Home

Besluit 2010/413/GBVB van de Raad van 26 juli 2010 betreffende beperkende maatregelen tegen Iran en tot intrekking van Gemeenschappelijk Standpunt 2007/140/GBVB

Besluit 2010/413/GBVB van de Raad van 26 juli 2010 betreffende beperkende maatregelen tegen Iran en tot intrekking van Gemeenschappelijk Standpunt 2007/140/GBVB

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 29,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. De Raad van de Europese Unie heeft op 27 februari 2007 Gemeenschappelijk Standpunt 2007/140/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen Iran(1) vastgesteld ter uitvoering van Resolutie 1737 (2006) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties („VNVR-Resolutie”).

  2. De Raad heeft op 23 april 2007 Gemeenschappelijk Standpunt 2007/246/GBVB(2) vastgesteld ter uitvoering van VNVR-Resolutie 1747 (2007).

  3. De Raad heeft op 7 augustus 2008 Gemeenschappelijk Standpunt 2008/652/GBVB(3) vastgesteld ter uitvoering van VNVR-Resolutie 1803 (2008).

  4. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties („de Veiligheidsraad”) heeft op 9 juni 2010 VNVR-Resolutie 1929 (2010) vastgesteld ter verbreding van de bij de VNVR-Resoluties 1737 (2006), 1747 (2007) en 1803 (2008) opgelegde beperkende maatregelen en ter invoering van aanvullende beperkende maatregelen tegen Iran.

  5. De Europese Raad heeft op 17 juni 2010 zijn groeiende bezorgdheid over het nucleaire programma van Iran onderstreept, en zich ingenomen getoond met de vaststelling van VNVR-Resolutie 1929 (2010). Onder verwijzing naar zijn verklaring van 11 december 2009 heeft de Europese Raad de Raad verzocht om maatregelen tot uitvoering van de maatregelen in VNVR-Resolutie 1929 (2010) alsmede flankerende maatregelen vast te stellen teneinde bij te dragen tot het middels onderhandelingen wegnemen van alle resterende zorgpunten inzake de ontwikkeling van gevoelige technologieën door Iran ter ondersteuning van zijn nucleaire en raketprogramma's. De nadruk moet daarbij liggen op de handel, de financiële sector, de Iraanse transportsector, sleutelsectoren van de aardolie- en aardgasindustrie, alsmede op het op de lijst vermelden van bijkomende personen en entiteiten, met name de Islamitische Revolutionaire Garde.

  6. Op grond van VNVR-Resolutie 1929 (2010) is het Iran, zijn onderdanen en in Iran gevestigde of onder Iraanse rechtsmacht vallende entiteiten, dan wel personen of entiteiten die namens hen of op hun aanwijzing handelen of entiteiten ten aanzien waarvan zij de eigendom of de zeggenschap hebben, verboden te investeren in handelsactiviteiten die betrekking hebben op de winning van uranium, de productie of het gebruik van nucleaire materialen en nucleaire technologie.

  7. Met VNVR-Resolutie 1929 (2010) worden de bij VNVR-Resolutie 1737 (2006) ingestelde financiële en reisbeperkingen uitgebreid tot bijkomende personen en entiteiten, waaronder personen en entiteiten van de Islamitische Revolutionaire Garde en entiteiten van de Islamic Republic of Iran Shipping Lines.

  8. In overeenstemming met de verklaring van de Europese Raad moeten de toegangsbeperkingen en de bevriezing van tegoeden en economische middelen gelden voor verdere personen en entiteiten, naast die welke op een lijst zijn geplaatst door de Veiligheidsraad of door het op grond van punt 18 van VNVR-Resolutie 1737 (2006) ingestelde Comité („het Comité”), met gebruikmaking van dezelfde criteria als die welke de Veiligheidsraad of het Comité hanteren.

