Home

Besluit 2010/231/GBVB van de Raad van 26 april 2010 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Somalië

Besluit 2010/231/GBVB van de Raad van 26 april 2010 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Somalië

Artikel 1

1.

De rechtstreekse of onrechtstreekse levering, verkoop of overdracht aan Somalië van wapentuig en aanverwant materieel van alle soorten, waaronder wapens en munitie, militaire voertuigen en militaire uitrusting, paramilitaire uitrusting, en onderdelen daarvoor, door onderdanen van de lidstaten of vanaf het grondgebied van de lidstaten, ongeacht de vraag of de goederen daar oorspronkelijk vandaan komen, is verboden.

2.

De rechtstreekse of onrechtstreekse verstrekking aan Somalië van technisch advies, financiële of andere bijstand of opleiding in verband met militaire activiteiten, waaronder met name technische opleiding en bijstand in samenhang met de levering, de fabricage, het onderhoud of het gebruik van de in lid 1 genoemde goederen door onderdanen van de lidstaten of vanaf het grondgebied van de lidstaten, is verboden.

3.

De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing op:

  1. het leveren, verkopen of overdragen van wapentuig en alle soorten aanverwant materieel, en het rechtstreeks of onrechtstreeks verstrekken van technisch advies, financiële of andere bijstand of opleiding in verband met militaire activiteiten, aan de regering van de Federale Republiek Somalië, het Somalische nationale leger, de nationale inlichtingen- en veiligheidsdienst, de Somalische nationale politie of de Somalische gevangenbewaarders, of

  2. het leveren, verkopen of overdragen van wapentuig en aanverwant materieel van alle soorten, en het rechtstreeks of onrechtstreeks verstrekken van technisch advies, financiële of andere bijstand, of opleiding in verband met militaire activiteiten, aan de federale lidstaten en regionale overheden van Somalië of aan gemachtigde particuliere beveiligingsondernemingen die in Somalië actief zijn. Voor leveringen van de in de bijlagen II en III vermelde goederen en de verstrekking van technisch advies, financiële of andere bijstand, of opleiding in verband met militaire activiteiten, is desbetreffende goedkeuring of kennisgeving vereist, en wel als volgt:

    1. het leveren, verkopen of overdragen van wapentuig en alle soorten aanverwant materieel zoals vermeld in bijlage II, aan de federale lidstaten en regionale overheden van Somalië of aan gemachtigde particuliere beveiligingsondernemingen die in Somalië actief zijn om internationale en handelsgebouwen en het betreffende personeel in Somalië te beveiligen, kan worden uitgevoerd indien het Sanctiecomité van de VN-Veiligheidsraad uit hoofde van Resolutie 2713 (2023) betreffende Al-Shabaab (het “Sanctiecomité”) binnen vijf werkdagen na ontvangst van een kennisgeving van de regering van de Federale Republiek Somalië geen negatief besluit heeft genomen;

    2. het leveren, verkopen of overdragen van wapentuig en alle soorten aanverwant materieel zoals vermeld in bijlage III, aan de federale lidstaten en regionale overheden van Somalië of aan gemachtigde particuliere beveiligingsondernemingen die in Somalië actief zijn om internationale en handelsgebouwen en het betreffende personeel in Somalië te beveiligen, moet, louter ter informatie, ten minste vijf werkdagen van tevoren door de regering van de Federale Republiek Somalië aan het Sanctiecomité ter kennis worden gebracht;

  3. het leveren, verkopen of overdragen van wapentuig en alle soorten aanverwant materieel, of het rechtstreeks of onrechtstreeks verstrekken van technisch advies, financiële of andere bijstand, of opleiding in verband met militaire activiteiten, uitsluitend ter ondersteuning van of voor gebruik door personeel van de Verenigde Naties, met inbegrip van de bijstandsmissie van de Verenigde Naties in Somalië (UNSOM) en het ondersteuningsbureau van de VN in Somalië (UNSOS);

  4. het leveren, verkopen of overdragen van wapentuig of alle soorten aanverwant materieel, of het rechtstreeks of onrechtstreeks verstrekken van technisch advies, financiële of andere bijstand of opleiding in verband met militaire activiteiten, uitsluitend ter ondersteuning van of voor gebruik door de overgangsmissie van de Afrikaanse Unie in Somalië (ATMIS), de landen die haar troepen en politie-eenheden leveren, en haar strategische partners, die uitsluitend optreden op basis van het meest recente strategisch concept van de Afrikaanse Unie (AU), en in samenwerking en samenspraak met ATMIS;

