Home

Besluit van de Commissie van 3 november 2010 tot vaststelling van criteria en maatregelen voor de financiering van commerciële demonstratieprojecten ter bevordering van de milieutechnisch veilige afvang en geologische opslag van CO 2 , alsook voor demonstratieprojecten ter bevordering van innovatieve technologieën voor hernieuwbare energie in het kader van de bij Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad vastgestelde regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap (Kennisgeving geschied onder nummer C(2010) 7499) (2010/670/EU)

Besluit van de Commissie van 3 november 2010 tot vaststelling van criteria en maatregelen voor de financiering van commerciële demonstratieprojecten ter bevordering van de milieutechnisch veilige afvang en geologische opslag van CO 2 , alsook voor demonstratieprojecten ter bevordering van innovatieve technologieën voor hernieuwbare energie in het kader van de bij Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad vastgestelde regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap (Kennisgeving geschied onder nummer C(2010) 7499) (2010/670/EU)

Artikel 1 Onderwerp

Bij dit besluit worden regels en criteria vastgesteld voor:

  1. de selectie van de in Richtlijn 2003/87/EG bedoelde commerciële demonstratieprojecten die de milieutechnisch veilige afvang en geologische opslag van CO2 tot doel hebben (hierna „CCS-demonstratieprojecten” genoemd) en demonstratieprojecten inzake innovatieve technologieën voor hernieuwbare energie (hierna „RES-demonstratieprojecten” genoemd);

  2. de tegeldemaking van de in Richtlijn 2003/87/EG bedoelde emissierechten ter ondersteuning van de CCS- en RES-demonstratieprojecten, en het beheer van de daaruit voortvloeiende inkomsten;

  3. de uitbetaling van de inkomsten en de uitvoering van de CCS- en RES-demonstratieprojecten.

Dit besluit, inclusief de bepalingen met betrekking tot de waardebepaling van de emissierechten, laat andere op grond van Richtlijn 2003/87/EG vastgestelde uitvoeringsbesluiten onverlet.

Artikel 2 Beginselen

1.

De in artikel 10 bis, lid 8, van Richtlijn 2003/87/EG bedoelde nieuwkomersreserve bedraagt 300 miljoen.

2.

De uit hoofde van dit besluit te financieren CCS- en RES-demonstratieprojecten worden geselecteerd door middel van in twee rondes door de Commissie tot de lidstaten gerichte uitnodigingen tot het indienen van voorstellen, waarbij in de eerste ronde het equivalent van 200 miljoen emissierechten wordt toegewezen en in de tweede ronde het equivalent van 100 miljoen emissierechten plus de resterende emissierechten van de eerste ronde.

3.

Onverminderd artikel 10 bis, lid 8, vierde alinea, vierde zin, van Richtlijn 2003/87/EG bedraagt de financiering uit hoofde van dit besluit 50 % van de subsidiabele kosten. Indien de totale aangevraagde overheidsfinanciering minder dan 50 % van de subsidiabele kosten bedraagt, wordt het totale verzoek om overheidsfinanciering ingewilligd overeenkomstig dit besluit.

Wanneer de financiering uit hoofde van dit besluit evenwel wordt gecombineerd met financiering door het Europees energieprogramma voor herstel (EEPR), komt het van het EEPR ontvangen steunbedrag in mindering op de financiering uit hoofde van dit besluit.

4.

Niet-uitbetaalde inkomsten uit de eerste ronde van uitnodigingen tot het indienen van voorstellen kunnen worden gebruikt om CCS- en RES-demonstratieprojecten die baanbrekend, innovatief en reproduceerbaar zijn en direct op schaal gedemonstreerd kunnen worden, te ondersteunen met behulp van relevante financieringsinstrumenten die door de Europese Investeringsbankgroep worden beheerd, waarbij voorrang wordt gegeven aan de EDP-financieringsfaciliteit InnovFin en het schuldinstrument in de vervoersector van de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen.

De vorige alinea, de artikelen 6 en 8, artikel 11, leden 1 tot en met 5, artikel 11, lid 6, eerste en tweede alinea's, en artikel 13 zijn niet van toepassing op het gebruik van die inkomsten.

De Commissie brengt voldoende van tevoren aan het Comité klimaatverandering verslag uit over de ontwikkeling van desbetreffende delegatieovereenkomsten tussen de Commissie en de Europese Investeringsbank, en met name over de daarin opgenomen subsidiabiliteitscriteria, alsook over de uitvoering van de betrokken financieringsinstrumenten, en met name over de kenmerken van de geplande projecten, de beoordeling van de projectaanvragen en het gebruik van inkomsten voor andere doeleinden, en terdege rekening houden met de standpunten van de lidstaten.

Artikel 3 Subsidiabele kosten

1.

Voor de toepassing van artikel 2, lid 3, zijn de in de leden 2 tot en met 5 van dit artikel vervatte regels van toepassing.

2.

De subsidiabele kosten van CCS-demonstratieprojecten zijn de investeringskosten van het project voor de toepassing van CCS, verminderd met de netto contante waarde volgens de best mogelijk schatting van de in de eerste tien exploitatiejaren uit de toepassing van CCS voortvloeiende kosten en baten.

3.

De subsidiabele kosten van RES-demonstratieprojecten zijn de extra investeringskosten voor het project die zijn verbonden aan de toepassing van innovatieve technologieën voor hernieuwbare energie, verminderd met de netto contante waarde volgens de best mogelijke schatting van de exploitatiekosten en -baten in de eerste vijf jaar in vergelijking met die van een conventionele installatie met dezelfde effectieve energieproductiecapaciteit.