  9. In overeenstemming met de verklaring van de Europese Raad is het dienstig het verbod op de levering, de verkoop of de overdracht aan Iran uit te breiden tot verdere voorwerpen, materieel, uitrusting, goederen en technologie, in aanvulling op hetgeen was bepaald door de Veiligheidsraad of het Comité, die een bijdrage zouden kunnen leveren tot de activiteiten van Iran in verband met de verrijking of opwerking van uranium of met zwaar water, tot de ontwikkeling van overbrengingssystemen voor nucleaire wapens, tot de uitoefening van activiteiten in verband met andere punten waarover de Internationale Organisatie voor Atoomenergie (IAEA) haar bezorgdheid heeft uitgesproken of heeft verklaard dat er nog geen duidelijkheid bestaat, dan wel tot andere programma's voor massavernietigingswapens. Dit verbod moet goederen en technologieën voor tweeërlei gebruik omvatten.

  10. In overeenstemming met de verklaring van de Europese Raad moeten de lidstaten terughoudendheid betrachten bij het aangaan van nieuwe kortetermijnverbintenissen voor verleende openbare en particuliere financiële steun voor handel met Iran met de bedoeling de uitstaande bedragen te verminderen, teneinde met name financiële steun voor proliferatiegevoelige nucleaire activiteiten of voor de ontwikkeling van systemen voor de overbrenging van kernwapens te voorkomen, en moeten zij middellange- en langetermijnverbintenissen voor verleende openbare en particuliere financiële steun voor handel met Iran verbieden.

  11. In VNVR-Resolutie 1929 (2010) worden voorts alle landen opgeroepen in overleg met hun nationale autoriteiten en in overeenstemming met hun nationale wetgeving en met het internationale recht alle vracht naar en van Iran op hun grondgebied, met inbegrip van zee- en luchthavens, te inspecteren indien het betrokken land beschikt over informatie op grond waarvan een redelijk vermoeden bestaat dat de vracht voorwerpen omvat waarvan de levering, verkoop, overbrenging of uitvoer krachtens VNVR-Resoluties 1737 (2006), 1747 (2007), 1803 (2008) of 1929 (2010) verboden is.

  12. In VNVR-Resolutie 1929 (2010) is ook aangetekend dat de lidstaten conform het internationale recht, in het bijzonder het zeerecht, kunnen verlangen dat schepen in volle zee, met toestemming van de vlaggenstaat, worden geïnspecteerd indien zij over informatie beschikken op grond waarvan een redelijk vermoeden bestaat dat deze schepen voorwerpen vervoeren waarvan de levering, verkoop, overdracht of uitvoer krachtens VNVR-Resoluties 1737 (2006), 1747 (2007), 1803 (2008) of 1929 (2010) verboden is.

  13. Op grond van VNVR-Resolutie 1929 (2010) dienen VN-lidstaten tevens voorwerpen waarvan de levering, verkoop, overbrenging of uitvoer krachtens VNVR-Resoluties 1737 (2006), 1747 (2007), 1803 (2008) of 1929 (2010) is verboden, in overeenstemming met hun verplichtingen uit hoofde van de toepasselijke resoluties van de Veiligheidsraad en van de internationale verdragen ter zake, te confisqueren en te vernietigen.

  14. Voorts schrijft VNVR-Resolutie 1929 (2010) voor dat VN-lidstaten het verlenen van bunkerdiensten of andere diensten aan schepen van Iran door hun onderdanen of vanaf hun grondgebied moeten verbieden indien zij over informatie beschikken op grond waarvan een redelijk vermoeden bestaat dat deze schepen voorwerpen vervoeren waarvan de levering, verkoop, overbrenging of uitvoer krachtens VNVR-Resoluties 1737 (2006), 1747 (2007), 1803 (2008) of 1929 (2010) verboden is.

  15. In overeenstemming met de verklaring van de Europese Raad moeten de lidstaten, in overleg met hun nationale justitiële autoriteiten en in overeenstemming met hun nationale wetgeving en met het internationale recht, in het bijzonder de desbetreffende internationale burgerluchtvaartovereenkomsten, de nodige maatregelen nemen om de toegang tot onder hun rechtsmacht vallende luchthavens te beletten van alle vrachtvluchten uit Iran, met uitzondering van gemengde vluchten (deels passagiers, deels vracht).