  5. het leveren, verkopen of overdragen van wapentuig of alle soorten aanverwant materieel, of het rechtstreeks of onrechtstreeks verstrekken van technisch advies, financiële of andere bijstand of opleiding in verband met militaire activiteiten, uitsluitend ter ondersteuning van of voor gebruik door: de Europese Unie voor opleidings- en ondersteuningsactiviteiten, Turkije, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland of de Verenigde Staten van Amerika, alsmede alle andere staatstroepen die een overeenkomst inzake de status van de strijdkrachten of een memorandum van overeenstemming met de regering van de Federale Republiek Somalië hebben, mits zij, louter ter informatie, het Sanctiecomité van dergelijke overeenkomsten in kennis stellen;

  6. het leveren, verkopen of overdragen van beschermende kledingstukken, waaronder scherfwerende vesten en militaire helmen, die door personeel van de Verenigde Naties, vertegenwoordigers van de media, particuliere beveiligingscontractanten, medewerkers van humanitaire organisaties of ontwikkelingswerkers en aanverwant personeel louter voor persoonlijk gebruik tijdelijk naar Somalië worden uitgevoerd;

  7. het leveren, verkopen of overdragen van niet-dodelijke militaire uitrusting, uitsluitend voor humanitair gebruik of ter bescherming, door de lidstaten of door internationale, regionale of subregionale organisaties;

  8. het binnenvaren van Somalische havens voor een tijdelijk bezoek door vaartuigen die wapens of militaire uitrusting voor defensieve doeleinden vervoeren, mits deze goederen te allen tijde aan boord van die vaartuigen blijven.

4.

Het is verboden wapentuig dat of militaire uitrusting die overeenkomstig artikel 1, lid 3, punten a), b), c), d) of e), is verkocht of geleverd, te leveren, door te verkopen, over te dragen of voor gebruik beschikbaar te stellen aan personen of entiteiten die niet in dienst zijn van de ontvanger waaraan deze oorspronkelijk zijn verkocht of geleverd, of aan de verkopende of leverende lidstaat of de internationale, regionale of subregionale organisatie.

Artikel 1 bis

1.

Het is verboden om rechtstreeks of indirect houtskool uit Somalië in te voeren, aan te kopen of te vervoeren, ongeacht of die houtskool uit Somalië afkomstig is of niet.

De Unie neemt de nodige maatregelen om te bepalen welke voorwerpen onder deze bepaling moeten vallen.

2.

Het is verboden om rechtstreeks of indirect financiering of financiële dienstverlening te verschaffen, alsmede verzekeringen of herverzekeringen, in verband met de invoer, de aankoop, of het vervoer van houtskool uit Somalië.

Artikel 1 ter

De lidstaten zijn waakzaam ten aanzien van de rechtstreekse of onrechtstreekse levering, verkoop of overdracht aan Somalië van goederen die niet onder de maatregelen van artikel 1, lid 1, vallen, en ten aanzien van het verstrekken van technisch advies, financiële of andere bijstand, alsmede opleiding in verband met militaire activiteiten die betrekking hebben op die goederen.

Artikel 1 quater

1.

Onverminderd artikel 1, lid 3, is de rechtstreekse of onrechtstreekse levering, verkoop of overdracht aan Somalië van onderdelen van geïmproviseerde explosieven die voorkomen in de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen, en zijn opgenomen in bijlage IV bij dit besluit, door onderdanen van de lidstaten of vanaf het grondgebied van de lidstaten, ongeacht de vraag of de goederen daar vandaan komen, verboden.

2.

Voor de rechtstreekse of onrechtstreekse levering, verkoop of overdracht aan Somalië van andere onderdelen van geïmproviseerde explosieven als vermeld in bijlage V bij dit besluit, is voorafgaande toestemming van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten vereist. Zij verlenen geen toestemming indien er voldoende aanwijzingen zijn dat de goederen gebruikt zullen worden, of indien er een aanzienlijk risico bestaat dat ze gebruikt zullen worden bij de vervaardiging van geïmproviseerde explosieven in Somalië.

3.

