primaire verantwoordelijkheid om het Sanctiecomité ten minste vijf werkdagen van tevoren kennisgeving te doen van iedere levering van wapentuig en alle soorten aanverwant materieel zoals beschreven in bijlage III, aan de nationale veiligheidstroepen van Somalië, zoals beschreven in lid 3, onder f), ii), van dit artikel. Als alternatief kunnen de lidstaten die wapentuig en aanverwant materieel verstrekken aan de nationale veiligheidstroepen van Somalië, ten minste vijf werkdagen van tevoren hiervan kennisgeving doen aan het Sanctiecomité, mits zij de bevoegde nationale coördinerende instantie binnen de federale regering van Somalië van de kennisgeving op de hoogte stellen en de federale regering van Somalië indien nodig technische bijstand verlenen bij kennisgevingsprocedures, overeenkomstig de punten 13 en 14 van Resolutie 2498 (2019) van de VN-Veiligheidsraad. Kennisgevingen moeten het volgende omvatten: gegevens over de fabrikant en de leverancier van wapentuig en alle soorten aanverwant materieel, een beschrijving van het wapentuig en de munitie, met inbegrip van het type, het kaliber, de hoeveelheid, de voorgestelde datum en plaats van levering, en alle relevante informatie over de eenheid van bestemming van de nationale veiligheidstroepen van Somalië, of de opslagplaats van bestemming.

4 bis.

De federale regering van Somalië heeft de primaire verantwoordelijkheid om het Sanctiecomité ten minste vijf werkdagen van tevoren te verzoeken om voorafgaande goedkeuring voor iedere levering van wapentuig en alle soorten aanverwant materieel als vermeld in bijlage II, aan de nationale veiligheidstroepen van Somalië, zoals beschreven in lid 3, punt f), i), van dit artikel. Als alternatief kunnen de lidstaten die dergelijke goederen leveren het Sanctiecomité om voorafgaande goedkeuring verzoeken, mits zij de bevoegde nationale coördinerende instantie binnen de federale regering van Somalië van het verzoek om goedkeuring op de hoogte stellen en de federale regering van Somalië indien nodig technische bijstand verlenen bij kennisgevingsprocedures, overeenkomstig de punten 13 en 14 van Resolutie 2498 (2019) van de VN-Veiligheidsraad.

Verzoeken om goedkeuring moeten het volgende omvatten: gegevens over de fabrikant en de leverancier van wapentuig en alle soorten aanverwant materieel, een beschrijving van het wapentuig en de munitie, met inbegrip van het type, het kaliber, de hoeveelheid, de voorgestelde datum en plaats van levering, en alle relevante informatie over de eenheid van bestemming van de nationale veiligheidstroepen van Somalië, of de opslagplaats van bestemming.

4 ter.

De lidstaten verzoeken het Sanctiecomité om goedkeuring, of stellen het in kennis, naargelang het geval, wanneer zij wapentuig en alle soorten aanverwant materieel als vermeld in de bijlagen II en III leveren, technisch advies, financiële en andere bijstand, alsmede opleiding in verband met militaire activiteiten verstrekken aan de instellingen van de Somalische veiligheidssector die niet tot de federale regering van Somalië behoren, overeenkomstig lid 3, punt f), i) en iii), en doen hiervan ten minste vijf werkdagen van tevoren kennisgeving aan de federale regering van Somalië.

5.

Het is verboden wapens of militaire uitrusting die uitsluitend verkocht of verstrekt zijn voor de ontwikkeling van de nationale veiligheidstroepen van Somalië of instellingen van de Somalische veiligheidssector die niet tot de federale regering van Somalië behoren, te leveren, door te verkopen, over te dragen of voor gebruik beschikbaar te stellen aan personen of entiteiten die niet in dienst zijn van de nationale veiligheidstroepen van Somalië of de instellingen van de Somalische veiligheidssector waaraan deze oorspronkelijk zijn verkocht of geleverd, of aan de verkopende of leverende lidstaat of de internationale, regionale of subregionale organisatie.

Artikel 1 bis

1.

Het is verboden om rechtstreeks of indirect houtskool uit Somalië in te voeren, aan te kopen of te vervoeren, ongeacht of die houtskool uit Somalië afkomstig is of niet.

De Unie neemt de nodige maatregelen om te bepalen welke voorwerpen onder deze bepaling moeten vallen.

2.

Het is verboden om rechtstreeks of indirect financiering of financiële dienstverlening te verschaffen, alsmede verzekeringen of herverzekeringen, in verband met de invoer, de aankoop, of het vervoer van houtskool uit Somalië.

Artikel 1 ter

De lidstaten zijn waakzaam ten aanzien van de rechtstreekse of onrechtstreekse levering, verkoop of overdracht aan Somalië van goederen die niet onder de maatregelen van artikel 1, lid 1, vallen, en ten aanzien van het verstrekken van technisch advies, financiële of andere bijstand, alsmede opleiding in verband met militaire activiteiten die betrekking hebben op die goederen.