  16. Voorts moet het verlenen, door onderdanen van de lidstaten of vanaf het grondgebied van de lidstaten, van technische en onderhoudsdiensten voor Iraanse vrachtvliegtuigen worden verboden indien het betrokken land beschikt over informatie op grond waarvan een redelijk vermoeden bestaat dat deze vliegtuigen voorwerpen vervoeren waarvan de levering, verkoop, overbrenging of uitvoer krachtens VNVR-Resoluties 1737 (2006), 1747 (2007), 1803 (2008) of 1929 (2010) verboden is.

  17. In VNVR-Resolutie 1929 (2010) worden alle VN-lidstaten voorts opgeroepen te verhinderen dat financiële diensten, waaronder verzekerings- en herverzekeringsdiensten, worden verricht of dat naar, via of vanaf hun grondgebied, of naar of door hun onderdanen of entiteiten onder hun rechtsmacht, of personen of financiële instellingen op hun grondgebied, financiële of andere activa of middelen worden overgedragen die kunnen bijdragen tot proliferatiegevoelige nucleaire activiteiten van Iran of tot de ontwikkeling van systemen voor de overbrenging van kernwapens.

  18. In overeenstemming met de verklaring van de Europese Raad moeten de lidstaten een verbod instellen op het aanbieden van verzekeringen en herverzekeringen aan de regering van Iran, aan in Iran gevestigde of onder Iraanse rechtsmacht vallende entiteiten of aan personen of entiteiten die namens hen of op hun aanwijzing handelen, of aan entiteiten ten aanzien waarvan zij - ook op onrechtmatige wijze - de eigendom of de zeggenschap hebben.

  19. Voorts moet een verbod worden ingesteld op de verkoop en aankoop van, de tussenhandel in en assistentieverlening bij de uitgifte van overheidsobligaties of door de overheid gegarandeerde obligaties aan en van de regering van Iran, de Centrale Bank van Iran of Iraanse banken, met inbegrip van bijkantoren en dochtermaatschappijen, en financiële entiteiten die onder zeggenschap van in Iran gevestigde personen en entiteiten staan.

  20. In overeenstemming met de verklaring van de Europese Raad en ter verwezenlijking van de doelstellingen van VNVR-Resolutie 1929 (2010) dient een verbod te worden ingesteld op het openen van nieuwe bijkantoren, dochtermaatschappijen of vertegenwoordigingen van Iraanse banken op het grondgebied van de lidstaten en het oprichten van nieuwe joint ventures of het nemen van een eigendomsbelang door Iraanse banken in banken die onder de rechtsmacht van de lidstaten vallen. Voorts moeten de lidstaten passende maatregelen nemen om financiële instellingen op hun grondgebied of onder hun rechtsmacht te verbieden vertegenwoordigingen of dochtermaatschappijen of bankrekeningen in Iran te openen.

  21. Op grond van VNVR-Resolutie 1929 (2010) moeten de staten van hun onderdanen, personen onder hun rechtsmacht of op hun grondgebied gevestigde of onder hun rechtsmacht vallende ondernemingen verlangen dat zij de nodige waakzaamheid betrachten bij het zakendoen met in Iran gevestigde of onder Iraanse rechtsmacht vallende entiteiten, indien er een redelijk vermoeden bestaat dat deze ondernemingen kunnen bijdragen tot proliferatiegevoelige nucleaire activiteiten van Iran of tot de ontwikkeling van systemen voor de overbrenging van kernwapens, dan wel tot schendingen van VNVR-Resoluties 1737 (2006), 1747 (2007), 1803 (2008) of 1929 (2010).

  22. In VNVR-Resolutie 1929 (2010) wordt gewezen op het mogelijke verband tussen inkomsten van Iran uit zijn energiesector en de financiering van Iraanse proliferatiegevoelige nucleaire activiteiten, en wordt er voorts op gewezen dat uitrusting en materiaal voor chemische processen in de petrochemische industrie veel gelijkenissen vertonen met de uitrusting en het materiaal voor bepaalde gevoelige splijtstofcyclusactiviteiten.