4.

De in de leden 2 en 3 bedoelde investeringskosten betreffen investeringsuitgaven voor grond, installaties en apparatuur.

De investeringskosten kunnen eveneens betrekking hebben op technologieoverdracht en knowhowlicenties (hierna „immateriële activa” genoemd), mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  1. de immateriële activa moeten als activa kunnen worden afgeschreven;

  2. de immateriële activa moeten tegen marktvoorwaarden zijn verworven tegen een zo laag mogelijke prijs;

  3. de immateriële activa moeten voor ten minste vijf jaar bij de begunstigde blijven.

Indien de immateriële activa worden verkocht voor het verstrijken van de in de tweede alinea, onder c), bedoelde termijn van vijf jaar, wordt de opbrengst van de verkoop in mindering gebracht op de subsidiabele kosten.

5.

De in de leden 2 en 3 bedoelde netto exploitatiekosten en -baten worden berekend op basis van de best mogelijke schatting van de productiegerelateerde exploitatiekosten ten laste van het project en daarbij wordt rekening gehouden met eventuele uit steunregelingen voortvloeiende aanvullende voordelen, zelfs als deze geen staatssteun zijn in de zin van artikel 107, lid 1, van het Verdrag, met vermeden kosten en met bestaande fiscale stimuleringsmaatregelen.

Artikel 4 Rol van de EIB

De Europese Investeringsbank (EIB) voert haar taken uit hoofde van dit besluit uit op verzoek van, namens en voor rekening van de Commissie. De Commissie is aansprakelijk jegens derden.

De EIB wordt voor de uitvoering van deze taken betaald met de opbrengsten uit haar beheer van de inkomsten.

De Commissie en de EIB sluiten een overeenkomst tot vaststelling van de specifieke voorwaarden waaronder de EIB haar taken dient uit te voeren.

Artikel 5 Selectieprocedure

1.

De uitnodigingen tot het indienen van voorstellen worden in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt.

2.

De lidstaten verzamelen de financieringsaanvragen voor de op hun grondgebied geplande projecten.

Indien een project zich echter over het grondgebied van verschillende lidstaten uitstrekt (hierna „grensoverschrijdend project” genoemd) stelt de lidstaat die de financieringsaanvraag heeft ontvangen de andere betrokken lidstaten hiervan in kennis en werkt die lidstaat met de andere lidstaten samen om tot een gezamenlijke beslissing te komen over de indiening van het project door de lidstaat die de financieringsaanvraag heeft ontvangen.

3.

De lidstaten beoordelen of een project aan de in artikel 6 bedoelde subsidiabiliteitscriteria voldoet. Indien dit het geval is en indien de lidstaat het project steunt, dient die lidstaat het voorstel in bij de EIB en stelt hij de Commissie daarvan in kennis.

Bij de indiening van de financieringsvoorstellen verstrekt de lidstaat voor elk project de volgende gegevens:

  1. de subsidiabele kosten, in euro, als bedoeld in artikel 2, lid 3;

  2. de totale aangevraagde overheidsfinanciering in euro, zijnde de subsidiabele kosten na aftrek van de eventuele bijdrage in die kosten door de exploitant;

  3. de beste schatting van de netto contante waarde van de uit steunregelingen voortvloeiende aanvullende voordelen, berekend overeenkomstig artikel 3, lid 5;

  4. voor de CCS-demonstratieprojecten de totale hoeveelheid CO2 die naar verwachting in de eerste tien exploitatiejaren wordt opgeslagen, en voor de RES-demonstratieprojecten de totale hoeveelheid energie die naar verwachting in de eerste vijf exploitatiejaren wordt geproduceerd.

De lidstaten brengen de Commissie overeenkomstig artikel 108, lid 3, van het Verdrag op de hoogte van alle financiering waarbij sprake is van staatssteun, zodat de selectieprocedure in overeenstemming kan worden gebracht met de beoordeling van de steunmaatregel.

4.

Op basis van de krachtens lid 3 van dit artikel ingediende voorstellen beoordeelt de EIB overeenkomstig artikel 7 de financiële en technische levensvatbaarheid (financiële en technische zorgvuldigheidseisen) van het project.

Indien de beoordeling positief uitvalt, doet de EIB de Commissie overeenkomstig artikel 8 aanbevelingen met betrekking tot toekenningsbesluiten.

5.

Nadat de Commissie de lidstaten opnieuw heeft geraadpleegd om de waarde en de structuur van de financiële bijdrage van overheidswege al dan niet te bevestigen en na een overeenkomstig artikel 3 van Besluit 1999/468/EG van de Raad(1) uitgebracht advies van het Comité klimaatverandering telt zij, op basis van de in lid 4 bedoelde aanbevelingen, tot de betrokken lidstaten gerichte toekenningsbesluiten vast met daarin het toegekende steunbedrag in euro per project.

Artikel 6 Subsidiabiliteitscriteria

Artikel 7 Financiële en technische zorgvuldigheidseisen

Artikel 8 Selectie van de projecten

Artikel 9 Toekenningsbesluiten

Artikel 10 Tegeldemaking van de emissierechten en beheer van de inkomsten

Artikel 11 Uitbetaling van inkomsten en gebruik van niet-uitbetaalde inkomsten

Artikel 12 Kennisdeling

Artikel 13 Rapportage door de lidstaten

Artikel 14 Verslag van de Commissie

Artikel 15 Adressaten

BIJLAGE I

BIJLAGE II