De lidstaten stellen het Sanctiecomité, en ter informatie ook de regering van de Federale Republiek Somalië, binnen 15 werkdagen na de verkoop, levering of overdracht van goederen als bedoeld in lid 2, hiervan in kennis. De kennisgevingen bevatten alle relevante informatie, met inbegrip van het gebruiksdoel van de goederen, de eindgebruiker, de technische specificaties, de hoeveelheid van de te verzenden goederen en de opslagplaats van bestemming. Zij zorgen ervoor dat de regering van de Federale Republiek Somalië en de federale lidstaten van Somalië de geschikte financiële en technische bijstand krijgen om te voorzien in passende waarborgen voor de opslag en de verdeling van dergelijke materialen.

4.

De lidstaten bevorderen de waakzaamheid van onder hun rechtsgebied vallende natuurlijke en rechtspersonen ten aanzien van de rechtstreekse of onrechtstreekse levering, verkoop of overdracht aan Somalië van precursoren voor explosieven of van explosieve stoffen die gebruikt kunnen worden bij de vervaardiging van geïmproviseerde explosieven, en die andere goederen zijn dan de in de bijlagen IV en V bij dit besluit vermelde goederen. De lidstaten houden registers bij van bij hen bekende transacties in verband met verdachte aankopen van — of informatieverzoeken over — deze andere goederen door natuurlijke of rechtspersonen in Somalië, en delen deze informatie met de federale regering van Somalië, het Sanctiecomité en het deskundigenpanel uit hoofde van Resolutie 2713 (2023).

Artikel 2

1.

De in artikel 3, artikel 5, lid 1, en artikel 6, leden 1 en 2, bepaalde beperkende maatregelen worden opgelegd aan personen en entiteiten die door het Sanctiecomité zijn aangewezen, en die:

  1. betrokken zijn bij handelingen of steun verlenen aan handelingen die de vrede, de veiligheid of de stabiliteit van Somalië bedreigen, zoals, maar niet uitsluitend:

    1. het plannen, het aansturen of het uitvoeren van handelingen waarmee seksueel en gendergebaseerd geweld gepaard gaat;

    2. handelingen die het vredes- en verzoeningsproces in Somalië bedreigen;

    3. handelingen die de federale regering van Somalië of Atmis bedreigen met geweld;

  2. het wapenembargo, de beperkingen inzake doorverkoop en overdracht van wapentuig, of het in artikel 1 genoemde verbod op het verlenen van bijstand hebben geschonden;

  3. de levering van humanitaire bijstand aan Somalië of de toegang tot of verdeling van humanitaire hulp in Somalië belemmeren;

  4. als politieke of militaire leiders in strijd met het geldende internationale recht kinderen rekruteren of inzetten bij gewapende conflicten in Somalië;

  5. in Somalië het internationaal recht schenden door burgers, waaronder kinderen en vrouwen, in gewapende conflicten als doelwit te nemen, en hen te doden, te verminken of te onderwerpen aan seksueel en gendergeweld, aanslagen tegen scholen en ziekenhuizen te plegen, en zich schuldig te maken aan ontvoering en deportatie;

  6. banden hebben met Al-Shabaab, of betrokken zijn bij handelingen en activiteiten die erop wijzen dat zij banden hebben met Al-Shabaab, waaronder:

    1. het deelnemen aan de financiering, planning, facilitering, voorbereiding of uitvoering van handelingen of activiteiten door, in samenhang met, onder de naam van, namens, of ter ondersteuning van Al-Shabaab;

    2. het leveren, verkopen of overdragen van wapentuig en aanverwant materieel aan Al-Shabaab, en

    3. het werven voor of op andere wijze steunen van handelingen of activiteiten van Al-Shabaab of een cel, afdeling, splintergroepering of afsplitsing daarvan.

2.

De lijst van de bedoelde personen en entiteiten is in bijlage I vervat.

Artikel 3

Artikel 4

Artikel 4 bis

Artikel 5

Artikel 6

Artikel 7

Artikel 8

Artikel 9

Artikel 10

Artikel 11

Artikel 12

BIJLAGE I

BIJLAGE IILijst van de in artikel 1, lid 3, punt b), i), bedoelde goederen

BIJLAGE IIILijst van de in artikel 1, lid 3, punt b), ii), bedoelde goederen

BIJLAGE IVLijst van de in artikel 1 quater, lid 1, bedoelde goederen

BIJLAGE VLijst van de in artikel 1 quater, lid 2, bedoelde goederen