  23. In overeenstemming met de verklaring van de Europese Raad moeten de lidstaten een verbod instellen op de verkoop, levering of overdracht aan Iran van belangrijke uitrusting en technologie, alsmede van daarmee verband houdende technische en financiële bijstand, die kunnen worden gebruikt in sleutelsectoren van de aardolie- en aardgasindustrie. Voorts moeten de lidstaten nieuwe investeringen in deze sectoren in Iran verbieden.

  24. De procedure tot wijziging van bijlage I en bijlage II bij dit besluit dient in te houden dat de op de lijst vermelde personen en entiteiten in kennis worden gesteld van de redenen voor plaatsing op de lijst, zodat zij opmerkingen kunnen indienen. Indien er opmerkingen worden ingediend of substantieel nieuw bewijsmateriaal wordt aangedragen, dient de Raad zijn besluit in het licht van die opmerkingen te toetsen en brengt hij de betrokken personen of entiteiten daarvan op de hoogte.

  25. Dit besluit eerbiedigt de fundamentele rechten en neemt de beginselen in acht die met name in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn erkend, en met name het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en op een onpartijdig gerecht, het recht op eigendom en het recht op de bescherming van persoonsgegevens. Dit besluit dient te worden toegepast overeenkomstig deze rechten en beginselen.

  26. Voorts eerbiedigt dit besluit ten volle de verplichtingen van de lidstaten uit hoofde van het Handvest van de Verenigde Naties en het juridisch bindende karakter van de resoluties van de Veiligheidsraad.

  27. Voor de uitvoering van bepaalde maatregelen is nieuw optreden van de Unie nodig,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

HOOFDSTUK 1 UITVOER- EN INVOERBEPERKINGEN

Artikel 1

1.

De directe of indirecte levering, verkoop of overdracht, ongeacht het land van herkomst, aan Iran, dan wel ten gebruike door of ten behoeve van Iran, door onderdanen van de lidstaten, dan wel via het grondgebied van de lidstaten of met gebruikmaking van schepen of van luchtvaartuigen onder hun vlag, is verboden ten aanzien van de volgende voorwerpen, materialen, uitrusting, goederen en de technologie, met inbegrip van programmatuur:

  1. voorwerpen, materialen, uitrusting, goederen en technologie die voorkomen op de lijsten van de Groep van Nucleaire Exportlanden en het Missile Technology Control Regime;

  2. alle andere voorwerpen, materialen, uitrusting, goederen en technologie, die volgens de Veiligheidsraad of het Comité kunnen bijdragen tot met verrijking, opwerking of zwaar water verband houdende activiteiten, of tot de ontwikkeling van systemen voor de overbrenging van kernwapens;

  3. wapens en aanverwant materieel van enigerlei aard, waaronder begrepen wapens en munitie, militaire voertuigen en uitrusting, paramilitaire uitrusting en reserveonderdelen voor dergelijke wapens en aanverwant materieel, alsmede uitrusting die voor binnenlandse repressie kan worden gebruikt. Dit verbod geldt niet voor gevechtsvoertuigen die zijn gemaakt van of uitgerust met materiaal dat bescherming biedt tegen kogels en die uitsluitend bestemd zijn voor de bescherming van personeel van de EU en haar lidstaten in Iran;

  4. bepaalde andere voorwerpen, materialen, uitrusting, goederen en technologie die kunnen bijdragen tot met verrijking, opwerking of zwaar water verband houdende activiteiten, tot de ontwikkeling van systemen voor de overbrenging van kernwapens, of tot de uitoefening van activiteiten in verband met andere punten waarover de IAEA haar bezorgdheid heeft uitgesproken of heeft verklaard dat er nog geen duidelijkheid bestaat. De Unie neemt de nodige maatregelen om te bepalen welke voorwerpen onder deze bepaling moeten vallen;

  5. andere, niet onder punt a) vallende goederen en technologieën voor tweeërlei gebruik die zijn opgenomen in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 van de Raad van 5 mei 2009 tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer, de overbrenging, de tussenhandel en de doorvoer van producten voor tweeërlei gebruik(4), met uitzondering van categorie 5 - deel 1 en categorie 5 - deel 2 in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 van de Raad.