Artikel 1 quater

1.

Onverminderd artikel 1, lid 3, is de rechtstreekse of onrechtstreekse levering, verkoop of overdracht aan Somalië van onderdelen van geïmproviseerde explosieven die voorkomen in de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen, en zijn opgenomen in bijlage IV bij dit besluit, door onderdanen van de lidstaten of vanaf het grondgebied van de lidstaten, ongeacht de vraag of de goederen daar vandaan komen, verboden.

2.

Voor de rechtstreekse of onrechtstreekse levering, verkoop of overdracht aan Somalië van andere onderdelen van geïmproviseerde explosieven als vermeld in bijlage V bij dit besluit, is voorafgaande toestemming van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten vereist. Zij verlenen geen toestemming indien er voldoende aanwijzingen zijn dat de goederen gebruikt zullen worden, of indien er een aanzienlijk risico bestaat dat ze gebruikt zullen worden bij de vervaardiging van geïmproviseerde explosieven in Somalië.

3.

De lidstaten stellen het Sanctiecomité binnen 15 werkdagen na de verkoop, levering of overdracht van goederen als bedoeld in lid 2, hiervan in kennis. De kennisgevingen bevatten alle relevante informatie, met inbegrip van het gebruiksdoel van de goederen, de eindgebruiker, de technische specificaties en de hoeveelheid van de te verzenden goederen. Zij zorgen ervoor dat de federale regering van Somalië en de federale lidstaten van Somalië de geschikte financiële en technische bijstand krijgen om te voorzien in passende waarborgen voor de opslag en de verdeling van deze materialen.

4.

De lidstaten bevorderen de waakzaamheid van onder hun rechtsgebied vallende natuurlijke en rechtspersonen ten aanzien van de rechtstreekse of onrechtstreekse levering, verkoop of overdracht aan Somalië van precursoren voor explosieven of van explosieve stoffen die gebruikt kunnen worden bij de vervaardiging van geïmproviseerde explosieven, en die andere goederen zijn dan de in de bijlagen IV en V bij dit besluit vermelde goederen. De lidstaten houden registers bij van bij hen bekende transacties in verband met verdachte aankopen van — of informatieverzoeken over — deze andere goederen door natuurlijke of rechtspersonen in Somalië, en delen deze informatie met de federale regering van Somalië, het Sanctiecomité en het deskundigenpanel inzake Somalië.

Artikel 2

De in artikel 3, artikel 5, lid 1, en artikel 6, leden 1 en 2, bepaalde beperkende maatregelen worden opgelegd aan personen en entiteiten die door het Sanctiecomité zijn aangewezen, en die:

  • betrokken zijn bij handelingen of steun verlenen aan handelingen die de vrede, de veiligheid of de stabiliteit van Somalië bedreigen, zoals, maar niet uitsluitend:

    1. het plannen, het aansturen of het uitvoeren van handelingen waarmee seksueel en gendergebaseerd geweld gepaard gaat;

    2. handelingen die het vredes- en verzoeningsproces in Somalië bedreigen;

    3. handelingen die de federale regering van Somalië of Amisom bedreigen met geweld;

  • het wapenembargo, de beperkingen inzake doorverkoop en overdracht van wapentuig, of het in artikel 1 genoemde verbod op het verlenen van bijstand hebben geschonden;

  • de levering van humanitaire bijstand aan Somalië of de toegang tot of verdeling van humanitaire hulp in Somalië belemmeren;

  • als politieke of militaire leiders in strijd met het geldende internationale recht kinderen rekruteren of inzetten bij gewapende conflicten in Somalië;

  • in Somalië het internationaal recht schenden door burgers, in het bijzonder kinderen en vrouwen, als doelwit te nemen in gewapende conflicten, met name hen te doden of verminken of te onderwerpen aan seksueel en gendergeweld, aanslagen tegen scholen en ziekenhuizen te plegen, en zich schuldig te maken aan ontvoering en deportatie.

De lijst van de bedoelde personen en entiteiten is in bijlage I vervat.

Artikel 3

Artikel 4

Artikel 4 bis

Artikel 5

Artikel 6

Artikel 7

Artikel 8

Artikel 9

Artikel 10

Artikel 11

Artikel 12

BIJLAGE I

BIJLAGE IILIJST VAN DE IN ARTIKEL 1, LID 3, PUNT F), I), BEDOELDE GOEDEREN

BIJLAGE IIILIJST VAN DE IN ARTIKEL 1, LID 3, PUNT F), II) EN III), BEDOELDE GOEDEREN

BIJLAGE IVLIJST VAN DE IN ARTIKEL 1 QUATER, LID 1, BEDOELDE GOEDEREN

BIJLAGE VLIJST VAN DE IN ARTIKEL 1 QUATER, LID 2, BEDOELDE GOEDEREN