2.

De verbodsbepaling in lid 1 geldt niet voor de rechtstreekse of indirecte overdracht aan Iran, dan wel ten gebruike door of ten behoeve van Iran, via het grondgebied van de lidstaten, van voorwerpen bedoeld in VNVR-Resolutie 1737 (2006), punt 3, onder b), punten i) en ii), voor lichtwaterreactoren waarmee vóór december 2006 is begonnen.

3.

Tevens is het verboden:

  1. aan personen, entiteiten of lichamen in Iran, of voor gebruik in Iran, direct of indirect technische bijstand of opleiding, investeringen of diensten als tussenhandelaar aan te bieden in verband met voorwerpen, materialen, uitrusting, goederen en technologie, bedoeld in lid 1, en in verband met het verstrekken, vervaardigen, onderhouden en gebruiken van deze voorwerpen, materialen, uitrusting, goederen en technologie;

  2. aan personen, entiteiten of lichamen in Iran, of voor gebruik in Iran, in verband met de in lid 1 bedoelde voorwerpen en technologie direct of indirect financieringsmiddelen of financiële bijstand, in het bijzonder subsidies, leningen en exportkredietverzekering, aan te bieden voor de verkoop, levering, overdracht of uitvoer van deze voorwerpen en technologie, of voor het aanbieden van daarmee verband houdende technische opleiding, diensten of bijstand;

  3. bewust of opzettelijk deel te nemen aan activiteiten die ertoe strekken of tot gevolg hebben dat de onder a) en b) bedoelde verbodsbepalingen worden ontweken.

4.

De voorwerpen, materialen, uitrusting, goederen en technologie, als bedoeld in lid 1 en al dan niet afkomstig van het grondgebied van Iran, mogen niet worden aangekocht van Iran door onderdanen van de lidstaten, of met gebruik van schepen of luchtvaartuigen onder hun vlag.

Artikel 2

1.

De rechtstreekse of indirecte levering, verkoop of overdracht aan Iran, dan wel ten gebruike door of ten behoeve van Iran, door onderdanen van de lidstaten, via het grondgebied van de lidstaten of met gebruikmaking van onder hun rechtsmacht vallende schepen of luchtvaartuigen, van niet onder artikel 1 vallende voorwerpen, materialen, uitrusting, goederen en technologie, met inbegrip van programmatuur, die kunnen bijdragen tot met verrijking, opwerking of zwaar water verband houdende activiteiten, tot de ontwikkeling van systemen voor de overbrenging van kernwapens of tot de uitoefening van activiteiten in verband met andere thema's waarover het IAEA haar bezorgdheid heeft uitgesproken of heeft verklaard dat er nog geen duidelijkheid bestaat, wordt afhankelijk gesteld van een vergunning waarover door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten per geval een besluit wordt genomen. De Unie neemt de nodige maatregelen om te bepalen welke voorwerpen onder deze bepaling moeten vallen.

2.

Het aanbieden van:

  1. technische bijstand of opleiding, investeringen of diensten als tussenhandelaar, direct of indirect, in verband met voorwerpen, materialen, uitrusting, goederen en technologie, bedoeld in lid 1, en in verband met het verstrekken, vervaardigen, onderhouden en gebruiken daarvan, aan personen, entiteiten of lichamen in Iran, of voor gebruik in Iran;

  2. financieringsmiddelen of financiële bijstand in verband met de in lid 1 bedoelde voorwerpen en technologie, in het bijzonder subsidies, leningen en exportkredietverzekering, voor de verkoop, levering, overdracht of uitvoer van deze voorwerpen, of voor het aanbieden van daarmee verband houdende technische opleiding, diensten of bijstand, direct of indirect, aan personen, entiteiten of lichamen in Iran, of voor gebruik in Iran;

is eveneens onderworpen aan een vergunning van de bevoegde autoriteit van de exporterende lidstaat.

3.

De bevoegde autoriteiten van de lidstaten verlenen geen vergunning voor het leveren, verkopen en overdragen aan Iran van voorwerpen, materialen, uitrusting, goederen en technologie bedoeld in lid 1, indien zij oordelen dat de bedoelde verkoop, levering, overdracht of uitvoer, dan wel het aanbieden van de betrokken dienst, zou bijdragen tot de in lid 1 bedoelde activiteiten.

Artikel 3

1.

De in artikel 1, lid 1, onder a), b) en c), en lid 3 vervatte maatregelen zijn in voorkomend geval niet van toepassing ten aanzien van voorwerpen en bijstand waarvan het Comité, vooraf en per geval, bepaalt dat dergelijke levering, verkoop, overdracht of verlening kennelijk niet zal bijdragen tot de ontwikkeling van Iraanse technologie waarmee proliferatiegevoelige nucleaire activiteiten en de ontwikkeling van systemen voor de overbrenging van kernwapens worden ondersteund, daaronder begrepen de gevallen waarin de voorwerpen of de bijstand bestemd zijn voor voedselvoorziening, landbouw, medische zorg of andere humanitaire doeleinden, op voorwaarde dat:

  1. de desbetreffende contracten adequate waarborgen omtrent het eindgebruik bevatten, en

  2. Iran zich ertoe verbonden heeft de voorwerpen niet te gebruiken bij proliferatiegevoelige nucleaire activiteiten of voor de ontwikkeling van systemen voor de overbrenging van kernwapens.

2.

De in artikel 1, lid 1, onder e), en lid 3 vervatte maatregelen zijn niet van toepassing ten aanzien van voorwerpen en bijstand waarvan de bevoegde instantie in de betrokken lidstaat, vooraf en per geval, bepaalt dat de levering, verkoop, overdracht of verlening kennelijk niet zal bijdragen tot de ontwikkeling van Iraanse technologie waarmee proliferatiegevoelige nucleaire activiteiten en de ontwikkeling van systemen voor de overbrenging van kernwapens worden ondersteund, daaronder begrepen de gevallen waarin de voorwerpen of de bijstand bestemd zijn voor medische zorg of andere humanitaire doeleinden, op voorwaarde dat:

  1. de desbetreffende contracten adequate waarborgen omtrent het eindgebruik bevatten, en

  2. Iran zich ertoe verbonden heeft de voorwerpen niet te gebruiken bij proliferatiegevoelige nucleaire activiteiten of voor de ontwikkeling van systemen voor de overbrenging van kernwapens.

De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten in kennis van eventuele ontheffingen die worden afgewezen.

Artikel 4

BEPERKINGEN OP DE FINANCIERING VAN BEPAALDE ONDERNEMINGEN

Artikel 5

Artikel 6

Artikel 7

BEPERKINGEN OP DE FINANCIËLE STEUN VOOR HANDEL

Artikel 8

HOOFDSTUK 2 FINANCIËLE SECTOR

Artikel 9

Artikel 10

Artikel 11

Artikel 12

Artikel 13

Artikel 14

HOOFDSTUK 3 VERVOERSSECTOR

Artikel 15

Artikel 16

Artikel 17

Artikel 18

HOOFDSTUK 4 TOEGANGSBEPERKINGEN

Artikel 19

HOOFDSTUK 5 BEVRIEZEN VAN TEGOEDEN EN ECONOMISCHE MIDDELEN

Artikel 20

HOOFDSTUK 6 ANDERE BEPERKENDE MAATREGELEN

Artikel 21

HOOFDSTUK 7 ALGEMENE BEPALINGEN EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 22

Artikel 23

Artikel 24

Artikel 25

Artikel 26

Artikel 27

Artikel 28

BIJLAGE I

BIJLAGE II